“Hun geloof is vreemd en bedreigend”

italy-2.jpg

In Nederland lijkt het er soms wel op alsof we het eerste en enige land zijn waarin een debat woedt over migranten/moslims/islamofobie/integratie. In werkelijkheid vinden integratieprocessen bij de komst van grote groepen nieuwe burgers al eeuwenlang plaats, en niet alleen in Nederland.

In de Groene Amsterdammer een lang artikel van Frans Verhagen (ik hoop dat het nog verschijnt op de Groene website) die de studies heeft gelezen over de komst van de Italianen in Amerika, rond 1900. Uiteraard verschillen, maar ook overeenkomsten: zo zie je keer op keer bij groepen nieuwe migranten die de cultuur van hun thuisland meenemen soortgelijke processen: dat het nationaal bewustzijn pas ontstaat wanneer de groep in een ander land een etnische minderheid vormt, bijvoorbeeld, en ook dat taal en gewoontes in een nieuw land snel veranderen, maar tegelijk gepaard kunnen gaan met een opleving van het geloof – alsof er behoefte is aan een contactpunt met het oude leven, en alsof geloof een collectieve identiteit verschaft in een harde samenleving waar alles draaide om het individu.

Al in een boek uit 1943 (Irving Child, Italian or American?) worden de mogelijke reacties van de migranten beschreven wanneer de thuiscultuur botst met de nieuwe samenleving: een reactie is om zich af te keren van de oude cultuur en – in dit geval – een ‘echte’ Amerikaan te worden. De kostend daarvan zijn niet gering: je moet breken met je afkomst zonder dat daar een gegarandeerde acceptatie van de Amerikanen tegenover staat.

Parallel zo te trekken, denk ik. Enerzijds horen we dat te snelle ‘assimileerders’ psyschisch vaker moeilijkheden hebben dan de migranten die nog de beschutting zoeken van de eigen gemeenschap of geloof – ik ben even kwijt waar ik dat gelezen heb – en aan de andere kant zie je ook hier dat zelfs de meest succesvolle ‘nieuwe Nederlanders’ op de meest onverwachte momenten geconfronteerd kunnen worden met wantrouwen, neem de dubbele paspoorten kwestie, omdat ze nog steeds gezien worden als buitenlanders ook al zijn ze hier inmiddels burgemeester, staatssecretaris of kamerlid. Elke vorm van erkenning dat iemand nog een band heeft met het land van herkomst, zelfs een of twee generaties later, kan door de omgeving in mindering worden gebracht op de veronderstelde loyaliteit van het nieuwe thuisland.

De categorie die zich meer richt op het nieuwe land dan vasthoudt aan de oude cultuur noemt Child de rebellen (mij lijken dat meer de aanpassers) terwijl de tweede categorie, de ‘in group’ het tegenovergestelde doet, en zich nadrukkelijk blijft manifesteren als minderheidsgroep met eigen cultuur. Dat gaat vaak gepaard met een zekere afkeer van het nieuwe vaderland, en het gevoel dat het geen zin heeft om zich aan te passen, aangezien ze toch niet als volwaardig worden gezien.

Ook herkenbaar, in de groepen die zich afzet en naar binnen richt: bij een maatschappij die ons niet moet willen wij niet horen. Deels terecht: het is een gevecht om geaccepteerd te worden, wat, zoals we hebben meegemaakt, op elk moment ook weer ingetrokken kan worden, maar deels ook onterecht, als het verzandt in een passieve houding van slachtofferisme.

En dan is er de derde groep die probeert te manoeuvreren tussen die beide polen in – in mijn ogen niet erg adequaat door Child als ‘apathisch’ gekenmerkt. “Deze kinderen proberen beide groepen te bespelen. Het vereist een permanent goochelen met loyaliteiten en normen en waarden, met het risico dat je het nooit goed doet.”

Dat risico is niet denkbeelding, maar vertaald naar hier en nu, zie ik vooral een nieuwe generatie ontstaan met een geweldig scala aan sociale vaardigheden, en een grote creativiteit in het switchen tussen thuis en buiten, wat ook een basis vormt voor nieuwe cultuurvormen. Waarbij voordat daar weer protest tegenkomt nog eens gezegd: ook daarbij is een minderheid aanwezig aan ‘cultuurverliezers’ die niet goed zijn in deze switch en zich uiteindelijk nergens thuis voelen. Maar juist het wel na moeten denken over de eigen cultuur, die in het land van herkomst een dagelijks gegeven was, kan een grote bewustwordingsgolf teweeg brengen. Ik vergelijk dat nu even met de vrouwenbewegingsgolf van jaren terug, waarin veel vrouwen nieuwe talenten ontdekten, zichzelf ‘heruitvonden’, wat, zoals ik dat heb meegemaakt, ook ontzettend veel energie en vitaliteit losmaakte.

“Wie deze onderzoeken leest”, schrijft Verhagen, “trekt vanzelf paralellen met de immigranten in Nederland. Alle immigranten en hun kinderen maken vergelijkbare processen door, ook al ligt per groep het accent net wat anders. Chinezen hadden in Amerika meer last van racisme, zelfs van een racistische wetgeving. Negentiende-eeuwse Ieren kwamen meestal in gezinsverband, net als de Russische joden aan het begin van de twintigste eeuw. Ze vluchtten, ze wisten dat ze nooit terug zouden gaan. Weinig groepen waren halsstarriger in het opgeven van hun taal, scholen en cultuur dan de Duitsers en de Nederlanders. In grote steden kon je etnisch isolement langer volhouden dan op het platteland – behalve als je geforceerd apart werd gezet, zoals de Chinezen in Chinatown. En ga zo maar door: met alle verschillen is er in de grote lijn vooral veel te herkennen”.

“Waarom zou je de vergelijking tussen de Italianen en ‘onze’ Marokkanen willen maken? Om er iets van op te stekken natuurlijk. Want die Italianen van honderd jaar geleden lopen in hun ontwikkeling inmiddels een jaar of vier, vijf voor op onze immigranten. Hun etnische wijken zijn verwaterd. Politici zijn doorgebroken. Intermarriage, trouwen met buitenstaanders, ooit een doodzonde, is nu de regel. Italiaans wordt nergens meer gesproken. En de pizza is net zo Amerikaans als applepie“.

En hier? De verschillen: de Nederlandse verzorgingsstaat geeft migranten enerzijds minder stumuli om jezelf te verbeteren, schrijft Verhagen, maar anderzijds zorgt het er voor dat de abjecte armoede van de Amerikaanse immigranten hier niet aan de orde is. Het Nederlandse onderwijssysteem biedt immigrantenkinderen meer mogelijkheden dan Italianen of wie dan ook in Amerika hadden – we zien dan ook hier kinderen van analfabetische ouders die in één generatie de universiteit bereiken – dat kwam in Amerika niet voor en overigens in Nederland veertig, vijftig jaar geleden ook niet. De etnische wijken in Nederland zijn lang niet zo geisoleerd als daar.

Daar staat weer tegenover, zegt Verhagen, dat wij gen duidelijk omschreven beeld hebben van burgerschap, terwijl de Italianen in Amerika verdraaid goed wisten wat het was om Amerikaan te zijn. Maar daar kon hij Amerikaan zijn zonder zijn etniciteit te verloochenen – de streepjes-Amerikaan (Afro-American, Irish-American enz.) is een feit. De multiculturele samenleving is een feit. In een migrantenland als Amerika komt iedereen ergens vandaan.

