Sjagerijnig Gaza

gaza-3.jpg

Gaza. Hoe het met iedereen is. De kinderen balen, Khaled baalt. Hun visum loopt eind van de maand af. Misschien, heel misschien gaat de grens nog open. Khaled heeft het de jongens beloofd, dan rennen ze meteen naar de grens, nemen het eerste vliegtuig vanuit Cairo naar Schiphol en de volgende dag zitten we bij de vreemdelingenpolitie en het IND om hun visum te verlengen. Maar eerlijk hij denkt niet dat het nog gaat lukken.

Er komt een vrouw langs op het kantoor die ik nog van vroeger ken. Ze vertelt over de heftige discussies thuis. Voor mij is mijn land het land waar ik veilig kan leven met mijn kinderen, zegt ze. Ze wil weg, haar kinderen willen weg, twee tieners ui haar vorige huwelijk en de jongste. Maar haar man wil niet. Gaza is mijn land, ik blijf, ik laat het niet in de steek, zegt hij. Moeten ze nu uit elkaar? De bezetting, de blokkade, dat wat ‘de stuatie’ heet splitst mensen op, verscheurt gezinnen. Fatma vertelt dat alles twee keer zo duur is als vorig jaar. En zij heeft zes kinderen die in de kleren gestoken moeten worden om naar school en naar de universteit te gaan, die schooluniformen moeten en nieuwe schoenen, en rugzakjes voor de boeken. Dus heeft haar oudste dochter aangeboden om naast haar studie een baaantje te zoeken, bedienen in een restaurant of zo, waarmee ze een paar honderd shekel per maand bij kan dragen. Vertelde Fatma dat blij aan haar man, wilde hij dagen lang niet praten. Depressief. Want hij verdient bijna niks, en moet het nu meemaken dat zijn dochter haar eigen studie moet gaan betalen. Wat is hij voor een vader, wat voor een man, dat zijn dochter meer verdient dan hij. Meer problemen in haar familie: nog een zusje dat is gescheiden van een man die haar sloeg, en die het niet verdroeg dat zij studeerde. We wisten het al: het geweld binnenshuis is toegenomen. Een zwager, tevens haar neef, hoort bij de mannen die bij een Israelische moordaanslag is omgekomen. Het zusje zit de hele dag te huilen en weet niet hoe ze verder moet met vijf kinderen. Anders dan Fatma die de kostwinner is voor het hele gezin en daarmee ook wel en beetje het hoofd van de familie heeft haar zusje nooit gewerkt, die had zo’n man die zei laat de problemen maar aan mij over, maak jij je maar geen zorgen, maar nu is hij dood en nu weet ze niet wat ze doen moet.Haar oudste kinderen, tieners, vechten, en hun vader is er niet meer om ze tot de orde te roepen. Veel kinderen zijn boos, ontevreden. De universiteiten kunnen niet genoeg jongeren plaatsen, alleen de 30% met de hoogste cijfers wordt toegelaten, en wat moet je dan? Werk is er ook nauwelijks.

Ik kijk in de flat in de ijskast. Er is brood, er is fruit, er staat Israelische yoghurt. In restaurant Matoug is het vol, maar dat is altijd zo in de week nadat de mensen die voor de overheid werken hun salaris hebben gekregen, zegt Fatma. Het is niet zo slecht als het was, maar ook niet zo goed als het zou moeten zijn, en de mensen zijn sjagerijnig en weten niet waar ze naar uit moeten kijken.

En de sfeer is ongazaans om te snijden, hoor ik. Er waren altijd tegenstellingen en verschillen, tussen Hamas en Fatah, maar ondanks af en toe een heftige ruzie tussen families of binnen families was het toch leven en laten leven. Nu wordt de wrok tegen Hamas groter. Veel mensen hebben destijds op hen gestemd omdat ze Fatah zat waren, die steeds maar diezelfde oude machthebbers op het pluche hield en veel te veel aan vriendjespolitiek deed – daarnaast was Hamas opvallend fatsoenlijk. Maar dat is over. Nog steeds komt er te weinig benzine binnen, maar de leiders van Hamas rijden wel. Nog steeds is de grens met Rafah gesloten, maar als de vrouw van een hoge Hamasleider naar de dokter wil in Cairo, dan lukt het wel om de grens open te laten gaan. Er zitten te veel Fatah leiders in de gevangenis. En sommige van de Hamasleiders krijgen het nu echt op hun heupen, en dromen van een islamitische staat Gaza, waar alle scholen gescheiden afdelingen hebben voor de jongens en de meisjes, en de meisjes allemaal met een hoofddoek en een jilbab naar school gaan. Ze hebben spandoeken op straat gehangen met islamitische spreuken. Gaat niet door, zegt Khaled, het is onpalestijns, we houden veel te veel van onze vrijheid, Israel heeft ons nooit op de knieen gekregen, en dat lukt Hamas ook niet. Het is hier niet Iran, zegt hij verontwaardigd.

Of het nog goed komt. Vroeger waren die tegenstellingen niet zo scherp. Of ik het nog weet, dat Haniye gewoon naar het NCCR kantoor kwam omdat ik hem graag wilde interviewen. Een man met andere politieke ideeen, maar verder iemand waar je gewoon mee kon praten. Nu zie je op straat strakke koppen. Wantrouwen. Alsof we vergeten zijn dat we toch allemaal in de eerste plaats Palestijnen zijn, zegt Khaled.
Hij is somber.

gaza-2.jpg

Buiten komt de vierde bruilofsstoet voorbij. Tromgeroffel, op de eerste vrachtwagen een orkestje, daarna de met strikken en bloemen versierde auto met het bruidspaar en daar achteraan nog een auto met joelende en zingende mannen. Er worden vannacht weer optimistisch een paar nieuwe Palestijntjes in de steigers gezet. En het is nog maar woensdag. Morgen, de avond voor de vrije vrijdag, zijn dat er nog meer.

Een gedachte over “Sjagerijnig Gaza

  1. Fijn dat je heelhuids bent aangekomen, Anja. Ik heb misschien een rare vraag. Je schrijft: “Of ik het nog weet, dat Haniye gewoon naar het NCCR kantoor kwam omdat ik hem graag wilde interviewen.” Ik herinner me dat. Is dat nu onmogelijk? Ik zou erg benieuwd zijn naar zijn visie op alles wat gaande is, ik herinner me zijn brief in de Washington Post in 2006. Daarin geeft hij een analyse van de situatie toen. Ik zou benieuwd zijn naar zijn gedachten nu.

Reacties zijn gesloten.