Of de zachte krachten zullen wnnen

Ik schreef dit artikel voor Volzin juli 2021

Of de zachte krachten zullen winnen

Er is een groep jonge zwarte mensen bezig met een dansproject voor Keti Koti, jaarlijks herdenking van de afschaffing van de slavernij. Ze noemen het Freedom is work in progress. Het is een slogan die ik graag overneem, voor deze poging om de balans op te maken in deze verwarrende tijd.

Gaan de zachte krachten het echt winnen, of gaan we ten onder aan een door grootvervuilers verwoest klimaat, aan een steeds grotere kloof tussen arm en rijk, en dat in een van de meest welvarende landen ter aarde? Hoe verdragen we, het wij van mensen die hun geweten niet tot zwijgen kunnen brengen, dat er duizenden mensen verdronken zijn omdat wij van de westerse beschaving onze grenzen sluiten? Hoe verdragen we het dat er tegenwoordig politici in de Tweede Kamer zitten die als belangrijkste doel hebben om één bevolkingsgroep het land uit te jagen? Hoe verdraag ik het als Rutte zegt dat ‘Israel zich toch moet kunnen verdedigen’ in dezelfde tijd dat ik dagelijks contact heb met Gaza – leven jullie nog? – waar opnieuw ziekenhuizen worden verwoest, hele familie’s met één bom op een flatgebouw naar de andere wereld worden geholpen. En laat niemand proberen mij wijs te maken dat Israel probeert om ‘burgers te ontzien’. Ik heb het met eigen ogen gezien, na elke aanval op Gaza, de dode koeien, de stinkende overblijfsels van een kippenfarm, de VN scholen waar mensen probeerden te schuilen, waar toch op geschoten werd.

Intussen zien de gevestigde linkse partijen hun aanhang afkalven. Terwijl rechts groeit. Ja, dat is pijnlijk. Maar tegelijk wijst het op een gebrek aan voortschrijdend inzicht. Achterstallig onderhoud. Wanneer je mensen van kleur als versiering op onverkiesbare plaatsen op je lijst zet, of ze staan er helemaal niet op, is de kans groot dat die mensen de overstap maken naar Nida of BIJ1. Neem het ze eens kwalijk.

Kantelmoment

Het is niet eenvoudig om balans op te maken, in een tijd die zo grondig uit balans is. Mijn stemmingen in deze coronatijd waaien mee van een diep pessimisme over hoe het met onze wereld gaat, naar de euforie van het komt goed, de zachte krachten zullen winnen, wanneer ik me bevind tussen de mensen die nu, juist nu in beweging komen. Het kantelmoment kwam voor mij met de grote Black Lives Matter demonstraties, in juni vorig jaar. Zelfs de organisatoren waren overdonderd, toen de Dam volliep, niet met honderden maar met duizenden mensen. Ik was er bij in Amsterdam Zuidoost, het epicentrum van zwart Nederland. Wat mij diep ontroerde was niet alleen hoeveel zwarte mensen op de been waren, maar vooral, hoeveel witte mensen, heel veel jonge mensen, die de metro hebben genomen naar wat veel van hen zien als een soort van buitenland. Op het podium sprak ook een imam, een andere teken dat er iets gaande is. Een grensoverschrijdende solidariteit.

Een jaar later. Wat in onze media bij voorkeur geframed wordt als een ‘conflict’ tussen Israel en Hamas, maar wat in werkelijkheid gaat om het verzet van een volk dat vrijwel van de kaart geveegd is door het laatste westerse koloniale project. Een volk dat geen enkele schuld heeft aan het enorme onrecht dat eens de joden in Europa is aangedaan, maar daar wel de prijs voor betaalt. Er is nog nooit op zoveel plaatsen in Nederland gedemonstreerd, Free Palestine! En wat ik zie verbaast me al niet meer. Heel veel Nederlandse moslims. Ik ben bij vrienden in Breda en in tranen van ontroering, als de kinderen liedjes zingen voor hun Palestijnse vriendjes aan de andere kant van de wereld. Het zijn de moslims die hun nek uit durven te steken, wetende wat hen te wachten staat. Dat ze uitgemaakt zullen worden voor antisemieten en dat dat nog eens een schep modder is bovenop de al bestaande moslimhaat.

