De echte wereld en de virtuele

Te gast: Claar. Een nieuwe brief.

Bijeenkomsten, Dialoog, “Wij-Zij”, Debat, Discussie, Ontmoetingen, Integratie, Vrije Mening, Oranje Polsbandjes, Rode Polsbandjes, Zo Gaan We In Dit Land Niet Met Elkaar Om, Gemeenschapszin, Wetswijzigingen, enzovoorts. De woorden betekenen steeds minder, er zijn steeds heviger beelden nodig om ze nog van betekenis te voorzien.

Ik weet niet hoe het met jou is, Anja, maar ik leef vandaag in twee werelden. In de ene wereld reis ik met de overvolle trein, de stampvolle bus, loop door eivolle winkelstraten in Utrecht, in Brabant, ga naar mijn werk, geef les, heb vergaderingen, spreek vrienden en voel om me heen dat de mensen net als ik rustig zijn – een beetje moe misschien van alles, maar toch gewoon rustig. Ik merk om me heen, dat wildvreemde mensen gewoon beleefd doen tegen elkaar, misschien zelfs wel een beetje vriendelijker en geduldiger zijn dan anders. Voorzichtig met elkaar, tolerant, en niet uit op moeilijkheden. De buschauffeur, die ik vroeg of hij veranderingen merkt, bevestigt wat ik zie. De treinconducteur die ik vroeg of hij veranderingen merkt, bevestigt wat ik zie. De mensen zijn moe, rustig en iets fatsoenlijker dan normaal.

De andere wereld opent zich met de krant, met internet, met de tv. Het is de wereld die je aanzet na het avondeten, als je uitbuikt op de bank. Het is de wereld vol lawaai en verontrustende chaos, waar de een onbeschoft tegen de ander in schreeuwt, waar zelden iemand een ander uit laat spreken, waarin een premier die bijna door zijn benen zakt van moeheid almaar blijft hameren op normen en waarden, waar men elkaar’s nieuwste nieuws opjaagt. Nauwelijks bekomen van de ene Schok krijgen we de volgende alweer opgediend. De moord op Theo van Gogh is en was verschrikkelijk, maar om Van Gogh gaat het eigenlijk al niet meer.
In de modderstroom die deze schok weer losmaakte, worden we gebombardeerd met een lawine van niet ophoudende incidenten en uitspraken die alle met orkaankracht in de media aanzwellen tot een korte hype. Zoveel korte hevige hypes achter elkaar, dat het steeds moeilijker is, ze in de herinnering terug te halen. Ik voel me door hetgeen de media ons dagelijks opdissen, voortdurend gedwongen opnieuw mijn plaats te bepalen, stelling te nemen, bij te blijven, op te letten, niet in paniek te raken, overzicht te houden, de hoofdlijnen in de gaten te houden.
In feite weet ik mijn plaats, stelling, hoofdlijnen allang. Daar brengt geen ongrijpbare terroristendreiging verandering in. Maar ik zie om me heen steeds meer mensen de hoofdlijnen verliezen en hun stellingname simplificeren.

Het verschil tussen de twee werelden wordt steeds groter. De ene, de alledaagse wereld, waarin het ritme van de tijd de kalme maat van de dingen bepaalt. De andere, die dag en nacht doorraast en waar vooral de impact en kwantiteit, niet de kwaliteit van de informatie de maat van de dingen aangeeft en de angst vergroot.
De echte wereld en de virtuele.

In de virtuele wereld lijkt alles ogenschijnlijk normaal en logisch verklaarbaar. De hoofdtaak van de media is, objectief verslag te doen en feiten toe te lichten. De media doen verslag van wat ze zien en horen, geven achtergrondinformatie, zetten gebeurtenissen en mensen in een context, de media laten (vele!) mensen met vele meningen aan het woord, de media volgen de politiek op de voet.
Maar de politiek op haar beurt volgt de media op de voet, reageert vooral op wat men in de media ziet, zelf in de media zegt, anderen in de media hoort zeggen. De kranten schrijven daar allemaal de volgende dag weer over, laten (vele!) mensen met vele meningen aan het woord, waarna op internet iedereen zijn mening er weer over kwijt kan en dat komt dan misschien wel weer op televisie. En voor het geval iemand iets gemist mocht hebben, wordt het eindeloos herhaald en anders kun je het altijd nog op internet terugkijken, waarna je daar ook weer op kunt reageren. En misschien komt jouw reactie dan wel weer in de krant.

Het tempo en de impact van de virtuele wereld wordt steeds verder losgetrokken van de werkelijke wereld. Ik kan het niet anders zien.

De publieke omroepen, zelf gevangen in een verzuild systeem (mogelijk achterhaald, ook wij moeten ons bezinnen op onze religieuze perceptie), zijn in een hevige concurrentieslag verwikkeld. Met elkaar en met de commerciëlen. We zijn zo geobsedeerd door de inhoud van hun programma’s, dat we deze realiteit wel eens uit het oog verliezen. De discussies over de koers van ons publieke omroepbestel woekeren onderhuids al maanden voort. Medy van der Laan broedt nu op een ‘heel nieuw’ voorstel, waarmee de (ook deels verzuilde) kamer zich niet mag bemoeien. Over dualisme gesproken … De ene na de andere publieke omroep overweegt, commercieel te gaan.
Ik begrijp wel waarom de publieke omroepen onder de huidige omstandigheden zo’n enorme hoeveelheid informatie produceren (vergeet de kudde deskundigen en onderzoekers niet!) en allemaal rond het ene stukje Aas-van-de-dag zoemen. Bang om niet daar te zijn waar het gebeurt. Bang, om daarover niet een ‘eigen’ geluid te laten horen, zich te profileren. Ze moeten continu hun bestaansrecht bewijzen. En als er even niets gebeurt, zorgen ze gewoon als eerste dat er weer iets gebeurt. Liefst iets zo extreems mogelijk, omwille van de kijkcijferterreur. Zo liep een Brabantse muzelman van eigen teelt met open ogen in Knevels schijnheilige val. Maar of het in het algemeen belang is zoals de publieke media met de huidige crisis omgaan, ik waag het te betwijfelen. Zij zelf vragen zich dat onvoldoende af, daar ben ik zeker van. Zij zijn eventjes te gefixeerd op eigenbelang om zich werkelijk te bekommeren om het algemeen belang.

Waar ik me dan ook veel meer zorgen over maak, is over de politiek. Die beweegt zich namelijk ook steeds meer alleen nog maar voort in de virtuele wereld van de (verzuilde) media. Daar moet de politiek het ook van hebben – denkt men. Alleen daar bereikt men – denkt men – namelijk ‘de achterban’. De media hebben het achteroverleunend voor het uitzoeken – het ellebogengedoe van de politici om in de dagelijkse publieke en commerciële mediashows te kunnen verschijnen is stuitend. Temidden van stroopwafelspugende gasten mogen politici vervolgens proberen hun crisisbeleid uit te leggen of de ‘ruimte op rechts’ te bevechten door hun mening te geven over gebeurtenissen die plaatshadden … in een concurrerende actualiteitenrubriek.

De media zijn finaal overspannen.

Met mij, met ons, gewone passant op straat, gewone vredelievende burgers van Nederland, heeft deze paniekerende mediadiarree steeds minder te maken. Ik zie kamerleden en ministers die niet meer de tijd nemen of krijgen om domweg even na te denken. Die zich alleen maar bewust zijn van de camera’s die op ze gericht zijn. Die een spreektempo ontwikkelen waar menig hiphopper U tegen zegt. Die de polarisatie die ze zeggen te willen verkleinen voortdurend vergroten, omdat ze virtueel opgeworpen problemen virtueel bestrijden. Omdat ook zij hun bestaanrecht in en door de media willen bewijzen.
Het gevolg is dat de politici onder druk van de media proberen hun machteloosheid zo snel mogelijk, liefst nog voor het zes-uur-journaal, te camoufleren. Want de media eisen besluitvaardigheid, krachtige stellingname, bij voorkeur in one-liners want we moeten zo wel naar de reclame of een talkshow duurt maar een halfuur.
Terwijl wij naar de politici wijzen, wijzen zij in bijna elk nieuw crisisje naar de boven hen en ons gestelde wetten. De roep om bijstelling van wetsartikelen – vanouds een liefhebberij van conventionele partijen – wordt nu bijvoorbeeld ook in PvdA-kringen steeds vaker gehoord. De politici grijpen machteloos naar middelen, maar ze grijpen de verkeerde kant op. Hallo, volksvertegenwoordigers, jullie woorden en gedrag zijn zelf het middel!

De politici zijn finaal overspannen.

Maar je kunt toch de krant dichtlaten, Claar? En je tv uit? En internet gewoon laten voor wat het is? Gewoon afgaan op wat je op straat ziet en gewoon zijn zoals jij wilt zijn en de ander laten zijn zoals hij wil zijn? Ja, dat kan. En ik ga dat ook maar even doen, denk ik. Want ik heb niet de illusie dat media en politici zich vrijwillig uit deze wurgende omhelzing zullen losmaken. Ik heb echt mijn buik vol van die virtuele wereld die steeds minder overeenkomst vertoont met de wereld waarin ik me elke dag voortbeweeg. En waarin ik blijf geloven, ondanks internationale dreiging van wat dan ook. Ik weiger me bang te laten maken en ik weiger me gek te laten maken.

Toch wordt het hoog tijd dat de politici zèlf voor de verandering eens in staking gaan. Weigeren zich uit electoraal belang op te laten jagen door de media. Misschien moeten kamer en kabinet gewoon collectief even een weekje of langer met z’n allen naar Centerparcs (Even helemaal weg!). Of ga anders gewoon eens allemaal een week de straat op, ga met ons in gesprek en zie wat ik ook kan zien. Kom gewoon naar al die ontmoetingsplaatsen die wij burgers en lokale politici zelf organiseren – bij voorkeur die waar de pers niet is.
Gewoon de tijd nemen, kijken, luisteren, en dan pas met een standpunt te komen – komt u morgen maar terug, beste media, wij willen eerst wat langer kunnen nadenken en intern ons beraden. Niet over wat gisteren weer op tv gebeurde, maar over wat er werkelijk mis is en in welke mate. Want dat er structureel veel mis is, daar valt niet aan te twijfelen. Dat vinden wij op straat ook en we willen u dat graag kunnen zeggen.

Denk nou eens even na over hoe we het over vijf jaar willen hebben en draag die visie helder en consistent uit.
Hoe willen we het eigenlijk over vijf jaar hebben? Is er nog iemand in Den Haag die daar mee bezig is?

Goddank is het bijna kerstreces.

12 gedachten over “De echte wereld en de virtuele

  1. Goed idee, ‘week van de politiek op straat’ dat politici allemaal de kamer verlaten en samen de straat op gaan. Dat zou pas een mooi gebaar zijn. Van links tot rechts. Of in een grote hal dat je gewoon eens face 2 face off the record eens met zo’n politici kan praten, vindt het eigenlijk zelfs zijn/haar plicht. Zou je denk ook een heleboel agressie mee indammen. naja en weten politici niet hoe ze zich onder het volk moeten begeven, kan de SP daar vast les in geven.

  2. Deze “werelden” -de “onbeschaafde” in de media en de “meer-dan-gewoonlijk-beschaafde” in de dagelijkse werkelijkheid- zijn toch nauw met elkaar verbonden en houden elkaar zelfs in een soort beklemming. Hoe meer gedoe in de media, hoe angstvalliger men op straat lijkt te worden.
    Er is een soort schichtigheid op straat te bespeuren, ook in de gemengde wijk waarin ik woon. Zo liet ik kort geleden liet in een Turkse groentenwinkel, waar ik vaak boodschappen doe, een Turkse man voorgaan. (Hij vergiste zich en dacht dat hij “aan de beurt” was). Iets wat normaal is. Nu kreeg ik een uitdrukkelijk bedankje in de vorm van een schouderklop. Het gaf mij een schok: moeten we nu zo omzichtig met elkaar omgaan? En het Marokkaanse theehuis tegenover mijn woning is de laatste tijd opvallend rustig. Ik begin het gepraat en soms wat lawaaiigheid op straat ’s avonds laat gewoon te missen!
    Wat hoop ik dat we binnen afzienbare tijd weer “back to normal” zullen zijn! Of zal dat niet meer lukken en hebben we nog een lange weg te gaan?
    Inderdaad, Claar, de politici in Den Haag moeten écht eens de straat op en de velden in. Niet met een horde journalisten en fotografen achter zich voor het mooie verhaal en het mooie plaatje. Maar om zich eens werkelijk op de hoogte te stellen van het dagelijkse leven van de gewone mensen. Hun problemen, vrees, hoop en verlangens. Misschien dat de politiek dan eindelijk eens iets goeds voor hen kan gaan betekenen…..

  3. Heerlijk verhelderen Claar om je stuk te lezen.
    Media speelt een zware rol hier in. Als je uitgaat vanuit de media dan denk je dat het land in oorlog is. hm de heer Zalm vond dit zo en melde dit doodleuk aan het land.

    Na de reactie van sommige personen in het land, draaide de media op volle toeren. Zelfs in het buitenland kregen ze een luchtje van de situatie in NL. Een week na de moord op van Gogh was zelf het buitenland in rep en roer omtrent de aanslagen op scholen, moskeeen, kerken, personen etc etc.Het bericht en de “ellende” in NL kwam zelfs bij mijn familie in Casablanca terecht die bezorgd waren. Mijn familie belde bezorgd,Hoe gaat het met jullie in NL nu vroegen ze?

    Tja hoe het met ons gaat? Soms heb ik geen zin om de tv aan te zetten om naar het nieuws te kijken of de krant te lezen. Alleen maar om het feit dat de media het erger maakt dan het is. IK sta nog steeds in mijn leven als voor al deze dingen. Mijn omgeving is hetzelfde gebleven. Niemand is zich anders gaan gedragen. Het leven gaat door. Inderdaad de overheid begint naderhand steeds minder overeenkomst te vertonen met de wereld waarin we voortbewegen. En dat kunnen ze tegengaan door naar de burgers te komen.

    Gisteravond was ik toevallig langs geweest bij de buurtvaders in Slotervaart. We hadden tijdens een gesprek over hoe het nu eigenlijk in de wijk daar gaat. Wat blijkt nu?! het gaat zeer goed, alleen er is geen interesse meer in hun vanuit de politiek omdat het daar nu zo goed gaat met de jongeren.

    Gisteren had ik ook een stukje geschreven op de site van Anja dat ik de politiek mis bij mij in de buurt, op straat etc etc. Het moet tastbaar worden. Wat heb ik er aan als ik hoor dat ministers zeggen: hoe heeft het zo ver kunnen komen in NL? Ik wil dat ze zich meer actief inzetten naar de burgers toe. Ik hoef ze ook weer niet dagelijks tegen te komen maar ze kunnen op zijn minst toegankelijker naar de burgers worden.

    Gisteren (tjee wat heb ik veel meegemaakt op een doodgewone donderdag 😉 werd ik gebeld door een netwerkorganisatie waar ik me veel voor heb ingezet op het gebied van multiculti etc of ik maandagmiddag in de tweede kamer bij W.Bos en andere pvda’s langs wil komen voor een ontmoeting met verschillende allochtonen (weer zo’n woord)jongeren organisaties. Bedoeling is dat we in dialoog gaan.
    Ik heb getwijfeld om te gaan. dan denk je waarom twijfel je nou als je graag wil hebben dat je contact komt met de politiek. het zit zo: ik heb de prominente politieke personen oh zo vaak benaderd of ze naar een bijeenkomst van onze netwerkorganisatie willen komen. en dan krijgen we te horen dat ze niet kunnen komen ivm andere dingentjes of ze laten helemaal niks horen.
    Ik vind dat zij naar ONS moeten komen ipv wij naar hun.

    Desondanks ga ik maandag om dit persoonlijk aan hun te vertellen. Wordt vervolg..

