Overlopers

Kortgeleden plaatste ik hier een artikel van Anne Ruth Wertheim over het toegenomen racisme. Daar kwamen nogal wat reacties op. Onder andere van Claar, die zich afvroeg of de werkelijke scheidslijn wel ligt tussen autochtoon en allochtoon, of zich ook niet spanningen aftekenen binnen de groepen zelf. Dat zette mij weer aan het denken. Op mijn reactie reageert Anne-Ruth weer.

Bij de reacties schrijft Anja:
”Het lijkt er soms zelfs op alsof je als niet-moslim die bondgenoot wil zijn van moslims meer agressie krijgt, in ieder geval persoonlijk gerichte agressie, dan de moslims zelf. Dat doet me erg denken aan Zuid Afrika van de apartheid, waarbij blanke anti-apartheidsstrijders soms meer vervolgd werden dan zwarten. Alsof het vrijwillig ‘overlopen’ naar de vijandige groep erger is dan het vanzelf deel uit maken van die groep. Voor dat verschijnsel hebben we eigenlijk in het verhaal over racisme nog geen termen. Voor zover ik weet. Ik zal dat Anne-Ruth Wertheim eens vragen.”

Anne-Ruth Wertheim antwoordt:
Ik weet niet of daar termen voor bestaan, ben ze in elk geval nooit tegen gekomen. Wel het verschijnsel zelf natuurlijk. En ik denk dat Anja’s verklaring helemaal klopt: degenen die er belang bij hebben het vijandbeeld in stand te houden, voelen het als een verzwakking van hun positie en dus als verraad als sommigen weigeren daaraan mee te doen. In het koloniale Indonesië had je dat wanneer sommige Nederlanders te veel op voet van gelijkheid omgingen met hun Indonesische bedienden of met de koelies op de plantages (de Indonesiërs werden toen “inlanders” genoemd, een benaming die ze vreselijk vonden). Door de blanke gemeenschap werden zulke mensen dan uitgestoten en mochten verder in de kampong gaan leven. Dat is mooi beschreven in allerlei boeken over het oude Indië!
Zelf heb ik, toen ik na de oorlog terug was in Nederland, op de middelbare school iets dergelijks meegemaakt. Dat was dus in de tijd van de koloniale oorlogen van de Nederlanders tegen de Indonesische vrijheidsstrijders (met een verhullende term ”Politionele Acties” genoemd). Kinderen in mijn klas fluisterden dat mijn vader – die vanaf het begin vond dat wij de Indonesiërs hun eigen land moesten gunnen en daar ook heel fel actie voor had gevoerd – ”een landverrader” was. Hij vond om te beginnen natuurlijk dat oorlog voeren alleen maar doden, verdriet en ellende oplevert – we hadden er immers zelf net één achter de rug. En dan zou het ook nog eens een oorlog worden van een goed bewapend Nederlands leger tegen vrijheidsstrijders met voornamelijk bamboestokken. Maar hij zag ook in hoe belangrijk het was dat er in Nederland veel wetenschappelijke en andere diepgaande kennis over Indonesië lag opgehoopt. En hij vond dat er tijdens het koloniale bewind naast vreselijke dingen, ook goede dingen waren gebeurd. Door de Indonesiërs gewoon hun vrijheid terug te geven, zouden we een veel grotere kans maken om op voet van gelijkheid een wederzijds vruchtbare relatie op te bouwen. Maar de oorlogszuchtigen zetten hun zin door en vrijwel iedereen moest later toegeven dat die Politionele Acties het stomste was geweest wat Nederland had kunnen doen. En uiteindelijk zijn het vooral de Amerikanen en de Engelsen geweest die onze plaats hebben kunnen innemen in Indonesië.