Golf van verzet

En dan het feminisme. Ook daar een kanteling. Niet langer zijn de witte hoogopgeleide vrouwen de norm. Ik zie op het podium van de Women’s March vrouwen van kleur, mensen die zich queer, trans en nonbinair noemen, sekswerkers, een vrouw met een beperking in een rolstoel, en een zwarte man die zich solidair verklaart. Juist die mensen die eens – ook in de vrouwenbeweging – marginaal waren. De laatsten zullen de eersten zijn. Ik zie de domestic workers, de schoonmakers met gele handschoenen demonstreren, een vrouw, Khadija Tahiri, voorop. Ik ben bij de demonstraties van alleenstaande moeders in Den Haag, met Eva Yoo Ri Brussaard, zelf alleenstaande moeder, als pionier voor deze vrouwen die horen bij de armsten in Nederland. En dan is er het enorme schandaal over de mensen die in de ellende zijn gestort door de opvangtoeslagenaffaire, Nederland op z’n hardvochtigst, waar mensen voor jaren door in de schulden terecht zijn gekomen, soms dakloos werden, en zelfs hun kinderen kwijtraakten. Ik zie wie het zijn die het voortouw nemen op de demo op de Dam, vrouwen die het aangaat, vrouwen die van hun leven nog niet gedemonstreerd hebben. Haast tegen wil en dank zijn ze activist geworden.

Er is iets gaande, en die golf van verzet tegen onrecht, tegen onrechtvaardige ongelijke behandeling, is niet alleen internationaal zichtbaar, het kenmerkt zich ook door grensoverschrijdende solidariteit. Black Lives Matter draagt borden met zich mee: zolang de Palestijnen niet vrij zijn zijn wij niet vrij. Op de Women’s March lopen mannen mee. En veel mensen van kleur die we anders zien bij de antiracisme betogingen. Voor het eerst loopt een groep progressieve moslima’s mee, SPEAK. En er ontstaan steeds meer groepen die het voorbeeld oppakken en hun eigen stem vinden. Mensen met een Aziatische achtergrond, die vaak over het hoofd werden gezien, maar evengoed doelwit zijn van racisme, de Indo’s, met hun koloniale geschiedenis dat pas in de laatste jaren echte aandacht krijgt. Waar moet je heen als je te zwart bent voor de LHBT organisaties, en te queer voor de zwarte organisaties? Dan begin je je eigen groep. Waar moet je heen als je moslim bent en homo, en niet van plan om je geloof op te geven? Dan ga je naar Maruf.

Backlash

Er wordt over gemopperd. Over al die nieuwe groepen, nieuwe partijen, al die mensen die je vertellen dat je geen blank meer mag zeggen maar wit, dat er te weinig mensen van kleur in je organisatie zitten, en dan dat gedoe met Me Too, mag je nog een grapje maken, ben je als man meteen een aanrander als je je hand op iemands schouder legt? Met afkeer wordt gesproken over een uit de klauw gelopen ‘identiteitspolitiek’. Ik zie dat als een backlash die altijd ontstaat wanneer tot dan toe marginale groepen het heft in eigen handen nemen. Homo’s, zwarten, vrouwen. De bestaande macht verweert zich. De bestaande macht, niet toevallig grotendeels bestaande uit witte mannen die zichzelf niet wit willen noemen voelt zich bedreigd en gaat in de tegenaanval. In onverhulde vorm: Wilders die in een taal die het meest doet denken aan antisemitisme de moslims aanwijst als ongewenste bevolkingsgroep. Baudet die laat weten Nederland wit te willen houden. (Te laat, Thierry!) Maar veel van die backlash zit verborgen in betogen die pas bij close reading zijn ware aard laat zien. Neem Ian Buruma, met een geleerd betoog over ‘het Westen’ dat volgens hem al teveel antiwesterse krachten herbergt. Volgt een geleerde verhandeling waarin, ik heb ze geteld, 24 Belangrijke Mannen de dienst uitmaken, de meesten wit, sommige joods, en welgeteld twee vrouwen. Catharina de grote en Angela Merkel. Helemaal aan het eind van Buruma’s verhaal komt er een vette aap uit de mouw. Buruma verzet zich tegen de ‘identiteitspolitiek’ in linkse kringen, die de nadruk zouden leggen op ras en communautaire representatie, alsof de individuele burger niet meer is dan een lid van een raciale gemeenschap. Hij vergelijkt dat met het raciale denken van voor de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk, haast hij zich te melden, staat de moderne identiteitspolitiek niet gelijk aan het nazisme, maar het doet wel afbreuk aan de liberale beginselen van een open samenleving, een maatschappij van citoyens en niet van etnische gemeenschappen. En nu loopt het liberale idee van het Westen gevaar. Er zijn niet genoeg mensen meer om de westerse waarden te verdedigen. En de fout die ze in Duitsland maakten moeten we niet nog een keer maken.
We? Echt?
Buruma heeft erg veel erudiete woorden nodig om een rookgordijn op te trekken, en te verhullen dat voor hem die ‘open samenleving’ niet voor iedereen zo open is, en de enige etnische groep die zich verschuilt achter de mooie term citoyens, de groep die zo hecht aan de status quo van ‘het Westen’, bestaat uit witte mannen.