  4. En de kiezer, Claar, is die ook overspannen?
    Als je vanavond naar de politieke barometer kijkt bij NOVA zal je waarschijnlijk zien dat Geert Wilders opnieuw stijgt in deze peiling – net als in die andere – en dat dit niet meer ten koste gaat van de VVD want daar kan al bijna niets meer af, maar o.a. van de PvdA. Is die gepeilde kiezer nu ook opgefokt door de media?
    Dat is zeer de vraag. Die kiezer heeft ‘t allang gehad met al het media-kabaal, en gezien dat dit in geen enkel opzicht bijdraagt aan de veranderingen waar het verlangen naar uitgaat. En natuurlijk al helemáál met de betekenisloze woorden en gebaren waarmee je je brief begint. Dus hoe herkenbaar en begrijpelijk ik je hartekreet ook vind, ik ben het er deze keer, bij uitzondering, toch niet erg mee eens. Begrijp me goed: wel met je constatering dat het wel eens wat kalmer, verstandiger, volwassener zou mogen. Maar niet dat hierin de grond van het grote ongenoegen zou liggen.
    Je hebt het over “de alledaagse wereld, waarin het ritme van de tijd de kalme maat van de dingen bepaalt”. Voor nogal wat Nederlanders bestaat nou juist dié wereld niet echt en voor die wetenschap hebben ze geen krant, tv of internet en zeker geen Knevel nodig. Ik mag je herinneren aan je reactie op 19 november op dit weblog, bij het onderwerp Kom niet aan mijn buren (16 november), naar aanleiding van Ruuds ‘shortlist’ van ellende in zijn Rotterdamse omgeving: “In Ruuds lijstje lees ik een verlangen, hunkeren naar een einde van zulke problemen. Dat je Rotterdam gewoon weer leuk wil en mag vinden.” De beleidsmakers, de regeerders weten dat óók allemaal, daarvoor hoeven ze niet de straat op om met ons te praten, en ze hoeven er ook niet voor in een huisje van Centerparcs. Integendeel, we moeten ze maar eens een tijdje opsluiten in hun kantoren en vergaderzalen om, onder leiding van de MP, te lezen, luisteren, praten, studeren en nadenken. Zonder krant, tv en gsm en wat mij betreft zelfs het hele kerstreces als ze er niet eerder uitkomen. Studeren en nadenken over alle adviezen bijvoorbeeld, die er wel degelijk liggen maar waarvan zelden iets doorklinkt in de beleidsvoornemens. (Het was meen ik de voorzitter van de WRR, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, die onlangs zei: alle dringende adviezen glijden langs ze af, je krijgt een hooghartig briefje dat het ontvangen is en je wordt bedankt.) Ook ‘de media’ en een aantal vakbladen kan je ‘selectief’ lezen: er zijn – bijvoorbeeld in NRC/Handelsblad – toch heel wat kritische, begrijpelijke, opbouwende stukken geschreven waarbij je vaak denkt, kunnen ze daar in Den Haag nou eigenlijk zelf niet opkomen?
    Ik denk ook aan de reacties van FORUM, instituut voor multi-culturele ontwikkeling, dat in februari een gedegen commentaar leverde op het rapport van de commissie-Blok: “Gedeeld burgerschap in het hart van integratiebeleid plaatsen”, en in dezelfde maand kwam met een “Adres aan Regering en Parlement inzake immigratie en integratie” van veertig betrokken burgers (van Aboutaleb via Dijkstal tot Zijderveld en Van der Zwan). Visie, dus niks meer van gehoord. Het heeft alleen maar in Trouw gestaan.
    Terwijl daarin toch een aanzet te vinden is voor een grondiger benadering van een probleem dat Anja hier citeerde uit de mond van Marcel van Dam (Bang, 11 november jl.):
    ”Uit een onderzoek van de GPD-bladen blijkt dat 80 procent van de respondenten hoopt dat het integratiebeleid verhardt. 40 procent hoopt zelfs dat moslims zich niet meer thuis voelen in Nederland. Bij niemand komt kennelijk de gedachte op dat het ook mogelijk is dat alle ellende juist voorkomt uit het verharden van het integratiebeleid en dat de wens van 40 procent van de bevolking al lang is vervuld: moslims voelen zich hier niet thuis. En bijna niemand laat kennelijk de gedachte toe dat naarmate het integratiebeleid harder wordt en des te minder moslims zich hier thuis zullen voelen de problemen groter zullen worden.”
    Daar zit ook het verschil met de periode vóór de Fortuyn-‘revolutie’. Uit een onderzoek van Elsevier uit 2001 bleek dat bijna iedereen gelukkig was met zichzelf, de buren, Nederland. Hondenpoep was nog het grootste probleem. Zo mag het in onze ogen – weldenkende, goedwillende personen – nog zijn als wij de straat opgaan, maar de realiteit was toen anders en nu ook. En de regering heeft daar (nog steeds) geen antwoord op. Van Doorn besloot zijn hier ook overgenomen column in Trouw met de woorden: ‘De domheid regeert.’ Ik zou zeggen: de domheid regéért niet eens.