16 gedachten over “Overlopers

  1. Dit herken ik. Mijn vriendin Marijke groeide op in Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime. Zij vertelde me eens hoe haar vader op zijn kop kreeg van de buren omdat hij zijn personeel loon uitbetaalde waarvan het normaal kon leven. Zo verziekte hij namelijk de markt…

    Terzijde: Sinds een paar jaar is Marijke terug in Afrika, dit keer in Guinee. Zij runt samen met haar Guinese echtgenoot Mamadou een kleuterschool, waar ook een speciaal project voor straatkinderen loopt. Zie http://www.hetalfabet.nl

  2. Anja: “Voor dat verschijnsel hebben we eigenlijk in het verhaal over racisme nog geen termen”

    Prof. Van Arkel besteedde er in zijn proefschrift over antisemitisme in Oostenrijk, en later, wel aandacht aan, hoe belangrijk het intimideren van zulke tegenstanders voor antisemieten (en andere racisten) is om “succes” te hebben.

    Racisten hebben er wel termen voor: in Zuid-Afrika werden/worden niet-racistische blanken uitgescholden voor “kafferboetie”; nu op Stormfront voor “race traitor”. Antisemieten schelden uit voor “Jodenknecht”, dan heb je nog zogeheten “Turkenhoeren” enz.

  3. Zelf ben ik ook meerdere malen door bepaalde figuren als “verrader” bestempeld, omdat ik het opnam voor moslims in de tegen hen gevoerde hetze. Daarnaast zijn ook wel “vriendelijker” termen gebruikt, zoals “struisvogel”. En denk eens aan het Amerikaanse scheldwoord “niggerlover”. Dit soort irrationele, emotionele uitingen zie ik als teken van zowel angst als onwetendheid.

  4. Ik moet er haast om lachen, als ik behalve voor fascist ook nog uitgemaakt wordt voor ‘moslimliefhebster’, en dan denken dat ik reuze beledigd ben. Behalve dat het lachen je vergaat wanneer je beseft wat die mensen denken. Ik hou het er nu op dat ik een knuffelautochtoon ben en zie dat als een geuzennaam.

  5. Als anderen mij zouden bestempelen als een race traitor, oftewel een rasverrader, dan heb ik alvast een kort maar krachtig antwoord bedacht.
    Dan zeg ik gewoon opgewekt: Nee hoor, ik ben een rasoptimist!

    Is dat wat?
    🙂

  6. Anja schrijft;

    Alsof het vrijwillig ‘overlopen’ naar de vijandige groep erger is dan het vanzelf deel uit maken van die groep. Voor dat verschijnsel hebben we eigenlijk in het verhaal over racisme nog geen termen. Voor zover ik weet. ( einde citaat ).

    Beste Anja, dat heet dan bounty, weet je dat dan niet? Wit van binnen en zwart van buiten.

    Verder gaat het van excuus-truus naar Albi-Ali ( Troetelturk ) en
    nu knuffelallochtoon. De eerste is gewoon Truus van de boekhouding die de schuld krijgt wanneer een boze klant belt,
    de tweede de arabier Ali geheten die het excuus/Ali verschaft zo
    van ja meneer we moeten nu eenmaal buitenlanders aannemen.

  7. Hetzelfde principe werkt natuurlijk ook aan ‘de kant van de moslims’; zelfkritiek zal nu door veel moslims worden gezien als verraad, zodat juist in dit soort tijden de kans op zelfontplooiing en emancipatie kleiner wordt.

