Brief 4: Aan iedereen die oud is of oud wil worden

21 August 2020, verschenen in Rekto Verso

Ik ben oud.

Als ik dat zeg beginnen er altijd mensen te sputteren, en te zeggen dat het wel meevalt met mij. Iemand zegt steevast dat je zo oud bent als je je voelt. Ik weet allang dat dat een leugen is. Ouderdom springt stiekem bovenop je, als je er het minst verdacht op bent. Wat is dat met mijn knieën, waarom doen die niet wat ik wil? Hé, hallo, wie is er hier de baas?

Nog zoiets. Ik hoor nogal eens dat het zo fijn is dat ik nog steeds zo actief ben. Ik blijk me niet te gedragen als een bejaarde. Let op: hoe ouder je wordt, hoe vaker het woord ‘nog’ valt. ‘Die Meulenbelt, we zien haar nog steeds op de barricaden.’ Nog.

Ik ben vijf en zeventig. Dat is volgens mij oud. Feitelijk oud. Het kan nog ouder, maar dat moeten we nog zien. Hoe dan ook, de rit zit er grotendeels op. Iedereen hoopt oud te worden, maar wil het – eenmaal oud geworden – niet zijn. We hebben een massa vergoelijkende termen om het onomkeerbare leed van de ouderdom te verzachten. We zeggen niet ‘oud’ maar ‘ouderen’, dat klinkt op een of andere manier vriendelijker. We hebben het over senioren, of 50-plussers. We hebben het alleen over bejaarden als ze er niet bij zijn. ‘Oudjes’, noemen ze ons ook wel. Alsof we kabouters zijn geworden. We hebben steeds nieuwe woorden nodig om troostrijk te klinken bij het geluk dat we oud worden en het ongeluk dat we oud zijn.

Ik zat in de tram. Ik zag een oude man staan. Ik dacht, vanuit een reflex, zal ik opstaan voor hem? Vervolgens dacht ik: hoe oud zou hij zijn. Een jaar of zeventig? En toen dacht ik, shit, dat ben ik zelf ook, en bleef zitten.

Ouder worden gaat volgens de kalender met een dag per dag, of een jaar per jaar. Je kunt het bijhouden met je verjaardagen die elkaar steeds sneller op lijken te volgen. Vroeger maakten ze de jaren langer. Hoewel het feitelijk zo is dat we gestadig en geleidelijk aan oud worden, voelt het voor mij niet zo. Het gaat bij mij schoksgewijs. Opeens bleek mijn kind oud genoeg om in aanmerking te komen voor een seniorenwoning. Mijn kind! Wie verzint zoiets? Toen ik tegen de zestig liep bleek ik te oud om nog een nieuwe baan te krijgen. Gelukkig kon ik nog terecht in de Eerste Kamer. De senatoren zijn gemiddeld zestig. Het is daar een soort gezinsvervangend tehuis voor leerling-bejaarden, maar er is slechts plaats voor 75 mensen. Verder kun je het meestal wel vergeten dat je nog ergens aan de bak komt.
We leven in een tijd waarin het niet erg leuk is om oud te zijn. Niet alleen dat de kwalen sluipenderwijs aan komen zetten, het is ook hoe er over ons gepraat en gedacht wordt. Als kostenpost. Als onproductieve ballast. We zijn met te velen, zeggen ze. We worden te duur.

Dit is de grote tegenstelling. Aan de ene kant hebben we er veel voor over om te zorgen dat we oud worden, en we worden ouder dan ooit. Aan de andere kant wordt het ons, eenmaal oud, kwalijk genomen dat we er nog zijn. Want we nemen ruimte in, we kosten geld. Er is al zoveel bezuinigd op de zorg voor ouderen, dat het bejaardenhuis van vroeger niet meer bestaat. Nee, maar, mensen willen zo lang mogelijk in hun eigen huis blijven, wordt er beweerd. Alleen werd er ook bezuinigd op de thuiszorg, dus klagen ziekenhuizen dat te veel mensen met een gebroken heup worden binnengebracht, terwijl ze eigenlijk al lang niet meer zonder hulp alleen thuis mochten zijn. Daar hadden de kinderen van mevrouw maar voor moeten zorgen. Maar die kinderen hebben zelf ook kinderen, komen van twee banen soms al niet meer rond. Waar moeten ze de tijd vandaan halen om elke dag langs te gaan om er op te letten of mamma wel eet? En niet zachtjes aan het dementeren is? Hoe erg moet het worden tot ze een plaats krijgt in een verzorgingstehuis?

Er wordt beweerd dat er geen geld is om al die oudjes te verzorgen. Hoezo is er geen geld? Het ging goed met de economie, hebben we gehoord, de productie is weer gestegen. Het geld klotst tegen de plinten op. Alleen niet tegen onze plinten. Dat is niet de schuld van ouderen die weigeren om op tijd dood te gaan, dat is de schuld van het kapitaal dat weigert om geld te investeren in zaken waar ze niet genoeg winst op kunnen maken. Zaken zoals welzijn voor iedereen en bestaanszekerheid, ook voor mensen die niet kunnen werken.

Ik zal een klein verhaal vertellen. In vele niet-westerse culturen zijn oude mensen niet overbodig, geen kostenpost. Ze worden geëerd. Ik kom veel in Gaza. Ik hoef niet uit te leggen dat dat bepaald geen ideale samenleving is. Maar in die nog steeds traditionele maatschappij waarin dochters wegtrouwen en zoons bij hun ouders blijven wonen, met hun vrouw en hun kinderen, zijn de families groot. Met de ouderen aan het hoofd. Mijn voormalige Palestijnse schoonmoeder had vijf zoons bij zich wonen, en moest op haar vingers tellen hoeveel kleinkinderen ze had, een stuk of veertig. Als de vorstin van een klein rijk zat ze elke ochtend met de thee bij de deur, en niemand kwam langs haar heen zonder even met haar gepraat te hebben. Zo hield ze alles bij, hoe het ging met de kinderen, of het goed ging met de huwelijken. Nooit hoefde ze er over na te denken wat de zin was van haar leven. Toen ze stierf werd ze innig gemist.

Leg in Gaza maar eens uit wat mantelzorg is. Een Palestijn die bij ons op bezoek was zei: ‘ik begrijp jullie niet. Bij jullie mag de hond op de bank zitten, maar je oude moeder doe je de deur uit’.

Met de coronacrisis kwam de sluimerende ouderenverachting weer op volle kracht boven. Dat het vaker oude mensen zijn die dood gaan aan het virus is geen reden om met ons mee te leven, en om solidair te proberen om ouderen tegen besmetting te beschermen. Nee, kregen we te horen, van columniste Marianne Zwagerman, het is niet zo erg dat ‘dor hout’ dood gaat, die mensen gingen toch al bijna. Daar hoeft toch niet iedereen die nog in de bloei van zijn leven zit zich voor op te offeren? En de economie, moeten we die opofferen om een paar oude mensen te redden? Nee, de echte ramp, horen we ook van anderen, is dat al die jongeren hun vrijheid kwijt zijn, en niet meer gezellig op een klont dronken mogen worden zonder een boete te krijgen. Laten die oudjes zichzelf isoleren, horen we, dan is er geen probleem en hebben de jongeren hun vrijheid terug die wij, ouderen, hen kennelijk ontnemen, egoïsten die we zijn.

Oké, de protesten tegen deze uitingen waren er ook. En er is wraak op komst. Zwart zijn gaat niet over, vrouw zijn niet, maar jong wel. Wacht maar. Het is jammer dat ik dat niet meer mee zal maken, dat ik het moment zal missen dat ik kan zeggen: heb ik je niet gewaarschuwd? Wie nu slecht denkt over ouderen, en ons behandelt als overbodige ballast krijgt straks de rekening thuis bezorgd. Jouw knieën begeven het ooit ook. De rollator staat ook voor jou klaar. En bij de volgende pandemie sluiten ze jou op. Jij wordt ook dor hout.

Dus. Ik zou tegen alle ouderen willen zeggen: protesteer. Wij laten niet zo met ons omspringen. Laten we een voorbeeld nemen aan samenlevingen die nog de beschaving hebben om hun ouderen te eren en te verzorgen. Denk aan Gandhi, die op de vraag wat hij dacht van de westerse beschaving zei dat hem dat een goed idee leek. En voor de jongeren die er op hopen dat ze oud worden: begin er vast mee om onze samenleving haar beschaving terug te geven en eer de ouderen. Het is voor jou nog niet te laat. Met oud worden kun je niet vroeg genoeg beginnen.

3 gedachten over “Brief 4: Aan iedereen die oud is of oud wil worden

  1. Ik vind dit een heel heldere weergave van de relatie oud en jong…, en ben het volledig met de auteur eens …

  2. Prachtig, ik herken mezelf er helemaal in.
    Jeezes ! Het is zo juist !
    Ben nu 78 was altijd levendig, vol plannen.
    Op mijn 70ste de droomreis georganiseerd
    San Francisco, voeld me jong in de straten
    Toen ik even de volle bus nam en de bestuurder riep
    “Let grandma sit ! “en dat niet eerder zou vertrekken.
    Geen flauw idee dat dit om mij ging tot….
    iemand opstond en zich tot mij wendde.
    Het oud zijn sprong er ineens bovenop
    en er is geen ontsnappen aan.
    ,

    .

    ik vergat van intussen ouder te zijn geworden.

    Stapte even op een stadsbus voor ’n eindje
    Nogsteeds in hogere sferen tot de chauffeur weigerde te vertrekken
    omdat blijkbaar niemand ” grandma ” liet zitten.
    Ik wist niet over wie dat ging tot iemand voor mij opstond.

  3. Ha Anja, prachtig stuk! Oud is wijs. Respectabel, maar ook weer behept met nieuwe taken, zo leer ik van Arabischtalige jonge èn oudere vrienden. Leerzaam, wat je hebt geschreven!
    Graag zou ik in dezen en ook om een andere reden met je in kontakt komen. Kan dat? Ik hoop het, inshallah.
    Liefs, Annechien

Reacties zijn gesloten.