Gelovig zijn

Ik ben een gelovig mens. Altijd al geweest, al begreep ik dat nog niet. Op latere leeftijd ontdekt, toen ik bij een kerk terecht kwam, de Ekklesia, die me hielp om al mijn, nog steeds terechte kritiek op de misdaden van de westerse christelijke kerken serieus te nemen, en toch in te zien dat er nog een essentieel verhaal achter schuil ging. Zoals leermeester Huub Oosterhuis dat zegt in ‘lk versta onder liefde’, de bijbel is het verhaal over een God die bevrijding wil uit onderdrukking. “God’ is hij die de ellende van de onderdrukten ziet; hun klachten en noodkreten hoort, die afdaalt om te bevrijden, afdaalt, oudoosterse, nog altijd herkenbare beeldspraak. En er zijn zieners, profeten, steeds opnieuw, die de wereld zien met de ogen van de verworpenen. Marx mag ook op de lijst, volgens Oosterhuis. Het gaat om gerechtigheid als levensbeginsel in alle denkbare verhoudingen. Niet alleen tussen rijk en arm, maar ook tussen mannen en vrouwen, wit en zwart. Die wil tot bevrijding die we herkennen in het vroegste christendom gaat terug op de aanklacht tegen uitbuiting in de joodse godsdienst, en is ook terug te vinden in de islam.

Aan mij kun je niet zien dat ik gelovig ben tot ik het vertel. Bij mijn socialistische kameraden (ik was tien jaar actief in de SP) stuitte dat nogal eens op verbazing. Jij bent gelovig? ‘Ja’, zei ik dan, ‘en volgens mij jij ook. Kijk eens wat je doet. Al je vrijetijd zet je in voor de bevrijding van de werkende klasse, je flyert, je belt bij mensen aan, je vergadert wat af, en, helpt het al? Niet echt, hè? Toch ga je door. Ik zou zeggen dat je kennelijk ergens in gelooft’. Dat maakte de kameraad wel aan het lachen, want zo had hij het nog nooit bekeken. ‘Maar er is toch wel verschil’, zei hij. ‘Jawel’, zei ik, ‘er is verschil tussen een Paasdienst en een partijraad, in liturgie, bedoel ik. Maar de boodschap is hetzelfde.’

Dit is wat ik zie gebeuren, een groeiende en breed uitwaaierende bevrijdingsbeweging, die niet alleen bestaat uit de mensen die zich buitengesloten en ondergewaardeerd voelen, en zich nu voor zichzelf en hun achterban inzetten, maar die over de grenzen heen van hun eigen groep hun solidariteit tonen met de anderen. De nog jonge partij BIJ1 is een poging om die verschillende stromingen en groepen bij elkaar te krijgen en meer stem te geven in de politiek. Sylvana Simons, zwarte vrouw met een aardige carrière in de media, in wie er iets knapte toen ze een bekende witte man iets over ‘zwartjes’ hoorde zeggen in een talkshow waarin zij fungeerde als tafeldame, en nu als eerste zwarte vrouwelijke partijleider in de Tweede Kamer zit. Ik was er bij, vanaf het begin. En geloof me, het is een mooi idee, die verzameling verworpenen der aarde – maar makkelijk is het niet. Grensoverschrijdende solidariteit is hard werken. De diverse groepen laten zich niet zomaar bij elkaar optellen. Er is veel oud zeer. Een Surinaamse mevrouw zegt: wat doen jullie toch met al die homo’s, wat hebben de homo’s ooit voor ons gedaan? En een LHBTer vraag zich af wat wij toch moeten met al die moslims. Of we nog niet begrepen hadden dat die hem het liefst van een dak af willen gooien? En toch.

In mijn linkse kerk zingen we: ..en doet ons gaan in tranen maar ongebroken
door de nacht van de schepping
en houdt ons gaande naar een nieuwe geboorte
.