Lieve Rachida Lamrabet

Door Anja Meulenbelt op 4 December 2020, gepubliceerd door Rekto:Verso

Elke vrijdag pent een van onze vijf vaste online correspondenten een brief. Deze week schrijft Anja Meulenbelt een brief aan Rachida Lamrabet, die voor een tweede keer aan de kant wordt gezet. ‘Je ontslag en de afwijzing van je tekst illustreren wat je zegt: dat je in een land leeft waarin het kompas dat decennialang op mensenrechten was geijkt, wordt losgelaten.’


(Rachida Lamrabet)

Zoals je zei: daar gaan we weer. Wat een bittere ironie dat jij het weer moet meemaken. Uitgesloten worden.

Ik heb net je indrukwekkende artikel ‘Wanneer Anderen zich op Onze vrijheden beroepen’ gelezen, het is in Nederland verschenen bij Nieuw Wij en in Belgie bij kifkif.be. Nadat je eerst, op grond van een lezing die je hield, gevraagd werd of de tekst mocht verschijnen in een boek over levensbeschouwelijke diversiteit in het onderwijs, werd het toch door de Vlaamse Onderwijsraad afgewezen. En dat nadat je in 2017 je baan kwijt raakte bij Gelijke kansencentrum Unia omdat je je in het openbaar had uitgelaten over het boerkaverbod. Met een originele vraag: hoeveel vrijheid heeft een vrouw om zelf te bepalen welke delen van haar lichaam privé zijn, en welke ze verplicht is publiekelijk te tonen.

De ironie is dat je ontslag en de afwijzing illustreren wat je zegt: dat je in een land leeft waarin het kompas dat decennialang op mensenrechten was geijkt, steeds meer wordt losgelaten.
De ironie is dat precies je ontslag en de afwijzing van je artikel illustreren wat je zegt: dat je in een land leeft waarin het kompas dat decennialang op mensenrechten was geijkt, steeds meer wordt losgelaten. We leven in een maatschappij die zo trots is op onze verlichting, op onze tolerantie, op onze democratische gelijkwaardigheid van burgers. En hoe anders valt de realiteit uit, als je hoort bij De Anderen.

Je artikel gaat, terecht, want dat was het onderwerp, over het hoofddoekenverbod op Vlaamse scholen. Ik heb ook de verdediging van de afwijzing van je artikel gelezen: daarin gaat het over ‘niet evenwichtig’, en ‘werkt polarisatie in de hand’.

Ja, die kennen we. In mijn vorige brief voor rekto:verso had ik het precies daarover: hoe in Nederland de geijkte journalistieke normen zo zijn geformuleerd dat juist journalisten die vanuit hun achtergrond en hun ervaringen een andere blik op de samenleving hebben buiten de boot vallen. Die niet ‘evenwichtig’ schrijven, volgens de opvattingen van de dominante (witte, overwegend mannelijke) groep die de definitiemacht in handen heeft en niet van plan is om die vrijwillig af te staan. Zo blijft de hiërarchie in stand. Want alles wat die hiërarchie aantast, ter discussie stelt, kan afgewezen worden als ‘niet evenwichtig’ of ‘polariserend’. En zo, is mijn stelling, zorgt de dominantie van één etnische groep die zichzelf niet ziet als etnische groep ervoor dat er nooit sprake zal zijn van werkelijke diversiteit. Van eerlijke representatie van onze bevolking. Tenzij we, mensen die ‘anders’ zijn plus bondgenoten, ons verzetten.

Toen ik nog in de Eerste Kamer zat, heb ik geleerd bij elke wet die we moesten behandelen de vraag te stellen: voor welk probleem moet deze wet de oplossing zijn?
Het is in Nederland niet leuker dan bij jullie. Weliswaar is er geen algemeen verbod op het dragen van hoofddoeken, maar ik heb met diepe ergernis mee moeten maken hoe ook in Nederland de zogenaamde boerkawet werd aangenomen. Toen ik nog voor de Socialistische Partij in de Eerste Kamer zat, heb ik geleerd bij elke wet die we moesten behandelen de vraag te stellen: voor welk probleem moet deze wet de oplossing zijn? In het geval van het dragen van een niqaab in openbare gelegenheden als ziekenhuizen en het stadhuis is er geen probleem. Zelfs als het waar zou zijn, wat het niet is, dat alle moslimvrouwen met hijab of niqaab gedwongen zouden zijn om alleen gesluierd naar buiten te gaan, zou je hen alleen maar van de regen in de drup helpen. Hun bewegingsvrijheid zou nog verder beknot worden.

De werkelijkheid, jij haalt het in je artikel ook aan, is dat allang is gebleken dat de vrouwen die een niqaab willen dragen niet alleen diepgelovig zijn maar ook vastbesloten dat zij zelf het recht hebben om gekleed te gaan zoals zij willen. Zelfs als hun eigen familie daar niet blij mee is. Ik weet dat ook omdat ik met een tiental van de niqaab dragende vrouwen heb gesproken. Omdat er ook in Nederland onderzoek naar is gedaan, door Annelies Moors onder andere. Omdat ik hijab dragende vriendinnen heb, gelovig, strijdbaar, zelfstandig en hartstikke feministisch. De wet heeft geen problemen opgelost, wel problemen toegevoegd aan het leven van zichtbaar islamitische vrouwen dat toch al niet eenvoudig was, zoals blijkt uit de reportage van het Meldpunt Islamofobie. Het helpt mee aan het scheppen van een klimaat waarin moslims per definitie verdacht zijn. Waarbij banggemaakte burgers hun angst voor terrorisme afreageren met agressie tegen hoofddoekdragende vrouwen.

Als actuele illustratie waren daar de verdachtmakingen aan het adres van een jonge moslima, Kauthar Bouchallikht, die op de verkiezingslijst van Groen Links staat. Behalve de te verwachten reacties – ‘wij kunnen niet stemmen op een partij die zich links noemt maar een moslima met een hoofddoek op een verkiesbare plaats zet’ – was daar een heerschap dat ik ken als een rechtse relschopper die er een levenswerk van maakt om alles wat links of moslim is in het beklaagdenbankje te zetten met verdachtmakingen over ‘foute’ contacten. Je zal toch, zoals ik, zonder me daarvoor te schamen, nog eens Marx hebben bestudeerd in een studentengroep waar ook maoisten in zaten.


(Kauthar Bouchallikht)

Bouchalikht werd er op aangekeken dat ze vicevoorzitter was van een verband van islamitische jongerenorganisaties waarvan er misschien ook wel een bij was die binding had met een organisatie die te maken van met Moslim Broeders. En ook erg: er was een foto bekend waarop te zien was hoe ze een lezing gaf aan een groep moslims, waarvan de mannen en de vrouwen gescheiden zaten. Zo kregen we geïllustreerd hoe het werkt: een glijdende schaal waarbij elke nog zo onschuldige uiting van eigenheid verwijst naar een enorm gevaar: dat moslims hier de boel gaan overnemen, dat ze uitzijn op een kalifaat, dat ze in wezen allemaal terroristen kunnen worden.

Ik herinner me dat ik eens, in de Eerste Kamer, de inburgeringswet moest behandelen, en dat minister van der Laan ons kwam vertellen dat de inburgeringscursussen niet meer in aparte vrouwengroepen gegeven mochten worden. Op mijn vraag waarom dat met een wet verboden moest worden was het antwoord van de minister: ‘zo doen we dat niet in Nederland’. Nou, zei ik, ik heb anders twintig jaar lang, door de staat betaald en door de inspectie goedgekeurd, lesgegeven aan vrouwengroepen. De minister wist even niet wat hij daarop moest zeggen, en iets roder aangelopen dan voorheen bracht hij uit: ‘maar dat was emancipatie’. Exact, zei ik.

Dat specifiek moslims voortdurend examens af moeten leggen en ter verantwoording worden geroepen voor alles wat andere moslims doen was bekend, maar deze keer, bij de kwestie met Bouchallikht, werd wel heel erg duidelijk dat de volledige mainstream media zich op háár storten. Zij moest zich verantwoorden. Geen van de kranten of tv programma’s interesseerde het wat de motieven waren van de man die het nodig vond om haar te beschuldigen. Wat voor contacten had die eigenlijk?

Lieve Rachida, er gebeurt veel dat ernstig verontrustend is. We zouden daar nog veel langer over kunnen praten. Waarschijnlijk heeft de soap met de ineenstorting van de partij van Thierry Baudet ook België bereikt – van 28 zetels terug naar 3, en dat in een paar chaotische dagen. Hij krabbelt weer op, maar de partij ligt in diggelen. Dit is het punt: het ultieme struikelblok bleken antisemitische uitlatingen te zijn die Baudet had gedaan. Ook zijn mentor, hoogleraar Paul Cliteur, wordt nu bekritiseerd door zijn eigen universiteit van Leiden, omdat hij zich niet gedistantieerd heeft van de antisemitische uitlatingen van de koploper van Forum en zijn vriendjes. Maar hier gaat het dus niet over: dat die hele club al sinds jaar en dag tekeer ging over de dreigende ondergang van de ‘blanke’ beschaving, door die mensen met een achterlijke woestijngodsdienst, door de ‘dobbern***rs’ (excuus voor het woord) – de vluchtelingen dus, de ‘vloedgolf’ van migranten, die ‘onze’ beschaving kapot maken. Antisemitisme is onacceptabel. Absoluut. Maar is moslimhaat dat dan niet? Het dehumaniseren en buitensluiten van wie niet hoort bij de witte dominante groep en ook nog denkt dat je in ons deel van de wereld het recht hebt om kritisch te zijn?

Ik denk dat de kans dat jonge moslims zich afkeren van de samenleving, naar binnen gaan leven, zich afsluiten en soms zelfs radicaliseren, groter wordt naarmate ze zich minder welkom voelen, geen respect krijgen, dagelijks worden beledigd, in naam van de vrijheid van meningsuiting. Als iemand als Kauthar Bouchallikht, die zich als verantwoordelijke burger kandidaat stelt voor een progressieve partij, al wordt afgebrand, moet dat jonge moslims hoop geven dat er voor hen een eerlijke en gelijkwaardige plek is in ons land? Waar moeten ze vandaan halen dat de veelgeprezen democratie er ook is voor hen? Hoe moet je op het idee komen dat het een aanbeveling is om deel uit de maken van deze ‘beschaving’, die het steeds gewoner vindt om een aanzienlijk deel van onze bevolking als een minder soort mensen weg te zetten? Ik ben geen moslim. Maar ik kan er ook niet tegen. Ik kan het niet aanzien.

Lieve Rachida, dit is de tweede keer dat je wordt buitengezet. Ik vind dat heel erg. ‘Kom maar bij ons’ zou je niet helpen. Wij zijn ook verschrikkelijk.

Hou vol, sister. Je bent niet alleen.

Anja