Twee rechtssystemen

Een grap: komen een Israeli en een Palestijn elkaar tegen nadat ze voor de rechtbank zijn geweest.
Vraagt de Palestijn aan de Israeli wat voor straf hij kreeg. “Ik kreeg drie jaar, maar de rechter was heel soepel, hij hield er rekening mee dat de man die ik neerschoot bij de bankoverval niet aan zijn verwondingen is overleden. En jij?”
“Zeven jaar voor rijden zonder mijn koplampen aan”, zegt de Palestijn.
“Tsjonge, dat is heftig”, zegt de Israeli.
“Valt wel mee hoor”, zegt de Palestijn, “mijn rechter was ook heel soepel, want als dat ’s nachts was geweest had ik wel vijftien jaar gekregen”.

Lisa Hajjar heeft in Courting Conflict onderzocht hoe het Israelische militaire gerechtshof waar de Palestijnen van de Westoever onder vallen funktioneert. Haar conclusie is dat de rechtbank een belangrijk onderdeel is van de bezettingsmacht, die vrijwel het gehele leven van de Palestijnen onder Israelische controle brengt. Nergens ter wereld worden zoveel burgers gearresteerd. Gedurende de eerste intifada (van 1987 tot 1993) waren dat er jaarlijks tussen de 20 en de 25 duizend per jaar. Sinds 1967 is ongeveer een half miljoen van de 3,5 miljoen inwoners wel eens gearresteerd, 1 op de 7. (Het boek stamt van 2005) Vrijwel alle Palestijnen hebben te maken gehad met het Israelische militaire recht, als ze het zelf niet waren dan hun vader, vriend, buren.

Israel heeft meteen na de 1967 oorlog besloten dat de Conventies van Geneve niet van toepassing zouden zijn op de Westoever, en dat ze zich niet hoefden te houden aan het humanitaire recht dat voorschrijft hoe een bezettende macht om moet gaan met de bewoners in bezet gebied. Het rechtssysteem op de Westoever (en aanvankelijk ook in Gaz) is een mengelmoes van oude wetten stammend uit de Ottomaanse overheersing, de Britse Mandaatperiode, en Jordaanse en Egyptische wetgeving, maar bovenal wordt de wet geschreven door het Israelische leger. Het leger kan op elk moment, zonder daarvoor instemming nodig te hebben van de Knesset, nieuwe wetten en regels uitvaardigen of weer intrekken. In de loop van de jaren waren dat minstens 2500 ‘wetten’ waarmee vrijwel elk aspect van het leven van de burgers wordt geregeld, van het uitgeven van een krant, het weiden van de schaapskudde tot het mogen gebruiken van een ezel om goederen te transporteren.

Hajjar, die de dochter is van een Finse moeder en een Syrische vader, werd vaak aangezien voor joods, en dat maakte het haar mogelijk om in de jaren 90 haar onderzoek te doen in Israel maar vooral in de rechtszaal, waar ze de processen observeerde. Ze maakte contact met alle partijen, zowel de rechters en de aanklagers, als de advocaten van de verdachten. Ook met de verdachten zelf, en met de tolken, aangezien de rechtszaken in het Hebreeuws worden gehouden zijn er tolken nodig voor de verdachte.

Het boek staat vol met vaak absurde voorbeelden. Een Palestijnse advocaat verloor de zaak van zijn client, nadat een soldaat had verklaard dat hij gezien had dat de verdachte stenen gooide. Een paar dagen later kwam diezelfde soldaat verklaren dat een andere verdachte ook stenen had gegooid, op diezelfde dag, alleen in een ander vluchtelingenkamp. Toen de advocaat er op wees dat de soldaat nooit op diezelfde dag, op bijna dezelfde tijd, op twee plaatsen tegelijk had kunnen zijn, werd hij de rechtszaal uit gegooid – wegens belediging van de soldaat. Veel rechters zijn dus bij voorbaat op de hand van van de meestal Israelische aanklager of getuigen, hoewel het ook wel gebeurt dat de meestal Palestijnse advocaten nog iets gedaan kunnen krijgen voor hun client.