  8. Paul, dank je. Ja, dat zijn de nieuwe termen aan de kant van de ‘buitenstaanders’. Ik zocht naar de termen aan de kant van de ‘gevestigden’.
    Ik weet dat dat ook erg aan de hand is onder de Nederlandse joden. De mensen van Een Ander Joods Geluid, die zich nou juist hebben opgericht omdat ze zich er aan ergerden dat bij de debatten over Israël altijd het kritiekloze pro-Israël Cidi werd uitgenodigd, terwijl er toch echt ook joden zijn die behoorlijk kritisch zijn over Israël, krijgen ook van alles naar hun hoofd. Zo maakt Leon de Winter, extreem pro-Israël en anti-Arabieren Hajo Meijer, die nota bene Auschwitz heeft overleefd, uit voor ‘hofjood’, ‘zieke jood’ en nog zo het een en ander. Hij suggereert dat Meijer alleen maar kritisch is over Israël om bij de ‘goyim'(niet-joden) in het gevlei te komen. Een uiting van hetzelfde verschijnsel.
    Wouter: daar heb je een punt. Ik weet dat er veel zelfkritiek is ook in Nederlandse moslimkringen. Maar je weet ook dat als je daarmee naar buiten komt het ogenblikkelijk gebruikt zal worden door de autochtone rechterkant, de anti-moslims in de trant van: zie je wel,ze zeggen het zelf. Ik begrijp ook heel goed de angst van Nederlandse moslims als iemand met harde kritiek op de eigen groep naar buiten komt: dat gaat tegen ons gebruikt worden. Dat maakt een open gesprek natuurlijk niet makkelijker. Ik begrijp daarom heel goed waarom er nu vooral behoefte is aan gesprek in eigen kring, zonder buitenstaanders. Dat verschijnsel heeft overigens elke sociale emancipatiegroep ook meegemaakt.

  9. Hier, nog een voorbeeld van het taalgebruik, speciaal voor autochtone ‘overlopers’. Van de Opzij website, waar behoorlijk gescholden wordt op moslims. Moslimvrouwen die een hoofddoek dragen zijn erg, want achterlijk en ondrdrukt. Maar autochtone vrouwen die vrijwillig tot de islam zijn overgegaan, en dus ook vrijwillig een hoofddoek dragen zijn nog erger. Een reactie op zo’n vrouw: ‘Jij bent een vrouw die Nederland en de Nederlandse cultuur verraden heeft, jij bent een collaborateur van hen die daar tégen zijn, jij schoffeert en beledigt ons – en bij God dat zal ik je nooit vergeven en met mij miljoenen andere Nederlanders’.

  10. “Witte Neger”, “Moslimvriendje”, “Nep-autochtoon”/”Nep-Hollander” om maar eens een paar termen te noemen.
    Zelf heb ik het geluk gehad dat de Islam-haters hun pijlen nog niet op mij hebben gericht, maar ik ben niet bang dat die ooit gaan komen.

    Een goed voorbeeld van zo’n overloper is die man die door Kevin Kline gespeeld wordt in de film Cry Freedom. Ik ben de naam kwijt van de journalist die hij speelt, maar goed…
    Hij speelt een blanke journalist die door zijn contacten met Steve Biko (één van mijn grote helden)ziet wat het apartheidsregime aandoet aan zwarte mensen, en langzaam maar zeker Biko steunt in het verzet. Er zijn hem schandalige dingen aangedaan, getuige de film…

  11. Nou, Jan. Als je maar lang genoeg op dit website rondhangt komt het vanzelf. Ik las al ergens dat Claar ‘de rechterhand van Meulenbelt, die haar respectfilter bedient’ werd genoemd en dat was niet vriendelijk bedoeld. Nog afgezien van het feit dat ik Claar nog nooit heb ontmoet en zelf de commentaren verwerk.

    (sorry, deze posting stond even op de naam van Trees, omdat ik namens haar een bericht doorstuurde, maar ik ben het, Anja)

  12. Ik ben als (blanke) Zuid-Afrikaanse dienstweigeraar naar nederland gekomen. Inderdaad was ik voor veel blanke Zuid-Afrikanen een “verrader” of zelfs een “overloper”. Hoewel veel blanken ook begrip voor dienstweigeraars hadden, waren ze in de apartsheidsdagen te bang om dat openlijk te zeggen. Openlijk tegen de apartheid zijn betekende voor blanken veel maatschappelijke problemen. In die dagen was ook iedereen bang voor de BOSS (Bureau of State Security).

    Het is waar dat blanke activisten voor minder werden opgepakt, maar zelfs daar heersde de apartheid. Blanken werden in het algemeen minder gemarteld en hadden goede kansen hun gevangenschap te overleven. Hoe beestachtig de Zuid-Afrikaanse politie met zwarte politieke gevangenen omging is beschreven in Antje Krog’s “Country of my skull”.

    Ik vind het moeilijk om de racisme van de voormalige koloniën te vergelijken met de opkomende racisme in Nederland. Ik zie (en daar wordt ik erg bang van) meer overeenkomsten met de anti-semitisme in Duitsland van voor de oorlog.

    In voormalige koloniën is racisme voor een deel ontstaan door een heersende klas die uitsluitend blank was. Racisme was eerst (in de ogen van de kolonisten) vanzelfsprekend en werd later geinstitutionaliseerd. Er was ook sprake van een kleine blanke minderheid die haar belangen beschermde tegen een grote meerderheid van inboorlingen. In Zuid-Afrika was de algemene opvatting onder de blanken: als wij ook maar een beetje aan de zwarten toegeven, zullen ze ons vermoorden, verkrachten en “ons de zee injagen”.

    In Duitsland in de jaren dertig en Nederland nu, lijkt het meer alsof een bepaald groep als “vijand” gekozen is uit politieke motieven. De verschillen tussen de “eigen bevolking” en die groep worden overdreven. Omdat de groep (joden toen en moslims nu) geen echte bedreiging vormen worden allerlei samenzweringstheoriën geopperd. (Zo wordt nu in Nederland in iedere moslim een geheime handlanger van Bin Laden vermoedt.)

    Een ander verschil met coloniale racisme is dat dit soort racisme opeens veel erger wordt. Het kan zijn dat er lang sprake is geweest van een soort slapende racisme, maar opeens wordt racisme een politiek instrument, wordt breed uitgemeten en neemt groteske vormen aan. Het lijkt bijna alsof een grotendeels fictief beeld van “de anderen” wordt gebruikt om de eigen identiteit te bevestigen. Misschien duidt dit op een maatschappij in crisis.

    Eigenlijk is het verwonderlijk dat niet meer onderzoek geweest is naar de psychologische en maatschappelijke oorzaken van het racisme.

    Waar ik mij heel erg zorgen over maak, is dat onder de huidige omstandigheden alleen maar een kleine incident tot massahysterie en een uitbarsting van geweld zou kunnen leiden.

  13. Charles Hugo schrijft: Het kan zijn dat er lang sprake is geweest van een soort slapende racisme, maar opeens wordt racisme een politiek instrument, wordt breed uitgemeten en neemt groteske vormen aan.

    Charles, ik kan me voorstellen dat jij met jouw ervaringen en achtergrond extra alert bent op tekenen van racisme.
    Je opmerking over racisme als politiek instrument intrigeert me. Wil je daar wat meer over vertellen, over hoe je dat ziet? Een actief politiek instrument in handen van politici of in handen van ‘de mensen’ die daarmee de politiek een bepaalde richting in willen dwingen?

  14. […]
    groep (joden toen en moslims nu) geen echte bedreiging vormen worden allerlei samenzweringstheoriën geopperd. (Zo wordt nu in Nederland in iedere moslim een geheime handlanger van Bin Laden vermoedt.)
    […]
    Oud nieuws. Dat was de 5de colonne van PF. Overdrijven is ook een vak zeg. Groep Wilders, 5 zetels volgens de prognostiek. Ik wil de problemen niet bagatelliseren maar zie ik als Nederlander in iedere moslim een Al-Qaida rekruut? Kom op hé.

  15. Sinds korte tijd ben ik actief op marokko.nl. Daar werd het stuk van Wertheim geplaatst, gekopieerd van Anja’s site. Ik schreef een reactie.

    Even kort het artikel van Wertheim vlgns. hiek (een eigenwijs de-luxe)

    De term racisme is niet zo handig gekozen. Hoe logisch ook, als je referentie Nederlands-Indië is – de vooroordelen en het zich verheven voelen en de verantwoording hiervoor betroffen wel degelijk ras – nu hier in Nederland in de postholocaust periode lijkt het toch vooral verstandig om vooral iedere associatie met vernietigingskampen te vermijden. Dit omdat het, zoals al eerder opgemerkt, tot stemmingmakerij leidt, die vervolgens in een patstelling uitloopt. Het situatie verdient betere aandacht.

    De vooroordelen, de platheid van de witte Nederlander, ik ben het allemaal vaak genoeg tegengekomen. ‘Luie zwarte’ ‘rot terug naar je eigen land’ ‘geile neger’ ‘5de kolonne’ ‘geitenneuker’ ‘tasjesdief’ verzin de rest er zelf maar bij. Denk niet dat ik me niet bewust ben dit type gevoelens bij andere dan de caucasians (zoals ze het in Amerika aanduiden), maar dat is nu even niet aan de orde.

    Typerend voor onze ontwikkeling is dat de platte laatdunkende aanduiding bon ton geworden is. Bewust van hoe makkelijk de platte onderbuik naar een wat contraproductieve grondhouding kan leiden zag ik PF met lede ogen wat mij betreft misbruik maken van de politieke onvrede in Nederland en het momentum van 9/11. Hij wist het en wees de weg; de dader was boven tafel ‘de Islam’ en zijn kornuiten, de zichzelf blind verwennende sociaal-liberalen, achterlijk in hun cultuurrelativisme en hun links-kerkelijke politiek correcte mantra’s. Zij moesten luid en duidelijk aan de kaak gesteld worden.

    Een nieuw politiek klimaat, helder, uitgesproken, polariserend. Nieuwe hoop voor sommigen, voor anderen een bedreiging. De media smulde, zich nog niet te bewust van een het gevaar van de oversimplificering. Angst, luiheid, grote bekken, grappenmakers, roekelozen, griezels, lafaards en moord, allemaal lijkt het deel uit te maken van wat er zich vervolgens af speelde.

    En daar zitten we dan, gevangen in een verkeerd ‘wij’ en ‘zij’. Bent u bang voor mij, voor mijn geloof, of mijn gebrek aan geloof, mijn fanatisme, mijn hysterie, mijn domheid, mijn gebrek aan vertrouwen?

    Een ding lijkt duidelijk, we generaliseren. Nu kan generaliseren naar een groep handig zijn bij sociologisch onderzoek. Aan de borreltafel, is het beter te individualiseren, dit om iemand ten onrechte te devalueren of op te waarderen naar een vermeende eigenschap over de groep waartoe hij zou behoren. Hier ligt mijns inziens een oplossing voor ons aan de multiculturele borrel/theetafel.

    Maar daarmee zijn we er zeker nog lang niet. Ik kom vaak een soort teleurgesteld pessimisme over het zogenaamd multicultureel failliet tegen. Het bewijs hiervan zou in de oude wijken van de grote steden liggen. Allemaal helemaal mieters, maar, multiculturaliteit is een feit nu en in het verleden. Niet wil ik hiermee de feiten als norm maken, ik wil maar aangeven dat het gesprek mijns inziens nu ligt in de vraag assimileren of integreren. Ik ontken dat de teleurstelling over de multi-culti shit moet leiden tot de Franse assimilatie oplossing. De vraag wordt door mij beantwoord met integreren. Dat wil zeggen iedere burger dezelfde kansen op volledige deelname aan onze sociale maatschappelijkheid met behoud van culturele identiteit. Daar ligt het belang. De openbare ruimte mag en zal pluriform gevuld zijn. Daarin zie ik geen probleem. Als ons land zich tolerant en relaxed zich blijft openstellen voor andere culturen zal dit eerder problemen oplossen dan vergroten. Ik zou er wel voor willen pleiten dat we niet langs elkaar, maar met elkaar moeten leven. Op de sportvereniging bijvoorbeeld.

    Een criticus van onze multiculturaliteit heeft een stuk geschreven “Leve de monoculturele rechtsstaat”. In zijn stijl haalt hij nogal wild uit naar de bouwers van onze multiculturele samenleving. Ik zal zeker niet zijn angst voor bijvoorbeeld dubbele paspoort en loyaliteit overnemen. In zijn pleidooi stelt hij echter ook dat een multiculturele samenleving om een neutrale rechtsstaat vraagt. Ik ben dat met hem eens. Ik gebruik hiervoor een voorbeeld. Stel je Gretta Duisenberg voor die, puur symbolisch, een ruit bij de Israëlische ambassade ingooit en dat zij zich moet verantwoorden voor een rechter met een keppeltje. Dit zal toch te veel vraagtekens plaatsen bij de onpartijdigheid van de rechtspraak.

    De situatie is benard en is er de laatste tijd niet beter op geworden. Groepen zijn tegenover elkaar komen te staan en het wantrouwen lijkt te groeien. Angst voor discriminatie ligt op de loer, en, hoe lastig discriminatie ook is aan te tonen, het lijkt reëel om aan te nemen dat discriminatie inderdaad toeneemt. Hoe het ook zij, uitbuiting en concurrentievervalsing verantwoorden op basis van een laatdunkend vooroordeel en ten behoeve van a good night sleep for the unjust bestaat, maar we moeten er wel zeker van af. Sommige feiten moeten geen norm worden.

    Ik las het eens door en dacht “what the heck plaatsen die hap. Kijken wat ik vang.”

    De volgende dag had ik beet: Rebel_1963 schreef n.a.v. mijn laatste alinea:

    “Hoe kunnen we hiervan af, wat zouden wij, als maatschappij aan hieraan kunnen doen?”

    Daar zat ik dan. Een beetje gemakzuchtig opende ik:

    “Zoals de taxichauffeur opmerkt als hem verweten wordt dat hij een nogal vaag antwoord geeft op een lastige vraag “hee, what do you expect, i’m no Bertrand Russell” Get up stand up stand up for you’re rights. Ik zal er proberen weer eens over na te denken. Is er niet weer een protestgeneratie nodig?”

    Ze antwoordde:

    “Wat mij betreft wel. Wat denk jij?”

    Daar zat ik weer. Vastbesloten om me dit keer van mijn allerbeste kant te laten zien haalde ik alles uit de kast:

    “Hangt ervan af welke. Doelen definiëren: Gelijkheid, tolerantie, antioverconsumptie, kritische bescherming verzorgingsstaat. Straatcultuur beter leren begrijpen. Realistisch, uit de buurt van gangsta VS kopie en valse heroïek blijven. Droog als een door een onbarmhartige zon verzengd houten havenkantoortje op een kale havendam. With a heart. Welke doelen zie jij?

    P.S. ‘We’ moeten onze somberheid verlaten. Economic boost, en we lopen zo weer de polonaise. Simpel eigenlijk. Nu de invulling. We sluiten af met een gebed:

    ‘O, ALLAH! de zielloze aarde zendt Gij na een tijd van droogte en verschroeiing toch eindelijk lafenis: Uw bevruchtende regen.
    Maar o, Allah, wanneer zult Gij mij rijkdom zenden, mij die van armoede en ontbering ben verschrompeld!
    O, Allah! als Gij U eindelijk ontfermt, zend mij dan ook een Uwer liefelijkste dochteren om de genade die Gij gaaft met mij te delen. Samen zullen wij Uw naam loven, iedere morgen voor de maaltijd, iedere avond voor de omhelzing, Allah: hoe kan ik mij anders Uw verknochte dienaar tonen?
    Ging ik nu ter pelgrimtocht, ik verliet slechts een ellendig bestaan. Waar was de deugd? Zend mij rijkdom, en Gij zult zien dat ik mij opmaak en de lendenen omgord.
    Zend mij Uw engel; ik zal mij losmaken uit haar heerlijke omhelzing, haar koele armen om de felle hitte van de verre woestijnen, zo schaars door U van oasen voorzien, het hoofd en de voetzool bieden, en aldus onweerlegbaar U te bewijzen dat ik de wereldse weelden verzaak, dorstend naar het kussen van Uw Heilige Steen.’

    Vanaf dan is het even stil. De vraag Rebel_1963 blijft staan:

    “Hoe kunnen we hiervan af, wat zouden wij, als maatschappij aan hieraan kunnen doen?”

Reacties zijn gesloten.