Buurten in de wijken

partijraad-455.jpg

Gisteren partijraad van de SP. We hadden een interessante spreker te gast: Pieter Winsemius, voormalig minister, VVDer en voormalig lid van de WRR – nauw betrokken bij het rapport ‘Vertrouwen in de buurt’. Een dubbele uitdaging: buurtbewoners die elkaar – en de overheid en de politiek weer willen en kunnen vertrouwen – plus bestuurders die weer vertrouwen moeten krijgen in de mensen in de buurten.

Een bevlogen en inspirerende man, Winsemius, die in een snel temp een aantal kwesties op tafel legde, plus mogelijke richtingen om oplossingen in te zoeken. Het is duidelijk dat hij niet alleen een theoreticus is, maar beschikt over veel praktijkervaring. Ontwapenend vertelt hij dat hij vroeger toen hij in de Tweede Kamer zat wel eens dacht wat zeurt die SP toch over volkstuintjes, tot hij begreep dat voor kleinbehuisde mensen hun volkstuintje hun eigen paradijs is.

Hij heeft het behalve over achterstandswijken ook over ‘voorstandswijken’ – kenmerkend: een barbecue per jaar en verder weinig binding. De achterstandswijken beschrijft hij als buurten met veel onrust en chaos. En met een opeenstapeling van problemen. En het gaat er niet zozeer om dat er in veel buurten een ‘verkleuring’ heeft plaatsgevonden, als wel het tempo waarin dat is gebeurd. Oude bewoners herkennen hun buurt niet meer en verschansen zich, en zijn argwanig naar de regenten.

Een belangrijke rol spelen de scholen – of ze zouden dat moeten doen. Vele scholen zijn door fusies niet meer erg met de buurt verbonden, leerlingen komen van heinde en ver, en na schooltijd zijn het vaak ‘zwarte gaten’, dooie plekken. Terwijl buurtscholen een grote funktie kunnen hebben, voor jongeren met wie de straat een chaos is en thuis een chaos, is het vaak de enige ankerplaats. Dus is het heel erg dat er sprake is van veel schooluitval, met name onder de jongeren die toch al tot de meest kwetsbaren behoren, en dat je een onevenredig hoog percentage van beginnende criminaliteit ziet bij die jongens, en psychische problemen bij de meisjes.

Wie zich bezig houdt met het maatschappelijk herstel van buurten, moet zich ook bezig houden met het onderwijs. Een tip voor Vogelaar: laat het probleem van de schooluitval niet over aan een andere minister.

Wat er nodig is, in de kwetsbare buurten, is eerst het herstel van orde, zegt Winsemius. Het moet er weer veilig zijn. Dan moet de openbare ruimte teruggegeven worden aan de buurtbewoners. Dus geen bordjes ‘hier geen samenscholing’ – want ‘nul samenscholing’ kan nooit de bedoeling zijn van een buurt. Integendeel. Maar dan moet het er wel leuk en schoon zijn. Er moet ruimte zijn waar jongeren kunnen voetballen. Mensen moeten juist de straat weer op.

partijraad-454.jpg

Met twee groepen in de buurten gaat het moeilijk, zegt Winsemius. Dat zijn de zwarte alleenstaande moeders die moeilijk de weg vinden naar de arbeidsmarkt, en dat zijn de witte senioren. Jullie achterban, zegt hij, tegen de zaal vol SPers. Dat zijn de mensen die vinden dat hun buurt is ‘verzwart’, ze hebben nog wel hun bingo, maar ze hebben niet langer het gevoel dat de buurt nog van hen is. Hoe krijg je die weer aan boord, zodat ze zich weer betrokken voelen? En denk daarbij niet alleen aan de klassieke volksbuurten in de grote steden, maar ook aan Leeuwarden of Enschede. En waar de witte senioren in de buurt actief zijn, zegt Winsemius later in zijn lezing, krijg je vaak te maken met het ‘grijze gestaalde kader’ die erg dominant zijn en leden van andere groepen niet aantrekken of binnenlaten. Sommige van die witte senioren zouden eerst een beetje uit moeten burgeren.

