Emanciperende moslimtheologie

Ik schreef de volgende boekbespreking voor Roodkoper, binnenkort wordt dat onderdeel van een nieuwe website, www.huuboosterhuis.nl. Het verhaal is voor de verstokte weblogbezoekers niet helemaal nieuw. Wel wijs ik graag op het boek van Abdulwahid van Bommel (e.a.) Islam en de rechten van vrouwen.

Emanciperende moslimtheologie

Hoe vaak ik die vraag niet gesteld krijg, verbaasd of beschuldigend: hoe kun jij als feministe die moslims het hand boven het hoofd houden? Het lijkt alsof dit al vast staat: de islam is per definitie vrouwvijandig. Het is een vast onderdeel van het antimoslim paradigma: moslims zijn ondemocratisch, intolerant ten aanzien van ongelovigen, joden en homo’s, en onderdrukken vrouwen. Hun cultuur verdraagt zich niet met de onze.

In de afgelopen twee jaar ben ik actief op zoek gegaan naar de islam in Nederland. Ik was bij een bijeenkomst van Ettaouhid in Rotterdam: een discussie over vrouwen en islam, vooraf gegaan door recitatie uit de koran. Ik was bij een bijeenkomst van Spior, over het islamitische huwelijk. Bij een moslimmeidenbeurs, op bezoek bij Al Nisa, bij iftarmaaltijden, in Naarden met Marokkaanse moeders en dochters, ik keek samen met moslimvrouwen naar de Gesluierde Monologen, was bij bijeenkomsten over partnergeweld, eerwraak, meisjesbesnijdenis. Bij een conferentie over importpartners georganiseerd door een paar moskeekoepels. Ik interviewde met Ceylan Pektas-Weber, moslima, veertien moslimvrouwen intensief over hun relatie met geloof, migratie en emancipatie. Ik luisterde naar Tariq Ramadan, naar Amina Wadud. Ik ben die duistere, intolerante islam hier in Nederland niet tegen gekomen. Ongetwijfeld bestaat die ook, en heb ik daar niet mee kennisgemaakt omdat die geen bijeenkomsten organiseren waar ik welkom ben. Maar dit durf ik wel te stellen: dat is een kleine minderheid waar ook het gehele scala aan moslims die ik heb leren kennen veel moeite mee hebben. Er is maar een God en maar een islam, zeggen moslims, maar er zijn vele moslims zoals er ook vele christenen zijn.

De belangrijkste ontdekking die ik deed is dat er een intensief emancipatieproces gaande is onder moslimvrouwen. De derde golf vrouwenbeweging, die af en toe wordt uitgeroepen, is al breeduit aan de gang, al uit zich dat niet in spandoeken op de Dam en slogans als ‘meer zon en minder mannen’. Dat emancipatieproces is niet simpel. Door de interviews met eerste en tweede generatie Turkse en Marokkaanse vrouwen is mij duidelijk geworden dat we ons niet blind moeten staren op het geloof, en niet mogen vergeten dat we het meestal hebben over migranten. Voor hen is emancipatie een dubbel proces, als vrouw en als migrant: inburgeren, de taal leren, de weg leren kennen, opleidingen, zeker voor de jongeren, werk vinden. Dit is al de eerste conclusie: de tweede generatie, en met name de meiden, hebben in grote meerderheid al een gigantische stap voorwaarts gemaakt, en lijken wat opleidingsniveau en opvattingen al meer op hun autochtone leeftijdsgenoten dan op hun ouders. Maar hebben tegelijk in grote meerderheid hun geloof niet afgelegd. Soms het tegendeel: ik ken veel jonge moslimmeiden die zich opnieuw in hun religie zijn gaan verdiepen, die serieuzer zijn in het praktiseren van hun geloof dan hun ouders. Wat ze daarvoor hebben moeten doen: ontwarren wat de islam werkelijk is, en die ontdoen van de tradities, gewoontes en locale cultuur die hun ouders uit het land van herkomst meenamen. Ze doen interessante ontdekkingen: dat gedwongen huwelijken tegen de islam zijn. Dat de koran ze in feite als vrouw rechten geeft die ondergesneeuwd zijn onder patriarchale gewoontes – dat wisten hun moeders niet, die vaak niet konden lezen en schrijven, en de plaatselijke imams in alles geloofden. Ze komen zelfs tot de ontdekking dat de koran het op geen enkele plek heeft over gehoorzaamheid aan mannen als een vrouwelijke deugd. Jawel, gehoorzaamheid aan God, dat is wat anders. En dat Allah en zijn profeet Mohammed bondgenoten zijn in hun strijd tegen geweld binnenshuis. Ja, dat kan dus heel goed, zeggen de vrouwen zelf, geemancipeerd zijn en praktiserend moslima. En ik geloof ze want ik kan het zien.

Dat is verwarrend voor autochtone Nederlanders die doodgegooid worden met oordelen over de islam als onderdrukkend en intolerant. Het is extra verwarrend omdat in Nederland de grote emancipatiebewegingen, van arbeiders, vrouwen en homo’s gelijk opgelopen zijn met een vergaande ontkerkelijking en ontzuiling. In het seculiere Nederland heeft de gedachte postgevat dat religie per definitie conservatief is, en secularisme per definitie progressief. En nu komen de moslima’s vertellen dat dat helemaal niet hoeft.

Kortgeleden verscheen bij FORUM een driedelig boek Islam en de rechten van vrouwen, waarvan Abdulwahid van Bommel de belangrijkste auteur is. Van Bommel is een geboren Nederlander die in Turkije de imamopleiding heeft gevolgd. Hij is getrouwd met Farida Pattisahusiwa, een Molukse vredesactiviste. Van Bommel in een belangrijke bondgenoot voor vrouwen die, zoals Rekha Ramsaran dat in de inleiding zegt, een leven wensen te leiden volgens de regels van de islam en hun gedrag daarop af willen stemmen, maar tegelijk ook willen emanciperen en volwaardig deel uit willen maken van de Nederlandse samenleving. Het boek helpt moslimvrouwen antwoorden te vinden bij vele vragen, praktische vragen, ethische vragen. Het wil vrouwen stimuleren die antwoorden zelf te vinden, door terug te gaan naar de bronnen, de methoden te vinden om die te lezen met de ogen van nu. Daar worden ze door de koran zelf in aangemoedigd, waar op vele plaatsen met name ook vrouwen worden aangesproken: denk na! Gebruik je verstand!

Van Bommel wil de praktijk van de huidige islam ontdoen van de dikke deken van xenofobe opvattingen van fundamentalisten, van de middeleeuwse jurisprudentie, van patriarchale en vrouwvijandige interpretaties. ‘Het is noodzakelijk om tot een tegencultuur te inspireren die de ontstane negatieve stereotyperingen van moslimvrouwen nuanceert’, schrijf hij, en het gaat om het op gang brengen van een tegenbetoog dat van doorslaggevend belang is omdat het evenwicht tussen moslims en niet-moslims in de Nederlandse samenleving zoekraakt. Daarmee is het boek niet alleen interessant voor moslimvrouwen zelf, die aan het werk zijn om religie en traditionele cultuur van elkaar te scheiden. Het toont ook niet-moslims hoe een emanciperende en bevrijdende islam er uit kan zien, niet door het heilige boek te herschrijven zoals sommige mensen suggereren, maar juist door trouw te zijn aan de oorspronkelijke uitgangspunten van de islam.

De koran predikte gelijkheid en gelijkwaardigheid van man en vrouw in een context van een voorislamitische samenleving die vrouwen verachtte. Daarmee richtte de islam zich op een toekomst waarin vrouwen hun rechten zouden krijgen, als onderdeel van de samenleving en als individu. Op het moment van de openbaring en gedurende de periode van het profeetschap van Mohammed was er sprake van een belangrijke vooruitgang in de nog steeds veelbesproken ´positie van de vrouw´. De koran verklaarde mensen die infanticide praktiseerden wanneer er een meisje werd geboren, rechteloos, stelde het recht voor vrouwen op een huwelijkscontract in, en gaf hen erfrecht, eigendomsrecht en stelde maatschappelijke en juridische bescherming voor weduwen en wezen in. De koran beperkte polygynie van een ongelimiteerd aantal tot vier vrouwen, en dat nog onder zware condities, gaf vrouwen een beperkt recht op initiatief bij echtscheiding en gelijkheid in de verantwoordelijkheid voor onderhoud van het gezin en kinderen. Dit waren de eerste stappen op het pad naar algehele gelijkheid. De grote fout die de schriftgeleerden door de eeuwen hebben gemaakt, is om het daarbij te laten. De profeet had een dynamisch stappenplan en programma tot emancipatie van de mens en in het bijzonder de vrouw in werking gesteld. Dit werd echter niet zodanig herkend, waardoor de noodzakelijke ontwikkeling, gebaseerd op de wisselwerking tussen tekst en context, is uitgebleven.

De verworvenheden op het gebied van de positie van de vrouw in de islam, in verhouding tot de voorislamitische periode en tot uitdrukking gebracht in de oneliner: ‘de koran heeft de vrouw haar rechten gegeven’ is een soort mantra geworden. We horen het van dikbuikige imams en van sinistere diplomaten. Maar we worden vandaag de dag geconfronteerd met de negatieve gevolgen van polygamie, uithuwelijking, of tenminste gearrangeerde huwelijken, vrouwenbesnijdenis, vrouwen die bestraft worden omdat ze zijn verkracht, seksedifferentiatie bij de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, ongelijke eigendomsrechten, ongelijke rechten op samenkomst en politieke participatie en ongelijke kwetsbaarheid voor geweld, zoals huiselijk geweld en eerwraak.

Problemen die veel meer spelen in andere landen, maar die als gebruik of overtuiging soms nog met de migranten worden meegenomen. Problemen die niet moeten worden ‘gerespecteerd’ als uiting van een andere cultuur of geloof, maar moeten worden afgeschaft. ‘We kiezen bewust voor de mogelijkheid om vanuit de islam tot emancipatie en bevrijding van de vrouw te komen’, schrijft Van Bommel. ‘De slachtofferrol die veel vrouwen opgedrongen krijgen in de naam van de islam moet vanuit de moslimgemeenschap worden erkend en aangepakt’. Daartoe deze proeve van een emanciperende moslimtheologie.

Uitvoerig gaat het boek in op de vraag hoe de koran te lezen. Dat is minstens zo’n moeilijk boek als de bijbel. De koran zelf verwijst naar het feit dat sommige verzen eenduidig en helder zijn, en andere zinnebeeldig of symbolisch. De koran is bovendien geopenbaard in een andere tijd, aan andere mensen, met andere problemen. Het is dus de niet eenvoudige zaak om de ethiek, die door God gegeven is, om te zetten in antwoorden op vragen van nu. En aangezien de koran ook de zelfstandige morele verantwoordelijkheid van elke individuele vrouw erkend, is dat niet een zaak van slaafs opvolgen wat je wordt gezegd.

Het boek biedt een rijke bron voor herinterpretaties van de koran. Als voorbeeld: de herinterpretatie van de beruchte soera 34:4, die in een populaire opvatting mannen het recht zou geven om ongehoorzame vrouwen te slaan. Wanneer Ayaan Hirsi Ali beweert dat de koran bol staat van geweld tegen vrouwen: dit is het enige vers dat daar over gaat. En de richting die er in wordt aangegeven is bij precieze lezing exact omgekeerd aan een aanbeveling om te meppen. In de eerste plaats, Van Bommel citeert hier Amina Wadud, een feministische islamgeleerde, staat er niet dat een vrouw haar man moet gehoorzamen. Slaan wordt verder allesbehalve aanbevolen, er zijn vele uitspraken van de profeet bekend zoals ‘Sla niet hen die afhankelijk van je zijn, want Allah’s macht over jou is veel groter dan die van jou over je ondergeschikten’. Wat er in feite staat is: in plaats van te slaan, overleg. Als dat niet helpt, een afkoelingsperiode. Slaap niet in hetzelfde bed. En als dat niet helpt om de harmonie te herstellen, en het vergrijp is ernstig, sla dan nooit meer dan met een zacht tikje. De profeet, die er bekend om stond dat hij ondanks geboekstaafde ruzies met zijn vrouwen nooit sloeg deed het voor: een tikje met het takje dat hij gebruikte om zijn tanden te reinigen.

Gezien in het licht van het extreme geweld tegen vrouwen, kinderen en slaven, dat in die tijd normaal was, is dit geen toestemming om geweld te gebruiken, maar juist een ‘stappenplan’ om mannen daar van af te brengen. Harmonie tussen de seksen, overleg, verzoening soms met hulp van derden, is altijd beter, houdt de koran ons voor. En de taal waarin er over de verhouding tussen vrouwen en mannen gesproken wordt in de koran is (zeker in vergelijking met de bijbel waar de vrouw nog gezien wordt als een verleidster tot zonde) vergaand egalitair en liefdevol. Zelfs voor een traditionele rolverdeling, vrouwen binnen, mannen buiten, is geen basis te vinden in de koran. Van de profeet is het uit de overleveringen bekend dat hij zelf de geit melkte, zijn hemd waste en zijn sandalen repareerde. Niet voor niets was zijn eerste echtgenote, de geliefde en oudere Khadija, een zelfstandige zakenvrouw. Niets in de koran houdt vrouwen tegen om zich verder te ontwikkelen.

Voor wie dit een te rooskleurig beeld lijkt van wat de islam vrouwen te bieden heeft, zeker vergeleken bij de praktijk in veel islamitische landen die hier niet bepaald op lijkt, lees het boek van Abdulwahid van Bommel. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor vrouwen zelf, maar ik vind het zeer leesbaar en informatief juist ook voor niet-moslims. Tevens zeer aanbevolen: Amina Wadud, De koran en de vrouw. Herlezing van een heilige tekst vanuit een vrouwelijk perspectief. Beide uitgegeven bij uitgeverij Bulaaq.

4 gedachten over “Emanciperende moslimtheologie

  1. Zeer nuttig en fascinerend, ook gezien de hele islamofobe golf die weer is losgebroken nu moslims terecht boos zijn vanwege beledigende cartoons. Maar ik heb een vraag, van iemand die geen geld heeft voor boeken maar wel zo ongeveer op internet woont. Hebben mensen on-line-leestips over dit onderwerp? Ik kan wel google inzetten maar dan krijg ik eerder een vloedgolf dan een richting…

  2. Dit boek lijkt me erg interessant, ik zal het insha’Allah zeker aanschaffen. Ook heb ik het boek van Amina Wadud gelezen. Wat me steeds meer opvalt, is dat vrouwonvriendelijke interpretaties van religies vrij universeel zijn. Gisteren was er nog een interessante docu over Maria Magdalena in de christelijke traditie en ook in het hindoeisme en het boeddhisme kom je dit tegen. Wat weer tot de volgende conclusie leidt: Het probleem is niet het geloof an sich, maar de bekrompen, patriarchale macho-mannen!

  3. ff een dis tussendoor

    over emasipatie

    het is belangrijk dat de vrouw emasipeert er word wel vaker beweert dat ze word gediscrimineert maar als de vrouw werkt doet de man wat verkeert dat heb ik heel lang geleden van mijn vader geleert.

    ey yow je vader kan de pot op die man is een dictator
    zijn vrouw moet thuis blijven en zelf spaict hij hadcore
    dan gaat hij naar de kroeg tot s’morgens vroeg en wat je moeder voor hem doet dat vind hij nooit genoeg

    ey yow wat lukl je nouw slap je moet wat minder smoken mijn vader een dictator sukel je ziet spooken eeuwen oude regels worden dagelijks gebroken als ze alebij gaan werken wie de fock moet er dan koken

    ey yow wat wil je nouw vertlen wat loop je nouw te rellen het is tog niet zo moelijk om een pizza te bestellen maar je vader is niet slim he begin je het al te merken hij moest eens leren koken kan je moeder lekkerwerken

    mijn moeder moet ook werken wat loop je nouw te zijken sgoonmaken poetsen en strijken dat is tog ook werk dat moet tog ook gebeuren en de kinderen moeten we die op straat pleuren

    ey pino wacht ff je zit te over drijfen kinderen gaan naar sgool en kunnen daar tog over blijfen

Reacties zijn gesloten.