Dat de tolken meestal Druzen zijn is ook niet zonder betekenis. De Druzen, Arabieren met hun eigen shiitische godsdienst, beschouwen zich niet als Palestijnen, gaan wel in het Israelische leger, en worden door de Palestijnen beschouwd als NSBers. Door Israel gebruikt ook om te bewaken, te martelen, worden ze gehaat, en op hun beurt denken ze niet vriendelijk over Palestijnen. Het gaat dus nog al eens mis bij de vertaling, merkte Hajjar op, die beide talen verstaat. Niet dat het erg veel uitmaakt, concludeerde ze, want in in het overgrote deel van de zaken wordt de verdachte toch veroordeeld, tussen de 90 en de 95%, nog afgezien van de zaken die buiten de rechtszaak zijn afgehandeld, warbij de verdachte schuld bekent en betaalt. Gezien het feit dat hij weet zeer waarschijnlijk toch veroordeeld te worden is dat vaak de makkelijkste uitweg.

Vergelijk dit met het andere rapport, hier, naar het percentage van kolonisten dat wordt berecht en bestraft na het mishandelen of zelfs vermoorden van een Palestijn: nog geen 10% van de aanklachten brengt het tot een rechtszaak. In 2005 stond de stand van het aantal Palestijnen dat in de laatste vier jaar was gedood door gerichte executies, een gelegaliseerde moordaanslag dus, op 469, waarvan zelfs Israel toegaf dat 288 van hen ‘onschuldige omstanders’ waren. Geen van de soldaten die de Palestijnen hadden gedood hoefden voor te komen. Het doden van een Palestijn, concludeert de politieke filosoof Giorgio Agamben, is kennelijk niet langer een misdaad, Palestijnen staan buiten de wet. Ze zijn geen mensen meer.

Slechts in weinig gevallen wordt er onderzoek ingesteld wanneer er Palestijnen worden gedood, ook niet als het kinderen betreft. Van de 751 Palestijnen die in 2004 door soldaten werden gedood nam tweederde niet aan gevechtshandelingen deel. Toch werden er maar 104 onderzoeken gedaan naar het onwettig neerschieten van mensen, waarvan 28 ook werkelijk voor moesten komen en uiteindelijk 18 soldaten schuldig werden bevonden. 18 op de 751 zaken van mensen die niet gedood hadden mogen worden. De soldaat die een 95jarige Palestijnse vrouw doodschoot kreeg 65 dagen cel.

De rechteloosheid waar de Palestijnen onder leven is erger geworden. Tijdens de eerste intifada werd er nog standaard onderzoek gedaan naar elke Palestijn die buiten de regels om gedood werd. Dat was in de tweede intifada dus nauwelijks meer het geval. Het gevoel rechteloos te zijn, vrijwild, waar elke soldaat ongestraft op mag schieten, zal niet weinig bijdragen aan de hopeloosheid en de radicalisering onder de Palestijnse bevolking. En dit is duidelijk: het Israelische recht staat niet onpartijdig boven de bevolking, maar maakt deel uit van het bezettingssysteem.

Dit verhaal is gebaseerd op een recensie van Neve Gordon, hier, over het boek van Lisa Hajjar, Courting Conflict. The Israeli Military Court System in the West Bank and Gaza, California 2005. Hier.

Over Neve Gordon: Neve Gordon teaches in the Department of Politics and Government at Ben-Gurion University, Israel. He has been a visiting scholar at the University of California, Berkeley, the University of Michigan, Ann Arbor and the Watson Institute at Brown University. During the first intifada, he was the director of Physicians for Human Rights – Israel.

Binnenkort komt zijn boek over de bezetting uit. Eerder schreef hij samen met Ruchama Marton een boek over martelen in Israel. We zullen nog vaker van hem horen. Zie zijn website: hier.

Een artikel van Lisa Hajjar, over de legalisering van martelen in Israel, hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *