Beloofd of beroofd?

Een fiks stuk leeswerk, voor de doorzetter.
De laatste versie van de SP nota over Palestina en Israël, genaamd Het beloofde en het beroofde land.

De tekst is geschreven door Harry van Bommel en mij, en besproken en goedgekeurd door het partijbestuur van de SP.
Het is daarna nog een beetje geactualiseerd, dat heb je, het zit daar geen week stil. Een beetje aangevuld met suggesties uit het bestuur.

Dit is de bedoeling: dat het de stellingname van de SP duidelijk maakt, maar die ook van een context voorziet. Hoe verschillend kunnen mensen naar de zaak kijken (de paradigmastrijd), hoe is het conflict historisch begonnen, waarom mislukten de vredespogingen, wat is de rol van de VS, is Israel een democratie, wat zijn de problemen aan beide kanten? We hopen dat duidelijk wordt, zeker in het huidige gepolariseerde zwart-wit denken, dat kritisch zijn tegenover Israel, die we met de VS als hoofdverantwoordelijke zien, niet hetzelfde is als Israel als staat afwijzen. We denken dat het ook voor Israel goed is, zoals voor elke staat, dat het de burgerrechten van alle burgers erkent, en zich houdt aan het internationale recht, de mensenrechtenverdragen, de Conventies van Geneve. En dus de bezetting opheft, Jeruzalem deelt met de Palestijnen, en zich inzet voor een rechtvaardige oplossing van het vluchtelingenprobleem en actief meehelpt met het opbouwen van een leefbare Palestijnse staat. Met rechtvaardigheid en veiligheid voor beide zijden. Zolang dat niet gebeurt hoort ook Nederland duidelijk stelling te nemen en na te denken over sancties.

De nota wordt een boekje. De tekst moet nog een keer door de machine gehaald worden, en worden geredigeerd, maar we vonden dat de toestand nu te urgent is om daar op te wachten met het vrijgeven van de tekst.
We hopen ook dat mensen die daar behoefte aan hebben de tekst kunnen gebruiken voor scholing.

Hier komt hij. Gewaarschuwd: een heel lang stuk van 25 pagina’s. Met voetnoten.

Het beloofde en het beroofde land

Notitie over Israël/Palestina

Notitie van de werkgroep buitenland van de SP
Harry van Bommel en Anja Meulenbelt
Juli 2006

Vooraf

Nederland heeft historisch gezien een sterke band met Israël. Het is daarom niet eenvoudig om helder stelling te nemen in het nu al bijna 60 jaren durende conflict tussen twee nationale bewegingen in het Midden Oosten, die van de staat Israël en die van de voornamelijk onder bezetting levende Palestijnen, en om beide kanten recht te doen zonder in een te simpele stellingname terecht te komen in de trant van ‘waar er twee vechten hebben er twee schuld’.

Bij de stellingname in het conflict gaat het ook om de houding van het Westen tegenover een Arabisch land. Zoals we in deze nota aan zullen stippen gaat het onder andere om de schendingen van mensenrechten en het internationale en humanitaire oorlogsrecht met name door de staat Israël. Zolang de VS en Europa daar geen duidelijke stelling innemen is de geloofwaardigheid van het Westen ten aanzien van andere brandhaarden als Irak, Iran en Afghanistan sterk vermindert. Wie zijn wij om andere naties op de vingers te tikken vanwege een gebrek aan democratie of het niet nakomen van mensenrechten wanneer we de andere kant opkijken in het geval van Israël?

In Eerste Weg Links, het actieprogramma van de SP voor 2003-2007 pleit de partij voor een niet-militaire oplossing voor het al zo lang lopende conflict tussen Israël en de Palestijnen. Er moet een einde komen aan de bezetting van de Palestijnse gebieden en het nederzettingenbeleid van Israël. Israël moet zich terugtrekken tot achter de grenzen van 4 juli 1967, de “Groene Lijn”. Palestijnse vluchtelingen moeten een recht op terugkeer krijgen.

In het SP programma voor de Europese verkiezingen van 2004 staat vermeld dat de Europese Unie een vasthoudende pleitbezorger dient te worden voor de preventie, beheersing en oplossing van conflicten langs geweldloze weg. Toepassing van terreur als politiek instrument dient onder alle omstandigheden krachtig te worden veroordeeld. De Europese Unie dient meer bij te dragen aan de oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Basis hiervoor zijn een levensvatbare Palestijnse staat en veilige, internationaal erkende grenzen voor zowel Israël als Palestina.

Zolang Israël haar medewerking aan een dergelijke vredesregeling weigert en VN-resoluties naast zich neerlegt, dient het EU-associatieverdrag met Israël te worden opgeschort. Ook betreffende andere landen zullen Europese associatieverdragen gekoppeld worden aan het naleven van mensenrechten door regeringen van partnerlanden, dit moet dus ook gelden voor Israël. Europa dient een bijdrage te leveren aan de (weder)opbouw van de Palestijnse Gebieden. In de senaat heeft de SP gepleit voor hervatting van de noodhulp aan de UNRWA, die door minister van Ardenne is toegekend voor het jaar 2004. Ook heeft woordvoerder Harry van Bommel gepleit voor een wapenembargo tegen Israël. En wederom in de senaat, pleitten Tiny Kox en Anja Meulenbelt voor het hervatten van de hulp aan Palestina, en het aangaan van het gesprek met de nieuw gekozen Hamasregering. Er mag niet met twee maten gemeten worden: als er eisen gesteld worden aan de Palestijnen, dan ook aan Israël. Ook bij de recente escalatie, juni/juli 2006, heeft kamerlid Harry van Bommel kamervragen gesteld.

In deze nota wil de SP – in het kort – haar standpunt ten aanzien van het Palestijns-Israëlische conflict verder verhelderen. Om te beginnen door duidelijkheid te scheppen over de verschillende visies op het conflict, en antwoord op de vraag vanuit welke visie de SP naar het Midden Oosten kijkt.
Aan de orde komen vervolgens de oorsprong van het conflict, de bezetting, het vluchtelingenvraagstuk, de democratie en de mensenrechten binnen Israël zelf, de rol van de VS en de mogelijke oplossingen. En we eindigen met een visie op de actualiteit: de verkiezing van een door Hamas geleide regering, het Disengagement Plan van Sharons opvolger Olmert, en de houding van Nederland en de EU.

De paradigma’s

In Nederland spelen grofweg drie verschillende visies (of paradigma’s) op het Israël/Palestina conflict.

In de eerste visie, die lang dominant is geweest in Nederland, is de staat Israël gevestigd vanwege de noodzaak een veilig toevluchtsoord te stichten voor de overlevenden en hun nazaten van de shoah, de holocaust. In deze visie wordt Israël gezien als een dapper, klein land dat zich staande moet houden temidden van een grote overmacht aan vijandige Arabische staten die de joden het liefst de zee in zouden willen drijven. In de tijd dat de staat werd gevestigd kon Israël rekenen op sympathie van een groot deel van Europa, deels uit schuldgevoel voor de gevolgen van de jodenvervolging, deels omdat de Europese joden die Israël stichten cultureel en politiek als ‘verwant’werden ervaren. Met de verdreven ‘inheemse’ bevolking was weinig compassie, wat niet vreemd was gezien het feit dat Nederland zelf zich nog nauwelijks bewust was van het eigen kolonialisme en de behandeling van ‘inheemse’ bevolkingen elders. In deze visie wordt het probleem vooral gedefinieerd als de onwil van de Palestijnen (en andere Arabieren) om Israël te erkennen en op te houden met geweld.

Deze visie is inmiddels voor een deel ingehaald door een andere. Er is enige erkenning gekomen voor het Palestijnse volk. In paradigma 2 worden twee volken erkend, de Israëlische joden en de Palestijnen, die beide vechten om hetzelfde stukje land. Het gaat dan om een botsing tussen twee nationale bewegingen. Het probleem wordt dan meestal gezien als de spiraal van geweld waar beide partijen in verstrikt zijn, de onwil aan beide zijden om concessies te doen en slecht leiderschap aan beide kanten. Deze visie is populair bij de media, die graag beide kanten evenredig aan het woord willen laten en ‘onpartijdig’ willen blijven en bij politici die wel willen zien dat de Palestijnen in een onhoudbare situatie leven maar ook Israël niet af willen vallen.

Het probleem met paradigma 2 is dat er niet in verdisconteerd is dat er sprake is van twee uitermate ongelijke partijen. Het is geen oorlog tussen twee staten. Het gaat om een bestaande staat aan de ene kant, met een zeer geavanceerd leger, ondersteund door de machtigste staat ter wereld, de VS. Aan de andere kant een volk dat bijeen is gedreven op 22% van het oorspronkelijk mandaatgebied, met nog maar het begin van een eigen staatsapparaat, zonder leger, een volk dat bovendien voor tweederde uit vluchtelingen bestaat. Het cruciale verschil is dat de ene partij een bezettende mogendheid is, en de andere partij grotendeels onder bezetting leeft, of in ballingschap. We gaan er van uit dat een analyse van het probleem, zonder dat daarin de feitelijk bestaande bezetting genoemd wordt, altijd te kort zal schieten.

In paradigma 3 staat het begrip bezetting centraal. De staat Israël is gesticht als joodse staat, op het land waar al een inheemse bevolking aanwezig was. De stichting van de staat is ten koste gegaan van de daar al wonende Palestijnen die zijn verdreven of binnen Israël als tweederangsburgers worden behandeld. Israël neemt geen verantwoordelijkheid voor het ontstane vluchtelingenprobleem, ondanks vele VN resoluties. Na 1967 werden bovendien de Westoever en de Gazastrook bezet na veroverd te zijn op Jordanië en Egypte, en begon een stelselmatige annexatie door middel van de nederzettingenbouw, wegenstelsel alleen voor kolonisten en de muur. Het probleem vanuit deze visie is dat Israël niet bereid is om een zelfstandige een leefbare staat Palestina naast zich te dulden, maar uit is op het annexeren van zoveel mogelijk land voor de staat Israël met zo min mogelijk Palestijnen er op.

De SP stelt zich ondubbelzinnig op in het laatste paradigma, maar wel met een aantal kanttekeningen.

Hoewel we van mening zijn dat Israël af zou moeten zien van de bezetting, gaan we er van uit dat beide staten, zowel Israël en Palestina, recht hebben op veiligheid en onafhankelijkheid, en de steun van de internationale gemeenschap in het handhaven van vrede. Uiteindelijk zijn wij van mening dat alleen met het sluiten van een rechtvaardige vrede ook Israël een democratisch, veilig en welvarend land kan worden. Wij hechten er dan ook aan om te stellen dat we ons kritisch opstellen tegen de politiek van de opeenvolgende regeringen van Israël, maar niet tegen het bestaan van de staat zelf.

We erkennen het recht van de Palestijnen om conform het internationale oorlogsrecht in verzet te komen tegen de bezetting. De grens daarbij ligt waar burgers in Israël het doelwit worden van geweld. We wijzen zelfmoordaanslagen op burgers dan ook ten stelligste af.

De verantwoordelijkheid voor de ontstane onrechtvaardige situatie ligt niet alleen bij Israël. De Verenigde Staten die Israël economisch en met wapens ondersteunen zijn zwaar medeverantwoordelijk voor het voortbestaan van de bezetting. Europa treft als blaam dat ze weinig hebben gedaan om Israël te houden aan het internationale recht en aan de mensenrechtenakkoorden.

Het ontstaan van het conflict.

De blik zou meer gericht moeten zijn op een mogelijke oplossing in de toekomst dan op het verleden. Toch kunnen we niet om een visie op dat verleden heen, omdat de ontstaansgeschiedenis tot op de dag van vandaag een grote rol speelt. Om tot een oplossing te komen moet minstens onder ogen gezien worden dat de ontstaansgeschiedenis van het conflict er voor de Palestijnen fundamenteel anders uitziet dan voor de staat Israël. Neem bijvoorbeeld het vluchtelingenvraagstuk, dat centraal staat in een mogelijke oplossing.

In paradigma 1, lange tijd dominant in Nederland, wordt vastgehouden aan het verhaal waarin de zionistische groepen zich met toestemming van de VN vestigden in het mandaatgebied Palestina. Dat verhaal luidt zo: de Arabieren wezen het verdelingsplan af, dat de Algemene Vergadering van de verenigde Naties in november 1947 had aangenomen (resolutie 181) waarbij de Palestijnen (toen nog niet zo genoemd) 45% van het land kregen toegewezen, en de jonge staat Israël 55%. Nadat de Arabieren het plan hadden afgewezen, en op 14 mei de staat Israël werd uitgeroepen vielen de Arabische troepen binnen. In de oorlog die volgde vluchtten vele van de Palestijnen, daartoe onder andere opgeroepen door de Arabische leiders. De Arabische troepen verloren het van het nieuwe Israëlische leger. Waarna de staat Israël werd gevestigd, op 78% van het mandaatgebied.

In de visie van de Palestijnen, overigens inmiddels ruimschoots bevestigd en gedocumenteerd door een aantal Israëlische ‘nieuwe historici’ (1) was de veroveringsoorlog al ruimschoots gaande vóór de bewuste datum dat de staat Israël werd gevestigd, op 14 mei 1945. Het beruchte bloedbad in Deir Yassin, waarbij tussen de 100 en de 250 dorpelingen, voornamelijk ouderen en vrouwen werden geëxecuteerd vond plaats op 9 april, en is te begrijpen als afschrikwekkend voorbeeld om de Palestijnse bevolking er toe te bewegen te vluchten. De helft van de 750.000 Palestijnen die uiteindelijk op de vlucht sloegen was al op weg vóór 10 mei. De Palestijnen die toen nog niet als volk werden erkend hadden geen stem gehad in het verdelingsplan, dat in hun visie over hun hoofden heen was bedisseld.

Hadden de Arabieren het verdelingsplan geaccepteerd, dan had Israël met het probleem gezeten dat ze maar 55% van het mandaatgebied tot hun beschikking hadden, met bovendien een aanwezige niet-joodse bevolking, die zonder de dekmantel van een oorlog niet verwijderd kon worden. Ben Goerion heeft later ook toegegeven dat hij er van uitging dat de Arabieren het plan af zouden wijzen, zodat Israël een rechtvaardiging had om het eigen gebied eenzijdig verder uit te breiden (2).
En historicus Benny Morris, zionist, heeft na grondig onderzoek toegegeven dat er wel degelijk sprake was van ‘etnische zuivering’ op grote schaal – de poging om zoveel mogelijk Arabieren te verwijderen van het land dat Israël wilde houden (3)

Meteen na de stichting van de staat werd een begin gemaakt met de verwoesting van 450 Palestijnse dorpen, het uitwissen van de Arabische sporen tot en met het veranderen van namen, en het onder een militair bestuur zetten van de minderheid Palestijnen die was gebleven ( 4 ). Een militaire ‘uitzonderingstoestand’ die tot 1966 heeft geduurd. Een groot deel van het land dat tot dan toe Arabisch bezit was geweest werd onteigend en in bezit genomen door de staat, die het land via de nieuwe wetgeving alleen aan Joodse Israëli’s verpachtte.

Na de zesdaagse oorlog in 1967 had Israël de mogelijkheid om een oplossing te vinden door mee te werken aan het stichten van een Palestijnse staat op de Westoever en in de Gazastrook, en in Oost Jeruzalem voor de daar wonende twee miljoen Palestijnen, toen de gebieden respectievelijk veroverd werden op Jordanië en Egypte. In plaats daarvan werden de gebieden bezet gehouden, ondanks herhaaldelijke VN-resoluties die Israël opriepen de bezetting te beëindigen. Israël stond toen voor de keuze: de annexatie van de gebieden zou hebben betekend dat er twee miljoen Arabieren ófwel burgerrechten zouden krijgen, waarmee er een einde zou komen aan de joodse meerderheid in Israël, ófwel de gebieden zouden worden ingelijfd terwijl de Palestijnen geen burgerrechten zouden krijgen, waarmee formeel een apartheidssysteem geschapen zou zijn. In plaats daarvan werden de gebieden nu bijna 40 jaar lang onder een ‘voorlopig’ militair gezag geplaatst.

De bezetting

In die periode hebben de opeenvolgende regeringen, tegen de Conventies van Geneve in, systematisch nederzettingen gebouwd, een netwerk van wegen aangelegd om de nederzettingen direct met Israël te verbinden en tegelijk het Palestijnse gebied in van elkaar afsluitbare gebiedjes te verdelen. Tienduizenden hectare Palestijns land zijn in beslag genomen, tienduizenden olijven- en citrusbomen ontworteld, duizenden Palestijnse woningen afgebroken (5 ). Op dit moment is nog maar 60% van de Gazastrook en de Westoever bewoonbaar voor de Palestijnen zelf, in enclaves die van elkaar geïsoleerd worden door checkpoints en muren. Dat was Jeff Halper (van het ICAHD) de ‘matrix of control’ heeft genoemd (6 ). Ook nadat er een begin werd gemaakt met vredesonderhandelingen onder begeleiding van de VS, nadat Israël de PLO had erkend als officiële vertegenwoordiging van het Palestijnse volk, en er in 1993 wederzijds handtekeningen werden gezet onder het Osloaccoord, een intentieverklaring, ging de bouw van de nederzettingen gewoon door. Het sluitstuk van de matrix of control is de afscheidingsmuur op de Westoever. Officieel is die muur bedoeld om een scheiding aan te brengen tussen de Palestijnse gebieden en Israël, om aanslagen te voorkomen. In werkelijkheid is op de kaart zichtbaar dat de muur niet de groene lijn volgt, maar een route die twee of drie keer zolang is en zoveel mogelijk nederzettingen inlijft bij Israël, daarnaast zoveel mogelijk van de Palestijnse woonkernen afsluit van het achterland en van elkaar. Het Internationaal Gerechtshof in den Haag heeft op 9 juli 2004 geoordeeld dat de bouw van de muur illegaal was. Daarmee werd een andere belangrijke uitspraak gedaan: de Vierde Conventie van Geneve (1949) is dus ook van toepassing op de Palestijnse gebieden die bezet worden gehouden, wat inhoudt dat alle daar gevestigde nederzettingen illegaal zijn, en niet alleen de ‘buitenposten’ die zonder toestemming van de regering zijn opgericht.

Het verzet van de Palestijnse bevolking, in de vorm van de strijd binnen de gebieden, en de zelfmoordaanslagen in Israël heeft steeds bloedige vergeldingsacties opgeroepen, met een hoogtepunt in de in september 2000 losgebarsten ‘tweede intifada’. Sinds de Tweede Intifada uitbrak, in 2000, zijn 3161 Palestijnen om het leven gebracht, van wie 636 minderjarigen. Van de 751 Palestijnen die in 2004 werden gedood had tweederde aan geen enkele gevechtshandeling deelgenomen. Toch heeft de militaire aanklager de laatste 4,5 jaar slechts 104 onderzoeken ingesteld wegens onrechtmatige levensberoving, deze hebben tot 28 strafvervolgingen en achttien veroordelingen geleid. Een militair die een Palestijnse vrouw van 95 had doodgeschoten kreeg 65 dagen gevangenisstraf. (7)
(Voor de cijfers van slachtoffers onder de Israëlische bevolking, militairen zowel als burgers die gedood zijn bij aanslagen, zie de cijfers van het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor aanhangers van paradigma 3 zijn dit feitelijk ook slachtoffers van de bezetting (8))

Niet geteld zijn de vele honderden Palestijnen die permanent gehandicapt zijn geraakt.
Het leger houdt honderden Palestijnen in ‘administratieve hechtenis, dat wil zeggen zonder aanklacht en zonder proces, en dus ook zonder beroepsmogelijkheid. (9)
Naast de verwoestingen van bouwland en boomgaarden tijdens de invasies werd rondom de nederzettingen, kolonistenwegen en grenzen brede stroken land geheel platgebulldozerd, inclusief de huizen. Bewoners kregen zelden meer dan een uur om bezittingen te verzamelen en te vertrekken. Daarnaast zijn vele huizen opgeblazen als represaille maatregel.

Het leger heeft toestemming van de regering om verdachte Palestijnen standrechtelijk te executeren, de ‘targeted killings’. Behalve dat dat ook onder het oorlogsrecht niet is toegestaan, komen er regelmatig burgers bij om. (10)

De checkpoints die op de Westoever en in de Gazastrook de bevolking van elkaar geïsoleerd houden richten een onnoemelijke schade aan. Regelmatig kunnen kinderen niet naar school, mensen niet naar hun werk, kunnen boeren hun producten niet naar de markt brengen, kan vee niet verzorgd worden, kunnen mensen niet naar het ziekenhuis. De behandeling van Palestijnen die met een vergunning door de checkpoints moeten is berucht.
Volgens de cijfers van de International Labour Organization (ILO) had in 2004 nog niet de helft van de volwassen mannen in de Bezette Gebieden werk. Zo’n 47% van de Palestijnen in de Bezette Gebieden (1,7 miljoen mensen) leven onder de officiële armoedegrens van 2,10 dollar per dag (11) Inmiddels is dat cijfer gestegen. Volgens de Wereldbank, gaan de Palestijnen op dit moment door de diepste economische depressie in de moderne geschiedenis, voornamelijk veroorzaakt door de aanhoudende Israëlische restricties die de handel vanuit Gaza dramatisch hebben verlaagd, en feitelijk het arbeidsleger heeft afgesneden van hun banen in Israël. Dit heeft geleid tot de ongeëvenaarde mate van werkloosheid, van 35 tot 40 procent. Ongeveer 65 tot 75 procent van de Gazanen leeft onder de armoedegrens (in 2000 was dat nog 30 procent). (12) Deze cijfers zijn van voor de verkiezingen en de recente economische boycot van de nieuwe regering, waardoor 15.000 van de overheid afhankelijke employees geen salaris ontvangen, en het grootste deel van de buitenlandse hulp is bevroren. De levensstandaard is nog verder gedaald. Ook de ambtenaren, leerkrachten, medisch personeel zijn nu grotendeels van de voedselhulp van de UNRWA of WFP afhankelijk.

Het vluchtelingenprobleem

De oorspronkelijke 750.000 vluchtelingen van 1948 verspreidden zich over de Westoever, de Gazastrook, de omringende landen als Libanon en Jordanië, en een kleiner deel leeft in de diaspora in het Westen. Binnen Israël zelf leven nog steeds duizenden Palestijnen als ‘displaced persons’, in niet-erkende dorpen. Na 1967 kwam een nieuwe vluchtelingenstroom tot stand. Van de Palestijnen heeft ca. tweederde nog steeds vluchtelingenstatus Het aantal vluchtelingen, dat wil zeggen, de oorspronkelijke vluchtelingen en hun nazaten wordt nu geschat op meer dan vijf miljoen (13).
Binnen de bezette gebieden worden de vluchtelingen al meer dan vijftig jaar onderhouden door de UNRWA, de VN organisatie zonder politiek mandaat, die zorgt voor voedsel, basaal onderwijs (de paradox van de situatie is dat Palestina van alle Arabische landen het laagste analfabetisme heeft) en gezondheidszorg (14). De vluchtelingen binnen de bezette gebieden hebben daarmee een levensstandaard die redelijk overeenkomt, dat wil zeggen, even laag is als die van de plaatselijke autochtone bevolking. In Jordanië is de situatie voor vluchtelingen redelijk, ze kunnen burgerrechten krijgen, in Libanon is de situatie miserabel.

Het vluchtelingenprobleem is ondanks vele VN resoluties nooit door Israël erkend. Tegen het internationale recht in is het de vluchtelingen na het bestand van 1948 onmogelijk gemaakt om naar hun huis terug te keren. Compensatie van verloren land en andere bezittingen is nooit aan de orde geweest. Zonder het vluchtelingenprobleem op de agenda te zetten is een vrede tussen Israël en de Palestijnen ondenkbaar. Zelfs wanneer het mogelijk zou zijn om de in de bezette gebieden wonende vluchtelingen tevreden te stellen met de opheffing van de bezetting – de meeste van hen hebben zich er al gesetteld, is het niet mogelijk om de vluchtelingen buiten de grenzen te negeren.

Het is duidelijk dat Israël vreest voor het gevolg wanneer zij de verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem zouden erkennen. Formeel zou dat betekenen dat de miljoenen vluchtelingen het recht op zouden kunnen eisen ‘terug te keren’ naar hun oude huizen die inmiddels niet meer bestaan dan wel door joodse Israëli’s worden bewoond, waarmee bovendien het ‘demografisch evenwicht’ om Israël joods te houden definitief zou zijn verstoord. In werkelijkheid blijkt de meerderheid van de Palestijnen geen aspiraties te hebben om in Israël te gaan wonen, maar wil wel erkenning van hun rechten en compensatie voor het geleden verlies (15).

De enige democratie in het Midden-Oosten

Het is een vaak gehoord argument, vooral geuit door diegenen die Israël willen verdedigen tegen kritiek: Israël is de enige democratie in het Midden Oosten. Is dat zo? Ten dele. Zeker is het dat de meeste joodse bewoners van Israël dat zo ervaren. Voor hen zijn er de westerse verworvenheden als een parlement waarin ze voor hun belangen op kunnen komen, uitkeringen, door de staat gefinancierde gezondheidszorg en onderwijs, en een behoorlijke mate van vrijheid van meningsuiting. Niet ideaal, onder de permanente financiële zorgen schieten de meest kwetsbare sectoren van de samenleving er het eerste bij in- de kloof tussen arm en rijk is een van de hoogste in westers georiënteerde staten- maar te doen. Maar hoe anders ziet de situatie er uit voor de niet-joodse burgers, waaronder een miljoen in Israël wonende Palestijnen.

Dit is een feit: Israël heeft geen grondwet. In Europese democratieën garandeert een grondwet de gelijke behandeling van alle staatsburgers. Er zijn minstens twee redenen waarom Israël geen grondwet heeft waarin alle burgers gelijke rechten worden gegarandeerd. Het orthodoxe rabbijnendom is tegen. Volgens de religieuze wetten (er is in Israël dus ook maar ten dele scheiding van staat en ‘kerk’) hebben mannen en vrouwen niet dezelfde rechten.

De tweede reden is belangrijker voor alle staatsburgers die niet joods zijn. Israël definieert zichzelf als joodse staat, en ontkent dat die twee principes, dat Israël een joodse staat is én een democratie, met elkaar op gespannen voet staan. Alle joden ter wereld hebben het recht om staatsburger te worden op het moment dat ze voet zetten in Israël. De niet-joodse ingezetenen, ook als ze daar al generaties, soms eeuwen wonen, moeten dat staatsburgerschap verwerven. De Palestijnse burgers van Jeruzalem, bijvoorbeeld, zijn geen staatsburgers en mogen ook niet stemmen, ze leven er op een permanente verblijfsvergunning. Iedereen in Israël is verplicht in de identiteitspapieren te vermelden of ze joods zijn, dan wel moslim of christen, lees: Arabisch. (In de nieuwe paspoorten is de afkomst vermeld in een cijfercode) Die vermelding heeft veel gevolgen voor het recht op werk (overheidsbanen zijn sowieso uitgesloten), het kiezen van een woonplaats, de kwaliteit van onderwijs, de strafmaat, het bezit van land, vrijheid van politieke activiteit, de hoogte van uitkeringen, de mate van bewegingsvrijheid, de kans op gezinshereniging – en zelfs op de distributie van gasmaskers

Het belangrijkste argument dat Israël een democratie is, is het feit dat de er wonende Palestijnen met staatsburgerschap stemrecht hebben, op die in Jeruzalem na dan, en die in ‘niet-erkende’ dorpen – dat zijn Arabische dorpen die officieel niet bestaan en dus ook geen recht hebben op zaken als wegen, elektriciteit en een waterleiding. Maar wie een politieke partij op wil richten die de belangen van de Palestijnse minderheid behartigt wordt met een aantal belemmeringen geconfronteerd.
Een partij kan verboden worden wanneer die niet onderschrijft dat Israël een democratie én een joodse staat is. Dat is een interessante catch 22, want om je burgerrechten uit te kunnen oefenen als Arabier, en politiek op te kunnen komen voor gelijke rechten moet een partij eerst onderschrijven dat men als Arabier niet dezelfde rechten heeft als de joden in Israël, en mag niet stellen dat Israël dus geen democratie is. Ook openlijke solidariteitsbetuigingen met de Palestijnen in de bezette gebieden zijn riskant, die kunnen opgevat worden als staatsgevaarlijk en opruiend zoals de Palestijnse leden van de Knesset uit ervaring weten. Parlementaire onschendbaarheid geldt niet voor de Arabische parlementariërs: van de negen in 2005 zittende Knessetleden werden er zeven al eens zodanig toegetakeld door de veiligheidsdiensten bij demonstraties dat ze naar het ziekenhuis moesten. Enig onderzoek naar de gang van zaken heeft nooit plaatsgevonden. (16) Terwijl joodse politici straffeloos in het openbaar mogen zeggen dat ze voor deportatie zijn van alle Arabieren, dat ‘kankergezwel’ in de joodse staat (zei voormalig minister Effi Eitam) kunnen Palestijnse burgers die zeggen voor een democratische staat te zijn die gelijke rechten biedt aan alle burgers als staatsgevaarlijk worden opgesloten.

Neem voor de ongelijke behandeling een belangrijk onderwerp als illustratie: het toewijzen van land en het verstrekken van bouwvergunningen. Wanneer er huizen worden opgeblazen of platgebulldozerd in de Bezette Gebieden is er nog kans dat de media zich daarvoor interesseren. Voor wat in Israël zelf, met Israëlische staatsburgers gebeurt – als dat Palestijnen zijn – is vrijwel geen aandacht. Ook niet wanneer de oogst van Bedoeïenendorpen in de Negev woestijn met door vliegtuigen verspreide chemicaliën wordt vernietigd. De Bedoeïenen zijn ‘erkend’ als burgers, ze betalen belasting. Maar ze hebben geen recht om huizen te bouwen of het land te verbouwen, ook al kunnen ze aantonen dat hun land al vele generaties in hun bezit is. Ze hebben dus ook geen recht op wegen, op een waterleiding, op elektriciteit, op scholen of ziekenhuizen. Bouwen ze toch, dan hangt hun voortdurend de mogelijke vernietiging van hun huizen, hutten en zelfs kippenhokken en geitenstallen boven het hoofd. Vragen de Bedoeïenen vergunningen aan om te bouwen dan krijgen ze die niet. Zouden ze naar de rechter gaan dan krijgen ze te horen dat ze wonen op staatsland, op land dat tot ‘natuurbeschermingsgebied’ of tot militair terrein is verklaard, of dat er op dat moment nog geen bestemmingsplan is voor de regio. Om een vergelijking te maken: terwijl er sinds de oprichting van de staat Israël voor de groeiende joodse bevolking voor miljarden is geïnvesteerd in geheel nieuwe steden en een reeks van nederzettingen, compleet met wegennet en infrastructuur, is er in die halve eeuw geen enkel nieuw stadsdeel of dorp gebouwd voor de Arabische bevolking. Alsof het de Bezette Gebieden zijn woont ook binnen Israël de groeiende Palestijnse bevolking op steeds kleiner wordend gebied bij elkaar. Nog 3% van hun oorspronkelijke land is in hun bezit, en de confiscatie is nog niet ten einde.

Op dit moment is 93% van het land binnen Israël tot bezit verklaard van de staat, en dus van de joodse gemeenschap. Soms mogen de niet-joodse bewoners een stukje van hun onteigende land terugpachten, voor de tijd van 49 jaar, tegen exorbitante prijzen. De meeste Arabieren in Israël (die zichzelf zien als Palestijnen) kunnen dat niet. Dus bouwen ze, om hun groeiende familie onderdak te verschaffen, illegaal. Op dit moment hangt er een vonnis, een ‘afbraak bevel’ boven 25.000 ‘illegaal’ gebouwde huizen. Dat kan de bewoners te staan komen op gedwongen afbraak, op onbetaalbaar hoge boetes en dus op gevangenisstraf. Het is voor veel Arabisch-Israelische staatsburgers onmogelijk geworden om binnen de grenzen van de wet een normaal leven leiden: ze worden in toenemende mate gecriminaliseerd, en kunnen vervolgens weer uit banen worden geweerd als ze een strafblad hebben. Ook joodse burgers bouwen wel eens zonder vergunning, vaak omdat ze vinden dat ze ‘in eigen land’ geen toestemming zouden hoeven vragen. Die krijgen ze als regel dan achteraf, na betaling. Er zijn vrijwel geen gevallen bekend van gedwongen afbraak van door joden gebouwde huizen.

Kortom: de Israëlische democratie maakt een onderscheid tussen joodse en niet-joodse staatsburgers. Op alle terreinen van het leven, werk, onderwijs, huisvesting, recht, wordt met twee maten gemeten. De vraag is dus of er sprake is van een democratie of een etnocratie.

De demografische tijdbom

Maar Israël heeft een probleem. Binnen Israël zelf leeft een grote minderheid aan niet-joodse burgers. De emigratie van joodse burgers naar veiliger en welvarender buitenlanden is groter dan de immigratie van joodse burgers, die voornamelijk gehaald worden uit landen die economisch niet welvarend zijn, zoals Ethiopië en Rusland. De minderheid aan niet-joodse burgers groeit. Daarnaast heeft Israël in feite, door de bezetting van de Westoever en de Gazastrook, miljoenen Palestijnen ingelijfd binnen de grenzen. In het hele gebied is op dit moment geen sprake meer van een joodse meerderheid. De vraag is nu hoe Israël het joodse karakter van de staat Israël kan behouden en tegelijk ook een minimale democratie kan blijven.
De kwestie die “de demografische tijdbom” wordt genoemd, wordt inmiddels openlijk besproken. Michael Warschawski, directeur van het Alternative Informatie Centrum in Jeruzalem, stelt dat Israël drie mogelijkheden heeft (17):
a. Israël gaat over tot deportatie, eufemistisch ‘transfer’ genoemd van de Palestijnen binnen Israël. Logistiek is dat zonder de dekmantel van oorlog niet eenvoudig; de omringende landen zien de bui al hangen en houden hun grenzen dicht.
b. Israël wordt ook formeel een apartheidsstaat en het ontneemt niet-joodse burgers hun stemrecht.
c. Israël besluit over te gaan tot een multi-etnische democratie, waarin alle burgers ongeacht religie of etniciteit dezelfde rechten krijgen en waarin een grondwet (die Israël nu niet heeft) garandeert dat geen van de etnisch-religieuze groeperingen de kans krijgt om de andere groepen te overheersen.

Het laatste alternatief maakt voorlopig onder de joods-Israelische bevolking weinig kans van slagen, omdat het gezien wordt als ‘de vernietiging van de joodse staat’ en het einde van het zionistische ideaal. Kortom, Israël heeft ook intern een aantal problemen die voortkomen uit het streven om een staat te handhaven die gebaseerd is op een etnisch-religieus beginsel, waarin onderscheid gemaakt wordt naar de herkomst van burgers.

Israël, de VS en de VN

Het is geen geheim: Israël is in hoge mate economisch afhankelijk van de VS. Al vele jaren lang wordt Israël financieel gesteund, sinds 1984 is dat het jaarlijkse bedrag gestegen tot 3.000.000.000 dollar waarvan 40% in geld en 60% in wapens. Dat is nog niet alles: daarbovenop komen nog extra giften en subsidies, en door de staat gegarandeerde bankleningen (18). Wanneer Israël daar een aanleiding toe ziet, de terugtrekking uit Libanon bijvoorbeeld, of meer recent de economische schade door de intifada, wordt er extra geld gevraagd, en meestal toegekend. Dit nog los van de belastingaftrekbare giften, naar schatting anderhalf miljard per jaar, aan donaties door Amerikaans-joodse en christelijke organisaties. Om de verhoudingen in het oog te houden: eenderde van Amerika’s budget dat naar het buitenland gaat wordt opgemaakt aan Israël. Ongeveer een kwart van Israëls jaarlijkse staatsbudget komt dus uit de VS. Zou dat alleen maar zijn omdat de opeenvolgende Amerikaanse regeringen zo overtuigd zijn van de waarde van Israëls democratie?

Geen van de opeenvolgende Amerikaanse presidenten heeft ooit enige kritiek laten horen op het ondemocratische gehalte van de Israëlische staat. Ook niet bij het jarenlang niet nakomen van de VN resoluties, bij het evidente schenden van mensenrechten en niet bij het overtreden van de Conventies van Geneve: executies zonder proces, collectieve straffen, jarenlange hechtenis zonder rechtsbijstand, deportaties, in beslag nemen van bezet land, onthouden van medische hulp, disproportioneel geweld waardoor burgers in gevaar komen, om maar een paar zaken te noemen. Af en toe is er geprotesteerd wanneer het staatsgeweld tegen de Palestijnen teveel burgerdoden in één keer opleverde maar over sancties wordt nooit gesproken. (19)

Hoe het achteraf ook te waarderen valt, positief of negatief, De VN stond aan de wieg van de nieuwe staat Israël. In resolutie 181 ontwierp de Algemene Vergadering het verdelingsplan, waarin de staat Israël gepland werd naast een Palestijnse staat, met een internationale status voor Jeruzalem. Israël is er gekomen, op aanzienlijk meer land dan ze door de VN was toegewezen. De Palestijnse staat is er tot op heden niet, en Jeruzalem is op een paar bezette wijken na geannexeerd door Israël. Ook werd resolutie 194 aangenomen, waarmee de Palestijnse vluchtelingen het recht kregen op terugkeer en compensatie. Na de oorlog van 1967 nam de Veiligheidsraad resolutie 242 aan, waarin opgeroepen werd land te ruilen voor vrede, dus om de bezette gebieden terug te geven. In de jaren 70 was het bovendien de VN die een belangrijke rol speelde in de erkenning van de PLO als representant van het Palestijnse volk. Vanaf die periode begon de VS steeds vaker Israël te steunen tegen de pogingen van de VN om een rechtvaardige oplossing te vinden voor het conflict en eindelijk de steeds weer opnieuw aangenomen resoluties uit te laten voeren.

In de onder supervisie van de VS gevoerde Oslo-onderhandelingen werd de VN uitgeschakeld. Amerika besloot eenzijdig dat de resolutie over de terugkeer van de vluchtelingen niet relevant was. Resoluties van de VN om toch in ieder geval de bouw van de nederzettingen te bevriezen werden door Amerika afgewezen. In de Oslo-akkoorden kwam het woord ‘bezetting’ niet langer voor. Het kan wel zijn, zegt Phyllis Bennis, dat het ‘genereuze aanbod’ van Israëls premier Barak verder ging dan wat zijn voorgangers wensten in te leveren, maar noch Israël, noch Clinton trok zich ook maar iets aan van de resoluties die door de VN al zo vaak waren aangenomen en opnieuw bevestigd. Ook bij de huidige crisis, de escalatie van juli 2006, waarbij zelfs de Europese regeringen vinden dat Israël ‘buitenproportioneel’ reageert in de Gazastrook en Libanon wenst Bush niet in te grijpen en spreekt zijn veto uit in de Veiligheidsraad van de VN.

De grote vluchtelingenpopulatie in de Bezette Gebieden, in Gaza is dat tweederde van de bevolking, wordt grotendeels van voedsel, onderwijs en gezondheidszorg voorzien door de UNWRA. Dat scheelt Israël (en de VS) dus aanzienlijk in de kosten. Onder de Conventies van Geneve is een bezettende mogendheid verantwoordelijk voor het in leven houden van de plaatselijke bevolking. Nu wordt die taak doorgeschoven naar de bij de VN aangesloten leden. Desondanks wordt het de UNWRA regelmatig moeilijk gemaakt om te functioneren. Het IDF heeft meerdere malen voedsel tegengehouden bij de grens, scholen vernietigd of bezet, en meerdere UNWRA werknemers hebben de dood gevonden. (20) Daar is door de VS niet tegen geprotesteerd. Voor de beter ingevoerde toeschouwers is het wel duidelijk: de werkelijke onderhandelingen vinden plaats tussen Israël en de VS. Israël kan exact zo ver gaan als de regering Bush toelaat.

De verschillende vredespogingen

In 1993 vond de eerste serieuze poging tot het komen van een vredesverdrag tussen Israël en de Palestijnen plaats, onder leiding van de toenmalige president van de VS Bill Clinton plaats. Daar was al het een en ander aan vooraf gegaan. Arafat had al in 1988 formeel de staat Israël erkend. Met de Osloperiode is historisch gezien een nieuwe fase in de verhouding tussen Israël en de Palestijnen aangebroken. Voor het eerst werden Arafat en de PLO door Israël als legitieme vertegenwoordiging erkend van het Palestijnse volk. Het mislukken van Oslo werd voornamelijk veroorzaakt doordat het doel van de onderhandelingen niet was vastgelegd (20). De Palestijnen gingen er van uit dat de onderhandelingen zouden leiden tot het einde van de bezetting, en de mogelijkheid een staat te stichten op 22% van het land. Daartoe was president Arafat bereid bij de ondertekening van de intentieverklaring in 1993, om de staat Israël op 78% van het land opnieuw te erkennen. Het wordt vaak vergeten dat dat een vergaande historische concessie was. Het werd Arafat door de eigen achterban nogal eens aangerekend dat hij die handtekening heeft gezet, zonder dat vast was gelegd dat Israël vervolgens toe zou werken naar de ontruiming van de overgebleven 22%. In plaats daarvan ging Israël er van uit dat er over die 22% nog te onderhandelen viel, terwijl ze ondertussen doorgingen met het uitbreiden van de nederzettingen. Ook werd duidelijk gemaakt dat er over het vluchtelingenvraagstuk niet te praten viel. De vluchtelingen hoefden niet meer te verwachten dan ‘het recht op terugkeer’ – naar de Palestijnse gebieden. Daarnaast eiste Barak dat de Palestijnen met de teruggave van een deel van de Westoever en de Gazastrook, zonder oplossing van het vluchtelingenvraagstuk en zonder de zeggenschap over de Tempelberg in Jeruzalem een verklaring zouden tekenen dat de Palestijnen dit resultaat op zouden vatten als ‘een definitieve oplossing’. Het was duidelijk dat Arafat dit ‘genereuze aanbod’ niet kon ondertekenen.

De er op volgende pogingen tot vredesovereenkomsten, De Road Map, het Geneve initiatief leiden steeds weer aan hetzelfde euvel, dat het doel niet was vastgelegd. Hoewel in de Road Map sprake is van ‘twee staten voor twee volken’ zijn de grenzen daarvan niet vastgelegd, waarmee Sharon de ruimte kan claimen om ‘de Palestijnse staat’ als niets anders te definiëren dan een reeks van elkaar geïsoleerde en geheel door Israël omsingelde bantoestans zonder kans op een economisch zelfstandig bestaan (22).

Na de dood van Arafat in 2004 en de verkiezing van Machmoed Abbas als nieuwe president leek voor veel mensen (die meenden dat Arafat het grote obstakel was voor de vrede) een nieuwe periode aangebroken. Sharon heeft de nederzettingen in de Gazastrook ontruimd, ondanks het grote verzet van de kolonistenbeweging en een deel van zijn eigen Likud. Voor de optimisten lijkt dit een stap in de goede richting. Maar feitelijk past deze ‘concessie’ geheel binnen het masterplan van Sharon, dat nu onder de titel Disengagement Plan is overgenomen door Olmert, om zoveel mogelijk Palestijnen op zo’n klein mogelijk gebied bij elkaar te drijven om ze vervolgens binnen de omsingelde reservaten ‘autonomie’ te geven. De kosten van de bezetting, met name door het feit dat de Palestijnen daar niet goedschiks in berusten, zijn immens (23). Zonder het verzet zou de bezetting voor Israël nog lucratief hebben kunnen zijn, onder andere omdat de nederzettingen onder het minimumloon Palestijnse arbeiders voor zich kunnen laten werken, en veel Palestijnen belasting betalen zonder daar werkloosheidsuitkeringen of andere sociale voorzieningen voor terug te krijgen. Dankzij het verzet is elke nederzetting, hoe klein ook, een militair fort, dat permanent onder militaire bescherming staat. Ook geeft de Israëlische overheid een onevenredig deel van het staatsbudget uit aan de infrastructuur, de veilige wegen, de scholen, de ziekenhuizen in de nederzettingen om Israëlische burgers er toe te bewegen daar te gaan wonen. Zo gezien is de ontruiming van de Gazastrook niet meer dan een besluit om onrendabele nederzettingen op te geven, en het leger te stationeren aan de buitenkant van de ommuurde Gazastrook in plaats van daar binnen. Hoewel het een moderne vorm van bezetting is, waarbij het leger behoudens kortdurende invasies niet in het gebied zelf aanwezig is, is er geen sprake van dat de Gazastrook nu zelfstandig Palestijns gebied is. De grenzen en dus de toegang, voor mensen, voor goederen, blijft in handen van Israël die het gebied op elk moment hermetisch af kan sluiten en de enige instantie is die vergunningen mag verlenen, het luchtruim en de zee blijven eveneens onder controle van Israël. De Wereldbank heeft al laten weten dat er geen kwestie van is dat de Palestijnse bevolking economisch zelfstandig kan worden, zolang ze niet zelf de beschikking hebben over vliegveld, haven, grensovergangen en een veilige toegang tot het Palestijnse gebied op de Westoever (24).

De Israëlische politiek.

Geen van de grote politieke partijen, van het nieuwe door Sharon opgerichte Kadima – naar onze normen centrumrechts, tot Likud, rechts, staat serieus achter een werkelijke ontruiming van de Bezette gebieden. De Arbeidspartij, steunt het ‘ontruimingsplan’ van Olmert (waarover later) als een serieuze poging om aan de bezetting een einde te maken, en een Palestijnse staat mogelijk te maken, hoewel alle feiten duidelijk maken dat het plan geen ruimte biedt voor een werkelijk levensvatbare en zelfstandige Palestijnse staat. Rechts en ultrarechts verzetten zich fel tegen elke ontruiming, hoewel feitelijk duidelijk is dat het gaat om een hergroepering, waarbij net voldoende land wordt ‘opgegeven’ om de Palestijnse bevolking op een zo klein mogelijk gebied op te sluiten. Geen van de partijen wil het over het vluchtelingenprobleem hebben. Geen van de partijen staat serieus een democratie voor die is gebaseerd op gelijke rechten voor alle burgers.
De oppositie in Israël is voornamelijk buitenparlementair. Een reeks van actiegroepen en mensenrechtenorganisaties probeert binnen Israël en daar buiten, gehoor te krijgen voor de situatie van Palestijnen, en staat een vreedzame en rechtvaardige vrede voor. We noemen onder andere: B’Tselem, Gush Shalom, PCATI, IPCRI, Machsom Watch, Bet Shalom, verschillende organisaties van dienstweigeraars. Daarnaast zijn er de door de Arabische bevolking opgerichte groeperingen voor mensenrechten. De brede vredesbeweging Vrede Nu is vrijwel ter ziele gegaan door de relatie met de Arbeidspartij. Hoewel we spreken over moedige en standvastige groeperingen, die we als SP van harte steunen, is van een brede oppositiebeweging in Israël geen sprake.

De rol van de Palestijnen

Voor beschouwers van het conflict die vast willen houden aan paradigma 2 is het de gewoonte om naast kritiek op de staat Israël ook de Palestijnen evenredig verantwoordelijk te houden voor de ontstane ‘impasse’. De gedachte daarbij is vaak dat als beide partijen maar ophouden met het geweld er ruimte komt voor werkelijke vredesonderhandelingen.

Daar zijn een aantal opmerkingen over te maken:
Ten eerste is het geweld van de Palestijnse zijde te zien als verzet tegen de bezetting, tegen huisvernietigingen, ‘targetted killings’, zonder proces gevangen nemen van Palestijnse burgers. Volgens het internationale recht is ook gewapend verzet toegestaan, zolang er geen aanvallen gepleegd worden op burgers. We hebben al gesteld dat we zelfmoordaanslagen op burgerdoelen afwijzen.

Ten tweede is het de vraag of de situatie er beter voor zou hebben gestaan wanneer de Palestijnen afgezien zouden hebben van gewapend verzet. Op geen enkel moment, ook niet in tijden van wapenstilstand of relatieve rust heeft Israël de uitbreiding van de nederzettingen gestaakt. Het lijkt dus niet aan de orde te zijn om de Palestijnen medeverantwoordelijk te maken voor de bezettingspolitiek van de opeenvolgende Israëlische regeringen.

Wel is het een gegeven dat het verzet van de Palestijnen, waarbij zelden onderscheid gemaakt tussen legitiem verzet en onacceptabele gewelddaden, door Israël in de internationale media uitgespeeld worden als excuus voor de verdere schendingen van mensenrechten, zoals de bouw van de muur, de onteigening van land, de collectieve straffen in de vorm van het opblazen van huizen of willekeurig oppakken van burgers. Na de ontruiming van de Gazastrook zijn de liquidaties en het oppakken van Palestijnen zonder vorm van proces weer hervat. Grensposten zijn regelmatig gesloten, ook voor mensen met vergunningen. Inmiddels heeft het leger een nieuwe intimidatiemethode ingezet die nog niet mogelijk was toen er in de Gazastrook nog kolonistenfamilies woonden: de bombardementen met sonische geluidsgolven waarbij de ruiten sneuvelen en met name de kinderen angst wordt aangejaagd. Artilleriebeschietingen, vaak zonder specifiek doel, gaan ook ’s nachts door. Condoleezza Rice had bedongen dat Israël de Karni Crossing, de enige plek waar goederen in of uitgevoerd kunnen worden open zou houden. Dit was vooral belangrijk voor de oogst voor de export van de kassen die na de ontruiming van de nederzettingen met Amerikaanse hulp werden heropgebouwd. De oogst van 2006 kon niet worden uitgevoerd en werd, volgens contract, vernietigd.

Dat de Palestijnen niet medeplichtig gehouden kunnen worden aan de bezetting betekent niet dat we kritiekloos kijken naar het Palestijnse leiderschap. Hoewel we als SP vinden dat Nederland, en Europa, minimaal een aandeel moet leveren aan het kunnen overleven en beter nog aan de opbouw van de Palestijnse infrastructuur, vinden we ook dat die steun en hulp aan voorwaarden verbonden moet worden. In het verleden is niet altijd transparant om gegaan met buitenlands geld. Ook is het Palestijns Gezag niet brandschoon als het gaat om mensenrechten. Wel kunnen we constateren dat er al geruime tijd sprake is van een democratiseringsproces, met een parlement (de Wetgevende Raad) in wording, en lokale en landelijke verkiezingen. De verkiezingen, waar Hamas met groot succes aan deel nam, zijn vlekkeloos verlopen. Het probleem nu is dat Israël, die, met de VS, de verkiezingen eens als een voorwaarde heeft gesteld voor toekomstige onderhandelingen, nu een nieuwe voorwaarde stelt: met Hamas in de regering is er aan de andere kant ‘geen partner om mee te praten’. (Overigens werd hetzelfde gezegd over Arafat en Abbas)

De oplossing?

Israël heeft zich tot nu toe niet vast willen leggen op definitieve grenzen. Er is geen moment geweest waarop een Israëlische regering besloot om ondubbelzinnig – op voorwaarden – genoegen te nemen met het gebied binnen de ‘groene lijn’, ondanks het feit dat de Palestijnen tot twee keer toe, de laatste keer bij de ondertekening van het Oslo akkoord, de staat Israël hebben erkend en daarmee afstand deden van 78% van het oorspronkelijke mandaatgebied Palestina. Olmert heeft nu gezegd de grenzen wel, en eenzijdig, zonder onderhandelingen, vast te willen leggen, waarmee aan de bezetting een einde gekomen zou zijn. De nieuwe kaart die dan zou ontstaan, waarbij bijna de helft van de Westoever ontoegankelijk is voor de Palestijnen zelf, is uiteraard voor hen onacceptabel. Ook is het duidelijk dat er geen sprake van zou zijn dat de bezetting daarmee zou zijn afgelopen – die krijgt een andere vorm, met de hergroepering van het leger aan de buitenkant, in plaats van aan de binnenkant van de grenzen.

In alle opeenvolgende pogingen tot vredesonderhandelingen is de inzet geweest om te komen tot een zelfstandige Palestijnse staat naast de staat Israël. De vraag is of die optie nog mogelijk is, door het scheppen van de ‘facts on the ground’, voornamelijk bestaande uit nederzettingen (25). Een aantal nederzettingen, met name die rondom Jeruzalem, die feitelijk de Westoever in tweeën snijden bestaan uit complete steden. Ma’ale Adumim is bijvoorbeeld in oppervlakte inmiddels groter dan Tel Aviv. Het is moeilijk denkbaar dat Israël ooit tot ontruiming over zal gaan, gezien de grote moeilijkheden die de ontruiming van de relatief kleine nederzettingen in de Gazastrook al opgeleverd hebben. Wanneer het niet meer mogelijk zal blijken om een economisch en ruimtelijk gezien leefbare Palestijnse staat op te richten is de volgende vraag welke andere optie er nog is. In het verleden hebben idealisten van beide kanten geijverd voor een binationale staat, één staat voor beide volken in plaats van twee staten voor twee volken. De vraag is of die optie niet nog meer problemen op de weg vindt dan de twee staats oplossing.

Wanneer de Palestijnse bevolking uit de gebieden binnen de grenzen van de staat Israël zouden wonen (wat ze de facto al doen) dan krijgt Israël er ca. vier en een half miljoen Palestijnen bij. (Dan hebben we het nog niet over de vluchtelingen die in de omringende landen verblijven) Feitelijk is er dan een einde gekomen aan de joodse meerderheid in Israël. Het dilemma daarbij (vanuit Israël bekeken) is dat het niet mogelijk is om een democratie te handhaven, elke burger één stem, en tegelijk vast te houden aan het joodse karakter van de staat Israël. Dan zijn er maar een paar opties (26):
1. Een formeel apartheidssysteem gebaseerd op de wettelijk vastgelegde dominantie van één etnisch-religieuze bevolkingsgroep over de andere.
2. Een democratische staat met gelijke rechten voor alle staatsburgers, waarbij Israël niet langer een joodse staat is.
3. Een systeem van interne afscheidingen waarbij de Palestijnen in een reeks ‘bantustans’ een beperkte vorm van zelfregering krijgen maar niet deel kunnen nemen aan de staatsmacht en economisch niet zelfstandig zullen worden.

Gezien de geschapen feiten tot nu toe ziet het er naar uit dat de regering Olmert, in navolging van de plannen van Sharon aanstuurt op de derde optie, vastgelegd in het Disengagement Plan. De eerste, een formeel apartheidssysteem zou in de westerse wereld die in ieder geval de schijn van een democratische gezindheid op wil houden niet goed vallen. De tweede optie zal, in ieder geval nu nog, op grote weerstand stuiten van een meerderheid van de joodse bevolking, die dat opvat als het einde, of zelfs de vernietiging van de joodse staat.

Recente ontwikkelingen

Inmiddels hebben zich een aantal nieuwe ontwikkelingen voortgedaan. In januari 2006 vonden in de Palestijnse gebieden verkiezingen plaats, die vlekkeloos zijn verlopen – SP senator Tiny Kox was er vanuit de Raad van Europa als observator bij aanwezig. Hamas kwam als grote winnaar uit de bus, en de nieuwe regering werd door Hamas gevormd. Lang niet alle stemmen die op Hamas werden uitgebracht kwamen uit de eigen aanhang. Ook betekent dit niet dat er in de Palestijnse gebieden sprake is van een verdere toewending naar het fundamentalisme, of een voorkeur voor gewapend verzet. Het merendeel van de Palestijnse bevolking is na het aflopen van de intifada overtuigd geraakt dat er geen aanslagen op burgers zouden moeten worden uitgevoerd, ook van de Hamas achterban is 60 procent tegen terrorisme. De stemmen voor Hamas zijn te zien als proteststemmen tegen de vorige regering van Machmoed Abbas, en de dominantie van de Fatah partij. De regering Abbas is er niet in geslaagd om de vredesonderhandelingen vlot te trekken, de economische situatie verslechterde verder. Bovendien werd Fatah gezien als corrupt. Fatah is niet in staat of bereid gebleken om hun kieslijsten aan te passen aan de wensen van de bevolking, en liet teveel van de oude garde op het pluche zitten. Hamas, die ook door niet-aanhangers als onkreukbaar wordt gezien, had zich bovendien veel aanhang onder de bevolking verworven door de praktische hulp die ze boden, het onderwijs, welzijnswerk en de gezondheidszorg. Ook bleken ze de stemmen van de vrouwenorganisaties te kunnen mobiliseren omdat ze meer vrouwen op de kieslijst hadden geplaatst dan andere partijen. Christenen stemden soms ook op Hamas, nadat die had beloofd om niet in te grijpen in de leefsfeer en de persoonlijke vrijheden van mensen. Hamas kreeg dus van een groot deel van de bevolking het voordeel van de twijfel, met de aantekening dat Fatah de tijd zou krijgen tot de volgende verkiezingen om op democratischer wijze een nieuwe kieslijst samen te stellen.

Het grote probleem is dat Hamas in het Westen op de lijst van terroristische organisaties staat, waar niet mee gepraat of onderhandeld mag worden. Dit ondanks het feit dat Hamas al een jaar lang een wapenstilstand had afgekondigd, die op een paar incidenten na ook is gehandhaafd. (De aanslagen die ondanks dat toch hebben plaatsgevonden kwamen van de kant van de Islamitische Jihad die zich niet bij het democratische proces hadden aangesloten, of van losse, moeilijk controleerbare verzetsgroepjes). Ogenblikkelijk werd de geldstroom naar de Palestijnse gebieden afgesneden, waardoor de al erg slechte economische situatie in een werkelijke noodsituatie veranderde. Israël hield bovendien het op de Palestijnen geïnde belastinggeld (voornamelijk in- en uitvoerbelasting) achter, hoewel dat formeel bezit van de Palestijnen was. De VS stopte met elke financiële hulp. Bijdragen uit de Arabische landen konden Palestina niet bereiken, omdat de banken onder druk van de VS de rekeningen blokkeren. Het is duidelijk dat Israël en de VS de economische noodsituatie willen gebruiken om de Hamas regering ten val te brengen. De Palestijnse bevolking ziet dat als uitermate onrechtvaardig: jarenlang was er aangedrongen om democratisering, nu hebben er verkiezingen plaats gevonden, en nu wensen Israël en de VS niet te praten met de regering die op democratische wijze aan de macht is gekomen. Hier wordt de democratie bestraft, zeggen veel Palestijnen, en hier wordt een gehele bevolking bestraft.

Europa neemt een iets andere houding in. Ook minister Bot heeft (onder andere in de senaat) laten weten niet mee te willen werken aan uithongering als strategie om de Hamas regering ten val te brengen. Wel is in Europa besloten om niet met Hamas te willen praten zolang niet aan drie eisen is voldaan: Hamas moet de staat Israël erkennen, moet het geweld afzweren, en moet de verdragen die al zijn gesloten erkennen en uitvoeren. De dubbelzinnigheid hierbij is dat diezelfde drie eisen niet aan Israël worden gesteld. Israël heeft op geen enkel moment de Palestijnse staat erkend, die er in de geest van de Oslo akkoorden op 22 procent van het gebied zou moeten ontstaan. Israël gaat ook nog steeds door met liquidaties van Palestijnse leiders, waar ook burgers bij omkomen. En Israël heeft zich nog geen moment gehouden aan de voorwaarden van de Routekaart, waarin was bedongen dat de bouw van nederzettingen moest worden bevroren. Ook de EU meet dus met twee maten. Ook al worden er pogingen gedaan om een humanitaire ramp te voorkomen door wel geld naar de gebieden te sluizen, maar met passeren van de Hamas regering.

Een tweede groot probleem is dat de regering Olmert zich onderwijl opmaakt om unilateraal de nieuwe grenzen vast te stellen in het Disengagement Plan. Die grenzen zullen zeer waarschijnlijk samenvallen met de loop van de muur, waarvan tot voor kort werd beweerd dat die niet als grens bedoeld was, maar als tijdelijke veiligheidsmaatregel.
De econome Sara Roy (27 ) waarschuwt voor de gevolgen van het Disengagement Plan, dat ik werkelijkheid niet gaat om een terugtrekking uit de Westoever en de Gazastrook, maar om een hergroepering van het leger om de enclaves heen waar de Palestijnen in zullen worden opgesloten. In het Disengagement Plan is besloten dat de grenzen onder controle zullen blijven van Israël, evenals de territoriale wateren, en het luchtruim. Identiteitsbewijzen zullen alleen door Israël verstrekt kunnen worden. De toegang tot Israël voor arbeiders zal worden teruggebracht tot nul. De Palestijnse gebieden blijven voor essentiële zaken als water, elektriciteit en gas geheel afhankelijk van Israël, waar ze de volle prijs voor zullen moeten betalen. Onder de omstandigheden is er geen sprake van dat de van elkaar geïsoleerde enclaves, waarvan de grenzen op elk moment hermetisch gesloten kunnen worden, economisch zelfstandig zullen kunnen bestaan. Import en export kunnen op elk moment geheel worden afgesloten, zoals al regelmatig gebeurt. De invoer en uitvoerbelasting worden nog steeds door Israël geïnd, en worden ook nu al gebruikt als drukmiddel, door steeds nieuwe voorwaarden te stellen voor de uitbetaling – dat terwijl het in feite Palestijns geld is.

Met het Disengagement Plan zal naar schatting 46 procent van de Westoever feitelijk geannexeerd zijn en bij Israël getrokken. Dit ondanks de kleine verbeteringen omdat de loop van de muur op last van het Israëlische Hooggerechtshof hier en daar aangepast wordt. De niet rendabele en moeilijk te beschermen nederzettingen die aan de verkeerde kant van de muur terecht zouden komen worden ontruimd, maar de grote nederzettingen blijven bestaan, evenals de gehele infrastructuur van de matrix of control. Jeruzalem is daarmee geheel afgesneden van de Westoever. Ook zal een brede strook langs de Jordaanoever in handen blijven van Israël, net zoals er een brede strook onder controle blijft in Gaza, bij de grens met Egypte, zodat de Palestijnse gebieden nergens toegang zullen krijgen naar een ander land. Ook wordt niet langer gesproken over de doorgang tussen Gaza en de Westoever.

Zelfs als de omsingelde enclaves formeel ‘Palestina’ zouden worden genoemd is er geen sprake van een onafhankelijk land. De vraag is eerder uit hoeveel bantustans Palestina zou komen te bestaan, schrijft journaliste Amira Hass (28) Wel wil Israël daarmee bereiken dat de internationale gemeenschap gelooft dat er een einde is gekomen aan de bezetting, en zij niet langer verantwoordelijk is voor wat zich daarbinnen afspeelt. (Niet dat Israël nu wel verantwoordelijk is geweest. Onder de Conventies van Geneve zou Israël verantwoordelijk zijn geweest voor voeding, onderwijs en gezondheidszorg in de bezette gebieden, die verantwoordelijkheid werd afgewenteld op de internationale gemeenschap en uitgevoerd door de UNWRA) Minister Bot van Buitenlandse Zaken heeft wel toegezegd de eenzijdig door Israël uitgeroepen nieuwe grenzen niet te zullen erkennen, en alleen tot erkenning over te willen gaan van grenzen die door beide partijen in onderhandelingen zijn goedgekeurd. De vraag is nu of de VS de regering Olmert zal steunen in hun unilaterale Disengagement Plan. Zolang Olmert kan volhouden dat vredesonderhandelingen niet mogelijk zijn omdat er aan de andere kant geen vredespartner is om mee te praten, ziet het er naar uit dat Bush hiervoor het groene licht gaat geven.

Hamas, bij name van de nieuwe president Ismail Haniya, heeft toegezegd te willen onderhandelen, de wapenstilstand te willen handhaven voor onbepaalde tijd als Israël bereid is te willen praten over de terugkeer naar de grenzen van 1967. Van erkenning van de staat Israël kan geen sprake zijn zolang de grenzen van die staat eenzijdig en ten koste van het Palestijnse gebied door Israël worden bepaald, en de muur Palestijnen afsluit van Palestijnen. Het is duidelijk dat onderhandelingen, waar de Hamas regering toe bereid is, alleen een kans van slagen hebben wanneer de voorwaarden aanwezig zijn voor economische onafhankelijkheid. De Palestijnen zullen niet instemmen met het Disengagement Plan, waarmee ze afgesneden zouden worden van een leefbare toekomst.

Ondertussen hebben de Palestijnen zelf hun handen vol aan het stabiliseren van de interne verhoudingen. De spanningen lopen op in de grote gevangenis die Gaza heet, en er hebben gevechten plaats gevonden tussen Hamas en Fatah. Dat de buitenwereld de gekozen regering negeert en alleen wil onderhandelen met de voormalige Fatah president Abbas, doen de onderlinge spanningen alleen maar toe nemen. De verdeel- en heerspolitiek – alleen Abbas zou de bevoegdheid krijgen om over geld te beschikken, en salarissen aan Hamas functionarissen zouden niet mogen worden uitbetaald, ook niet als er een ‘onafhankelijk’ fonds wordt geïnstalleerd, maakt de zaak nog erger. Hoewel de huidige escalatie, en de bombardementen van juli 2006, die vele doden, ook onder de burgerbevolking eisten de eenheid onder de Palestijnen weer heeft versterkt.

Geen volk zou in een positie mogen zijn dat er geen enkele internationale instantie meer is waar ze hun recht kunnen krijgen. Ondanks het feit dat het nog nauwelijks bestaande vredesproces aangestuurd zou worden door het ‘kwartet’, De VN, de VS, Europa en Rusland, zijn de touwtjes stevig in handen van de regering Bush. De VN is door de VS praktisch uitgeschakeld, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof wordt – ook door Europa en daarbinnen Nederland, tot op heden niet serieus gezien als een reden tot sancties. Zoals jurist Charles Shamas zei: wanneer een volk nergens anders hun recht kunnen halen, zullen ze het recht in eigen handen nemen met alle middelen die ze hebben. (29)

Conclusies en beleid

Wij staan op het standpunt dat de Nederlandse regering de democratisch gekozen Palestijnse regering moet erkennen en beschouwen als legitieme onderhandelingspartner. Het is duidelijk dat ook Hamas is gehouden aan het democratische proces, aan mensenrechten, aan transparant bestuur inclusief verantwoording van ontvangen gelden. Maar het is voor ons niet minder duidelijk dat ook Israël zich zou moeten houden aan dezelfde voorwaarden: het erkennen van de rechten van de Palestijnen op een leefbare, onafhankelijke en veilige staat, het stopzetten van de illegale liquidaties en van invasies in het Palestijnse gebied, en dat ook zij de al gesloten verdragen zoals de Routekaart op moeten volgen. De Nederlandse regering en de EU dienen niet over te gaan tot de erkenning van het eenzijdig uitgevoerde Disengagement Plan. We gaan er daarnaast van uit dat Nederland zou moeten helpen om ook financieel een verdere humanitaire ramp te voorkomen.

Het wordt tijd voor ondubbelzinnige uitspraken zoals politieke en economische sancties tegen Israël. Het Europese Parlement heeft op 10 april 2002 de EU-landen daartoe opgeroepen. Maar de regeringen hebben tot op de dag van vandaag geen gehoor gegeven aan deze oproep. En met het aantreden van de nieuwe Palestijnse regering wordt er bovendien alleen met sancties gedreigd aan de Palestijnse kant. Minister van Staat Hans van den Broek heeft er herhaaldelijk op gewezen dat het Associatieverdrag tussen de EU en Israël aan dat land belangrijke handelspreferenties geeft. In het verdrag is opgenomen dat de deelnemende landen verplicht zijn om de mensenrechten te respecteren. Volgens die clausule zou Nederland verplicht zijn om het Associatieverdrag op te schorten.

Nederland heeft een Grondwet waarin staat dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert (artikel 90). Dus hoort de regering zich te weer te stellen tegen ernstige schending van de rechtsorde, die volgens ons wat betreft Israël zonder meer aantoonbaar is.

Om dit te bereiken stelt de SP de volgende politieke eisen:

• onmiddellijke en volledige naleving van het internationale recht door alle partijen
• hervatting van humanitaire en financiële hulp aan de Palestijnse Nationale Autoriteit
• verwijdering van de volgens het Internationaal Gerechtshof illegaal gebouwde muur
• stopzetting elke vorm van militaire samenwerking en handel met Israël
• beëindiging van de doorvoer van wapens naar Israël via Schiphol
• boycot van illegale Israëlische producten uit bezette Palestijnse gebieden

Nederland dient deze eisen in alle internationale fora uit te dragen. Om dit eisenpakket kracht bij te zetten, dient de regering

* bij verdere schending van mensenrechten de ambassadeur terug te roepen
* in EU-verband te pleiten voor opschorting van het Associatieverdrag met Israël

Het gaat om meer dan het voortbestaan van het Palestijnse volk. Het gaat ook om meer dan de druk op Israël om een normale democratie te worden met gelijke rechten voor alle burgers, erkende grenzen, genormaliseerde relaties met de omringende Arabische landen en op den duur een economisch en sociale band met de buurstaat Palestina. Zolang het conflict niet op een rechtvaardige wijze wordt opgelost zal het een grote negatieve uitstraling hebben op de rest van de wereld. Het Westen, dat vanwege andere kwesties als Irak, Iran en Afghanistan en recent Libanon door de Arabische wereld niet gezien wordt als de behoeder van rechtvaardige, democratische waarden, maar als een machtsfactor die vooral de eigen economische belangen behartigt, als het ze uitkomt door schurkenstaten de hand boven het hoofd te houden, en met wapens de ‘democratie’ te vestigen waar ze die hebben willen, brengt de stabiliteit van de gehele wereld in gevaar. Ook moeten we vrezen voor de ‘import’ van het conflict in Nederland zelf, in de spanningen die de afgelopen jaren zijn gerezen binnen de bevolking, waaronder de migranten van islamitische afkomst. Ook Nederland heeft er belang bij dat er een rechtvaardige oplossing komt.

Voetnoten Beloofd of beroofd.

1. Onder de nieuwe historici zijn Illan Pappe, Avi Schlaim, Benny Morris, en journalist Tom Segev. Zie vooral Illan Pappe, The Israel/Palestine Question, Routledge, 1999, Ilan Pappe, A History of Modern Palestine, Cambridge University Press, 2004 en Benny Morris, Righteous Victims, A history of the Zionist-Arab Conflict, 1881 – 1999, Alfred A. Knopf, 1999

2. Zie Uri Avnery, Truth Against Truth, A Completely Different Look at the Israeli-Palestinian Conflict. www.gush-shalom.org

3. Benny Morris, The Birth of the Palestinian Refugee Problem, 1947 – 1949, Cambridge University Press, 1987, en Righteous Victims, zie (1)

4. Anja Meulenbelt, Het beloofde land, Van Gennep, 2000. Meron Benvenisti, Sacred Landscape, University of California Press, 2000. Walid Khalidi, All that remains, The Palestinian Villages Occupied and Depopulated by Israel in 1948. Institute for Palestine Studies, Washington DC. 1992

5. Amnesty International. Israel and the Occupied Territories. November 2002. Voor de gevolgen van de bezetting verder o.a. www.betselem.org. En meerdere artikelen in Anja Meulenbelt (red) Een spiegel liegt niet. Andere stemmen uit Israël. Bulaaq, 2002

6. Jeff Halper, The Matrix of Control, 29 januari 2001, Media Monitors Network, www.mediamonitors.net

7. Cijfers van april 2005, Neve Gordon, Counterpunch 19 april 2005. Vertaling in Soemoed mei-juni 2005.

8. Israel Ministery of Foreign Affairs, www.mfa.gov.il. Zie ook What the fatality statistiscs tell us. Amira Hass, Ha’aretz 23 september 2003.

9. Voor deze en de volgende schendingen van mensenrechten: de website van B’Tselem, The Israeli Information Center: www.bestselem.org, Amnesty International, www.amnesty.org met de laatste stand van zaken: Israel and the Occupied Territories: An Ongoing Human Rights Crisis. Meerdere mensenrechtenorganisaties, zoals het Palestinian Centre for Human Rights www.pchrgaza.org zijn te vinden op de website van de Electronic Intifada, www.electronicintifada.net. Ga naar By Topic, Human Rights Organisations, Links. Zie ook: Mazin B. Qumsiyeh. Sharing the Land of Canaan. Human Rights and the Israeli-Palestinian Struggle, Pluto Press, 2004 en B’Tselem, Behind the Barrier. Human Rights Violations as a Result of Israels’s Separation Barrier, Position Paper maart 2003.

10. In de laatste 4,5 jaar zijn 469 Palestijnen omgebracht in ‘targetted killings’, dat wil zeggen standrechtelijke executies. Daarvan geeft Israël toe dat 288 daarvan ‘onschuldige omstanders’ waren. Cijfers van april 2005, Neve Gordon, Counterpunch 19 april 2005. Vertaling in Soemoed mei-juni 2005.

11. Donorhulp aan de Palestijnse Gebieden blijft dus broodnodig. De donorbetalingen zijn in 2004 verdubbeld tot bijna een miljard dollar per jaar. Op 8 februari jl heeft het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken bekend gemaakt dat nog eens 40 miljoen dollar naar het Palestijnse Gezag zal worden overgemaakt. (Hoewel nog te bezien valt welke voorwaarden daaraan worden verbonden) Die verhoging is ook nodig, omdat tussen 2003 en eind 2004 de reële inkomens van de Palestijnse bevolking met bijna 40% is gedaald. Op het ogenblik bevindt zich 47% van de Palestijnen in de Bezette Gebieden (1,7 miljoen mensen) onder de officiële armoedegrens van 2,10 dollar per dag. In de meest afgesloten gebieden, en de gebieden waar de afscheidingsmuur doorheen loopt is dat aantal aanzienlijk hoger, doordat veel boeren hun land en waterbronnen zijn kwijtgeraakt en veel mensen niet meer regelmatig naar hun werk kunnen. Dat valt lager uit dan in 2001, toen de armoede steeg door de militaire invasies en de afsluitingen waardoor Palestijnse arbeiders minder in Israël konden werken. De armoede gaat weer stijgen wanneer Israël het plan uitvoert om in 2008 in het geheel geen inreisvergunningen voor Palestijnse arbeiders meer af te geven. Ook de verdere bouw van de Muur heeft daar invloed op. Zie Stop the Wall in Palestine, van PENGON, 2003, www.stopthewall.org en www.gush-shalom.org. De Wereldbank heeft in een rapport van december 2004 laten weten dat economische zelfstandigheid, en op den duur vermindering van de donorhulp niet mogelijk zijn wanneer Israël niet meewerkt aan de ontsluiting van de gebieden. Israël heeft in 2002-2003 702 miljoen aan economische hulp ontvangen, niet meegerekend handelsvoordelen, en bijzondere leningen en schenkingen. Bronnen: Wereldbank, Stagnation or Revival: Israeli Disengagement and Palestinian Economic Prospects, Washington DC, december 2004. Wereldbank, Four years: Intifada, Closures and Palestinian Economic crisis, Washington DC, oktober 2004.Cijfers economische hulp aan Israel: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) www.oecd.org. Charmaine Seitz, Middle East Report, Nr. 234, spring 2005, Washington.Over de oorzaken van Palestijnse armoede: Palestinian Relief Committees (Parc)

12. Zie ook: Sara Roy. The Gaza Strip. The Political Economy of De-development. Institute for Palestine Studies, Washington DC, 1995 over de Israelische methodiek van de on-ontwikkeling in de gebieden.

13. Op dit moment zijn er meer dan 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen: 4,1 miljoen vluchtelingen en hun nazaten van 1848, geregistreerd bij de VN, 1,5 miljoen vluchtelingen en hun nazaten van 1848, niet geregistreerd bij de VN, 260.000 ‘displaced persons’ en hun nazaten leven binnen de grenzen van Israel, 750.000 werden ‘displaced persons’ na 1967. Cijfers van het Labour Middle East Council on behalf of the British Joint Parliamentary Middle East Councils, London 2001. www.Lmec.org.uk. Voor recente cijfers over armoede en werkloosheid: Sara Roy, A Dubai on the Mediterranean, London Review of Books. 3 november 2005. Vertaling www.anjameulenbelt.sp.nl 4 mei 2006. Zoe ook de rapporten van de Worldbank, West Bank and Gaza Uodate april 2006, en het meest recente rapport na de verkiezingen: Impending Palestinian Fiscal Crises, 7 mei 2006. www.worldbank.org.

14. Aid under Attack, www.electronicintifada.net, Ga naar By Topic, Development. Zie ook: UNRWA, Emergency Appeal 2005, Special report. www.un.org.unrwa

15. Zie voor deze visie op het vluchtelingenprobleem Uri Avnery. Truth Against Truth, A Completely Different Look at the Israeli-Palestinian Conflict. www.gush-shalom.org. Maar ook de website van Badil, www.badil.org en Nur Masalha, The Politics of Denial, Israel and the Palestinian Refugee Problem. Pluto Press, 2003 Over de ‘internal refugees’, zie Nur Masalha (red) Catastrophe Remembered. Zed Books, 2005

16. Zie: Cook, Jonathan. Democracy Within the Tribe, Al-Ahram 24 –30 oktober 2002. Cook heeft meer geschreven over de positie van Palestijnen in Israël. Cook, Jonathan. Protection Does Not Apply, Al-Ahram 13 – 19 maart 2003.Cook, Jonathan. ‘Democratic’ Racism, Al-Ahram 2004.Website http://weekly.ahram.org.eg.Cook, Jonathan. Not prepared to concede one metre. Apartheid in the Galilee. 17 mei 2005, http://electronicintifada.net. Over de positie van Palestijnen in Israël verder: HRA, Arab Association for Human Rights www.arabhra.org en Adalah – The Legal Centre for Arab Minority Rights in Israel, www.adalah,org.Uit het meest recente rapport van het Center of Contemporary Studies in Um al-Fahem blijkt dat van alle huizen die gebouwd zijn zonder vergunning 45% gebouwd is door Joodse Israëli’s. Toch zijn er niet meer dan tien van die huizen afgebroken. Daarentegen zijn 60.000 huizen van Arabische Israëli’s in de Negev ‘illegaal’ verklaard en 40.000 huizen in Galilea. De bewoners en eigenaars daarvan hangt afbraak en zware boetes boven het hoofd, hoewel de huizen in meerderheid zijn gebouwd op land dat in eigendom is van de bewoners. Daarentegen zijn de huizen van de Joodse Israëli’s gebouwd op land dat in eigendom is van de staat. In 2003 zijn meer dan honderd huizen van Arabische eigenaars afgebroken, evenals in 2002. In 2003 werden bijna duizend Arabische eigenaars in de Negev veroordeeld wegens illegaal bouwen.

17. Michael Warschawski, Israel-Palestine: The Bi-national Challenge. News from Within (van het Alternative Information Center) december 2004.Zie ook: Michael Warschawski, On the Border. Pluto Press, 2005

18. Deze cijfers zijn van 2002, zie Miftah, Fact Sheet: Foreign Aid to Israel, april 2002, www.miftah.org en Israel and the U.S.Interest, The Cost of Israel, www.mideastfacts.com. Ook: Israël en de VS, Anja Meulenbelt, 12 september 2004, weblog www.anjameulenbelt.sp.nl. Voor recente cijfers van het OECD: De VS is de absolute top donor voor Israel, Nederland neemt bij de top tien een bescheiden zesde plaats in. www.oecd.org.

19. Phyllis Bennis heeft met enige variaties het verhaal op verschillende plekken uitgewerkt: Bennis, Phyllis. Veto, maart 2003, www.tni.org/archives/bennis. Bennis, Phyllis. The Newest New World Order, 18 september 2001, ww.tni.org/archives/bennis. Bennis, Phyllis, What Has Been the Role of the UN in the Israel-Palestine Struggle? Fact Sheet nr. 9, Institute for Policy Studies, Washington, januari 2001. Bennis, Phyllis, Understanding the Palestinian-Israeli Conflict, Tari Publications, 2003.

20. Zie Aid under Attack, www.electronicintifada.net, Ga naar By Topic, Development.

21. Er zijn inmiddels vele beschouwingen over het mislukken van de Oslo onderhandelingen gepubliceerd, met onderling enige variatie in de conclusies. Zie bijvoorbeeld Uri Avnery, A Villa in the Jungle, www.gush-shalom.org. Op dezelfde website ook te vinden: Camp David: The Tragedy of Errors, door Hussein Agha en Robert Malley. Meer op www.electronicintifada.net. Ook: Anja Meulenbelt, Het Beroofde Land, Van Gennep 2000.

22. Zie Uri Avnery, www.gush-shalom.org

23. Ook Israël betaalt een hoge prijs voor de bezetting. Uit een rapport van OXFAM worden de uitgaven geschat: Aanvullende defensie uitgaven sinds de eerste intifada (1987) 6,5 miljard dollar. Bouwkosten joodse nederzettingen in de Bezette Gebieden 10 miljard dollar. Bouwkosten scheidingsmuur Ruim 1 miljard dollar. Geschatte compensatie aan gewonde Israëli’s 230 miljoen dollar. Geschat verlies aan Bruto Nationaal Product 7 – 12 miljard dollar. Angezien de cijfers niet bekend worden gemaakt door de Israëlische regering zijn het schattingen. Zie ook: Daphna Levit, Where have all our shekels gone? www.gush-shalom.org. De economische groei is gestagneerd van +5,2% BNP in 2000 (begin van de tweede intifada) naar – 0,5% Het aantal Israëli’s dat in 2003 beneden de armoedegrens leefde steeg naar 19,2% Bron: The Guardian, 25 februari 2005. Zie ook Soemoed, themanummer sociaal-economische dimensies van het Israelisch-Palestijnse conflict. Uitgave van het NPK. Juli-augustus 2005.

24. In de tien grootste nederzettingen zijn alleen al in 2005 3500 bouwprojecten (appartementen en bungalows) gestart. Illustratief zijn de cijfers over de bevolkingsaanwas in de nederzettingen. Tussen 1994 en eind 2004 is de bevolking in de tien grootste nederzettingen verdubbeld van 69.660 tot 139.603. In totaal wonen er op de bezette Westelijke Jordaanoever 234.487 kolonisten. (Vergelijk: het aantal kolonisten dat uit de Gazastrook moest vertrekken was tussen de 7000 en 9000) Als de inwoners van de Arabische wijken in Jeruzalem, die in 1967 zijn geannexeerd, maar volgens internationaal recht zijn bezet, worden meegerekend (French Hill, Pisgat Ze’ev en Ramot) stijgt dat aantal tot 406.900. Bron: Oscar Garschagen, NRC 10 oktober 2005. Zie ook Sara Roy, The Future of Gaza, London review of Books.

25. Volgens Sara Roy zijn dit de ‘facts on the ground’ die behoren bij het Disengagement Plan, al grotendeels gerealiseerd:

1. Een geplande muur van 620 kilometer (waarvan 205 kilometers al zijn gebouwd) opgetrokken uit betonnen platen van negen meter hoog en ondoordringbare hekken, gebouwd op het in beslag genomen land van de Westoever, waardoor op dit moment tien procent van alle Palestijnen, 242.000 mensen – geïsoleerd zijn in afgesloten militaire zones tussen de grens met Israël en de westelijke kant van de muur, en 12 procent intern zijn afgesloten van hun bouwland door de kolonistenwegen en de huizenblokken van de nederzettingen. Op zijn best zullen de Palestijnen nog toegang hebben tot 54 procent van hun land op de Westoever wanneer de muur af is.
2. Negenentwintig snelwegen voor kolonisten en ‘bypass roads’ over een totale lengte van 400 kilometer, die met opzet worden gebouwd om de bewegingsvrijheid voor de 400.000 joodse kolonisten te garanderen, en tegelijk drie miljoen Palestijnen in omsingelde en geïsoleerde enclaves op te sluiten.
3. Veertig geplande tunnels op de Westoever (waarvan er 28 inmiddels klaar zijn, vergeleken met de zeven die er een jaar geleden waren) die de joodse nederzettingen met elkaar en met Israël verbinden.
4. De geplande bouw van 6400 nieuwe kolonistenhuizen op de Westoever. Minstens 42 nederzettingen worden uitgebreid en scholen, universiteiten, hotels, winkelcentra en bedrijfsruimte en parken worden toegevoegd.
5. De afgrendeling van Oost Jeruzalem – het commerciële en culturele hart van de Westoever – waardoor het onbereikbaar wordt vanuit Ramallah, Bethlehem en de rest van de Westoever.
6. Het van elkaar afscheiden van het noorden en het zuiden van de Westoever, en de afgrendeling van Gaza, Hebron, Bethlehem, Ramallah, Jericho, Tulkarm, Kalkiliya, Salfit, Nablus en Jenin.

26. Jeff Halper, Setting Up Abbas, 25 oktober 2005, www.electronicintifada.net en www.anjameulenbelt.sp.nl 26 oktober 2005. Ook het interview met Jeff Halper, www.anjameulenbelt.sp.nl 1 oktober 2004, De twee-fasenoplossing? Zie ook: Hanna Seniora, The Demise of the Two State Solution, ICAHD (Committee Against House Demolitions, waarvan Jeff Halper de directeur is. Zij volgen als geen ander nauwlettend de groei van de ‘facts on the ground) www.icahd.org.

27. Zie noot 25. Het artikel is in vertaling te vinden op www.anjameulenbelt.sp.nl ,

28. Amira Hass, De acht-staten-oplossing.24 april 2005. www.anjameulenbelt.sp.nl.

29. Charles Shamas werd geinterviewd door Anja Meulenbelt, Israel ontkent dat het gaat om een militaire bezetting, Tribune 19 september 2003

Het beloofde en het beroofde land

Notitie over Israël/Palestina

Notitie van de werkgroep buitenland van de SP
Harry van Bommel en Anja Meulenbelt
Juli 2006

Vooraf

Nederland heeft historisch gezien een sterke band met Israël. Het is daarom niet eenvoudig om helder stelling te nemen in het nu al bijna 60 jaren durende conflict tussen twee nationale bewegingen in het Midden Oosten, die van de staat Israël en die van de voornamelijk onder bezetting levende Palestijnen, en om beide kanten recht te doen zonder in een te simpele stellingname terecht te komen in de trant van ‘waar er twee vechten hebben er twee schuld’.

Bij de stellingname in het conflict gaat het ook om de houding van het Westen tegenover een Arabisch land. Zoals we in deze nota aan zullen stippen gaat het onder andere om de schendingen van mensenrechten en het internationale en humanitaire oorlogsrecht met name door de staat Israël. Zolang de VS en Europa daar geen duidelijke stelling innemen is de geloofwaardigheid van het Westen ten aanzien van andere brandhaarden als Irak, Iran en Afghanistan sterk vermindert. Wie zijn wij om andere naties op de vingers te tikken vanwege een gebrek aan democratie of het niet nakomen van mensenrechten wanneer we de andere kant opkijken in het geval van Israël?

In Eerste Weg Links, het actieprogramma van de SP voor 2003-2007 pleit de partij voor een niet-militaire oplossing voor het al zo lang lopende conflict tussen Israël en de Palestijnen. Er moet een einde komen aan de bezetting van de Palestijnse gebieden en het nederzettingenbeleid van Israël. Israël moet zich terugtrekken tot achter de grenzen van 4 juli 1967, de “Groene Lijn”. Palestijnse vluchtelingen moeten een recht op terugkeer krijgen.

In het SP programma voor de Europese verkiezingen van 2004 staat vermeld dat de Europese Unie een vasthoudende pleitbezorger dient te worden voor de preventie, beheersing en oplossing van conflicten langs geweldloze weg. Toepassing van terreur als politiek instrument dient onder alle omstandigheden krachtig te worden veroordeeld. De Europese Unie dient meer bij te dragen aan de oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Basis hiervoor zijn een levensvatbare Palestijnse staat en veilige, internationaal erkende grenzen voor zowel Israël als Palestina.

Zolang Israël haar medewerking aan een dergelijke vredesregeling weigert en VN-resoluties naast zich neerlegt, dient het EU-associatieverdrag met Israël te worden opgeschort. Ook betreffende andere landen zullen Europese associatieverdragen gekoppeld worden aan het naleven van mensenrechten door regeringen van partnerlanden, dit moet dus ook gelden voor Israël. Europa dient een bijdrage te leveren aan de (weder)opbouw van de Palestijnse Gebieden. In de senaat heeft de SP gepleit voor hervatting van de noodhulp aan de UNRWA, die door minister van Ardenne is toegekend voor het jaar 2004. Ook heeft woordvoerder Harry van Bommel gepleit voor een wapenembargo tegen Israël. En wederom in de senaat, pleitten Tiny Kox en Anja Meulenbelt voor het hervatten van de hulp aan Palestina, en het aangaan van het gesprek met de nieuw gekozen Hamasregering. Er mag niet met twee maten gemeten worden: als er eisen gesteld worden aan de Palestijnen, dan ook aan Israël. Ook bij de recente escalatie, juni/juli 2006, heeft kamerlid Harry van Bommel kamervragen gesteld.

In deze nota wil de SP – in het kort – haar standpunt ten aanzien van het Palestijns-Israëlische conflict verder verhelderen. Om te beginnen door duidelijkheid te scheppen over de verschillende visies op het conflict, en antwoord op de vraag vanuit welke visie de SP naar het Midden Oosten kijkt.
Aan de orde komen vervolgens de oorsprong van het conflict, de bezetting, het vluchtelingenvraagstuk, de democratie en de mensenrechten binnen Israël zelf, de rol van de VS en de mogelijke oplossingen. En we eindigen met een visie op de actualiteit: de verkiezing van een door Hamas geleide regering, het Disengagement Plan van Sharons opvolger Olmert, en de houding van Nederland en de EU.

De paradigma’s

In Nederland spelen grofweg drie verschillende visies (of paradigma’s) op het Israël/Palestina conflict.

In de eerste visie, die lang dominant is geweest in Nederland, is de staat Israël gevestigd vanwege de noodzaak een veilig toevluchtsoord te stichten voor de overlevenden en hun nazaten van de shoah, de holocaust. In deze visie wordt Israël gezien als een dapper, klein land dat zich staande moet houden temidden van een grote overmacht aan vijandige Arabische staten die de joden het liefst de zee in zouden willen drijven. In de tijd dat de staat werd gevestigd kon Israël rekenen op sympathie van een groot deel van Europa, deels uit schuldgevoel voor de gevolgen van de jodenvervolging, deels omdat de Europese joden die Israël stichten cultureel en politiek als ‘verwant’werden ervaren. Met de verdreven ‘inheemse’ bevolking was weinig compassie, wat niet vreemd was gezien het feit dat Nederland zelf zich nog nauwelijks bewust was van het eigen kolonialisme en de behandeling van ‘inheemse’ bevolkingen elders. In deze visie wordt het probleem vooral gedefinieerd als de onwil van de Palestijnen (en andere Arabieren) om Israël te erkennen en op te houden met geweld.

Deze visie is inmiddels voor een deel ingehaald door een andere. Er is enige erkenning gekomen voor het Palestijnse volk. In paradigma 2 worden twee volken erkend, de Israëlische joden en de Palestijnen, die beide vechten om hetzelfde stukje land. Het gaat dan om een botsing tussen twee nationale bewegingen. Het probleem wordt dan meestal gezien als de spiraal van geweld waar beide partijen in verstrikt zijn, de onwil aan beide zijden om concessies te doen en slecht leiderschap aan beide kanten. Deze visie is populair bij de media, die graag beide kanten evenredig aan het woord willen laten en ‘onpartijdig’ willen blijven en bij politici die wel willen zien dat de Palestijnen in een onhoudbare situatie leven maar ook Israël niet af willen vallen.

Het probleem met paradigma 2 is dat er niet in verdisconteerd is dat er sprake is van twee uitermate ongelijke partijen. Het is geen oorlog tussen twee staten. Het gaat om een bestaande staat aan de ene kant, met een zeer geavanceerd leger, ondersteund door de machtigste staat ter wereld, de VS. Aan de andere kant een volk dat bijeen is gedreven op 22% van het oorspronkelijk mandaatgebied, met nog maar het begin van een eigen staatsapparaat, zonder leger, een volk dat bovendien voor tweederde uit vluchtelingen bestaat. Het cruciale verschil is dat de ene partij een bezettende mogendheid is, en de andere partij grotendeels onder bezetting leeft, of in ballingschap. We gaan er van uit dat een analyse van het probleem, zonder dat daarin de feitelijk bestaande bezetting genoemd wordt, altijd te kort zal schieten.

In paradigma 3 staat het begrip bezetting centraal. De staat Israël is gesticht als joodse staat, op het land waar al een inheemse bevolking aanwezig was. De stichting van de staat is ten koste gegaan van de daar al wonende Palestijnen die zijn verdreven of binnen Israël als tweederangsburgers worden behandeld. Israël neemt geen verantwoordelijkheid voor het ontstane vluchtelingenprobleem, ondanks vele VN resoluties. Na 1967 werden bovendien de Westoever en de Gazastrook bezet na veroverd te zijn op Jordanië en Egypte, en begon een stelselmatige annexatie door middel van de nederzettingenbouw, wegenstelsel alleen voor kolonisten en de muur. Het probleem vanuit deze visie is dat Israël niet bereid is om een zelfstandige een leefbare staat Palestina naast zich te dulden, maar uit is op het annexeren van zoveel mogelijk land voor de staat Israël met zo min mogelijk Palestijnen er op.

De SP stelt zich ondubbelzinnig op in het laatste paradigma, maar wel met een aantal kanttekeningen.

Hoewel we van mening zijn dat Israël af zou moeten zien van de bezetting, gaan we er van uit dat beide staten, zowel Israël en Palestina, recht hebben op veiligheid en onafhankelijkheid, en de steun van de internationale gemeenschap in het handhaven van vrede. Uiteindelijk zijn wij van mening dat alleen met het sluiten van een rechtvaardige vrede ook Israël een democratisch, veilig en welvarend land kan worden. Wij hechten er dan ook aan om te stellen dat we ons kritisch opstellen tegen de politiek van de opeenvolgende regeringen van Israël, maar niet tegen het bestaan van de staat zelf.

We erkennen het recht van de Palestijnen om conform het internationale oorlogsrecht in verzet te komen tegen de bezetting. De grens daarbij ligt waar burgers in Israël het doelwit worden van geweld. We wijzen zelfmoordaanslagen op burgers dan ook ten stelligste af.

De verantwoordelijkheid voor de ontstane onrechtvaardige situatie ligt niet alleen bij Israël. De Verenigde Staten die Israël economisch en met wapens ondersteunen zijn zwaar medeverantwoordelijk voor het voortbestaan van de bezetting. Europa treft als blaam dat ze weinig hebben gedaan om Israël te houden aan het internationale recht en aan de mensenrechtenakkoorden.

Het ontstaan van het conflict.

De blik zou meer gericht moeten zijn op een mogelijke oplossing in de toekomst dan op het verleden. Toch kunnen we niet om een visie op dat verleden heen, omdat de ontstaansgeschiedenis tot op de dag van vandaag een grote rol speelt. Om tot een oplossing te komen moet minstens onder ogen gezien worden dat de ontstaansgeschiedenis van het conflict er voor de Palestijnen fundamenteel anders uitziet dan voor de staat Israël. Neem bijvoorbeeld het vluchtelingenvraagstuk, dat centraal staat in een mogelijke oplossing.

In paradigma 1, lange tijd dominant in Nederland, wordt vastgehouden aan het verhaal waarin de zionistische groepen zich met toestemming van de VN vestigden in het mandaatgebied Palestina. Dat verhaal luidt zo: de Arabieren wezen het verdelingsplan af, dat de Algemene Vergadering van de verenigde Naties in november 1947 had aangenomen (resolutie 181) waarbij de Palestijnen (toen nog niet zo genoemd) 45% van het land kregen toegewezen, en de jonge staat Israël 55%. Nadat de Arabieren het plan hadden afgewezen, en op 14 mei de staat Israël werd uitgeroepen vielen de Arabische troepen binnen. In de oorlog die volgde vluchtten vele van de Palestijnen, daartoe onder andere opgeroepen door de Arabische leiders. De Arabische troepen verloren het van het nieuwe Israëlische leger. Waarna de staat Israël werd gevestigd, op 78% van het mandaatgebied.

In de visie van de Palestijnen, overigens inmiddels ruimschoots bevestigd en gedocumenteerd door een aantal Israëlische ‘nieuwe historici’ (1) was de veroveringsoorlog al ruimschoots gaande vóór de bewuste datum dat de staat Israël werd gevestigd, op 14 mei 1945. Het beruchte bloedbad in Deir Yassin, waarbij tussen de 100 en de 250 dorpelingen, voornamelijk ouderen en vrouwen werden geëxecuteerd vond plaats op 9 april, en is te begrijpen als afschrikwekkend voorbeeld om de Palestijnse bevolking er toe te bewegen te vluchten. De helft van de 750.000 Palestijnen die uiteindelijk op de vlucht sloegen was al op weg vóór 10 mei. De Palestijnen die toen nog niet als volk werden erkend hadden geen stem gehad in het verdelingsplan, dat in hun visie over hun hoofden heen was bedisseld.

Hadden de Arabieren het verdelingsplan geaccepteerd, dan had Israël met het probleem gezeten dat ze maar 55% van het mandaatgebied tot hun beschikking hadden, met bovendien een aanwezige niet-joodse bevolking, die zonder de dekmantel van een oorlog niet verwijderd kon worden. Ben Goerion heeft later ook toegegeven dat hij er van uitging dat de Arabieren het plan af zouden wijzen, zodat Israël een rechtvaardiging had om het eigen gebied eenzijdig verder uit te breiden (2).
En historicus Benny Morris, zionist, heeft na grondig onderzoek toegegeven dat er wel degelijk sprake was van ‘etnische zuivering’ op grote schaal – de poging om zoveel mogelijk Arabieren te verwijderen van het land dat Israël wilde houden (3)

Meteen na de stichting van de staat werd een begin gemaakt met de verwoesting van 450 Palestijnse dorpen, het uitwissen van de Arabische sporen tot en met het veranderen van namen, en het onder een militair bestuur zetten van de minderheid Palestijnen die was gebleven ( 4 ). Een militaire ‘uitzonderingstoestand’ die tot 1966 heeft geduurd. Een groot deel van het land dat tot dan toe Arabisch bezit was geweest werd onteigend en in bezit genomen door de staat, die het land via de nieuwe wetgeving alleen aan Joodse Israëli’s verpachtte.

Na de zesdaagse oorlog in 1967 had Israël de mogelijkheid om een oplossing te vinden door mee te werken aan het stichten van een Palestijnse staat op de Westoever en in de Gazastrook, en in Oost Jeruzalem voor de daar wonende twee miljoen Palestijnen, toen de gebieden respectievelijk veroverd werden op Jordanië en Egypte. In plaats daarvan werden de gebieden bezet gehouden, ondanks herhaaldelijke VN-resoluties die Israël opriepen de bezetting te beëindigen. Israël stond toen voor de keuze: de annexatie van de gebieden zou hebben betekend dat er twee miljoen Arabieren ófwel burgerrechten zouden krijgen, waarmee er een einde zou komen aan de joodse meerderheid in Israël, ófwel de gebieden zouden worden ingelijfd terwijl de Palestijnen geen burgerrechten zouden krijgen, waarmee formeel een apartheidssysteem geschapen zou zijn. In plaats daarvan werden de gebieden nu bijna 40 jaar lang onder een ‘voorlopig’ militair gezag geplaatst.

De bezetting

In die periode hebben de opeenvolgende regeringen, tegen de Conventies van Geneve in, systematisch nederzettingen gebouwd, een netwerk van wegen aangelegd om de nederzettingen direct met Israël te verbinden en tegelijk het Palestijnse gebied in van elkaar afsluitbare gebiedjes te verdelen. Tienduizenden hectare Palestijns land zijn in beslag genomen, tienduizenden olijven- en citrusbomen ontworteld, duizenden Palestijnse woningen afgebroken (5 ). Op dit moment is nog maar 60% van de Gazastrook en de Westoever bewoonbaar voor de Palestijnen zelf, in enclaves die van elkaar geïsoleerd worden door checkpoints en muren. Dat was Jeff Halper (van het ICAHD) de ‘matrix of control’ heeft genoemd (6 ). Ook nadat er een begin werd gemaakt met vredesonderhandelingen onder begeleiding van de VS, nadat Israël de PLO had erkend als officiële vertegenwoordiging van het Palestijnse volk, en er in 1993 wederzijds handtekeningen werden gezet onder het Osloaccoord, een intentieverklaring, ging de bouw van de nederzettingen gewoon door. Het sluitstuk van de matrix of control is de afscheidingsmuur op de Westoever. Officieel is die muur bedoeld om een scheiding aan te brengen tussen de Palestijnse gebieden en Israël, om aanslagen te voorkomen. In werkelijkheid is op de kaart zichtbaar dat de muur niet de groene lijn volgt, maar een route die twee of drie keer zolang is en zoveel mogelijk nederzettingen inlijft bij Israël, daarnaast zoveel mogelijk van de Palestijnse woonkernen afsluit van het achterland en van elkaar. Het Internationaal Gerechtshof in den Haag heeft op 9 juli 2004 geoordeeld dat de bouw van de muur illegaal was. Daarmee werd een andere belangrijke uitspraak gedaan: de Vierde Conventie van Geneve (1949) is dus ook van toepassing op de Palestijnse gebieden die bezet worden gehouden, wat inhoudt dat alle daar gevestigde nederzettingen illegaal zijn, en niet alleen de ‘buitenposten’ die zonder toestemming van de regering zijn opgericht.

Het verzet van de Palestijnse bevolking, in de vorm van de strijd binnen de gebieden, en de zelfmoordaanslagen in Israël heeft steeds bloedige vergeldingsacties opgeroepen, met een hoogtepunt in de in september 2000 losgebarsten ‘tweede intifada’. Sinds de Tweede Intifada uitbrak, in 2000, zijn 3161 Palestijnen om het leven gebracht, van wie 636 minderjarigen. Van de 751 Palestijnen die in 2004 werden gedood had tweederde aan geen enkele gevechtshandeling deelgenomen. Toch heeft de militaire aanklager de laatste 4,5 jaar slechts 104 onderzoeken ingesteld wegens onrechtmatige levensberoving, deze hebben tot 28 strafvervolgingen en achttien veroordelingen geleid. Een militair die een Palestijnse vrouw van 95 had doodgeschoten kreeg 65 dagen gevangenisstraf. (7)
(Voor de cijfers van slachtoffers onder de Israëlische bevolking, militairen zowel als burgers die gedood zijn bij aanslagen, zie de cijfers van het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor aanhangers van paradigma 3 zijn dit feitelijk ook slachtoffers van de bezetting (8))

Niet geteld zijn de vele honderden Palestijnen die permanent gehandicapt zijn geraakt.
Het leger houdt honderden Palestijnen in ‘administratieve hechtenis, dat wil zeggen zonder aanklacht en zonder proces, en dus ook zonder beroepsmogelijkheid. (9)
Naast de verwoestingen van bouwland en boomgaarden tijdens de invasies werd rondom de nederzettingen, kolonistenwegen en grenzen brede stroken land geheel platgebulldozerd, inclusief de huizen. Bewoners kregen zelden meer dan een uur om bezittingen te verzamelen en te vertrekken. Daarnaast zijn vele huizen opgeblazen als represaille maatregel.

Het leger heeft toestemming van de regering om verdachte Palestijnen standrechtelijk te executeren, de ‘targeted killings’. Behalve dat dat ook onder het oorlogsrecht niet is toegestaan, komen er regelmatig burgers bij om. (10)

De checkpoints die op de Westoever en in de Gazastrook de bevolking van elkaar geïsoleerd houden richten een onnoemelijke schade aan. Regelmatig kunnen kinderen niet naar school, mensen niet naar hun werk, kunnen boeren hun producten niet naar de markt brengen, kan vee niet verzorgd worden, kunnen mensen niet naar het ziekenhuis. De behandeling van Palestijnen die met een vergunning door de checkpoints moeten is berucht.
Volgens de cijfers van de International Labour Organization (ILO) had in 2004 nog niet de helft van de volwassen mannen in de Bezette Gebieden werk. Zo’n 47% van de Palestijnen in de Bezette Gebieden (1,7 miljoen mensen) leven onder de officiële armoedegrens van 2,10 dollar per dag (11) Inmiddels is dat cijfer gestegen. Volgens de Wereldbank, gaan de Palestijnen op dit moment door de diepste economische depressie in de moderne geschiedenis, voornamelijk veroorzaakt door de aanhoudende Israëlische restricties die de handel vanuit Gaza dramatisch hebben verlaagd, en feitelijk het arbeidsleger heeft afgesneden van hun banen in Israël. Dit heeft geleid tot de ongeëvenaarde mate van werkloosheid, van 35 tot 40 procent. Ongeveer 65 tot 75 procent van de Gazanen leeft onder de armoedegrens (in 2000 was dat nog 30 procent). (12) Deze cijfers zijn van voor de verkiezingen en de recente economische boycot van de nieuwe regering, waardoor 15.000 van de overheid afhankelijke employees geen salaris ontvangen, en het grootste deel van de buitenlandse hulp is bevroren. De levensstandaard is nog verder gedaald. Ook de ambtenaren, leerkrachten, medisch personeel zijn nu grotendeels van de voedselhulp van de UNRWA of WFP afhankelijk.
Het vluchtelingenprobleem

De oorspronkelijke 75.000 vluchtelingen van 1948 verspreidden zich over de Westoever, de Gazastrook, de omringende landen als Libanon en Jordanië, en een kleiner deel leeft in de diaspora in het Westen. Binnen Israël zelf leven nog steeds duizenden Palestijnen als ‘displaced persons’, in niet-erkende dorpen. Na 1967 kwam een nieuwe vluchtelingenstroom tot stand. Van de Palestijnen heeft ca. tweederde nog steeds vluchtelingenstatus Het aantal vluchtelingen, dat wil zeggen, de oorspronkelijke vluchtelingen en hun nazaten wordt nu geschat op meer dan vijf miljoen (13).
Binnen de bezette gebieden worden de vluchtelingen al meer dan vijftig jaar onderhouden door de UNRWA, de VN organisatie zonder politiek mandaat, die zorgt voor voedsel, basaal onderwijs (de paradox van de situatie is dat Palestina van alle Arabische landen het laagste analfabetisme heeft) en gezondheidszorg (14). De vluchtelingen binnen de bezette gebieden hebben daarmee een levensstandaard die redelijk overeenkomt, dat wil zeggen, even laag is als die van de plaatselijke autochtone bevolking. In Jordanië is de situatie voor vluchtelingen redelijk, ze kunnen burgerrechten krijgen, in Libanon is de situatie miserabel.

Het vluchtelingenprobleem is ondanks vele VN resoluties nooit door Israël erkend. Tegen het internationale recht in is het de vluchtelingen na het bestand van 1948 onmogelijk gemaakt om naar hun huis terug te keren. Compensatie van verloren land en andere bezittingen is nooit aan de orde geweest. Zonder het vluchtelingenprobleem op de agenda te zetten is een vrede tussen Israël en de Palestijnen ondenkbaar. Zelfs wanneer het mogelijk zou zijn om de in de bezette gebieden wonende vluchtelingen tevreden te stellen met de opheffing van de bezetting – de meeste van hen hebben zich er al gesetteld, is het niet mogelijk om de vluchtelingen buiten de grenzen te negeren.

Het is duidelijk dat Israël vreest voor het gevolg wanneer zij de verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem zouden erkennen. Formeel zou dat betekenen dat de miljoenen vluchtelingen het recht op zouden kunnen eisen ‘terug te keren’ naar hun oude huizen die inmiddels niet meer bestaan dan wel door joodse Israëli’s worden bewoond, waarmee bovendien het ‘demografisch evenwicht’ om Israël joods te houden definitief zou zijn verstoord. In werkelijkheid blijkt de meerderheid van de Palestijnen geen aspiraties te hebben om in Israël te gaan wonen, maar wil wel erkenning van hun rechten en compensatie voor het geleden verlies (15).

De enige democratie in het Midden-Oosten

Het is een vaak gehoord argument, vooral geuit door diegenen die Israël willen verdedigen tegen kritiek: Israël is de enige democratie in het Midden Oosten. Is dat zo? Ten dele. Zeker is het dat de meeste joodse bewoners van Israël dat zo ervaren. Voor hen zijn er de westerse verworvenheden als een parlement waarin ze voor hun belangen op kunnen komen, uitkeringen, door de staat gefinancierde gezondheidszorg en onderwijs, en een behoorlijke mate van vrijheid van meningsuiting. Niet ideaal, onder de permanente financiële zorgen schieten de meest kwetsbare sectoren van de samenleving er het eerste bij in- de kloof tussen arm en rijk is een van de hoogste in westers georiënteerde staten- maar te doen. Maar hoe anders ziet de situatie er uit voor de niet-joodse burgers, waaronder een miljoen in Israël wonende Palestijnen.

Dit is een feit: Israël heeft geen grondwet. In Europese democratieën garandeert een grondwet de gelijke behandeling van alle staatsburgers. Er zijn minstens twee redenen waarom Israël geen grondwet heeft waarin alle burgers gelijke rechten worden gegarandeerd. Het orthodoxe rabbijnendom is tegen. Volgens de religieuze wetten (er is in Israël dus ook maar ten dele scheiding van staat en ‘kerk’) hebben mannen en vrouwen niet dezelfde rechten.

De tweede reden is belangrijker voor alle staatsburgers die niet joods zijn. Israël definieert zichzelf als joodse staat, en ontkent dat die twee principes, dat Israël een joodse staat is én een democratie, met elkaar op gespannen voet staan. Alle joden ter wereld hebben het recht om staatsburger te worden op het moment dat ze voet zetten in Israël. De niet-joodse ingezetenen, ook als ze daar al generaties, soms eeuwen wonen, moeten dat staatsburgerschap verwerven. De Palestijnse burgers van Jeruzalem, bijvoorbeeld, zijn geen staatsburgers en mogen ook niet stemmen, ze leven er op een permanente verblijfsvergunning. Iedereen in Israël is verplicht in de identiteitspapieren te vermelden of ze joods zijn, dan wel moslim of christen, lees: Arabisch. (In de nieuwe paspoorten is de afkomst vermeld in een cijfercode) Die vermelding heeft veel gevolgen voor het recht op werk (overheidsbanen zijn sowieso uitgesloten), het kiezen van een woonplaats, de kwaliteit van onderwijs, de strafmaat, het bezit van land, vrijheid van politieke activiteit, de hoogte van uitkeringen, de mate van bewegingsvrijheid, de kans op gezinshereniging – en zelfs op de distributie van gasmaskers

Het belangrijkste argument dat Israël een democratie is, is het feit dat de er wonende Palestijnen met staatsburgerschap stemrecht hebben, op die in Jeruzalem na dan, en die in ‘niet-erkende’ dorpen – dat zijn Arabische dorpen die officieel niet bestaan en dus ook geen recht hebben op zaken als wegen, elektriciteit en een waterleiding. Maar wie een politieke partij op wil richten die de belangen van de Palestijnse minderheid behartigt wordt met een aantal belemmeringen geconfronteerd.
Een partij kan verboden worden wanneer die niet onderschrijft dat Israël een democratie én een joodse staat is. Dat is een interessante catch 22, want om je burgerrechten uit te kunnen oefenen als Arabier, en politiek op te kunnen komen voor gelijke rechten moet een partij eerst onderschrijven dat men als Arabier niet dezelfde rechten heeft als de joden in Israël, en mag niet stellen dat Israël dus geen democratie is. Ook openlijke solidariteitsbetuigingen met de Palestijnen in de bezette gebieden zijn riskant, die kunnen opgevat worden als staatsgevaarlijk en opruiend zoals de Palestijnse leden van de Knesset uit ervaring weten. Parlementaire onschendbaarheid geldt niet voor de Arabische parlementariërs: van de negen in 2005 zittende Knessetleden werden er zeven al eens zodanig toegetakeld door de veiligheidsdiensten bij demonstraties dat ze naar het ziekenhuis moesten. Enig onderzoek naar de gang van zaken heeft nooit plaatsgevonden. (16) Terwijl joodse politici straffeloos in het openbaar mogen zeggen dat ze voor deportatie zijn van alle Arabieren, dat ‘kankergezwel’ in de joodse staat (zei voormalig minister Effi Eitam) kunnen Palestijnse burgers die zeggen voor een democratische staat te zijn die gelijke rechten biedt aan alle burgers als staatsgevaarlijk worden opgesloten.

Neem voor de ongelijke behandeling een belangrijk onderwerp als illustratie: het toewijzen van land en het verstrekken van bouwvergunningen. Wanneer er huizen worden opgeblazen of platgebulldozerd in de Bezette Gebieden is er nog kans dat de media zich daarvoor interesseren. Voor wat in Israël zelf, met Israëlische staatsburgers gebeurt – als dat Palestijnen zijn – is vrijwel geen aandacht. Ook niet wanneer de oogst van Bedoeïenendorpen in de Negev woestijn met door vliegtuigen verspreide chemicaliën wordt vernietigd. De Bedoeïenen zijn ‘erkend’ als burgers, ze betalen belasting. Maar ze hebben geen recht om huizen te bouwen of het land te verbouwen, ook al kunnen ze aantonen dat hun land al vele generaties in hun bezit is. Ze hebben dus ook geen recht op wegen, op een waterleiding, op elektriciteit, op scholen of ziekenhuizen. Bouwen ze toch, dan hangt hun voortdurend de mogelijke vernietiging van hun huizen, hutten en zelfs kippenhokken en geitenstallen boven het hoofd. Vragen de Bedoeïenen vergunningen aan om te bouwen dan krijgen ze die niet. Zouden ze naar de rechter gaan dan krijgen ze te horen dat ze wonen op staatsland, op land dat tot ‘natuurbeschermingsgebied’ of tot militair terrein is verklaard, of dat er op dat moment nog geen bestemmingsplan is voor de regio. Om een vergelijking te maken: terwijl er sinds de oprichting van de staat Israël voor de groeiende joodse bevolking voor miljarden is geïnvesteerd in geheel nieuwe steden en een reeks van nederzettingen, compleet met wegennet en infrastructuur, is er in die halve eeuw geen enkel nieuw stadsdeel of dorp gebouwd voor de Arabische bevolking. Alsof het de Bezette Gebieden zijn woont ook binnen Israël de groeiende Palestijnse bevolking op steeds kleiner wordend gebied bij elkaar. Nog 3% van hun oorspronkelijke land is in hun bezit, en de confiscatie is nog niet ten einde.

Op dit moment is 93% van het land binnen Israël tot bezit verklaard van de staat, en dus van de joodse gemeenschap. Soms mogen de niet-joodse bewoners een stukje van hun onteigende land terugpachten, voor de tijd van 49 jaar, tegen exorbitante prijzen. De meeste Arabieren in Israël (die zichzelf zien als Palestijnen) kunnen dat niet. Dus bouwen ze, om hun groeiende familie onderdak te verschaffen, illegaal. Op dit moment hangt er een vonnis, een ‘afbraak bevel’ boven 25.000 ‘illegaal’ gebouwde huizen. Dat kan de bewoners te staan komen op gedwongen afbraak, op onbetaalbaar hoge boetes en dus op gevangenisstraf. Het is voor veel Arabisch-Israelische staatsburgers onmogelijk geworden om binnen de grenzen van de wet een normaal leven leiden: ze worden in toenemende mate gecriminaliseerd, en kunnen vervolgens weer uit banen worden geweerd als ze een strafblad hebben. Ook joodse burgers bouwen wel eens zonder vergunning, vaak omdat ze vinden dat ze ‘in eigen land’ geen toestemming zouden hoeven vragen. Die krijgen ze als regel dan achteraf, na betaling. Er zijn vrijwel geen gevallen bekend van gedwongen afbraak van door joden gebouwde huizen.

Kortom: de Israëlische democratie maakt een onderscheid tussen joodse en niet-joodse staatsburgers. Op alle terreinen van het leven, werk, onderwijs, huisvesting, recht, wordt met twee maten gemeten. De vraag is dus of er sprake is van een democratie of een etnocratie.

De demografische tijdbom

Maar Israël heeft een probleem. Binnen Israël zelf leeft een grote minderheid aan niet-joodse burgers. De emigratie van joodse burgers naar veiliger en welvarender buitenlanden is groter dan de immigratie van joodse burgers, die voornamelijk gehaald worden uit landen die economisch niet welvarend zijn, zoals Ethiopië en Rusland. De minderheid aan niet-joodse burgers groeit. Daarnaast heeft Israël in feite, door de bezetting van de Westoever en de Gazastrook, miljoenen Palestijnen ingelijfd binnen de grenzen. In het hele gebied is op dit moment geen sprake meer van een joodse meerderheid. De vraag is nu hoe Israël het joodse karakter van de staat Israël kan behouden en tegelijk ook een minimale democratie kan blijven.
De kwestie die “de demografische tijdbom” wordt genoemd, wordt inmiddels openlijk besproken. Michael Warschawski, directeur van het Alternative Informatie Centrum in Jeruzalem, stelt dat Israël drie mogelijkheden heeft (17):
a. Israël gaat over tot deportatie, eufemistisch ‘transfer’ genoemd van de Palestijnen binnen Israël. Logistiek is dat zonder de dekmantel van oorlog niet eenvoudig; de omringende landen zien de bui al hangen en houden hun grenzen dicht.
b. Israël wordt ook formeel een apartheidsstaat en het ontneemt niet-joodse burgers hun stemrecht.
c. Israël besluit over te gaan tot een multi-etnische democratie, waarin alle burgers ongeacht religie of etniciteit dezelfde rechten krijgen en waarin een grondwet (die Israël nu niet heeft) garandeert dat geen van de etnisch-religieuze groeperingen de kans krijgt om de andere groepen te overheersen.
Het laatste alternatief maakt voorlopig onder de joods-Israelische bevolking weinig kans van slagen, omdat het gezien wordt als ‘de vernietiging van de joodse staat’ en het einde van het zionistische ideaal. Kortom, Israël heeft ook intern een aantal problemen die voortkomen uit het streven om een staat te handhaven die gebaseerd is op een etnisch-religieus beginsel, waarin onderscheid gemaakt wordt naar de herkomst van burgers.
Israël, de VS en de VN

Het is geen geheim: Israël is in hoge mate economisch afhankelijk van de VS. Al vele jaren lang wordt Israël financieel gesteund, sinds 1984 is dat het jaarlijkse bedrag gestegen tot 3.000.000.000 dollar waarvan 40% in geld en 60% in wapens. Dat is nog niet alles: daarbovenop komen nog extra giften en subsidies, en door de staat gegarandeerde bankleningen (18). Wanneer Israël daar een aanleiding toe ziet, de terugtrekking uit Libanon bijvoorbeeld, of meer recent de economische schade door de intifada, wordt er extra geld gevraagd, en meestal toegekend. Dit nog los van de belastingaftrekbare giften, naar schatting anderhalf miljard per jaar, aan donaties door Amerikaans-joodse en christelijke organisaties. Om de verhoudingen in het oog te houden: eenderde van Amerika’s budget dat naar het buitenland gaat wordt opgemaakt aan Israël. Ongeveer een kwart van Israëls jaarlijkse staatsbudget komt dus uit de VS. Zou dat alleen maar zijn omdat de opeenvolgende Amerikaanse regeringen zo overtuigd zijn van de waarde van Israëls democratie?

Geen van de opeenvolgende Amerikaanse presidenten heeft ooit enige kritiek laten horen op het ondemocratische gehalte van de Israëlische staat. Ook niet bij het jarenlang niet nakomen van de VN resoluties, bij het evidente schenden van mensenrechten en niet bij het overtreden van de Conventies van Geneve: executies zonder proces, collectieve straffen, jarenlange hechtenis zonder rechtsbijstand, deportaties, in beslag nemen van bezet land, onthouden van medische hulp, disproportioneel geweld waardoor burgers in gevaar komen, om maar een paar zaken te noemen. Af en toe is er geprotesteerd wanneer het staatsgeweld tegen de Palestijnen teveel burgerdoden in één keer opleverde maar over sancties wordt nooit gesproken. (19)

Hoe het achteraf ook te waarderen valt, positief of negatief, De VN stond aan de wieg van de nieuwe staat Israël. In resolutie 181 ontwierp de Algemene Vergadering het verdelingsplan, waarin de staat Israël gepland werd naast een Palestijnse staat, met een internationale status voor Jeruzalem. Israël is er gekomen, op aanzienlijk meer land dan ze door de VN was toegewezen. De Palestijnse staat is er tot op heden niet, en Jeruzalem is op een paar bezette wijken na geannexeerd door Israël. Ook werd resolutie 194 aangenomen, waarmee de Palestijnse vluchtelingen het recht kregen op terugkeer en compensatie. Na de oorlog van 1967 nam de Veiligheidsraad resolutie 242 aan, waarin opgeroepen werd land te ruilen voor vrede, dus om de bezette gebieden terug te geven. In de jaren 70 was het bovendien de VN die een belangrijke rol speelde in de erkenning van de PLO als representant van het Palestijnse volk. Vanaf die periode begon de VS steeds vaker Israël te steunen tegen de pogingen van de VN om een rechtvaardige oplossing te vinden voor het conflict en eindelijk de steeds weer opnieuw aangenomen resoluties uit te laten voeren.

In de onder supervisie van de VS gevoerde Oslo-onderhandelingen werd de VN uitgeschakeld. Amerika besloot eenzijdig dat de resolutie over de terugkeer van de vluchtelingen niet relevant was. Resoluties van de VN om toch in ieder geval de bouw van de nederzettingen te bevriezen werden door Amerika afgewezen. In de Oslo-akkoorden kwam het woord ‘bezetting’ niet langer voor. Het kan wel zijn, zegt Phyllis Bennis, dat het ‘genereuze aanbod’ van Israëls premier Barak verder ging dan wat zijn voorgangers wensten in te leveren, maar noch Israël, noch Clinton trok zich ook maar iets aan van de resoluties die door de VN al zo vaak waren aangenomen en opnieuw bevestigd. Ook bij de huidige crisis, de escalatie van juli 2006, waarbij zelfs de Europese regeringen vinden dat Israël ‘buitenproportioneel’ reageert in de Gazastrook en Libanon wenst Bush niet in te grijpen en spreekt zijn veto uit in de Veiligheidsraad van de VN.

De grote vluchtelingenpopulatie in de Bezette Gebieden, in Gaza is dat tweederde van de bevolking, wordt grotendeels van voedsel, onderwijs en gezondheidszorg voorzien door de UNWRA. Dat scheelt Israël (en de VS) dus aanzienlijk in de kosten. Onder de Conventies van Geneve is een bezettende mogendheid verantwoordelijk voor het in leven houden van de plaatselijke bevolking. Nu wordt die taak doorgeschoven naar de bij de VN aangesloten leden. Desondanks wordt het de UNWRA regelmatig moeilijk gemaakt om te functioneren. Het IDF heeft meerdere malen voedsel tegengehouden bij de grens, scholen vernietigd of bezet, en meerdere UNWRA werknemers hebben de dood gevonden. (20) Daar is door de VS niet tegen geprotesteerd. Voor de beter ingevoerde toeschouwers is het wel duidelijk: de werkelijke onderhandelingen vinden plaats tussen Israël en de VS. Israël kan exact zo ver gaan als de regering Bush toelaat.

De verschillende vredespogingen

In 1993 vond de eerste serieuze poging tot het komen van een vredesverdrag tussen Israël en de Palestijnen plaats, onder leiding van de toenmalige president van de VS Bill Clinton plaats. Daar was al het een en ander aan vooraf gegaan. Arafat had al in 1988 formeel de staat Israël erkend. Met de Osloperiode is historisch gezien een nieuwe fase in de verhouding tussen Israël en de Palestijnen aangebroken. Voor het eerst werden Arafat en de PLO door Israël als legitieme vertegenwoordiging erkend van het Palestijnse volk. Het mislukken van Oslo werd voornamelijk veroorzaakt doordat het doel van de onderhandelingen niet was vastgelegd (20). De Palestijnen gingen er van uit dat de onderhandelingen zouden leiden tot het einde van de bezetting, en de mogelijkheid een staat te stichten op 22% van het land. Daartoe was president Arafat bereid bij de ondertekening van de intentieverklaring in 1993, om de staat Israël op 78% van het land opnieuw te erkennen. Het wordt vaak vergeten dat dat een vergaande historische concessie was. Het werd Arafat door de eigen achterban nogal eens aangerekend dat hij die handtekening heeft gezet, zonder dat vast was gelegd dat Israël vervolgens toe zou werken naar de ontruiming van de overgebleven 22%. In plaats daarvan ging Israël er van uit dat er over die 22% nog te onderhandelen viel, terwijl ze ondertussen doorgingen met het uitbreiden van de nederzettingen. Ook werd duidelijk gemaakt dat er over het vluchtelingenvraagstuk niet te praten viel. De vluchtelingen hoefden niet meer te verwachten dan ‘het recht op terugkeer’ – naar de Palestijnse gebieden. Daarnaast eiste Barak dat de Palestijnen met de teruggave van een deel van de Westoever en de Gazastrook, zonder oplossing van het vluchtelingenvraagstuk en zonder de zeggenschap over de Tempelberg in Jeruzalem een verklaring zouden tekenen dat de Palestijnen dit resultaat op zouden vatten als ‘een definitieve oplossing’. Het was duidelijk dat Arafat dit ‘genereuze aanbod’ niet kon ondertekenen.

De er op volgende pogingen tot vredesovereenkomsten, De Road Map, het Geneve initiatief leiden steeds weer aan hetzelfde euvel, dat het doel niet was vastgelegd. Hoewel in de Road Map sprake is van ‘twee staten voor twee volken’ zijn de grenzen daarvan niet vastgelegd, waarmee Sharon de ruimte kan claimen om ‘de Palestijnse staat’ als niets anders te definiëren dan een reeks van elkaar geïsoleerde en geheel door Israël omsingelde bantoestans zonder kans op een economisch zelfstandig bestaan (22).

Na de dood van Arafat in 2004 en de verkiezing van Machmoed Abbas als nieuwe president leek voor veel mensen (die meenden dat Arafat het grote obstakel was voor de vrede) een nieuwe periode aangebroken. Sharon heeft de nederzettingen in de Gazastrook ontruimd, ondanks het grote verzet van de kolonistenbeweging en een deel van zijn eigen Likud. Voor de optimisten lijkt dit een stap in de goede richting. Maar feitelijk past deze ‘concessie’ geheel binnen het masterplan van Sharon, dat nu onder de titel Disengagement Plan is overgenomen door Olmert, om zoveel mogelijk Palestijnen op zo’n klein mogelijk gebied bij elkaar te drijven om ze vervolgens binnen de omsingelde reservaten ‘autonomie’ te geven. De kosten van de bezetting, met name door het feit dat de Palestijnen daar niet goedschiks in berusten, zijn immens (23). Zonder het verzet zou de bezetting voor Israël nog lucratief hebben kunnen zijn, onder andere omdat de nederzettingen onder het minimumloon Palestijnse arbeiders voor zich kunnen laten werken, en veel Palestijnen belasting betalen zonder daar werkloosheidsuitkeringen of andere sociale voorzieningen voor terug te krijgen. Dankzij het verzet is elke nederzetting, hoe klein ook, een militair fort, dat permanent onder militaire bescherming staat. Ook geeft de Israëlische overheid een onevenredig deel van het staatsbudget uit aan de infrastructuur, de veilige wegen, de scholen, de ziekenhuizen in de nederzettingen om Israëlische burgers er toe te bewegen daar te gaan wonen. Zo gezien is de ontruiming van de Gazastrook niet meer dan een besluit om onrendabele nederzettingen op te geven, en het leger te stationeren aan de buitenkant van de ommuurde Gazastrook in plaats van daar binnen. Hoewel het een moderne vorm van bezetting is, waarbij het leger behoudens kortdurende invasies niet in het gebied zelf aanwezig is, is er geen sprake van dat de Gazastrook nu zelfstandig Palestijns gebied is. De grenzen en dus de toegang, voor mensen, voor goederen, blijft in handen van Israël die het gebied op elk moment hermetisch af kan sluiten en de enige instantie is die vergunningen mag verlenen, het luchtruim en de zee blijven eveneens onder controle van Israël. De Wereldbank heeft al laten weten dat er geen kwestie van is dat de Palestijnse bevolking economisch zelfstandig kan worden, zolang ze niet zelf de beschikking hebben over vliegveld, haven, grensovergangen en een veilige toegang tot het Palestijnse gebied op de Westoever (24).

De Israëlische politiek.

Geen van de grote politieke partijen, van het nieuwe door Sharon opgerichte Kadima – naar onze normen centrumrechts, tot Likud, rechts, staat serieus achter een werkelijke ontruiming van de Bezette gebieden. De Arbeidspartij, steunt het ‘ontruimingsplan’ van Olmert (waarover later) als een serieuze poging om aan de bezetting een einde te maken, en een Palestijnse staat mogelijk te maken, hoewel alle feiten duidelijk maken dat het plan geen ruimte biedt voor een werkelijk levensvatbare en zelfstandige Palestijnse staat. Rechts en ultrarechts verzetten zich fel tegen elke ontruiming, hoewel feitelijk duidelijk is dat het gaat om een hergroepering, waarbij net voldoende land wordt ‘opgegeven’ om de Palestijnse bevolking op een zo klein mogelijk gebied op te sluiten. Geen van de partijen wil het over het vluchtelingenprobleem hebben. Geen van de partijen staat serieus een democratie voor die is gebaseerd op gelijke rechten voor alle burgers.
De oppositie in Israël is voornamelijk buitenparlementair. Een reeks van actiegroepen en mensenrechtenorganisaties probeert binnen Israël en daar buiten, gehoor te krijgen voor de situatie van Palestijnen, en staat een vreedzame en rechtvaardige vrede voor. We noemen onder andere: B’Tselem, Gush Shalom, PCATI, IPCRI, Machsom Watch, Bet Shalom, verschillende organisaties van dienstweigeraars. Daarnaast zijn er de door de Arabische bevolking opgerichte groeperingen voor mensenrechten. De brede vredesbeweging Vrede Nu is vrijwel ter ziele gegaan door de relatie met de Arbeidspartij. Hoewel we spreken over moedige en standvastige groeperingen, die we als SP van harte steunen, is van een brede oppositiebeweging in Israël geen sprake.

De rol van de Palestijnen

Voor beschouwers van het conflict die vast willen houden aan paradigma 2 is het de gewoonte om naast kritiek op de staat Israël ook de Palestijnen evenredig verantwoordelijk te houden voor de ontstane ‘impasse’. De gedachte daarbij is vaak dat als beide partijen maar ophouden met het geweld er ruimte komt voor werkelijke vredesonderhandelingen.

Daar zijn een aantal opmerkingen over te maken:
Ten eerste is het geweld van de Palestijnse zijde te zien als verzet tegen de bezetting, tegen huisvernietigingen, ‘targetted killings’, zonder proces gevangen nemen van Palestijnse burgers. Volgens het internationale recht is ook gewapend verzet toegestaan, zolang er geen aanvallen gepleegd worden op burgers. We hebben al gesteld dat we zelfmoordaanslagen op burgerdoelen afwijzen.

Ten tweede is het de vraag of de situatie er beter voor zou hebben gestaan wanneer de Palestijnen afgezien zouden hebben van gewapend verzet. Op geen enkel moment, ook niet in tijden van wapenstilstand of relatieve rust heeft Israël de uitbreiding van de nederzettingen gestaakt. Het lijkt dus niet aan de orde te zijn om de Palestijnen medeverantwoordelijk te maken voor de bezettingspolitiek van de opeenvolgende Israëlische regeringen.

Wel is het een gegeven dat het verzet van de Palestijnen, waarbij zelden onderscheid gemaakt tussen legitiem verzet en onacceptabele gewelddaden, door Israël in de internationale media uitgespeeld worden als excuus voor de verdere schendingen van mensenrechten, zoals de bouw van de muur, de onteigening van land, de collectieve straffen in de vorm van het opblazen van huizen of willekeurig oppakken van burgers. Na de ontruiming van de Gazastrook zijn de liquidaties en het oppakken van Palestijnen zonder vorm van proces weer hervat. Grensposten zijn regelmatig gesloten, ook voor mensen met vergunningen. Inmiddels heeft het leger een nieuwe intimidatiemethode ingezet die nog niet mogelijk was toen er in de Gazastrook nog kolonistenfamilies woonden: de bombardementen met sonische geluidsgolven waarbij de ruiten sneuvelen en met name de kinderen angst wordt aangejaagd. Artilleriebeschietingen, vaak zonder specifiek doel, gaan ook ’s nachts door. Condoleezza Rice had bedongen dat Israël de Karni Crossing, de enige plek waar goederen in of uitgevoerd kunnen worden open zou houden. Dit was vooral belangrijk voor de oogst voor de export van de kassen die na de ontruiming van de nederzettingen met Amerikaanse hulp werden heropgebouwd. De oogst van 2006 kon niet worden uitgevoerd en werd, volgens contract, vernietigd.

Dat de Palestijnen niet medeplichtig gehouden kunnen worden aan de bezetting betekent niet dat we kritiekloos kijken naar het Palestijnse leiderschap. Hoewel we als SP vinden dat Nederland, en Europa, minimaal een aandeel moet leveren aan het kunnen overleven en beter nog aan de opbouw van de Palestijnse infrastructuur, vinden we ook dat die steun en hulp aan voorwaarden verbonden moet worden. In het verleden is niet altijd transparant om gegaan met buitenlands geld. Ook is het Palestijns Gezag niet brandschoon als het gaat om mensenrechten. Wel kunnen we constateren dat er al geruime tijd sprake is van een democratiseringsproces, met een parlement (de Wetgevende Raad) in wording, en lokale en landelijke verkiezingen. De verkiezingen, waar Hamas met groot succes aan deel nam, zijn vlekkeloos verlopen. Het probleem nu is dat Israël, die, met de VS, de verkiezingen eens als een voorwaarde heeft gesteld voor toekomstige onderhandelingen, nu een nieuwe voorwaarde stelt: met Hamas in de regering is er aan de andere kant ‘geen partner om mee te praten’. (Overigens werd hetzelfde gezegd over Arafat en Abbas)

De oplossing?

Israël heeft zich tot nu toe niet vast willen leggen op definitieve grenzen. Er is geen moment geweest waarop een Israëlische regering besloot om ondubbelzinnig – op voorwaarden – genoegen te nemen met het gebied binnen de ‘groene lijn’, ondanks het feit dat de Palestijnen tot twee keer toe, de laatste keer bij de ondertekening van het Oslo akkoord, de staat Israël hebben erkend en daarmee afstand deden van 78% van het oorspronkelijke mandaatgebied Palestina. Olmert heeft nu gezegd de grenzen wel, en eenzijdig, zonder onderhandelingen, vast te willen leggen, waarmee aan de bezetting een einde gekomen zou zijn. De nieuwe kaart die dan zou ontstaan, waarbij bijna de helft van de Westoever ontoegankelijk is voor de Palestijnen zelf, is uiteraard voor hen onacceptabel. Ook is het duidelijk dat er geen sprake van zou zijn dat de bezetting daarmee zou zijn afgelopen – die krijgt een andere vorm, met de hergroepering van het leger aan de buitenkant, in plaats van aan de binnenkant van de grenzen.

In alle opeenvolgende pogingen tot vredesonderhandelingen is de inzet geweest om te komen tot een zelfstandige Palestijnse staat naast de staat Israël. De vraag is of die optie nog mogelijk is, door het scheppen van de ‘facts on the ground’, voornamelijk bestaande uit nederzettingen (25). Een aantal nederzettingen, met name die rondom Jeruzalem, die feitelijk de Westoever in tweeën snijden bestaan uit complete steden. Ma’ale Adumim is bijvoorbeeld in oppervlakte inmiddels groter dan Tel Aviv. Het is moeilijk denkbaar dat Israël ooit tot ontruiming over zal gaan, gezien de grote moeilijkheden die de ontruiming van de relatief kleine nederzettingen in de Gazastrook al opgeleverd hebben. Wanneer het niet meer mogelijk zal blijken om een economisch en ruimtelijk gezien leefbare Palestijnse staat op te richten is de volgende vraag welke andere optie er nog is. In het verleden hebben idealisten van beide kanten geijverd voor een binationale staat, één staat voor beide volken in plaats van twee staten voor twee volken. De vraag is of die optie niet nog meer problemen op de weg vindt dan de twee staats oplossing.

Wanneer de Palestijnse bevolking uit de gebieden binnen de grenzen van de staat Israël zouden wonen (wat ze de facto al doen) dan krijgt Israël er ca. vier en een half miljoen Palestijnen bij. (Dan hebben we het nog niet over de vluchtelingen die in de omringende landen verblijven) Feitelijk is er dan een einde gekomen aan de joodse meerderheid in Israël. Het dilemma daarbij (vanuit Israël bekeken) is dat het niet mogelijk is om een democratie te handhaven, elke burger één stem, en tegelijk vast te houden aan het joodse karakter van de staat Israël. Dan zijn er maar een paar opties (26):
1. Een formeel apartheidssysteem gebaseerd op de wettelijk vastgelegde dominantie van één etnisch-religieuze bevolkingsgroep over de andere.
2. Een democratische staat met gelijke rechten voor alle staatsburgers, waarbij Israël niet langer een joodse staat is.
3. Een systeem van interne afscheidingen waarbij de Palestijnen in een reeks ‘bantustans’ een beperkte vorm van zelfregering krijgen maar niet deel kunnen nemen aan de staatsmacht en economisch niet zelfstandig zullen worden.

Gezien de geschapen feiten tot nu toe ziet het er naar uit dat de regering Olmert, in navolging van de plannen van Sharon aanstuurt op de derde optie, vastgelegd in het Disengagement Plan. De eerste, een formeel apartheidssysteem zou in de westerse wereld die in ieder geval de schijn van een democratische gezindheid op wil houden niet goed vallen. De tweede optie zal, in ieder geval nu nog, op grote weerstand stuiten van een meerderheid van de joodse bevolking, die dat opvat als het einde, of zelfs de vernietiging van de joodse staat.

Recente ontwikkelingen

Inmiddels hebben zich een aantal nieuwe ontwikkelingen voortgedaan. In januari 2006 vonden in de Palestijnse gebieden verkiezingen plaats, die vlekkeloos zijn verlopen – SP senator Tiny Kox was er vanuit de Raad van Europa als observator bij aanwezig. Hamas kwam als grote winnaar uit de bus, en de nieuwe regering werd door Hamas gevormd. Lang niet alle stemmen die op Hamas werden uitgebracht kwamen uit de eigen aanhang. Ook betekent dit niet dat er in de Palestijnse gebieden sprake is van een verdere toewending naar het fundamentalisme, of een voorkeur voor gewapend verzet. Het merendeel van de Palestijnse bevolking is na het aflopen van de intifada overtuigd geraakt dat er geen aanslagen op burgers zouden moeten worden uitgevoerd, ook van de Hamas achterban is 60 procent tegen terrorisme. De stemmen voor Hamas zijn te zien als proteststemmen tegen de vorige regering van Machmoed Abbas, en de dominantie van de Fatah partij. De regering Abbas is er niet in geslaagd om de vredesonderhandelingen vlot te trekken, de economische situatie verslechterde verder. Bovendien werd Fatah gezien als corrupt. Fatah is niet in staat of bereid gebleken om hun kieslijsten aan te passen aan de wensen van de bevolking, en liet teveel van de oude garde op het pluche zitten. Hamas, die ook door niet-aanhangers als onkreukbaar wordt gezien, had zich bovendien veel aanhang onder de bevolking verworven door de praktische hulp die ze boden, het onderwijs, welzijnswerk en de gezondheidszorg. Ook bleken ze de stemmen van de vrouwenorganisaties te kunnen mobiliseren omdat ze meer vrouwen op de kieslijst hadden geplaatst dan andere partijen. Christenen stemden soms ook op Hamas, nadat die had beloofd om niet in te grijpen in de leefsfeer en de persoonlijke vrijheden van mensen. Hamas kreeg dus van een groot deel van de bevolking het voordeel van de twijfel, met de aantekening dat Fatah de tijd zou krijgen tot de volgende verkiezingen om op democratischer wijze een nieuwe kieslijst samen te stellen.

Het grote probleem is dat Hamas in het Westen op de lijst van terroristische organisaties staat, waar niet mee gepraat of onderhandeld mag worden. Dit ondanks het feit dat Hamas al een jaar lang een wapenstilstand had afgekondigd, die op een paar incidenten na ook is gehandhaafd. (De aanslagen die ondanks dat toch hebben plaatsgevonden kwamen van de kant van de Islamitische Jihad die zich niet bij het democratische proces hadden aangesloten, of van losse, moeilijk controleerbare verzetsgroepjes). Ogenblikkelijk werd de geldstroom naar de Palestijnse gebieden afgesneden, waardoor de al erg slechte economische situatie in een werkelijke noodsituatie veranderde. Israël hield bovendien het op de Palestijnen geïnde belastinggeld (voornamelijk in- en uitvoerbelasting) achter, hoewel dat formeel bezit van de Palestijnen was. De VS stopte met elke financiële hulp. Bijdragen uit de Arabische landen konden Palestina niet bereiken, omdat de banken onder druk van de VS de rekeningen blokkeren. Het is duidelijk dat Israël en de VS de economische noodsituatie willen gebruiken om de Hamas regering ten val te brengen. De Palestijnse bevolking ziet dat als uitermate onrechtvaardig: jarenlang was er aangedrongen om democratisering, nu hebben er verkiezingen plaats gevonden, en nu wensen Israël en de VS niet te praten met de regering die op democratische wijze aan de macht is gekomen. Hier wordt de democratie bestraft, zeggen veel Palestijnen, en hier wordt een gehele bevolking bestraft.

Europa neemt een iets andere houding in. Ook minister Bot heeft (onder andere in de senaat) laten weten niet mee te willen werken aan uithongering als strategie om de Hamas regering ten val te brengen. Wel is in Europa besloten om niet met Hamas te willen praten zolang niet aan drie eisen is voldaan: Hamas moet de staat Israël erkennen, moet het geweld afzweren, en moet de verdragen die al zijn gesloten erkennen en uitvoeren. De dubbelzinnigheid hierbij is dat diezelfde drie eisen niet aan Israël worden gesteld. Israël heeft op geen enkel moment de Palestijnse staat erkend, die er in de geest van de Oslo akkoorden op 22 procent van het gebied zou moeten ontstaan. Israël gaat ook nog steeds door met liquidaties van Palestijnse leiders, waar ook burgers bij omkomen. En Israël heeft zich nog geen moment gehouden aan de voorwaarden van de Routekaart, waarin was bedongen dat de bouw van nederzettingen moest worden bevroren. Ook de EU meet dus met twee maten. Ook al worden er pogingen gedaan om een humanitaire ramp te voorkomen door wel geld naar de gebieden te sluizen, maar met passeren van de Hamas regering.

Een tweede groot probleem is dat de regering Olmert zich onderwijl opmaakt om unilateraal de nieuwe grenzen vast te stellen in het Disengagement Plan. Die grenzen zullen zeer waarschijnlijk samenvallen met de loop van de muur, waarvan tot voor kort werd beweerd dat die niet als grens bedoeld was, maar als tijdelijke veiligheidsmaatregel.
De econome Sara Roy (27 ) waarschuwt voor de gevolgen van het Disengagement Plan, dat ik werkelijkheid niet gaat om een terugtrekking uit de Westoever en de Gazastrook, maar om een hergroepering van het leger om de enclaves heen waar de Palestijnen in zullen worden opgesloten. In het Disengagement Plan is besloten dat de grenzen onder controle zullen blijven van Israël, evenals de territoriale wateren, en het luchtruim. Identiteitsbewijzen zullen alleen door Israël verstrekt kunnen worden. De toegang tot Israël voor arbeiders zal worden teruggebracht tot nul. De Palestijnse gebieden blijven voor essentiële zaken als water, elektriciteit en gas geheel afhankelijk van Israël, waar ze de volle prijs voor zullen moeten betalen. Onder de omstandigheden is er geen sprake van dat de van elkaar geïsoleerde enclaves, waarvan de grenzen op elk moment hermetisch gesloten kunnen worden, economisch zelfstandig zullen kunnen bestaan. Import en export kunnen op elk moment geheel worden afgesloten, zoals al regelmatig gebeurt. De invoer en uitvoerbelasting worden nog steeds door Israël geïnd, en worden ook nu al gebruikt als drukmiddel, door steeds nieuwe voorwaarden te stellen voor de uitbetaling – dat terwijl het in feite Palestijns geld is.

Met het Disengagement Plan zal naar schatting 46 procent van de Westoever feitelijk geannexeerd zijn en bij Israël getrokken. Dit ondanks de kleine verbeteringen omdat de loop van de muur op last van het Israëlische Hooggerechtshof hier en daar aangepast wordt. De niet rendabele en moeilijk te beschermen nederzettingen die aan de verkeerde kant van de muur terecht zouden komen worden ontruimd, maar de grote nederzettingen blijven bestaan, evenals de gehele infrastructuur van de matrix of control. Jeruzalem is daarmee geheel afgesneden van de Westoever. Ook zal een brede strook langs de Jordaanoever in handen blijven van Israël, net zoals er een brede strook onder controle blijft in Gaza, bij de grens met Egypte, zodat de Palestijnse gebieden nergens toegang zullen krijgen naar een ander land. Ook wordt niet langer gesproken over de doorgang tussen Gaza en de Westoever.

Zelfs als de omsingelde enclaves formeel ‘Palestina’ zouden worden genoemd is er geen sprake van een onafhankelijk land. De vraag is eerder uit hoeveel bantustans Palestina zou komen te bestaan, schrijft journaliste Amira Hass (28) Wel wil Israël daarmee bereiken dat de internationale gemeenschap gelooft dat er een einde is gekomen aan de bezetting, en zij niet langer verantwoordelijk is voor wat zich daarbinnen afspeelt. (Niet dat Israël nu wel verantwoordelijk is geweest. Onder de Conventies van Geneve zou Israël verantwoordelijk zijn geweest voor voeding, onderwijs en gezondheidszorg in de bezette gebieden, die verantwoordelijkheid werd afgewenteld op de internationale gemeenschap en uitgevoerd door de UNWRA) Minister Bot van Buitenlandse Zaken heeft wel toegezegd de eenzijdig door Israël uitgeroepen nieuwe grenzen niet te zullen erkennen, en alleen tot erkenning over te willen gaan van grenzen die door beide partijen in onderhandelingen zijn goedgekeurd. De vraag is nu of de VS de regering Olmert zal steunen in hun unilaterale Disengagement Plan. Zolang Olmert kan volhouden dat vredesonderhandelingen niet mogelijk zijn omdat er aan de andere kant geen vredespartner is om mee te praten, ziet het er naar uit dat Bush hiervoor het groene licht gaat geven.

Hamas, bij name van de nieuwe president Ismail Haniya, heeft toegezegd te willen onderhandelen, de wapenstilstand te willen handhaven voor onbepaalde tijd als Israël bereid is te willen praten over de terugkeer naar de grenzen van 1967. Van erkenning van de staat Israël kan geen sprake zijn zolang de grenzen van die staat eenzijdig en ten koste van het Palestijnse gebied door Israël worden bepaald, en de muur Palestijnen afsluit van Palestijnen. Het is duidelijk dat onderhandelingen, waar de Hamas regering toe bereid is, alleen een kans van slagen hebben wanneer de voorwaarden aanwezig zijn voor economische onafhankelijkheid. De Palestijnen zullen niet instemmen met het Disengagement Plan, waarmee ze afgesneden zouden worden van een leefbare toekomst.

Ondertussen hebben de Palestijnen zelf hun handen vol aan het stabiliseren van de interne verhoudingen. De spanningen lopen op in de grote gevangenis die Gaza heet, en er hebben gevechten plaats gevonden tussen Hamas en Fatah. Dat de buitenwereld de gekozen regering negeert en alleen wil onderhandelen met de voormalige Fatah president Abbas, doen de onderlinge spanningen alleen maar toe nemen. De verdeel- en heerspolitiek – alleen Abbas zou de bevoegdheid krijgen om over geld te beschikken, en salarissen aan Hamas functionarissen zouden niet mogen worden uitbetaald, ook niet als er een ‘onafhankelijk’ fonds wordt geïnstalleerd, maakt de zaak nog erger. Hoewel de huidige escalatie, en de bombardementen van juli 2006, die vele doden, ook onder de burgerbevolking eisten de eenheid onder de Palestijnen weer heeft versterkt.

Geen volk zou in een positie mogen zijn dat er geen enkele internationale instantie meer is waar ze hun recht kunnen krijgen. Ondanks het feit dat het nog nauwelijks bestaande vredesproces aangestuurd zou worden door het ‘kwartet’, De VN, de VS, Europa en Rusland, zijn de touwtjes stevig in handen van de regering Bush. De VN is door de VS praktisch uitgeschakeld, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof wordt – ook door Europa en daarbinnen Nederland, tot op heden niet serieus gezien als een reden tot sancties. Zoals jurist Charles Shamas zei: wanneer een volk nergens anders hun recht kunnen halen, zullen ze het recht in eigen handen nemen met alle middelen die ze hebben. (29)

Conclusies en beleid

Conclusies en beleid

Wij staan op het standpunt dat de Nederlandse regering de democratisch gekozen Palestijnse regering moet erkennen en beschouwen als legitieme onderhandelingspartner. Het is duidelijk dat ook Hamas is gehouden aan het democratische proces, aan mensenrechten, aan transparant bestuur inclusief verantwoording van ontvangen gelden. Maar het is voor ons niet minder duidelijk dat ook Israël zich zou moeten houden aan dezelfde voorwaarden: het erkennen van de rechten van de Palestijnen op een leefbare, onafhankelijke en veilige staat, het stopzetten van de illegale liquidaties en van invasies in het Palestijnse gebied, en dat ook zij de al gesloten verdragen zoals de Routekaart op moeten volgen. De Nederlandse regering en de EU dienen niet over te gaan tot de erkenning van het eenzijdig uitgevoerde Disengagement Plan. We gaan er daarnaast van uit dat Nederland zou moeten helpen om ook financieel een verdere humanitaire ramp te voorkomen.

Het wordt tijd voor ondubbelzinnige uitspraken zoals politieke en economische sancties tegen Israël. Het Europese Parlement heeft op 10 april 2002 de EU-landen daartoe opgeroepen. Maar de regeringen hebben tot op de dag van vandaag geen gehoor gegeven aan deze oproep. En met het aantreden van de nieuwe Palestijnse regering wordt er bovendien alleen met sancties gedreigd aan de Palestijnse kant. Minister van Staat Hans van den Broek heeft er herhaaldelijk op gewezen dat het Associatieverdrag tussen de EU en Israël aan dat land belangrijke handelspreferenties geeft. In het verdrag is opgenomen dat de deelnemende landen verplicht zijn om de mensenrechten te respecteren. Volgens die clausule zou Nederland verplicht zijn om het Associatieverdrag op te schorten.

Nederland heeft een Grondwet waarin staat dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert (artikel 90). Dus hoort de regering zich te weer te stellen tegen ernstige schending van de rechtsorde, die volgens ons wat betreft Israël zonder meer aantoonbaar is.

Om dit te bereiken stelt de SP de volgende politieke eisen:

• onmiddellijke en volledige naleving van het internationale recht door alle partijen
• hervatting van humanitaire en financiële hulp aan de Palestijnse Nationale Autoriteit
• verwijdering van de volgens het Internationaal Gerechtshof illegaal gebouwde muur
• stopzetting elke vorm van militaire samenwerking en handel met Israël
• beëindiging van de doorvoer van wapens naar Israël via Schiphol
• boycot van illegale Israëlische producten uit bezette Palestijnse gebieden

Nederland dient deze eisen in alle internationale fora uit te dragen. Om dit eisenpakket kracht bij te zetten, dient de regering

* bij verdere schending van mensenrechten de ambassadeur terug te roepen
* in EU-verband te pleiten voor opschorting van het Associatieverdrag met Israël

Het gaat om meer dan het voortbestaan van het Palestijnse volk. Het gaat ook om meer dan de druk op Israël om een normale democratie te worden met gelijke rechten voor alle burgers, erkende grenzen, genormaliseerde relaties met de omringende Arabische landen en op den duur een economisch en sociale band met de buurstaat Palestina. Zolang het conflict niet op een rechtvaardige wijze wordt opgelost zal het een grote negatieve uitstraling hebben op de rest van de wereld. Het Westen, dat vanwege andere kwesties als Irak, Iran en Afghanistan en recent Libanon door de Arabische wereld niet gezien wordt als de behoeder van rechtvaardige, democratische waarden, maar als een machtsfactor die vooral de eigen economische belangen behartigt, als het ze uitkomt door schurkenstaten de hand boven het hoofd te houden, en met wapens de ‘democratie’ te vestigen waar ze die hebben willen, brengt de stabiliteit van de gehele wereld in gevaar. Ook moeten we vrezen voor de ‘import’ van het conflict in Nederland zelf, in de spanningen die de afgelopen jaren zijn gerezen binnen de bevolking, waaronder de migranten van islamitische afkomst. Ook Nederland heeft er belang bij dat er een rechtvaardige oplossing komt.

Voetnoten Beloofd of beroofd.

1. Onder de nieuwe historici zijn Illan Pappe, Avi Schlaim, Benny Morris, en journalist Tom Segev. Zie vooral Illan Pappe, The Israel/Palestine Question, Routledge, 1999, Ilan Pappe, A History of Modern Palestine, Cambridge University Press, 2004 en Benny Morris, Righteous Victims, A history of the Zionist-Arab Conflict, 1881 – 1999, Alfred A. Knopf, 1999

2. Zie Uri Avnery, Truth Against Truth, A Completely Different Look at the Israeli-Palestinian Conflict. www.gush-shalom.org

3. Benny Morris, The Birth of the Palestinian Refugee Problem, 1947 – 1949, Cambridge University Press, 1987, en Righteous Victims, zie (1)

4. Anja Meulenbelt, Het beloofde land, Van Gennep, 2000. Meron Benvenisti, Sacred Landscape, University of California Press, 2000. Walid Khalidi, All that remains, The Palestinian Villages Occupied and Depopulated by Israel in 1948. Institute for Palestine Studies, Washington DC. 1992

5. Amnesty International. Israel and the Occupied Territories. November 2002. Voor de gevolgen van de bezetting verder o.a. www.betselem.org. En meerdere artikelen in Anja Meulenbelt (red) Een spiegel liegt niet. Andere stemmen uit Israël. Bulaaq, 2002

6. Jeff Halper, The Matrix of Control, 29 januari 2001, Media Monitors Network, www.mediamonitors.net

7. Cijfers van april 2005, Neve Gordon, Counterpunch 19 april 2005. Vertaling in Soemoed mei-juni 2005.

8. Israel Ministery of Foreign Affairs, www.mfa.gov.il. Zie ook What the fatality statistiscs tell us. Amira Hass, Ha’aretz 23 september 2003.

9. Voor deze en de volgende schendingen van mensenrechten: de website van B’Tselem, The Israeli Information Center: www.bestselem.org, Amnesty International, www.amnesty.org met de laatste stand van zaken: Israel and the Occupied Territories: An Ongoing Human Rights Crisis. Meerdere mensenrechtenorganisaties, zoals het Palestinian Centre for Human Rights www.pchrgaza.org zijn te vinden op de website van de Electronic Intifada, www.electronicintifada.net. Ga naar By Topic, Human Rights Organisations, Links. Zie ook: Mazin B. Qumsiyeh. Sharing the Land of Canaan. Human Rights and the Israeli-Palestinian Struggle, Pluto Press, 2004 en B’Tselem, Behind the Barrier. Human Rights Violations as a Result of Israels’s Separation Barrier, Position Paper maart 2003.

10. In de laatste 4,5 jaar zijn 469 Palestijnen omgebracht in ‘targetted killings’, dat wil zeggen standrechtelijke executies. Daarvan geeft Israël toe dat 288 daarvan ‘onschuldige omstanders’ waren. Cijfers van april 2005, Neve Gordon, Counterpunch 19 april 2005. Vertaling in Soemoed mei-juni 2005.

11. Donorhulp aan de Palestijnse Gebieden blijft dus broodnodig. De donorbetalingen zijn in 2004 verdubbeld tot bijna een miljard dollar per jaar. Op 8 februari jl heeft het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken bekend gemaakt dat nog eens 40 miljoen dollar naar het Palestijnse Gezag zal worden overgemaakt. (Hoewel nog te bezien valt welke voorwaarden daaraan worden verbonden) Die verhoging is ook nodig, omdat tussen 2003 en eind 2004 de reële inkomens van de Palestijnse bevolking met bijna 40% is gedaald. Op het ogenblik bevindt zich 47% van de Palestijnen in de Bezette Gebieden (1,7 miljoen mensen) onder de officiële armoedegrens van 2,10 dollar per dag. In de meest afgesloten gebieden, en de gebieden waar de afscheidingsmuur doorheen loopt is dat aantal aanzienlijk hoger, doordat veel boeren hun land en waterbronnen zijn kwijtgeraakt en veel mensen niet meer regelmatig naar hun werk kunnen. Dat valt lager uit dan in 2001, toen de armoede steeg door de militaire invasies en de afsluitingen waardoor Palestijnse arbeiders minder in Israël konden werken. De armoede gaat weer stijgen wanneer Israël het plan uitvoert om in 2008 in het geheel geen inreisvergunningen voor Palestijnse arbeiders meer af te geven. Ook de verdere bouw van de Muur heeft daar invloed op. Zie Stop the Wall in Palestine, van PENGON, 2003, www.stopthewall.org en www.gush-shalom.org. De Wereldbank heeft in een rapport van december 2004 laten weten dat economische zelfstandigheid, en op den duur vermindering van de donorhulp niet mogelijk zijn wanneer Israël niet meewerkt aan de ontsluiting van de gebieden. Israël heeft in 2002-2003 702 miljoen aan economische hulp ontvangen, niet meegerekend handelsvoordelen, en bijzondere leningen en schenkingen. Bronnen: Wereldbank, Stagnation or Revival: Israeli Disengagement and Palestinian Economic Prospects, Washington DC, december 2004. Wereldbank, Four years: Intifada, Closures and Palestinian Economic crisis, Washington DC, oktober 2004.Cijfers economische hulp aan Israel: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) www.oecd.org. Charmaine Seitz, Middle East Report, Nr. 234, spring 2005, Washington.Over de oorzaken van Palestijnse armoede: Palestinian Relief Committees (Parc)

12. Zie ook: Sara Roy. The Gaza Strip. The Political Economy of De-development. Institute for Palestine Studies, Washington DC, 1995 over de Israelische methodiek van de on-ontwikkeling in de gebieden.

13. Op dit moment zijn er meer dan 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen: 4,1 miljoen vluchtelingen en hun nazaten van 1848 zijn geregistreerd bij de VN, 1,5 miljoen vluchtelingen en hun nazaten van 1848 die niet geregistreerd zijn bij de VN, 60.000 ‘displaced persons’ en hun nazaten leven binnen de grenzen van Israel, 750.000 werden ‘displaced persons’ na 1967. Cijfers van het Labour Middle East Council on behalf of the British Joint Parliamentary Middle East Councils, London 2001. www.Lmec.org.uk. Voor recente cijfers over armoede en werkloosheid: Sara Roy, A Dubai on the Mediterranean, London Review of Books. 3 november 2005. Vertaling www.anjameulenbelt.sp.nl 4 mei 2006. Zoe ook de rapporten van de Worldbank, West Bank and Gaza Uodate april 2006, en het meest recente rapport na de verkiezingen: Impending Palestinian Fiscal Crises, 7 mei 2006. www.worldbank.org.

14. Aid under Attack, www.electronicintifada.net, Ga naar By Topic, Development. Zie ook: UNRWA, Emergency Appeal 2005, Special report. www.un.org.unrwa

15. Zie voor deze visie op het vluchtelingenprobleem Uri Avnery. Truth Against Truth, A Completely Different Look at the Israeli-Palestinian Conflict. www.gush-shalom.org. Maar ook de website van Badil, www.badil.org en Nur Masalha, The Politics of Denial, Israel and the Palestinian Refugee Problem. Pluto Press, 2003 Over de ‘internal refugees’, zie Nur Masalha (red) Catastrophe Remembered. Zed Books, 2005

16. Zie: Cook, Jonathan. Democracy Within the Tribe, Al-Ahram 24 –30 oktober 2002. Cook heeft meer geschreven over de positie van Palestijnen in Israël. Cook, Jonathan. Protection Does Not Apply, Al-Ahram 13 – 19 maart 2003.Cook, Jonathan. ‘Democratic’ Racism, Al-Ahram 2004.Website http://weekly.ahram.org.eg.Cook, Jonathan. Not prepared to concede one metre. Apartheid in the Galilee. 17 mei 2005, http://electronicintifada.net. Over de positie van Palestijnen in Israël verder: HRA, Arab Association for Human Rights www.arabhra.org en Adalah – The Legal Centre for Arab Minority Rights in Israel, www.adalah,org.Uit het meest recente rapport van het Center of Contemporary Studies in Um al-Fahem blijkt dat van alle huizen die gebouwd zijn zonder vergunning 45% gebouwd is door Joodse Israëli’s. Toch zijn er niet meer dan tien van die huizen afgebroken. Daarentegen zijn 60.000 huizen van Arabische Israëli’s in de Negev ‘illegaal’ verklaard en 40.000 huizen in Galilea. De bewoners en eigenaars daarvan hangt afbraak en zware boetes boven het hoofd, hoewel de huizen in meerderheid zijn gebouwd op land dat in eigendom is van de bewoners. Daarentegen zijn de huizen van de Joodse Israëli’s gebouwd op land dat in eigendom is van de staat. In 2003 zijn meer dan honderd huizen van Arabische eigenaars afgebroken, evenals in 2002. In 2003 werden bijna duizend Arabische eigenaars in de Negev veroordeeld wegens illegaal bouwen.

17. Michael Warschawski, Israel-Palestine: The Bi-national Challenge. News from Within (van het Alternative Information Center) december 2004.Zie ook: Michael Warschawski, On the Border. Pluto Press, 2005

18. Deze cijfers zijn van 2002, zie Miftah, Fact Sheet: Foreign Aid to Israel, april 2002, www.miftah.org en Israel and the U.S.Interest, The Cost of Israel, www.mideastfacts.com. Ook: Israël en de VS, Anja Meulenbelt, 12 september 2004, weblog www.anjameulenbelt.sp.nl. Voor recente cijfers van het OECD: De VS is de absolute top donor voor Israel, Nederland neemt bij de top tien een bescheiden zesde plaats in. www.oecd.org.

19. Phyllis Bennis heeft met enige variaties het verhaal op verschillende plekken uitgewerkt: Bennis, Phyllis. Veto, maart 2003, www.tni.org/archives/bennis. Bennis, Phyllis. The Newest New World Order, 18 september 2001, ww.tni.org/archives/bennis. Bennis, Phyllis, What Has Been the Role of the UN in the Israel-Palestine Struggle? Fact Sheet nr. 9, Institute for Policy Studies, Washington, januari 2001. Bennis, Phyllis, Understanding the Palestinian-Israeli Conflict, Tari Publications, 2003.

20. Zie Aid under Attack, www.electronicintifada.net, Ga naar By Topic, Development.

21. Er zijn inmiddels vele beschouwingen over het mislukken van de Oslo onderhandelingen gepubliceerd, met onderling enige variatie in de conclusies. Zie bijvoorbeeld Uri Avnery, A Villa in the Jungle, www.gush-shalom.org. Op dezelfde website ook te vinden: Camp David: The Tragedy of Errors, door Hussein Agha en Robert Malley. Meer op www.electronicintifada.net. Ook: Anja Meulenbelt, Het Beroofde Land, Van Gennep 2000.

22. Zie Uri Avnery, www.gush-shalom.org

23. Ook Israël betaalt een hoge prijs voor de bezetting. Uit een rapport van OXFAM worden de uitgaven geschat: Aanvullende defensie uitgaven sinds de eerste intifada (1987) 6,5 miljard dollar. Bouwkosten joodse nederzettingen in de Bezette Gebieden 10 miljard dollar. Bouwkosten scheidingsmuur Ruim 1 miljard dollar. Geschatte compensatie aan gewonde Israëli’s 230 miljoen dollar. Geschat verlies aan Bruto Nationaal Product 7 – 12 miljard dollar. Angezien de cijfers niet bekend worden gemaakt door de Israëlische regering zijn het schattingen. Zie ook: Daphna Levit, Where have all our shekels gone? www.gush-shalom.org. De economische groei is gestagneerd van +5,2% BNP in 2000 (begin van de tweede intifada) naar – 0,5% Het aantal Israëli’s dat in 2003 beneden de armoedegrens leefde steeg naar 19,2% Bron: The Guardian, 25 februari 2005. Zie ook Soemoed, themanummer sociaal-economische dimensies van het Israelisch-Palestijnse conflict. Uitgave van het NPK. Juli-augustus 2005.

24. In de tien grootste nederzettingen zijn alleen al in 2005 3500 bouwprojecten (appartementen en bungalows) gestart. Illustratief zijn de cijfers over de bevolkingsaanwas in de nederzettingen. Tussen 1994 en eind 2004 is de bevolking in de tien grootste nederzettingen verdubbeld van 69.660 tot 139.603. In totaal wonen er op de bezette Westelijke Jordaanoever 234.487 kolonisten. (Vergelijk: het aantal kolonisten dat uit de Gazastrook moest vertrekken was tussen de 7000 en 9000) Als de inwoners van de Arabische wijken in Jeruzalem, die in 1967 zijn geannexeerd, maar volgens internationaal recht zijn bezet, worden meegerekend (French Hill, Pisgat Ze’ev en Ramot) stijgt dat aantal tot 406.900. Bron: Oscar Garschagen, NRC 10 oktober 2005. Zie ook Sara Roy, The Future of Gaza, London review of Books.

25. Volgens Sara Roy zijn dit de ‘facts on the ground’ die behoren bij het Disengagement Plan, al grotendeels gerealiseerd:

1. Een geplande muur van 620 kilometer (waarvan 205 kilometers al zijn gebouwd) opgetrokken uit betonnen platen van negen meter hoog en ondoordringbare hekken, gebouwd op het in beslag genomen land van de Westoever, waardoor op dit moment tien procent van alle Palestijnen, 242.000 mensen – geïsoleerd zijn in afgesloten militaire zones tussen de grens met Israël en de westelijke kant van de muur, en 12 procent intern zijn afgesloten van hun bouwland door de kolonistenwegen en de huizenblokken van de nederzettingen. Op zijn best zullen de Palestijnen nog toegang hebben tot 54 procent van hun land op de Westoever wanneer de muur af is.
2. Negenentwintig snelwegen voor kolonisten en ‘bypass roads’ over een totale lengte van 400 kilometer, die met opzet worden gebouwd om de bewegingsvrijheid voor de 400.000 joodse kolonisten te garanderen, en tegelijk drie miljoen Palestijnen in omsingelde en geïsoleerde enclaves op te sluiten.
3. Veertig geplande tunnels op de Westoever (waarvan er 28 inmiddels klaar zijn, vergeleken met de zeven die er een jaar geleden waren) die de joodse nederzettingen met elkaar en met Israël verbinden.
4. De geplande bouw van 6400 nieuwe kolonistenhuizen op de Westoever. Minstens 42 nederzettingen worden uitgebreid en scholen, universiteiten, hotels, winkelcentra en bedrijfsruimte en parken worden toegevoegd.
5. De afgrendeling van Oost Jeruzalem – het commerciële en culturele hart van de Westoever – waardoor het onbereikbaar wordt vanuit Ramallah, Bethlehem en de rest van de Westoever.
6. Het van elkaar afscheiden van het noorden en het zuiden van de Westoever, en de afgrendeling van Gaza, Hebron, Bethlehem, Ramallah, Jericho, Tulkarm, Kalkiliya, Salfit, Nablus en Jenin.

26. Jeff Halper, Setting Up Abbas, 25 oktober 2005, www.electronicintifada.net en www.anjameulenbelt.sp.nl 26 oktober 2005. Ook het interview met Jeff Halper, www.anjameulenbelt.sp.nl 1 oktober 2004, De twee-fasenoplossing? Zie ook: Hanna Seniora, The Demise of the Two State Solution, ICAHD (Committee Against House Demolitions, waarvan Jeff Halper de directeur is. Zij volgen als geen ander nauwlettend de groei van de ‘facts on the ground) www.icahd.org.

27. Zie noot 25. Het artikel is in vertaling te vinden op www.anjameulenbelt.sp.nl ,

28. Amira Hass, De acht-staten-oplossing.24 april 2005. www.anjameulenbelt.sp.nl.

29. Charles Shamas werd geinterviewd door Anja Meulenbelt, Israel ontkent dat het gaat om een militaire bezetting, Tribune 19 september 2003

26 gedachten over “Beloofd of beroofd?

  1. Beste Anja,

    Een voor mij overtuigend document! Dat punt van ongelijke rechten in Israel is natuurlijk van de gekke. Maar ik begreep het nog niet helemaal.

    Waaruit bestaat nu precies de rechtsongelijkheid voor niet-joodse staatsburgers van Israel? Is dat ook concreet aan te wijzen in de regelingen in de wetsboeken betreft werk, onderwijs etcetera?

  2. Geweldig stuk, ik heb het helemaal gelezen. Zeer verhelderend en overzichtelijk – reden om het eens te meer ontzettend spijtig te vinden dat ik er zaterdag waarschijnlijk niet bij zal kunnen zijn, bij de demonstratie. Als er nog iemand twijfelde: ga alsjeblieft ook namens mij!

    ‘k Ga het ook maar eens aanbevelen in een discussie op een forum elders.

  3. hoi Anja,
    Na een keer lezen ben ik ook al onder de indruk hoor [ de nota staat 2x onderelkaar]
    Ik begrijp gewoon niet dat ieder intelligent wezen na dit gelezen te hebben, hier nog iets zinnigs tegein kan brengen.
    Zou ik nou zo dom zijn?
    Mooi ,gedegen stuk werk.

    Hopelijk allemaal tot morgen!!!!!

  4. Puik werk !

    In Vlaanderen is geen enkele politieke partij in staat op een degelijke manier voor haar standpunt in verband met de actuele situatie in het Midden-Oosten uit te komen.

    De Belgische Minister van Buitenlandse Zaken (Karel De Gucht, liberalen) die zopas op bezoek was bij zijn Amerikaanse ambtsgenoot, loopt het Amerikaanse standpunt gewoon achterna.

  5. Zal het eens doorlezen. Ben erg benieuwd naar de inhoud. De problemen in die regio zijn zo abstract en onduidelijk, zo samenhangend ook. Ik merk het lastig te vinden zaken los van elkaar te zien. Wil graag meer weten. Niet zomaar stelling nemen of domme uitspraken doen. Daar zijn al genoeg mensen van in deze door de televisie gedomineerde maatschappij. Vanuit luilekkerland voortdurend roepen hoe het allemaal niet moet…

    Zou de regio zelf eens willen bezoeken voor een objectieve waarneming. Vooral ook naar positivisme zoeken. Weet alleen niet hoe en waar te beginnen…

  6. Hallo Anja,

    Het is een prima verhaal, althans de eerste helft, ik heb het idee dat de tweede helft hetzelfde is als de eerste (Op het eerste gezicht lijkt dat ten minste zo, ik hoop niet dat je me kwalijk neemt dat ik dat niet nauwgezet heb gecontroleerd).
    De verwijzing naar het vroegere Zuid-Afrikaanse apartheidssysteem met de “thuislanden” bantoestans is ongetwijfeld terecht, maar de Israelische politiek ten aanzien van de Palestijnse bevolking lijkt volgens mij ook erg op de genocide van de Indiaanse bevolking in de 19e eeuw in de V.S. Ik ben benieuwd hoe groot ze de uiteindelijke “Palestijnse reservaten” gedacht zullen hebben.

  7. Heel informatief verslag Anja!

    Het laat een hele andere kant zien; heel anders dan wat ik uit de media proefde.

    Weet jij misschien van het bestaan van een franstalige text die net zo informatief is als deze?

    (Ik heb op dit moment een correspondentie met een Israelier uit Tel Aviv; hij heeft het in zijn brieven precies over die paradigma’s die je hier noemt, zou ze graag willen doorbreken, weet niet of ’t lukt, maar het zet minstens aan tot nadenken)

  8. Sorry, het stond er inderdaad twee keer op. Dat was wel een beetje te veel van het goede.
    Als je verder uit wilt zoeken hoe het met de rechten zit, moet je zelf in de bronnen gaan duiken. In sommige wetten wordt expliciet verschil gemaakt, zo is er nu een wet die de gezinshereniging van niet-joden moeilijker maakt, er zijn weten waar onderscheid wordt gemaakt tussen mensen die al of niet in het leger hebben gediend, er zijn wetten waarin gesproken wordt over mensen op wie de wet van de terugkeer van toepassing is. En soms gaat het niet om wetten maar gewoon om de toepassing. Ook krijgen bijvoorbeeld de bewonersorganisaties van nieuwe wijken zelf de volmacht om te beslissen dat sommige mensen niet passen bij de cultuur of gewoontes van de bewoners.
    Maar dit is snel en slordig opgeschreven, als je het uit wilt zoeken zul je zelf op bronnenonderzoek uit moeten.

    Nee, ik lees zelf geen frans en weet dus niet wat er in die taal bestaat.

  9. Hoi Anja, prima stuk, ik denk dat jullie alles wel zo’n beetje aangekaart hebben. En prettig om te lezen.
    Voor Hans, Anja geeft in dit stuk enkele websites waar je veel info vandaan kan halen over ongelijkheid in Israel, b.v http://www.adalah.org (adalah betekent rechtvaardig , dit zijn allemaal advocaten) en http://www.arabhra.org. (arab human right association in Nazareth) Maar de ongelijkheid en disciminatie komt hier binnen via de achterdeur.men zal in Israel niet zeggen, zoals in apartheid Zuid Afrika “verboden voor zwarten”. Hier is men slimmer. Een voorbeeld.Zoals je in het stuk van anja heb kunnen lezen is 97 % van het land in bezit van de Jewish National Fund. Dit is een zelfstandige organizatie, maar uiteraard heeft men banden met de Israelische regering. Dit Jewish national Fund (JNF) bouwt overal nederzettingen, en die nederzettingen zijn dus van de JNF. En zij zeggen dat ze zelf mogen bepalen wie daar komt wonen.Deze nederzettingen hebben een eigenb estuur en dit bestuur bepaalt wie de nieuwe inwoners zijn. Er zijn enkele arabische gezinnen geweest die geprobeerd hebben om in zo’n nederzetting een huis te kopen (nederzettingen zijn in 99% van de gevallen gebouwd op grond van arabische dorpen)Maar tot nu toe is het nog nooit gelukt voor eena rabisch gezin om daar te gaan wonen. Een Joodse vriend van ons heeft jaren geleden een huis gekocht in de nederzetting Katzir, en dit huis gelijk doorverkocht aan een
    arabische familie. Men wilde eens kijken wat er zou gebeuren. We spreken hier over 1994/95. Tot nu toe is het dit gezin niet toegestaan om er te gaan wonen, ondanks uitspraken van de rechter dat ze daaar wel mogen wonen.http://weekly.ahram.org.eg/2002/575/re2.htm

    Hier een link naar een artikel van Jonathan Cook over deze zaak.
    Een andere achterdeur is het leger. Wie het leger ingaat krijgt allerlei privileges, en 90% van de arabische bevolking gaat eht leger niet in. Dit gaat dan om goedkopere hypotheken, studiebeurzen, etc.
    Het is zo veel, maar ik kan je een goed boek aanraden geschreven door Uri Davis, als je zijn naam googlet dan kom je ook een heleboel info tegen. Zijn boek heet ‘apartheid in Israel”, heel simpel dus.Hier vind je alle wetten in die discrimineren. Het is echt eng om het te lezen, En lees het boek van Susan Nathan, “de andere kant in Israel”.Ik hoop dat je nu genoeg bronnen heb. O ja, en uiteraard de website van Jonathan Cook, waar Anja ook naar verwijst http://www.jkcook.net
    Succes

  10. Susan Nathan noemt in haar boek: “De andere kant van Israel” wel een paar wetten, meen ik. Bijvoorbeeld, dat de jeugd alleen maar werk krijgt als ze in het leger geweest zijn, maar Arabieren mogen weer niet in het leger, dus krijgen ze ook geen werk en meer van die pesterijen.

  11. Anja, het onrecht dat Palestijnen in de “gebieden” en in Israël door de staat Israël aangedaan wordt, en dat jullie beschrijven in het stuk en dat jij beschrijft op je weblog en in je boeken is om te huilen.
    In de onderhandelingen die er geweest zijn, geven jullie aan, zijn nooit einddoelen geformuleerd. Jullie kiezen als einddoel, lees ik, een twee staten oplossing: Israël en Palestina. Daarbij kan de staat Israël beslist niet meer de zelfde zijn als dat die nu is. In de nieuwe staat Israël, lees ik ook, moeten alle burgers gelijk zijn voor de wet, vastgelegd in een grondwet, terecht, kan gewoon niet anders.
    Op 22% van het voormalige mandaatgebied moet dan de staat Palestina gevestigd worden. (In Palestina zullen natuurlijk ook alle burgers gelijk voor de wet moeten zijn, een streven waar, begrijp ik, Hamas het verst in gevorderd is.)
    Jullie concluderen dat door het koloniseren van de Westoever er eigenlijk geen levensvatbare Palestijnse staat meer mogelijk is. De Joden, die het oorspronkelijke mandaatgebied hebben gekoloniseerd en binnen de grenzen van 1967 van de staat Israël wonen kun je daar niet meer verwijderen. Ben ik het helemaal mee eens. Dit wordt net zo moeilijk voor de Joden die op de Westoever wonen, geven jullie ook aan.
    Als je dan geen ‘autonome’ reservaten voor Palestijnen wilt, kom je volgens mij alleen nog op een één staats-oplossing. Een staat die het hele vroegere mandaatgebied omvat, waar alle burgers gelijk zijn voor de wet en waar alle burgers op sociaal-, cultureel- en religieus gebied vrij zijn. Een staat waar burgers zich vrij kunnen vestigen. Een staat waar gedaan onrecht (be-)recht wordt en schulden vereffend worden (gelijk Zuid-Afrika).
    Ik begrijp van je weblog, Anja, dat de meeste Joden in Israël, en ook velen daarbuiten, dit (nu) niet kunnen accepteren, vanwege opgedane trauma’s en om religieuze redenen. Er zal, denk ik, internationale bemoeienis (hulp, sancties of wat dan ook, geen geweld) nodig zijn om van deze mensen eenentwintigste eeuwse mensen te maken. Daar tegenover, begrijp ik, zijn veel Palestijnen bereid met Joden samen te leven.
    Een één staats-oplossing vinden jullie idealistisch. Een twee staten-oplossing gebaseerd op de grenzen van ’67 en oplossing van het vluchtelingen probleem, levert volgens mij twee identieke staten op. Immers alle burgers zijn gelijk voor de wet en in beide staten leven Palestijnen en Joden, mits je geen nieuwe vluchtelingen wilt kweken (jullie spreken je daar volgens mij niet over uit).

    Ik kan morgen helaas niet bij de demonstratie zijn. Ik werk in de zorg en moet morgenmiddag werken. Ik hoop desondanks op een grote opkomst. Succes!

    Vriendelijke groet.

  12. Anja,

    Een stevige tekst van Harry van Bommel en jou.

    Van huis uit voel ik me verwant met Israël. Het derde paradigma – van de bezetting – is thans echter ook voor mij het huidige.

    Voor Israëliërs schijnt pacificatie pas mogelijk als daarvoor in aanmerking komende partners murw zijn. In het gunstigste geval dromen zij er van dat het na repressie toch nog tot de opbloei van aan elkaar gelijkwaardige ook niet-Joodse entiteiten komt. Deze zouden dan zowel het land als uit te lijnen wetgevingsgebieden met elkaar delen.

    Heb met jullie en vele anderen de indruk dat de repressie inmiddels lang genoeg heeft geduurd. De politieke eisen die jullie formuleren veronderstellen echter dat er al in de repressie-fase met de Israëlische administratie te dealen valt. Misschien is het zinniger geleidelijk aan na te gaan denken over mogelijkheden om het hele experiment Israël te herzien.

  13. Tja, Antony. Impliciet zitten die vragen al in ons stuk. Welke kant wil Israel eigenlijk op? Maar wat je meteen kunt waarnemen als ik de volgens mij geheel legitieme vraag stel: als Israel bedoeld was om een veilig land voor de joden te creeeren, is dat dan gelukt? Als ik dat zeg word ik meteen uitgemaakt voor iemand die de joden de zee in wil drijven en Israel wil vernietigen. Zelfs als ik me afvraag of het niet tijd wordt dat Israel een gewone democratie wordt met gelijke burgerrechten voor alle burgers, ongeacht geloof of etniciteit. Ik denk, uiteindelijk, dat dat de enige redding is voor Israel, omdat je niet maar door kunt gaan met een belangrijk deel van je eigen bevolking te ondrukken. Maar ook als ik dat zeg geld ik als een vijand van Israel. Het interessante is dat ik van Israeli’s, uitgezonderd de mensen die ik hier vaker ten tonele voer, daar nooit een antwoord op krijg. Die projecteren het kwaad liever op mij, op de Palestijnen, op de moslims, op Hezbollah, op de antisemieten, op de Arabieren, dan gewoon eens na te denken: waar willen ze met Israel heen? Voor eeuwig vijandschap met de buren en met de ‘vijfde colonne’ in eigen land?
    Wacht maar af, ook hierop krijg ik weer woedende reacties.
    Het zijn taboe vragen die niet gesteld mogen worden.

  14. Een gedegen werkstuk. Mijn complimenten daarvoor. Het is juist nu heel belangrijk dat de SP in zo’n notitie haar visie op de problematiek van Israël en Palestina uitgebreid op papier zet, in een historisch kader en gebaseerd op feitelijke gegevens.

    (Wel kan eerlijk gezegd taalkundig (grammatica, spelling en stijl) nog het e.e.a. verbeterd worden. Een degelijke eindredactie is nog gewenst. Hopelijk vind ik er tijd voor je persoonlijk mijn opmerkingen te mailen).

  15. Beste mensen, wat fijn dat er zoveel tegengeluiden zijn tegen het buiten propotioneel geweld van Israel.
    Onbegrijpelijk dat een volk dat zo geleden heeft in de tweede wereldoorlog instemt met deze smerige bombardementen. Gelukkig is het volk van Israel het er ook niet in zijn geheel mee eens.
    Hoe lang moet het nog duren voordat het verstand doorbreekt.
    HOE SMERIG IS DIT POLITIEKE SPEL!
    Kees Blokhuis

  16. Pingback: SP De Bilt :: Weblog :: Stop de oorlog tegen Libanon en de Palestijnen

  17. Zeer jammer erg eenzijdige kijk op de zaak,lees linkse kijk.Israel is de enige democratie in de regio,tussen landen met bedenkelijke contacten.Wat Amerika wordt verweten,mogen andere landen wel(wapen leverantie vanuit Iran)Maar een voordeel de Sp zal Nederland nooit belachelijk maken in de “wereld “aangezien ze nooit verder komen als een splinterpartij.

  18. Heb je het eigenlijk wel gelezen, Eric? Dat Israel de enige democratie zou zijn is een ongelooflijke dooddoener, en valt bovendien, zie boven, zwaar tegen. In Europa zou je in ieder geval met een opdeling in eerste en tweedeklas burgers niet weg komen. Ook die splinter is een beetje wishful thinking, Eric, jouw stem zullen we natuurlijk moeten missen (snik!) maar verder is de SP alweer gegroeid. Met al die andere fijne eenzijdige mensen.

  19. Pingback: unieuws.nl

  20. Hallo Anja,

    Met sommige dingen ben ik het niet met je eens. We meoten juist Israel helpen in deze tijd. AL die jongeren van 18 die in het leger zitten, lekker dan, en niemand die ze steunt.
    Ik wil even wat kwijt, ik ben van de zomer naar Israel geweest en Israel kan er niets aan doen. Ze moeten zich zelf verdedigen en de mensen daar zeggen ook we moeten er nu maar eens tegen in want zo gaat het niet langer. De mensen daar zijn er trots op dat Nederland hun altijd hielp en je wordt daar zo gastvrij geholpen als je een Nederlander bent. Waarom moeten we ze nu dan laten vallen? Geef daar eens antwoord op…!!!

    Ik heb nog wel een andere vraag hoe heeft Israel zich staande gehouden in de oorlog van 1967 en in de oorlog van 1973? Ik kan daar op internet niets over vinden en ook niet echt in boeken. Mijn eind scriptie gaat daar over dus ik dacht mss weten jullie wel wat.
    Ik hoop het.

    Gegroet Sanne

  21. Als je het bovenstaande hebt gelezen dan kun je heel goed weten waarom je niet zomaar door kunt gaan met Israel ondersteunen, Sanne. Je gaat toch niet meehelpen aan oorlogsmisdaden, schendingen van mensenrechten en een heel ander volk onder bezetting houden. Daar help je uiteindelijk ook Israel niet mee.
    Als dat de manier is waarop je je eindscriptie wilt gaan schrijven kan ik je uiteraard niet verder helpen.

  22. Uitstekend voorstel, die sancties. Boycotting is wanneer woorden niet (meer) helpen het vreedzaamste, en dus legitiemste, en tegelijk effectiefste wapen; een wapen waar de knapste en vermaledijdste generaals en de arglistigste politici machteloos tegenover staan.
    1. Maar wat betekenen precies “stopzetting elke vorm van (militaire samenwerking en) handel met Israël” enerzijds en “boycot van illegale Israëlische producten uit bezette Palestijnse gebieden” anderzijds? Als alle handel met Israel wordt stopgezet, omvat die sanctie toch vanzelfsprekend de boycot van illegale producten uit de bezette gebieden?
    2. Heb je het ook met Femke Halsema over die sancties gehad? Het lijkt me heel belangrijk dat SP en GroenLinks bij een onderwerp als dit de krachten bundelen, wil je wat kunnen bereiken. Ik hoop erg dat GroenLinks helemaal op één lijn komt met de SP wat betreft Israel. Dat zou een eerste beginnetje zijn, en vandaar uit kan gewerkt worden naar een kamermeerderheid.
    3. Deze sancties lijken me zeer gematigd vergeleken met de sancties die indertijd aan Zuid-Afrika opgelegd werden. Ilan Pappe bijvoorbeeld pleit voor een algemene boycot zoals die voor het apartheidsregime van Zuid-Afrika gold.
    4. Op de website van de SP vind ik onder Standpunten alleen heel cryptisch “sancties tegen Israel.” Na lang zoeken vond ik, ergens helemaal verscholen, de nota, waarin de sancties staan uitgewerkt. De SP is een partij die bekend staat om zijn duidelijke standpunten, mede daarom: Waarom staan die sancties niet duidelijk opgenomen onder de Standpunten?

  23. Ik ben niet de woordvoerder buitenland, Herbert, dat is Harry. Dus toen ik onlangs met Femke Halsema sprak zijn we niet bezig geweest met de exacte uitwerking van sancties enz.
    De nota is inmiddels goedgekeurd door het voltallige bestuur van de SP en daarmee een SP document, en is inmiddels als boekje te verkrijgen.
    Waarom er niet meer over staat in standpunten, geen idee. Ik neem aan dat er over nog veel meer kwesties niet alles in staat wat we vinden.
    Daarom ook dat boekje.

Reacties zijn gesloten.