Een Israeli in Palestina (2)

589.gif
(Afbraak van een Palestijns huis. Op de heuvels op de achtergrond Israelische nederzettingen, alleen voor joden)

Het was nog niet echt tot Jeff Halper doorgedrongen toen hij zich als activist aansloot bij de groep die protesteerde tegen de huisvernietigingen, hoe belangrijk en hoe symbolisch juist dat is in wat Israël doet met de Palestijnen. Het zionistisch doel is om de Palestijnen te onteigenen en te verdrijven, zo ver als dat maar gaan kan zonder dat de wereld al te veel protesteert. Wat is de boodschap die de bulldozers ons vertellen? Dat Palestijnen geen recht hebben om in hun eigen land te leven. Dat Israël hen letterlijk en figuurlijk hun thuis ontneemt.

Dat wordt naar buiten toe nog aardig verborgen gehouden. Om te verbergen dat het gaat om puur geweld, worden de huisvernietigingen ‘gelegaliseerd’ – ook al blijft het evengoed tegen de Conventies van Geneve. Er is een reeks van maatregelen en wetten die de Palestijnse inwoners op zo klein mogelijk gebied van hun eigen land bijeendrijven, zowel binnen Israel als op de Westoever. (Gaza is daarvan uitgesloten. Daar wonen de mensen al zo dicht bovenop elkaar dat verder opeendrijven geen zin meer heeft. Veel land is er aan de Gazastrook niet meer te onfutselen, en dat is een van de redenen dat Israel de nederzettingen daar heeft terug getrokken. Het was niet rendabel.) Een manier om te verhinderen dat Palestijnen op hun eigen land kunnen wonen is om stukken land te benoemen als ‘militair terrein’ waar niet op gebouwd mag worden, een tweede is door delen aan te wijzen als ‘groen gebied’ waar niet op gebouwd mag worden, een derde is om land in beslag te nemen ‘voor het publieke belang’, en een vierde is om te zeggen dat er ergens niet gebouwd mag worden tot er een bestemmingsplan is – dat vervolgens nooit komt. Ondertussen wordt er op het land dat door de Palestijnen niet bewoond mag worden plotseling toch wel gebouwd, maar dan zijn het joodse nederzettingen. Zo wordt dunam na dunam land van de Palestijnen afgenomen, precies zoals Ben Goerion zei dat het zou gebeuren.

Salim en Arabiya Shawamreh’s families werden vluchtelingen in 1948. Arabiya’s familie leefde in Jordanië, Salim’s familie leefde in Jeruzalem. Eerst in de oude stad, toen in Shua’fat vluchtelingenkamp toen Jeruzalem in 1967 veroverd werd door Israël. Ze leefden een aantal jaar in Saudi Arabië om geld te verdienen en te sparen, en in 1990 kwamen ze terug naar Shua’fat. Dat was chronisch overbevolkt. Met het gespaarde geld kochten ze een klein stukje land in een dorp vlakbij, Anata. Toen Salim probeerde een vergunning te krijgen om op zijn eigen land een woning te bouwen kreeg hij te horen dat het bestemd was voor landbouw. Hoewel er op dat rotsige stukje land al sinds Adam niets verbouwd was, zei hij. Maar dat deed er niet toe. Ook niet dat er op datzelfde land wel honderduizenden woningen waren gebouwd voor Israelische kolonisten. Na 5000 dollar betaald te hebben en een jaar gewacht te hebben kreeg hij te horen dat zijn aanvraag was afgewezen. Omdat ze met hun zes kinderen nergens anders heen konden probeerden ze het nog eens. Eindeloos werden ze aan het lijntje gehouden, dan zeiden de ambtenaren dat er nog wel een kans was, de ene keer omdat er nog twee handtekeningen mistten op zijn eigendomsbewijs, de andere keer omdat het stukje land niet groot genoeg was voor landbouw. Ze probeerden het nog drie keer, elke keer betaalden ze opnieuw. Dan werd het weer afgewezen, omdat ze zeiden dat het land te schuin was om op te bouwen. Alsof heel Jeruzalem niet op heuvels is gebouwd, zei Salem.

Toen kwam Oslo, en Salim dacht, binnenkort krijgen we ons land terug, en ik kan het er wel op wagen. Hij bouwde een simpel huis. En kreeg meteen een ‘demolition order’, een bevel om zijn huis weer af te breken. Hij ging in hoger beroep, betaalde weer veel geld, en ondertussen hoopte hij dat ze zijn huis over zouden slaan, of dat het vrede zou worden voor de bulldozers zouden komen. Er zijn veel Palestijnen die geen andere manier meer wisten dan op hun eigen land te bouwen, ook zonder vergunning. En iedereen hoopt dat zij niet bij degenen horen die de klop op de deur horen.

Ze woonden er vijf jaar. En toen kwam de klop op de deur toch. Buiten stond het leger, met bulldozers. Zoals gewoonlijk krijg je dan niet meer dan een half uur om zoveel mogelijk van je bezittingen te redden, en wie zich verzet kan rekenen op traangas of erger.

Er zijn in de Bezette Gebieden, let wel, op Palestijns land dus, 18000 huizen verwoest – telling van 2007. In 95% van de gevallen was er geen enkele militaire reden om een huis af te breken, er was geen gevaar voor de veiligheid. Er is geen enkele andere reden voor het stelselmatig afbreken van Palestijnse huizen, dan dat ze in de weg staan bij het plan dat Israel al jarenlang stelselmatig uitvoert: om de Palestijnen ook binnen hun eigen gebieden op zo klein mogelijk terrein te ‘concentreren’.

Eenzelfde verhaal speelt ook in Israel zelf, waar de Palestijnen met Israelisch staatsburgerschap op steeds kleiner gebied bij elkaar zijn gedrongen. 93 procent van het land is inmiddels onteigend, en in handen van semi-staats organisaties die bepalen dat het alleen door joden bewoond mag worden. Ook in Israel zelf heeft een massa Palestijnen ‘illegaal’ gebouwd – op eigen land, en hangt hen een afbraak bevel boven het hoofd. Er kunnen huizenhoge boetes op je wachten plus gevangenis, als je je huis niet zelf afbreekt. Zie het verhaal van Trees en Ali. (Het staat aan het eind van het hoofdstuk onder het kopje De ontarabisering van Israel. Hier)

In Oost-Jeruzalem, het Arabische deel, worden de Palestijnse bewoners langzamerhand de stad uit geperst. Op 93% van het terrein van de stad mogen Palestijnen al niet meer wonen. Doordat ze nooit een bouwvergunning krijgen, zijn de huren van de woningen die er nog zijn ontzettend gestegen. Dat terwijl 70% van de inwoners van Oost-Jeruzalem beneden de armoedegrens leeft. Wie met de kinderen vertrekt naar een dorp op de Westoever of tijdelijk bij familie gaat wonen kan niet meer terug, want Palestijnse inwoners moeten regelmatig bewijzen dat het ‘centrum van hun leven’ in Jeruzalem is, dat ze er werk hebben, dat de kinderen daar naar school gaan, dat ze hun huur en hun elektriciteitsrekening betalen. Veel mensen leven dus ‘illegaal’ in hun eigen huis, en wie gepakt wordt raakt zijn identiteitsbewijs voor Jeruzalem kwijt, zoals al met duizenden mensen is gebeurd. (Mensen met een Jeruzalem ID hebben nog een aantal voorrechten boven de mensen op de Westoever, ze mogen bijvoorbeeld door Israël reizen) Ook kun je in Jeruzalem wonende niet trouwen met een partner van buiten Jeruzalem, want die krijgt geen toestemming om er te komen wonen. Dan zit er niets anders op dan er illegaal te zijn, want weer betekent dat je kinderen er niet naar school of naar het ziekenhuis kunnen, of gescheiden te blijven wonen, wat met de muur en de checkpoints er tussen ook geen pretje is. Wil je je partner bezoeken dan heb je een vergunning nodig – die je meestal niet krijgt. Of maar te vertrekken. En exact dat is de bedoeling. In een typisch Israelisch eufemisme heet de ‘ont-arabisering’ van de stad de ‘judaisering’ van Jeruzalem. (Ik schreef er over in Het beroofde land, hier)

En dit is het verhaal nog maar in het kort. Uitvoerig beschrijft Halper hoe Israel sluipenderwijs bezig is om nog steeds meer land te krijgen voor de joden met zo min mogelijk Palestijnen er op. Dit is de boodschap van de bulldozers aan de familie Shawamreh, zegt Halper: Verdwijn! Jullie horen hier niet. We hebben jullie in 1948 van jullie land en huizen verdreven, uiteindelijk verdrijven we jullie uit het hele land Israel.

De familie Shawamreh heeft hun huis vier keer opnieuw opgebouwd. Met hulp van het ICAHD. En vier keer is het opnieuw afgebroken. Voor ICAHD is het bijna een dilemma. Zij helpen, met het geld van schenkingen, en met ploegen vrijwilligers, om voor wie dat wil een afgebroken huis weer op te bouwen. Maar juist daardoor is de kans erg klein dat het leger zo’n huis voorlopig ‘vergeet’ te vernietigen. Er zijn dus ook mensen die hun verlies incasseren – en vertrekken. Zoals de bedoeling is.

(wordt vervolgd)