  5. Claar, ik zie ook het verschil tussen het opgeroepen beeld van politici en media, en de rustige alledaagsheid. De boosdoener is al gauw aangewezen. Toch, die rustige groep alledaagsen heeft, lijkt me, bepaald dat het niet te moeilijk moet, en ook, dat het een beetje opwindend moet wezen. Ik ben met je eens dat we ons zorgen moeten maken over politiek en media, maar ik maak me ook zorgen over ‘de Nederlander’.

  6. Dinsdag las ik in NRC een stuk van een oud-onderwijzer uit Den Haag. Geen incident, maar zijn verslag van een loopbaan in het onderwijs, vandaag ondersteund door ingezonden brieven van collega’s. Hoewel het “nu” schrijven en publiceren wellicht is ingegeven door de recente gebeurtenissen gaat het wel over een heel werkzaam mensenleven. Na te lezen in de dinsdag-NRC, of in de abonneesectie van hun site, of (voor niet-abonnees) op:
    http://www.geenstijl.nl/paginas/NRC-20041123-01008008.pdf
    Naar mijn smaak is net doen alsof alles eigenlijk normaal is geen goede zaak. Immers, ook dit is het ‘dagelijks leven van een gewoon mens’.

  7. Weer een beetje laf om nu met je problemen uit de kast te komen. Alleen nederlanders discrimineren? Ik werd als witte in sommige Surinaamse dancings geweigerd, ik werd hatelijk uitgelachen en tegelijkertijd werd me “jullie met je kut-koningin” toegevoegd door jonge marokkanen toen nederland gelijkspeelde tegen marokko; lang geleden kloeg een gewaardeerde lesbische collega over jonge marokkanen die homo’s lastig vielen. Ik zou maar weer gaan slapen, selektief wakker worden, daar hebben we niks aan.

  8. Voor Harry: helemaal eens met jouw reactie en grondige analyse. Met mijn bijdrage bedoelde ik niets anders te zeggen, dan dat van de commotie in politiek en media op straat (gelukkig) weinig te merken is, integendeel.

    Waarmee ik geenszins bedoelde te zeggen dat er niet van alles structureel mis is en gaande is. Zie ook jouw stuk. Maar ik wilde protesteren tegen die incidentenhysterie, die grotendeels wordt beheerst door andere (electorale en media-)belangen dan die nu prioriteit (zouden) moeten hebben.

    Jij levert daarvoor een goede agenda. Nou maar hopen, dat die overgenomen wordt.