Maar, werpen sommigen tegen, in Nederland hebben we ‘de islam’. Los van wat nou precies het probleem is met ‘de islam’ kun je er dit over zeggen: voor Amerikanen in de negentiende en begin twintigste eeuw waren de hordes katholieken, met hun autoritaire, doctrinaire geloof. geleid door een leger priesters onder bevel van een buitenlandse potentaat, veel bedreigender voor hun samenleving, hun manier van leven en hun politiek dan moslims in Nederland kunnen zijn. Het probleem bleek geen probleem. Als je terugkijkt.

Wat we van deze Italiaans-Amerokaanse geschiedenis kunnen meenemen is de herkenbaarheid van het geschipper van tweede- en derdegeneratiekinderen. De vijandigheid en geslotenheid van de ontvangende samenleving. Discriminatie op de arbeidsmarkt. Opstandig gedrag. Bendevorming (onze ‘kutmarokkanen” zijn kleine jongens vergeleken met de etnische bendes in de Amerikaanse grote steden). Een tweede en prille derde generatie die zich identificeert met haar etnische afkomst. Veranderende gezinsverhoudingen, meisjes die weigeren dat paternalistische machopatroon te accepteren.

Nederlanders hebben sterk de neiging om het multiculturele drama als uniek Nederlands te zien. In elk geval menen vele politici dat zij een unieke oplossing hebben – meestal volgend jaar of in elk geval voor de volgende verkiezingen. Maar zo werkt het niet met samenlevingen. Sociale ontwikkelingen hebben hun eigen dynamiek. Daar kun je verdraaid weinig aan veranderen. In ieder geval weten we hoe het afliep met de Italianen. Met hen is het goed gekomen.

6 gedachten over ““Hun geloof is vreemd en bedreigend”

  1. Die foto zegt genoeg prachtig toch. Kom eens kijken in de Kanaalstraat Utrecht “Lombok” en nog meer locaties in die stad leuke winkels , juweliers en apart eten heerlijk zo plat brood. Het is cultuur verrijking. In de jaren 1959 kwam er bij ons op school een Italiaanse jongen. Bij hem thuis kregen voor het eerst Spaghetti en Macaroni in ons dorp “De Meern” toen amper te verkrijgen je vader en moeder geloofde amper dat we een soort vermicelli aten met saus wat dat betreft zijn we er op vooruit gegaan.

  2. Hai Anja, wellicht dat je dit al weet maar bij deze alsnog ter info:

    Op zondag 8 maart staat de uitzending van Zembla in het teken van de verwoesting van Gaza en de economische ontwikkeling van de Palestijnse gebieden. In Gaza filmde ZEMBLA de verwoestingen van de oorlog en zag dat de anjers van het door Nederland betaalde bloemenproject gevoerd worden aan de schapen.

    Door de blokkade kan er niks in en niks uit Gaza. De bevolking leeft in armoede en scholen en ziekenhuizen worden keer op keer vernield. Afgelopen week beloofde de wereld 3,5 miljard euro aan de Palestijnen. In Zembla de vraag of al die hulp aan de Palestijnen wel helpt. Houdt het niet juist de erbarmelijke situatie van de Palestijnen in stand?

    Het huidige paradepaardje van de Nederlandse ontwikkelingshulp aan de Palestijnen, het bloemenproject in Gaza, boekt weinig succes. Met jaarlijks drie miljoen euro helpt Nederland de Palestijnse anjerkwekers. De anjers bloeien en groeien weelderig in de Palestijnse kassen maar bereiken helaas niet de Europese vaas.

    Ook een ander Nederlands project, de zeehaven voor Gaza, werd weggegooid geld. Op de Gaza-strook spreekt ZEMBLA met Mamon Khozender, de Palestijnse delegatieleider die 12 jaar geleden naar Den Haag kwam om aan een Nederlands ingenieursbureau te vragen de haven te bouwen voor Gaza. Met een eigen haven en een eigen vliegveld zou de Palestijnse staat pas echt van de grond komen.

    Sinds de Oslo-akkoorden in 1993 heeft de internationale gemeenschap miljarden in de nieuwe Palestijnse staat gestoken. Ondanks al dat ontwikkelingsgeld is het alleen maar slechter gegaan met de Palestijnen. Al die miljarden die nu weer aan de Palestijnen zijn beloofd, hebben geen zin zolang Israël een twee-staten-oplossing blijft tegenhouden. Met Netanyahu als nieuwe premier komt daar geen verandering in.

    De uitzending is te zien op zondag 8 maart om 21.45 uur bij de VARA/NPS op Nederland 2.

    Meer informatie over de uitzending leest u op de website van Zembla:http://zembla.vara.nl/Afleveringen.1973.0.html?&tx_ttnews%5Btt_news%5D=11589&tx_ttnews%5BbackPid%5D=1974&cHash=6230bd1d0e.

  3. Een andere interessante parallel zou natuurlijk ook nog de uiterst moeizame emancipatiestrijd van ons eigen katholieke volksdeel kunnen zijn geweest. Die is immers ook niet zonder slag of stoot verlopen, en dat is met name voor de onderliggende partij lang niet altijd een pretje. Likken naar boven en trappen naar beneden lijkt nog altijd onverminderd één van de minder fraaie aspecten van het in dit land nog altijd dominante (collectieve) bewustzijn, en dat maakt dat hele waardeloze “integratiedebat” – zoals geïnitieerd door wereldvreemde figuren als Andreas Kinneging, Leon de Winter, Afshin Ellian, Jaffe Vink en Chris Rutenfranz en nog een handjevol anderen – niet alleen zo ontzettend dom en kortzichtig, maar vooral ook laf, achterbaks en iedere rechtgeaarde progressieve, “verlichte” intellectueel eigenlijk volstrekt onwaardig.

    http://www.ru.nl/over_de_universiteit/geschiedenis

  4. Nou zou ik het in principe wel met je eens willen zijn, Bert, want het rijtje heren dat je noemt zijn ook mijn beste vrienden niet, maar wereldvreemd? Achterbaks? Kun je het een beetje houden bij de inhoud – en niet alleen maar gaan schelden aub?
    Ja over de katholieken die parallel is ook wel eens getrokken.

  5. Nu ja, Anja, de heren die je noemt heb ik ècht alleen maar als “wereldvreemd” willen aanduiden, hoor.

    De lading van mijn andere kwalificaties komen in wezen van mijn vader, een oud-verzetsman, die zich vlak na de oorlog – toen zo’n beetje iedereen immers in het verzet bleek te hebben gezeten – tot zijn grote verdriet niet alleen gedwongen zag om lijdzaam toe te zien hoe de “moffenhoeren” werden kaalgeschoren, maar òòk te accepteren dat ook daarbij wel degelijk een onzichtbaar, maar evengoed ondoordringbaar “glazen plafond” werd gehanteerd, dat zo ongeveer ophield bij de vrouw van de kruidenier.

    Het verhaal is me altijd bijgebleven, en ik weet heel zeker dat mijn vader zich bij “Bevrijding” heel wat anders had voorgesteld. Maar het werd in wezen “business as usual” – de bestaande klassenverhoudingen bleven geheel ongewijzigd intact. En zijn dat ook in mijn persoonlijke beleving tot op heden nog gebleven ook. De nieuwe “spelers” hebben zich slechts oppervlakkig aan de nieuwe regels van het spel weten aan te passen. Vandaar.

    Bedankt dat je mijn stukje niettemin hebt willen laten staan.

  6. Beste Anja,

    Voor parallen hoeven wij denk ik niet een zo ver in de VS te gaan zoeken. De Chinese gemeenschap waar men nu vol lof overspreekt heeft de zelfde ervaringen meegemaakt begin vorige eeuw (jare 20). ‘het gele gevaar’, en Rotterdam als de ‘Koelidepot’ aangeduid. Daabij waren er in de jaren dertig serieuse plannen om Chinezen in concentratiekampen weg te stoppen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *