De ijzeren kooi

title_coresidency201.jpg

Op de planken die gevuld zijn met de historische studies en analyses van wat het Palestijns-Israelisch, of het Israelisch-Arabische conflict genoemd wordt kan een belangrijk boek toegevoegd worden van de Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi. Eerder schreef hij een boek over de vorming van de Palestijnse identiteit, Palestinian Identity (1997), en na 9/11 onderbrak hij die lijn van denken voor een ander boek (dat ik nog moet lezen): Resurrecting Empire:Western Footprints and America’s Perilous Path in the Middle East (2004)

Hoeveel weten we eigenlijk over de rol van de VS in het Midden-Oosten voorafgaand aan de aanslag op de Twin Towers? Weinig, zegt Khalidi, we geloven in het Westen maar al te graag dat de Amerikanen de brengers waren van democratie en de rechtsstaat, dat ze belangeloze bemiddelaars waren tussen Israel en de Arabieren, en dat ze zich hielden aan het internationale recht. Dus kwam de aanval van Al Qaida voor de meeste Amerikanen letterlijk uit de lucht vallen – ik kan dat beamen, ik zat toen net in San Diego. In werkelijkheid is de agenda van de VS al heel lang een heel andere geweest, en was allesbehalve belangeloos. Hoezeer je het terrorisme ook moet afkeuren, zonder te weten welke rol de VS zichzelf had aangemeten in het Midden Oosten is niet te begrijpen waar de massieve Arabische tegenstand vandaan kwam. Net zo min als je het Palestijnse verzet – ook door de VS graag integraal als terrorisme afgedaan – kunt begrijpen zonder te weten, niet alleen wat er tussen 1947 – 1949 gebeurde, maar al daarvoor, toen het mandaatgebied Palestina nog onder Britse overheersing viel, maar de zionistische groepen al bezig waren met het veroveren van wat hun toekomstige staat moest worden.

Het moeilijke met de geschiedenis van de staat Israel, is dat die eigenlijk niet bestond, want de staat dateert pas van 1948, en met het teruggaan naar het joodse koninkrijk van tweeduizend jaren terug kom je terecht in speculatie en fictie. In de officiele geschiedenis zoals die aan Israelische kinderen wordt onderwezen lijken die tweeduizend tussenliggende jaren irrelevant, alsof het land leeg was en braak lag tot de joden ‘terugkwamen’. De geschiedenis moest nog geschreven worden, en werd dat, vooral met het oogpunt om een zo positief mogelijke versie te geven over het ontstaan van de joodse staat, en de Palestijnen er zo veel mogelijk uit te schrijven. Zo zegt Sylvain Cypel, in Walled. Israeli Society at an Impasse, een ander belangrijk boek dat ik aan het lezen ben, dat alle staten de begrijpelijke neiging hebben om zichzelf zo fraai mogelijk voor te doen in de ontwikkeling van hun nationale geschiedenis, maar dat Israel daarin wel erg extreem is. Ik kom er nog eens op, want zijn betoog is ook erg de moeite, maar kort samengevat komt het er op neer dat met de stichting van de staat Israel meteen werd geprobeerd de Palestijnse geschiedenis zoveel mogelijk uit te wissen, en te vervangen door een zionistische staatsgeschiedenis waarvan we de mythologie inmiddels kennen: ‘een land zonder volk voor een volk zonder land’, ‘de Palestijnen vluchtten vrijwillig, daartoe aangezet door de Arabische leiders’, ‘de jonge staat moest zich wel verdedigen tegen de invallende overmacht aan Arabische legers, en hun overwinning was er een van David tegenover Goliath’, en het waren de zionisten die in dat primitieve land van boerse nomaden de woestijn tot leven brachten en de beschaving brachten. Die mythes zijn voor een groot gedeelte al ontmaskerd als propaganda en de rechtvaardiging van het tot in vele details aangetoonde gegeven dat de zionistische troepen al voor de Arabische legers binnenvielen aan het werk waren om de inheemse bevolking met geweld te verdrijven, wat we tegenwoordig etnische zuivering noemen, door de ‘nieuwe historici’. Die niet nieuw waren, want er waren voor hen geen historici, zegt Cypel, die zelf twaalf jaar in Israel woonde, in het leger diende, en als journalist werkte voor Le Monde. Maar over Cypel later.

Rashid Khalidi’s boek, The Iron Cage, is vooral belangrijk om inzicht te krijgen in de voorafgaande periode aan 1948, en zijn stelling is dat de strijd in feite al beslecht was ten gunste van de zionisten, de latere Israeli’s, tussen 1930 en 1940, met de grote en verslagen Palestijnse opstand. Khalidi gaf zichzelf de vraagstelling mee of de Palestijnen in de loop van die nu bijna honderd jaar anders hadden moeten handelen, en hoe het kon dat de Palestijnse samenleving tijdens de oorlog van 1947 – 1949 zo totaal in elkaar kon storten, terwijl andere Arabische landen in diezelfde tijd zich los konden maken van koloniale overheersing en aan het werk konden met het bouwen van een zelfstandige staat.

De oorzaken zijn complex, en zijn een samengaan van de Britse overheersing die uiteindelijk meer de kant koos van de zionisten, het specifieke karakter van de zionistische kolonisatie die de overheersing, inclusief veel van de staatsapparatuur kon overnemen van de Britten en was voorzien van massale ondersteuning, militair zowel als economisch, uit het buitenland, en het falen van het Palestijnse leiderschap, waarvan een groot deel was gekocht en ingekapseld door het Britse regime. De conclusie is uiteindelijk: ze maakten, tussen de Britten en de zionisten in, en zonder bondgenoten, geen kans. Ze zaten vast, in een ijzeren kooi. Wat niet weg neemt dat Khalidi zorgvuldig onderzoekt of de Palestijnen anders hadden kunnen handelen, en meer hadden kunnen redden.

Het verhaal is tegelijk een schets van het Palestina van voor de stichting van Israel, een poging om in ieder geval een deel van de Palestijnse geschiedenis te boek te stellen, waarmee haast als vanzelf een flink aantal van de Israelische mythen worden ontkracht.

Palestina zou, ook Pappe wees daarop, zonder de zionisten die vastbesloten waren om het land te veroveren en er een exclusieve joodse staat te vestigen, zeer waarschijnlijk een Arabische staat zijn geworden zoals er zoveel zijn gekomen, die onder de Franse of Engelse koloniale overheersing vandaan moesten komen. Alles was er voor aanwezig: Palestina was door zijn strategische ligging op de handelsroute behoorlijk ontwikkeld, en ook al bestond het grootste deel van de bevolking uit boeren, er was een ontwikkelde intelligentsia in de steden, het ontwikkelingsniveau lag zeker niet lager dan in de omringende landen, er was export, en Palestina werd veel bezocht, onder andere door westerlingen, al of niet op bedevaart. Er was bovendien naast en Pan-Arabisch streven ook een nationalistisch Palestijns bewustzijn, dat al in 1920 aangetoond kan worden, onder andere in de krant die Falastin – Palestina – heette. Daarin werd al breeduit gewaarschuwd voor de gevolgen van de zionistische pogingen om zich in het land te vestigen. De boeren die hun land en werk kwijtraakten, toen het door de grootgrondbezitters werd verkocht aan de zionisten die ogenblikkelijk aan het werk gingen om Palestijnse arbeid te vervangen door ‘Hebreeuwse’, hoorden bij de eerste opstandelingen, naast de intelligentia die niet voor niets vooral uit Haifa en Jaffa kwamen – want daar vestigden zich de eerste zionisten. De al bestaande joodse gemeenschap, de oorspronkelijke yeshuv, in Jeruzalem, die geheel in het land was geintegreerd, Arabisch sprak en niet streefde naar een eigen joodse staat, leefde al heel lang vreedzaam samen met hun Arabische islamitische en christelijke buren, en hadden part noch deel aan de strijd.

In de Israelische mythologie worden die eerste opstanden, als ze al vermeld worden, afgedaan aan de acties van roversbendes en ander ongeregeld, die als Arabieren nu eenmaal joden haatten. Zo komt dat ook voor in de Israelische schoolboeken, zegt Cypel. In werkelijkheid zagen de Palestijnen met vooruitziende blik wat er met hun land zou gebeuren, en met henzelf, toen ze steeds grotere groepen Europese joden aan land zagen komen, niet als vluchtelingen, maar als kolonisators.

Ondanks geschermutsel tussen de zionisten en de Britten, die nog wel enige zwakke pogingen deden om de joodse migratie enigszins in te dammen, is het aantoonbaar dat de laatsten uiteindelijk de kant kozen van de zionisten, tegen de Arabische bevolking. Tussen 1936 en 1939 vond de grootste opstand plaats, die mede door de Britten werd neergeslagen. Meer dan tien procent van de Palestijnse mannen vond daarbij de dood, werd gewond, gevangen genomen of gedeporteerd, inclusief hun belangrijkste leider die sneuvelde in de strijd. Toen in 1947 de zionistische oorlog begon tegen de Palestijnen waren die nog lang niet hersteld en geen partij meer. En het zou, na de nakba, de grote ramp, waarbij het overgrote deel van de Palestijnse bevolking werd verdreven en vluchtelingen werden die niet meer mochten terugkeren, nog vele jaren duren voor de PLO de Palestijnen, met een hersteld nationaal bewustzijn, weer op de kaart zette.

Het is ook een pijnlijk en eerlijk boek. Veel ging verloren doordat de oude generatie Palestijnen bereid was om de erebaantjes die de Britten hen aanboden aan te nemen. In de koloniale traditie probeerden de Britten een inheemse tussenlaag aan bestuurders in te stellen, die voor de schijn enige zeggenschap kreeg, maar in werkelijkheid in ruil voor privileges fungeerde als tussenpersonen tussen Brits regime en de eigen bevolking. Vanzelfsprekend werden die figuren niet door de eigen bevolking gekozen, en vanzelfsprekend hoorden zij te doen wat de Britten hen opdroegen – al werden die later nog wel verrast toen een deel van die afhankelijk gehouden pseudo-leiders overliepen en de kant kozen van het verzet. Zo komen we ook te weten dat de beruchte Grootmoefti van Jeruzalem Husseini, door de Britten op die post werd gezet, een jonge onervaren man. De titel van Grootmoeftie klinkt wel erg Arabisch, maar was ook door de Britten verzonnen. Khalidi beschrijft ook hoe de spanningen tussen de door de Britten aangestelde elite en de leiders van de Palestijnen zelf, zorgde voor onderlinge verdeeldheid, precies wat een koloniale overheersing, met hun verdeel en heers strategie graag wilde. Doordat die elite hun positie niet graag afstond, en niet in staat of bereid was om een begin te maken met een werkelijke vertegenwoordiging die uit de bevolking zelf voorkwam, was er ook veel te weinig georganiseerde weerstand toen de zionisten de zaak overnamen. Terwijl de zionisten wel in staat werden gesteld om representatieve organisaties op te bouwen, en ze, toen de staat Israel een feit was, feitelijk alles over konden nemen, gevangenissen, gerechtsgebouwen. Inclusief de wetten die de Britten eens hadden ontworpen om de zionisten aan banden te leggen, die nu integraal ingezet konden worden tegen de Palestijnen die in Israel bleven.

Het heeft de Palestijnen dus heel lang ontbroken aan een representatieve vertegenwoordiging, en het heeft lang geduurd voordat ze mee konden spreken in het wereldgebeuren, in de VN, en met buitenlandse regeringen en erkend werden als volk.

Khalidi is zeer de moeite waard. Op Cypel kom ik nog.

2 gedachten over “De ijzeren kooi

  1. Hoi Anja,
    Dank voor je aanwezigheid gisterenin het Parooltheater
    Je hebt gister foto’s gemaakt, als het mogelijk is zou ik die wel willen zien. Zet je die ergens op een site oid?
    Groeten
    Jelmer

  2. Ik had al te veel voor vandaag, Jelmer. Mijn arme lezers houden me nu al niet bij. Berichtje komt morgen. Met foto’s, verwacht er niet te veel van, er was vrijwel geen licht en ik flits niet. Ik vond het leuk gisteren.

Reacties zijn gesloten.