Dan de jeugd, ook een probleem. Hoe kunnen we er voor zorgen dat ontsporende jeugd weer spoort? In ieder geval door de schooluitval tegen te gaan, want daar begint het mis te gaan. Er zijn goede voorbeelden van buurtbetrokken scholen die de ouders meenemen, en die de jongeren niet laten gaan zonder een diploma. Duur? De trajecten die jongeren doormaken als ze enemaal ontspoord zijn, zijn vele malen duurder. Veel van de jongeren komen uit een omgeving met te veel chaos en te vee problemen. Dat lijkt op een jongleur, die kan zes ballen nog in de lucht houden, en de zevende ook nog net, maar bij de achtste liggen alle ballen op de grond. Dan heb je families met schulden, slechte behuizing, werkloosheid, verslavingsproblemen, enzovoorts, en dan gaat het niet alleen om schooluitval omdat de jongeren thuis te weinig steun en begeleiding krijgen, dan wordt het maatschappelijke uitval.

Voor buurten geldt hetzelfde. Als mensen de gelegenheid krijgen om zich met hun buurt te bemoeien horen ze erbij. Maar als er teveel opgestapelde problemen zijn, dan keren mensen zich naar binnen, keren zich van de buurt af.

Teug naar de jongeren. Wat die nodig hebben is zowel structuur als verbondenheid. Niet de harde aanpak in plaats van de zachte, vertaal ik dat. Want we weten al dat die beiden niet werken. Winsemius vergelijkt dat het met africhten van een hond, geen vriendelijk maar wel een duidelijk voorbeeld: tegen een hond zeg je hier, zit! je stelt regels, tegelijk laat je hem weten dat hij de allerliefste hond is. Regels en grenzen aan de ene kant, en tegelijkertijd – noem het maar liefde. Dat is niet zo makkelijk, maar het kan, zegt Winsemius, en ik kan dat met mijn ervaring uit de hulpverlening zeer beamen. Werken met daders van geweld, begrijp je ze alleen maar, dan veranderen ze niet, straf je ze alleen maar dan veranderen ze ook niet, het enige dat echt werkt is een dubbele houding: je gedrag keur ik af, maar met jou als persoon wil ik wel werken.

Waar het op neer komt is dat er in buurten groepen mensen zijn waarmee het niet zomaar vanzelf goed gaat. Daar moet je je hand naar uitsteken. Winsemius noemt ook de mensen in dorpen, die daarbinnen heel actief en autonoom zijn, maar de drempel niet kunnen nemen naar de regenten. Ze geloven niet dat ze buiten hun dorp de wereld kunnen beinvloeden. Ze zijn niet gewend dat er iemand echt naar ze luistert. Daarvoor moeten politici, partijkader, de brugfunctie leveren.

Er zijn experimenten geweest met buurtbewoners die echt werken. Het instellen van werkgroepen, bijvoorbeeld, die de opdracht krijgen om een probleem op te lossen. De bestuurders nemen nu eens niet het voortouw, en zitten ook niet voor. De helft van die werkgroepen sneeft, maar de andere helft komt echt met een betrokken aanpak waar mee te werken is, en de bewoners hebben zich daarmee niet alleen het probleem maar ook de oplossing toegeëigend.

Een probleem, wordt er uit de zaal gezegd, is dat veel van de projecten voor jongeren mislukken. Ja, zegt Winsemius, dat heeft er mee te maken dat veel van het welzijnswerk de nek is omgedraaid. En dat er een jojobeleid is, te veel kortdurende projecten, te veel snel willen scoren, en dan komt er weer een ander politiek bestuur en dan moet het weer anders.

En dan de woningcorporaties, die moeten weer wooncorporaties worden, want het gaat niet om het stapelen van stenen, maar over wonen. En Rouvoet moet ook niet denken dat het neerzetten van een nieuw gebouw de oplossing is, als er geen beleid is in de jeugdzorg.

Ik had nog wel een tijd met Winsemius door willen praten. Het blijft wel een VVDer, zei iemand naast me. “Als er maar geen onrust is in de buurt is alles in orde. Dan willen wij nog wel meer”. Zoals Tiny Kox nog even een grap maakte, die Winsemius wel kon waarderen: socialisten, dat zijn liberalen die het begrepen hebben.

partijraad-541.jpg

Aan het eind van onze partijraad de traditionele speech van Jan Marijnissen. Door op het thema buurten. Zie zijn speech, hier. Wat er mis gaat met de aanpak van Vogelaar. In de eerste plaats dat de veertig wijken wel tamelijk willekeurig gekozen zijn. En dan het probleem, dat andere steden die zelf niets krijgen daaraan mee moeten betalen. Neem Den Bosch, zegt Marijnissen, hij kent het goed. Daar zijn ook wijken die wel een beetje extra steun kunnen gebruiken, maar ze staan niet op de lijst van veertig dus zij mogen meebetalen aan andere wijken.

Het beleid van Vogelaar is er een van goede bedoelingen en foute beslissingen. De huurders zien niets van het nieuwe beleid. De wethouders van de grote steden haken af. De wooncorporaties zijn tegen. En het gaat om jarenlange verwaarlozing. De politiek, wij dus, moeten de mensen helpen om de buurt weer te vitaliseren.

De molochs van de wooncorporaties moeten weer opgeknipt worden en meer in verbinding met de wijken en de buurtbewoners. Scholen moeten kleiner, met leraren die er weer plezier in hebben en leerlingen die niet om komen in de massaliteit. En met meer aansluiting op de praktische vaardigheden van jongeren zodat er minder schooluitval komt. De zorg moet terug in de wijk, de ouderenzorg moet kleiner en in de buurt, voorzieningen en winkels moeten terug. Voor mensen met uitkeringen zijn kantoortjes in de buurt belangrijk, met 1 op 1 begeleiding. De wijkagenten moeten terug, en het openbaar vervoer is belangrijk.

Het gaat niet om ideeen over buurten die van bovenaf gedumpt worden, maar om de samenwerking van onderaf, tussen gemeente, verhuurders en eigenaren, en de bewoners. Corporaties zullen rechtstreeks moeten investeren in de wijken. De menselijke maat moet terug.

Wat de SP gaat doen? In mei verspreiden we weer een miljoen kranten. En dat gebeurt huis aan huis, door kaderleden. En die gaan niet alleen aanbellen en een krantje aanbieden, ze gaan vragen stellen, hoe het gaat in de buurt, wat er moet veranderen. Daarmee heb je dan tienduizenden mensen geënquêteerd. Dan bereik je niet veertig uitgekozen buurten, maar de naar schatting 400 waar nog veel verbeterd kan worden. De SP afdelingen weten dan nog beter wat er in die buurten op touw moet worden gezet, en met wie. Zo gaat de campagne heten: buurten in de wijken.

Natuurlijk gebeurde er op de partijraad nog meer, werkgroepen om door te praten hoe het gaat met de beslissingen die op het congres zijn genomen, oproepen voor acties, en zoals gebruikelijk was er weer een nieuwe afdeling, Goes, die even in de bloemen werd gezet. Welkom!

partijraad-544.jpg

partijraad-543.jpg

10 gedachten over “Buurten in de wijken

  1. Een nieuwe regering met een praktiese visie vanuit de samenleving zou ook wonderen doen, inplaast van half religieuze gedrags-dwingelandij.Nog twee of drie jaar ? geloof ik ?

  2. Dag Anja,

    Vanaf mijn vakantieadres wil ik je vast laten weten, dat ik DIT ook al een mooi vervolg vind, hoor.
    En zoals Jan het in zijn column verwoordde zijn we ook volgens mij inderdaad goed op stoom. De mensen in de buurten kunnen je vertellen, hoe ze gemanaget willen worden en dat werkt perfect. Managen moet je van onder naar boven doen.

    Maak alleen niet de vergissing, dat dat op hetzelfde neerkomt als dat de mensen in de buurten het voor het zeggen gaan krijgen. Maar die fout zie ik de SP ook niet maken. Verdonk wekt wél die verwachting.

    Dat wordt lachen.

  3. ‘Half religieuze dwingelandij?’ Kun je dat waar maken? En wat heeft het met het onderwerp te maken? Je moet beter je best doen Fons, dit is niet een plek om zo ongefundeerd een mening op te pleuren.

    Nee, Wilbert, als mensen in buurten het een voor een voor het zeggen kregen zonder dat er gekeken werd naar de praktische uitvoering, naar het effect voor iedereen in de buurt, naar de houdbaarheid en haalbaarheid van oplossingen, dan had je helemaal geen politiek nodig. Het is ook niet alleen dat ze hun zin krijgen, het samenwerken zelf in de buurt komt de cohesie ten goede, mensen moeten weer het gevoel krijgen dat het zin heeft je ergens voor in te zetten en daarvoor aan te bellen bij de buren. En dat je samen moet proberen oplossingen te bedenken.

    Wij geloven niet zo erg in de patatdemocratie van Verdonk, waarbij de meerderheid altijd krijgt wat ie wil en de minderheid het wel kan schudden, dat zou het einde zijn van elke solidariteit en wederzijdse betrokkenheid en dat is het laatste wat je in een buurt moet hebben. In een goede buurt probeer je het voor iedereen goed te krijgen, ook de ouderen die de deur niet meer uit durven, ook de jongens die ergens hun energie kwijt moeten, ook de mensen met een kleine beurs, ook het pas aangekomen migrantengezin. Dus nee, een beter samenwerken van bewoners, verhuurders, en bestuurders, van onderaf, is heel wat anders dan wat Verdonk voorstaat – die heeft ook geen enkel kader dat de buurten in kan. Dat is meer van: stuur het maar op via de email en dan zie ik wel wat ik er mee doe. Ik hoop dat de mensen van onderaf, die nu misschien nog denken dat Verdonk voor hen opkomt, er gauw achter komen dat zij vooral luistert naar de zakenlui die haar sponsoren.

  4. De laatste jaren zien we steeds meer herstructureringsprojecten. Zowel André Thomsen als Hugo Priemus hebben daar al het nodige over gezegd en allemaal waar. Is er geluisterd door de woningscorporaties en de gemeenten? Natuurlijk niet. Door deze aanpak is de sociale cohesie van een wijk, zo die aanwezig WAS, inmiddels daadkrachtig de nek om gedraaid. Nu is het: ‘ieder voor zich’ geworden. In Rotterdam Schiebroek krijg je letterlijk NIEMAND overeind om protest aan te tekenen tegen de plannen van Com.Wonen en PWS en Vestia. Hooguit was klein gekuch van de achterbanken, maar daadwerkelijke acties blijven uit. De mensen zijn murw gebeukt en daarnaast ook nog een vooral ongeïnteresseerd. Zolang ze goedkoop kunnen wonen is het prima en zo niet, ook goed. Dan krijgen ze ruim € 5000,- en een urgentie (bovenaan de lijst dus) en vinden wel een andere woning. De meeste huurders in Schiebroek komen inmiddels van elders uit de stad. Ze hebben geen enkele binding met de wijk en willen die ook niet. Hoewel ik de opmerkingen van Winsemius van ganser harte ondersteun, zie ik het hier al helemaal nog niet gebeuren dat partijen tot elkaar kunnen komen. Rotterdam heeft overigens inmiddels HET wapen tegen samenscholende hangjongeren gevonden: de Muskiet! Een apparaat dat een zeer hoge toon afgeeft die jongeren wel kunnen horen en volwassenen niet. (ik helaas wel en het is een rotgeluid). Dat werkt toch? Dus waarom zou je burgers betrekken bij het gezond maken van de wijken? Rotterdam vindt nl dat minima in sociale huurwoningen alleen maar overlast betekenen en de midden-inkomens de stad uitjagen, omdat die geen wooncarrière kunnen hebben in de stad. En daarom vindt de PvdA wethouder Dominique Schreijer dat die minima beter de stad uit kunnen gaan. Hamid Karakus ondersteunt dat van harte en fulmineert bij VROM over de randgemeenten die te weinig sociale woningen bouwen. Maar die bouwen best veel en zien een hoop tamelijk ongewenste nieuwe burgers op zich af komen, omdat de achterstandswijken gesloopt worden in Rotterdam en de echte, vervelende lieden naar die randgemeenten vluchten. Ook al hebben Winsemius en Marijnissen gelijk, IK zie het voorlopig nog niet gebeuren. Alle mooie woorden ten spijt… 🙁

  5. Het is inderdaad een van de grootste missers van de laatste decennia geweest, de schaalvergroting in het onderwijs. Niet het kind staat centraal, maar het onderwijs als proces en dat is een funeste invalshoek gebleken.
    Overigens is het wat al te gemakkelijk om te veronderstellen dat het onderwijs de jongerenproblematiek kan oplossen door jongeren altijd op school te houden. Kinderen die zich misdragen kún je niet handhaven, want je moet ook, én vóóral, de goedwillende leerlingen die zich niet misdragen beschermen.

    Verder is uw aanval op de “patatdemocratie” van Verdonk een beetje vreemd. Immers, bij iedere democratie beslist de meerderheid. Ook in de mate waarin men rekening wenst te houden met de minderheid. Ook dát is een meerderheidsbeslissing. Altijd.
    Dat is nu eenmaal het kenmerk van democratie: de wil van het volk.

  6. Het is altijd wel handig als je eerst leest wat er staat, Henk, want niemand heeft gezegd dat alle jongerenproblematiek is opgelost als je alle kinderen maar op school zou houden. Voor kinderen met zulke gedragsproblemen dat ze op school niet te handhaven zijn moeten er uiteraard andere oplossingen komen. Waar het in deze tekst om gaat is dat veel meer geprobeerd moet worden om kinderen niet zonder diploma van school af te laten gaan, omdat het traject waar jongeren in terecht komen als ze niet aan het werk komen maatschappelijk en economisch gezien veel duurder is, en voor henzelf ook slecht.

    Je hebt een simplistisch beeld over democratie. Het volk bestaat namelijk hoe je het ook draait en keert uit vele ‘minderheden’, je hebt ouderen en jongeren, inheemsen en migranten, mensen met en mensen zonder kinderen, mensen met werk en mensen zonder, mensen met verschillende religies en mensen zonder, mensen met en zonder hogere opleiding, mensen met en zonder geld. Er lopen duizenden verschillen door de bevolking heen die maken dat niet iedereen dezelfde belangen heeft. Een parlementaire democratie is er op gebouwd om te kunnen onderhandelen en het eens te worden in het vinden van een evenwicht tussen die belangen, en we hebben de grondwet om er voor te zorgen dat minderheden beschermd zijn tegen willekeur. De wil van ons volk is tot op heden dat er met minderheden rekening wordt gehouden al zijn er minderheden die denken dat ze tot de meerderheid horen en denken dat hun wil de wil is van het volk. Gelukkig krijgen die voorlopig niet hun zin, al denkt Verdonk wel dat ze die mensen er toe kan bewegen met die patat-onzin op haar te stemmen. Dat spreekt dus vooral de mensen aan die vinden dat migranten, mensen met een ander geloof, of mensen met een kleurtje minder rechten zouden hebben dan de blanke inheemse bevolking. Maar dat is dus tegen de grondwet waar zelfs Verdonk zich aan moet houden. Wat ze zegt is dus holle retoriek. Ze kan van geen kant waarmaken waar ze nu haar stemmen mee probeert te winnen.

    Want zelfs als je democratie uitlegt op haar kleuterachtige manier: als er in het gezin drie mensen patat willen en twee zuurkool dan eet je dus patat, laat precies zien wat er zou gebeuren als zij haar zin kreeg: elke dag iedereen patat dus. Ik denk dat iemand met meer dan kleuterschool wel kan begrijpen dat dat de bedoeling niet is en dat je in een normaal gezin, democratisch ingesteld of niet, niet elke dag patat eet. En dat er in een normaal gezin met alle gezinsleden rekening wordt gehouden.

  7. Anja, je haalt de dingen door elkaar. Verdonk is onderdeel van onze parlementaire democratie. Haar interne partijdemocratie kan ze toch regelen zoals ze wil ! Dat doet de SP toch ook.
    Om het in jouw termen te houden: Verdonk kan toch met recht claimen dat ze namens haar electoraat voor patat wil kiezen. Andere partijen kiezen misschien voor andere gerechten.
    Je kunt Verdonk toch niet verwijten dat zij haar partijstructuur zo wil opzetten ! Het is toch háár zaak, hoe zij met háár kiezers het contact onderhoudt.
    Maar hoe dan ook, de coalitie met een meerderheid bepaalt ook voor de minderheid.
    Denk aan het rookverbod, alcoholverbod onder 18, verbod op nertsenfokkerij enz. Dat wordt uiteindelijk door de meerderheid opgelegd.

  8. Ik haal helemaal niks door elkaar, Henk.
    Verdonk is kamerlid. Ze is er bijna nooit. Als ze een partij had, met leden, werd ze naar huis gestuurd, want die zouden het niet accepteren dat ze namens hen volksvertegenwoordiger is en haar werk niet doet. Maar er is niemand aan wie ze verantwoording af moet leggen. Er is dus ook geen sprake van een partijdemocratie, want er is geen partij. En als ze het volk patat belooft en het volk gelooft dat mag het volk op haar stemmen. Heeft ze je stem eenmaal, dan heb je niets meer in te brengen.

    En dan zal ze zich toch moeten houden aan de grondwet, en ze zal toch moeten onderhandelen met andere partijen, en dan zal blijken, want zo ging dat al een jaar of wat en toen was ze nota bene minister, dat ze van alles roept wat ze vervolgens van geen kant waar kan maken, omdat het tegen de grondwet of andere verdragen is, omdat het juridisch niet kan, omdat ze er geen meerderheid voor krijgt.

    Inderdaad, dat mag ze allemaal, en wie echt onnozel is mag ook op haar stemmen. En die merkt dat dan vanzelf wel. Maar wel zonde van de kamerzetels.

    Verder gaan we nu weer terug naar het onderwerp en dat is niet de politiek van mevrouw Verdonk.

  9. Deze uitspraak gaat me aan het hart:
    “Het gaat niet om ideeen over buurten die van bovenaf gedumpt worden, maar om de samenwerking van onderaf, tussen gemeente, verhuurders en eigenaren, en de bewoners”
    Aan de rand van stadsdeel Osdorp dreigt een prachtige ecologische zorgboerderij te verdwijnen omdat het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Osdorp er een bedrijventerrein neer wil zetten. 95% van de inwoners van Osdorp is tegen. Dit heeft het actiecomité “Red de Boterbloem” gemerkt bij een handtekeningenactie in Winkelcenrum Osdorp. De inwoners van Osdorp willen de boerderij behouden voor de buurt. Allochtone schoolkinderen maken er kennis met het boerenbedrijf. Kwetsbare burgers van Amserdam vinden er dagbesteding. Kortom: de mensen in de wijk willen de boerderij behouden, maar het stadedeel wil in samemwerking met een projectontwikkelaar van Schiphol,Schiphol Area Development Company N.V. (SADC) een bedrijventerrein neerzetten op een van de weinige mooie open groene plekken die de rand van Amsterdam nog kent. Bewoners en vele, vele andere Amsterdammers zijn fel tegen dit geplande, overbodige bedrijventerrein, dat de leefbaarheid van het stadsdeel zeker niet ten goede zal komen.
    Zie ook http://deboterbloem.petities.nl, al door vele prominente Amsterdammers getekend.
    Anja, wat vind jij hier nu van?

  10. Deze uitspraak gaat me aan het hart:
    “Het gaat niet om ideeen over buurten die van bovenaf gedumpt worden, maar om de samenwerking van onderaf, tussen gemeente, verhuurders en eigenaren, en de bewoners”
    Aan de rand van stadsdeel Osdorp dreigt een prachtige ecologische zorgboerderij te verdwijnen omdat het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Osdorp er een bedrijventerrein neer wil zetten. 95% van de inwoners van Osdorp is tegen. Dit heeft het actiecomité “Red de Boterbloem” gemerkt bij een handtekeningenactie in Winkelcenrum Osdorp. De inwoners van Osdorp willen de boerderij behouden voor de buurt. Allochtone schoolkinderen maken er kennis met het boerenbedrijf. Kwetsbare burgers van Amserdam vinden er dagbesteding. Kortom: de mensen in de wijk willen de boerderij behouden, maar het stadedeel wil in samenwerking met een projectontwikkelaar van Schiphol, Schiphol Area Development Company N.V. (SADC) een bedrijventerrein neerzetten op een van de weinige mooie open groene plekken die de rand van Amsterdam nog kent. Bewoners en vele, vele andere Amsterdammers zijn fel tegen dit geplande, overbodige bedrijventerrein, dat de leefbaarheid van het stadsdeel zeker niet ten goede zal komen.
    Zie ook http://deboterbloem.petities.nl al door vele prominente Amsterdammers getekend.
    Anja, wat vind jij hier nu van?

Reacties zijn gesloten.