  9. “ALS ER NU verkiezingen zouden zijn..” – ja, dan zouden er nu verkiezingen zijn, die zijn er niet en dat is ongeveer het enige dat je ervan kan zeggen. Ik moet nog wel eens denken aan de oude boer Koekoek die opmerkte: “In opiniepeiling’n heb ik geen enkel vertrouw’n: mij is nooit wat gevraagd.” Vrijdag dus voorspelde ik hier dat ook de PvdA nog wel eens last kon krijgen van Wilders, en al werd dit niet overduidelijk in de politieke barometer van NOVA, die avond, zaterdag sprak Wouter Bos in De Volkskrant zijn bezorgdheid hierover toch uit.
    Zoals te verwachten viel stonden de zaterdagkranten opnieuw vol met beschouwingen en commentaren over De Toestand en daar was het verlossende woord nog niet bij, of ik moet het over ’t hoofd hebben gezien. Mooi was wel de vlijmscherpe uithaal van Francisco van Jole (Media) naar Knevel – “tv-farizeeër” – en Abdoel-Jabbar van de Ven, Theo van Gogh, de Geus Lumey (van de Martelaren van Gorkum) en dood(s)wensen in het algemeen. Maar wat mij vooral trof was een opmerking van de filosofe Marjolijn Februari in haar column, toevallig op dezelfde Volkskrantpagina als dat interview met Bos. Omdat velen misschien juist dit weer overgeslagen hebben citeer ik het maar even:
    “Volgens mijn vaste overtuiging is het armoedeprobleem een van de belangrijkste onderwerpen van de ethiek. Maar daarover herinner ik me van de laatste jaren geen opgewonden discussies. Morele discussies gaan vooral over zeden, over seksualiteit en over religie – en religie is in die discussies niets anders dan een moreel systeem dat eveneens draait om zeden en om seksualiteit. En ik vermoed dat al die discussies precies daarover gaan, omdat het hameren op dat onderwerp de sprekers zelf helemaal niets kost. Zodra we gaan nadenken over armoede zou dat namelijk wel eens praktische offers van ons allemaal kunnen vragen.”
    Zij verwijst naar Noreena Hertz die in haar Van der Leeuwlezing de Nederlandse burger opriep om bij de regering ‘een zinvolle aanpak van de schuldencrisis en het hulpvraagstuk’, mondiaal, te bepleiten. Wat die burger wel eens veel geld kan gaan kosten. Solidariteit zonder vrijblijvendheid, die je wat dichter bij huis ook op de migratie- en integratiepolitiek van toepassing zou kunnen brengen.
    Boven het stuk van Februari stond trouwens de kop: “De borsten van Georgina Verbaan waren zodanig in omvang toegenomen dat de vrije pers niet langer kon zwijgen”. Hè?
    Haar betoog ging over het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken, dat heden ten dage nogal aan onscherpte onderhevig is. Doe dus als Verbaan, zegt Februari: “Wordt je aangesproken op een onzinnige kwestie, niet blijven zeuren maar meteen het initiatief overnemen, jezelf bloot geven, jezelf helemaal laten doorlichten en het gesprek nuchter terugverwijzen naar belangrijker zaken. (..) Dat siert haar.”

  10. aanvulling: de strekking van Februari’s betoog was de vraag waarom allerlei op het oog futiele zaken opeens het gesprek en ‘de media’ zo gaan beheersen, en aan het citaat dat ik gaf ging een belangrijk zinnetje vooraf, dat ik vergat mee te citeren:
    “Dat kon wel eens het doel zijn van alle maatschappelijke opwinding: het maskeren van de wezenlijker vragen – omdat we daarin als samenleving gezamenlijk geen zin hebben.” H.K.

  11. Oef oef oef, ben ik even een partij MEDIAMOE… Ik kan me de moord op van Gogh, nauwelijks 3 of 4 weken geleden, amper herinneren. Het feit dat ik al niet eens meer weet of het er 3 of 4 waren, zegt eigenlijk al voldoende…
    Alles en iedereen wordt gehyped alsof het een lieve lust is. Waar is het gemoedelijke Nederland waar ik ben opgegroeid gebleven?

  12. Dat stukje van Februari, Harry, ging dus over twee Harry’s! Geen wonder dat je oog erop viel …

    Sorry, flauw, moest even … 🙂

    Nee, alle gekheid op een stokje, dat gevoel dat we in commissie om de hete brij heendraaien en belangrijke zaken gemakshalve over het hoofd zien, omdat we focussen op de waan van de dag, dat gevoel heb ik ook steeds sterker. Je kon best gelijk hebben met je tweede aanvulling hierboven.

    Buiten dat zitten we op een heel sterk kantelmoment, hier en internationaal. Ik ben echt hartstikke blij met alle mooie initiatieven en als we dat met polsbandjes uit moeten dragen, dan in vrede maar met polsbandjes (hoewel ik het initiatief van De Bie op Bieslog een nog beter idee vind), maar dat alles neemt mijn groeiende gevoel van ongerustheid niet weg. Ik zou echt tegen al die toonaangevende politici willen roepen: ga nou alsjeblieft eerst eens ergens rustig nadenken over de situatie, voor je zomaar reageert! Zo hard regeren jullie op het ogenblik toch niet …
    Maar de ellende is, dat de grote partijen alleen maar nog harder nog wildere dingen gaan roepen. En ook nog eens extra aandacht trekken met de jaarlijkse congressen.

    Zo kom je/komen ze aan de werkelijke vragen niet eens toe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *