Polderislam (3)

(Willem Schinkel)

Gedroomde samenleving

Willem Schinkel geeft ons in Gedroomde samenleving zijn gedachten over het merkwaardige gebruik van de term ‘integratie’. Waar Jean Tillie het heeft over de ‘cargocult’ heeft Schinkel het over sociale hypochondrie: een overbezorgde angst voor integratieproblematiek en de even overbezorgde angst dat ‘onze samenleving’ door vreemde elementen wordt aangetast. Als zou het gaan om een lichaam dat bedreigd wordt door vreemde bacteriën. “Sociale hypochondrie is de krampachtige fixatie van een sociaal lichaam op zijn mogelijk eenheidsbedreigende ziektes.” Met als effect de radicale uitsluiting van mensen met een ‘andere cultuur’.

Het verschijnsel is al vaker opgetreden. Eens was er de angst voor katholieken, die hier bezig zouden zijn om de macht over te nemen. Ze moesten gewantrouwd worden, vanwege hun dubbele loyaliteit, want ze luisterden naar de paus, een vreemde heerser, en misschien vonden ze wat God via die paus zei wel belangrijker dan wat de regering of de koningin zei. Bovendien lieten ze zich door diezelfde paus vertellen dat ze veel kinderen moesten krijgen, en dat deden ze ook. Ze waren dus een gevaar voor de stabiliteit van democratisch Nederland, en een demografisch gevaar, want straks zouden ze met al die kinderen de meerderheid vormen en zou Nederland gedwongen katholiek worden. Rinkelt er al een belletje? Joden, een dergelijk verhaal. Nu zijn het dus de moslims.

Dat is waarom er zo krampachtig met twee maten gemeten wordt. Waarom de ene keer de ‘vrijheid van meningsuiting met hand en tand verdedigd wordt om de moslims te beledigen, terwijl de andere keer over ‘aanzetten tot haat’ en ‘radicalisering’ gesproken wordt wanneer een moslim een controversiële mening verkondigt.

En Schinkel schreef dit nog voor we in Nederland een hysterische discussie kregen over de ‘radicale’ legerimam Ali Eddaoudi. “Zo onzeker is de hypochonder, dat in de Tweede Kamer dagenlang vergaderd moet worden over handen schudden of over dubbele nationaliteiten”.

Wij zijn de samenleving, zij niet

Bij dat angstbeeld hoort dus ook een sterk wij-zij denken. ‘Wij’ zijn ‘de samenleving’, ‘zij’, de moslims, als waren het parasieten, staan daarbuiten en willen er in. ‘Wij’ moeten ons daar tegen verweren, want als we ze zomaar binnenlaten worden wij bedreigd. Dat moet dus of heel streng (links) of liever helemaal niet (rechts). Begeleidend verschijnsel is dat vrijwel elk maatschappelijk probleem wordt ‘overgecodeerd’. Schinkel: “wil een probleem als armoede, migratie, gebrekkig computergebruik, burgerschap, criminaliteit of homoseksualiteit echt een probleem zijn, dan moet het een integratieprobleem zijn”. Of een moslimprobleem.

Integratie is een sociologische term die oorspronkelijk ging om een maatschappij als geheel. Maar in ons huidige denken is dat verschoven naar een individuele zaak: nu zijn het individuen die wel of niet ‘geintegreerd’ zouden zijn. De verantwoordelijkheid en de schuld wordt nu bij elk individu apart gelegd. “Als Ali niet goed geïntegreerd is, dan is dat zijn gebrekkige integratie, niet die van ‘ons’, niet die van de samenleving als geheel”. De normen waaraan die integratie wordt afgemeten verschuiven bovendien steeds, steeds opnieuw wordt de meetlat elders gelegd. Niet alleen Nederlands kunnen spreken, wat een rationele eis is, maar allerlei zaken die voornamelijk symbolisch zijn, omdat ze er in feite niet toe doen om te kunnen participeren Nederland: dubbel paspoort, hoofddoek of boerka, trouwen met neef of nicht, niet gemengd willen zwemmen, orthodox zijn, wat hebben we nog meer op de lijst staan. We zien het ook bij de inburgeringstest: je moet weten waar je met je frituurvet heen moet, dat de koning van Spanje katholiek was en niet protestant, dat Anne Frank beroemd is omdat ze een dagboek schreef, dat het bij ons normaal is dat vrouwen met blote borsten op het strand zitten, en dat je de buurvrouw een bloemetje geeft. Dat doen wij allemaal, wij ‘echte’ Nederlanders. Wij kiepen het frituurvet nooit door de wc en wij geven altijd onze buurvrouw een bloemetje.

De andere cultuur

Een tweede eigenschap van het nieuwe integratiedenken is bovendien dat er vooral naar gekeken wordt in termen van cultuur. Vanuit de individualisering wordt het integratiebegrip opeens weer uitgesmeerd over de gehele groep: die hebben een andere cultuur, en die past niet in de onze. “Ali wordt gereduceerd tot exemplarisch individu van het culturele collectief”, schrijft Schinkel. Na de individualisering van het integratiegrip geldt opeens weer dat de gehele categorie er van verdacht wordt niet te kunnen en willen integreren, een verdenking die door blijft werken ook als in de praktijk al is gebleken dat iemand al geheel participeert.

Die oordelen worden gesteld vanuit ‘onze samenleving’. Wij zijn modern, want wij zijn seculier, wie niet geseculariseerd is heeft dus automatisch een integratietekort. In dit beeld past de gedachte niet dat een samenleving een kwestie is van samen-leven, en dus per definitie een wederzijds proces. Zo kan het gebeuren dat het allochtonen kwalijk wordt genomen dat ze te weinig contact hebben met autochtonen, maar autochtonen nooit kwalijk wordt genomen dat ze te weinig contact hebben met allochtonen, al kun je op je vingers narekenen dat het een niet zonder het ander gaat. Maar autochtonen hoeven geen contact. Die hoeven immers niet meer hun best te doen om te bewijzen dat ze ‘geïntegreerd’ zijn. Hoe die allochtonen dan moeten bewijzen dat ze voldoende contact maken met autochtonen, als die autochtonen daar geen zin in hebben, dat vermeldt het verhaal niet.

‘Etnisch’, dat zijn de anderen. Etnisch, dat zijn wij niet. Ik schreef er eens een artikel over, ‘blank is ook een kleur’, (hier) toen het de allochtonen werd verweten te vaak op ‘eigen’ mensen te stemmen, en niemand op het idee kwam dat er in Nederland nog een etnische groep was die nog veel meer de neiging had om op ‘eigen’ mensen te stemmen, namelijk de blanke autochtoon.

Binnen en buiten

Het punt bij de manieren waarop we de termen integratie en allochtoon gebruiken, is dat die groepen altijd aan de andere kant geplaatst worden, altijd weer opnieuw ‘buiten’ geplaatst kunnen worden, omdat zij generaties lang ‘allochtoon’ blijven en zij altijd worden beoordeeld of meer of minder ‘geïntegreerd’. Anders dan de mensen die we onder ‘wij’ rekenen, die niets hoeven en niet op ‘integratie’ beoordeeld kunnen worden. Ook de kinderen van migranten, hier geboren, of nog hun kinderen, blijven gemonitored worden. Je weet maar nooit of ze onder hun vernisje van integratie niet toch nog een rest hebben van die vreemde cultuur die maakt dat ze religieus worden, of radicaal, of crimineel, of bommen gaan leggen. We kunnen ons bij elk verschil van mening afvragen of hun culturele en religieuze normen en waarden wel passen bij de onze. Want onze normen en waarden, die door alle autochtonen worden gedeeld – pas op! – die zijn boven elke twijfel verheven, altijd goed en onveranderlijk.

Want ‘onze samenleving’ kent geen criminaliteit, criminelen staan ook ‘buiten de samenleving’, onze samenleving kent geen ongelijkheid, want ook werklozen staan ‘buiten de samenleving’, en we kennen geen culturele conflicten, want die conflicten hebben we alleen met die er buiten. Onze samenleving is een vredig oord, dat verdedigd moet worden tegen binnendringend gevaar. Een gedroomde samenleving, noemt Schinkel dat dus.

Integratie is dus het probleem dat de ‘nieuwkomers’ op moeten lossen, en het wordt pas ons probleem, wij van wat zo eufemistisch de ‘ontvangende’ samenleving heet, als die nieuwkomers zich niet voorbeeldig aanpassen. Het lijkt wel alsof we daar met zijn alleen een beetje ingetrapt zijn, en alsof we, rechts zowel als links, er over eens zijn dat het de moslims zijn die het probleem vormen voor ‘de integratie’. Ik heb in ieder geval ondertussen een plank vol studies over de ‘de integratie’ van moslims/migranten/allochtonen. Daar blijkt over het algemeen uit dat het reuze meevalt. Het punt is alleen dat dat niet zo vreselijk lijkt te helpen. Het probleem is namelijk dat zulke boodschappen ‘de andere kant’, de autochtonen die denken dat integratie het probleem is van die anderen en niet van ons, nauwelijks door het waas van angst en wantrouwen heen lijkt te dringen.

Ook veel Nederlandse moslims trappen daar min of meer in, door te denken dat als zij maar geweldig hun best doen, als ze maar laten zien hoe welwillend ze zijn, hoe open, hoe aangepast, hoe verschrikkelijk niet bedreigend, en ook nog geheel bereid om hun geloof thuis te laten, die andere kant op een gegeven ogenblik het wantrouwen wel zal staken. Nou, misschien. Bij een deel van de bevolking wel, het percentage Nederlanders dat minder angstig is voor moslims is gegroeid, alleen is de aanhang van Wilders dat tegelijkertijd óók. Ondanks het feit dat inmiddels wel is aangetoond dat het overgrote deel van de Nederlandse moslims oppassende burgers zijn en daarboven op nog aanzienlijk socialer en democratischer dan de doorsnee islamofoob. Het siert al die aardige moslims geweldig dat ze het maar blijven proberen, en iftar na iftar organiseren, mensen, kom nou gewoon eens kennismaken, we zijn niet zo eng. Daarnaast krijgt de kleine groep moslims die we ‘radicaal’ noemen ook een soort van gelijk: ze willen niet, nou dan zoeken ze het maar uit.

Het punt is dat er nog nauwelijks onderzoek gedaan is naar dat deel van de Nederlandse autochtone bevolking dat in de ‘cargocult’ terecht is gekomen, en die er van overtuigd is dat de moslims de grootste bedreiging zijn van hun nationale cultuur, van hun bestaan, kortom. Misschien wordt het tijd om daar eens een plank met studies aan te wijden. Wat maakt dat mensen in zo’n waan schieten? Dit in ieder geval: een combinatie van werkelijke zaken die het leven onzekerder, onoverzichtelijker, bedreigender maken, meestal een eigen reden om een gevoel te hebben van achtergesteld worden, en een klaarliggend denkschema waarmee het ongenoegen geprojecteerd kan worden op de groep die het zou hebben veroorzaakt.

Klasse en antisemitisme: een voorbeeld

Ik moest denken aan de lessen die ik gaf in Zwitserland. Daar ging ik jarenlang af en toe heen om aan een opleiding voor maatschappelijk werk les te geven over diversiteit, over verschillen tussen mensen: klasse, kleur en sekse. Daar was eens een vrouw die uitbarstte in wat ik alleen kon horen als het meest onvervalste antisemitisme. Van het soort dat je in Nederland nauwelijks meer hoort, want wij zijn daar gevoeliger voor dan de Zwitsers die tot op de dag van vandaag in de illusie leven dat het hun zaak niet was, want zij waren ‘neutraal’ toen de joden werden opgehaald om vernietigd te worden. Dit is wat ze zei: ‘er was een familie aan de andere kant van de straat, dat waren joden, en die waren zo arrogant, die dachten dat ze beter waren dan wij, en sindsdien vertrouw ik die mensen niet meer; joden, die denken dat ze beter zijn dan wij’. Ik was even perplex, en de studenten in de groep zeiden ook even niks meer. Wat moest ik daarmee?

Ik sliep een nachtje slecht in mijn hotel, en de volgende ochtend, weer in die groep, wist ik het. Ik nodigde haar uit om het over haar eigen klasseachtergrond te hebben, en over alle vernederingen die dat met zich mee had gebracht. Dat was een heel verhaal, een aangrijpend verhaal, en opeens begrepen alle studenten hoe het zat: deze vrouw had de vernedering die haar als arbeiderskind was aangedaan vertaald en geprojecteerd op die mensen aan de overkant die rijker waren dan zij. En misschien wel arrogant, wie weet. Maar dat weet ze vervolgens aan het feit dat die mensen joods waren, en zo bleef dat in haar hoofd hangen: ze hebben mij vernederd, dat deden ze omdat ze joods waren, joden zijn arrogant en denken dat ze beter zijn dan wij. De vernedering die ze had meegemaakt had ze geprojecteerd in een klaarliggend antisemitisch schema.En door hen op haar beurt collectief af te keuren had ze haar eigen kleine wraak genomen en iets van haar eigenwaarde gered. Het lag niet aan haar, het lag aan hen.

We weten er nog niet zoveel van, maar zo iets dergelijks gebeurt nu ook. Mensen herkennen hun wereld niet meer en worden onzeker, wat ze wel zien wat er is veranderd is dat er meer mensen zijn met hoofddoeken en baarden die onderling een taal spreken die je niet verstaat. En dan wordt je ook nog door politici en opinieleiders – die het weten kunnen, toch? – verteld dat al die mensen maar één ding in hun hoofd hebben: de samenleving over te nemen, en maken dat jij, de echte Nederlander, straks het gevoel hebt een buitenstaander te zijn.

Ik heb zo mijn vermoeden dat veel van die sociale hypochonders en islamofobe angsthazen bezig zijn om allerlei vormen van werkelijke sociale onzekerheid te ‘vertalen’ in het klaarliggende schema, en dat schema gaat op dit moment over de moslims die onze samenleving zouden bedreigen. Kijk naar de reactie van de mevrouw die ik in de eerste aflevering citeerde, tamelijk willekeurig van het web af geplukt. Hier, nog eens:

Het geeft wel het iq van mensen weer, die de koran als leidraad van hun leven hanteren. Ik woon in Amsterdam-slotervaart, daar voel je de minachting ten opzichten van de mensen die hier geboren zijn. Het was een prachtige wijk . Je voelt je verloren als vrouw als je boodschappen doet. Dan breken we goede huizen af zodat je getto’s voorkomt, maar ze komen wel terug, in nog mooiere huizen met huur gewenning. Terwijl ze ons verachten leggen we ze nog meer in de watten. Ik had vroeger een wiskunde leraar(1970) die toen al waarschuwde, een cultuur in een cultuur werkt niet. Zegt het ook niet iets over onze politiek, er mankeert vast ook iets aan hun iq. Anders zou je volk met zo’n achterlijk geloof niet toe laten. Of zouden ze allemaal dislektys zijn. Hoe moet ik dit uit leggen aan mijn kleinkinder?

Wat zijn haar grieven?
Ze herkent haar eigen buurt niet meer, die vroeger zo vertrouwd was.
Ze breken goede huizen af, maar dan komen ‘ze’ terug in nog mooiere huizen.
Als vrouw voelt ze zich onveilig als ze boodschappen doet.

Een deel daarvan zijn reële problemen van vervreemding die optreden wanneer je leefomgeving onherkenbaar verandert. Maar ze richt haar gram niet op de overheid, of op hun woonbeleid, maar op ‘ze’, die anderen, waarvan ze zeker weet dat zij haar minachten. Ze komt in ieder geval niet op het idee dat de wantrouwige afstand ook door haarzelf is geproduceerd, want dat zij die anderen achterlijk vindt, en dat er iets aan hun iq mankeert, dat ziet ze als de waarheid, dat is niet een mening die misschien nog getoetst moet worden. En dan ligt het verklaringsschema klaar, dat haar al breeduit en uitvoerig is aangeboden; want zij hebben een andere cultuur, en dat weet ze nog van school, een cultuur in een cultuur, dat gaat niet.

Feiten en fictie

Zou deze mevrouw nog bereikbaar zijn wanneer iemand haar hielp om feiten en fictie van elkaar te scheiden, om inzicht te krijgen wie en wat er nu exact voor welke veranderingen verantwoordelijk is, wat ze daarbij van de overheid en de politiek zou mogen verwachten? Zou haar wantrouwen verdwijnen en haar dwangbeeld dat ‘ze’ haar verachten (terwijl zij in de watten gelegd worden) nog kunnen veranderen, wanneer ze kennis zou maken met die vreemde mensen en zou merken dat ze meer met hen gemeenschappelijk heeft dan dat ze van hen verschilt? Misschien. Ik weet dat er enorme pogingen gedaan worden op lokaal niveau, om deze grotendeels onnodige splitsing binnen buurten te voorkomen dan wel te herstellen. Maar wat natuurlijk niet helpt is een politiek klimaat waarin de rechtse populisten er alles aan doen om die angst en die polarisatie juist aan te wakkeren.

Eens, vele jaren terug, hadden wij van links een mooie slogan: alles wat links laat liggen wordt door rechts overgenomen. Rechts maakt zich meester van de autochtonen aan de onderkant van de maatschappij, precies daar waar links geen, of niet voldoende antwoord heeft op de werkelijke problemen. Lukt het links niet om daar een beter antwoord op te geven, dan laten we te veel over aan de populisten van rechts.

Ik dacht hiermee klaar te zijn met dit serietje. Maar ik lees in het boek van Schinkel, en ik heb nog een lijst met gedachten om dit verhaal nog even voort te zetten. De kop boven de serie: de polderislam, klopt inmiddels niet meer. Want de aandacht in het verhaal is verschoven van de moslims naar de ‘autochtone samenleving’. Daar is nog wel het een en ander over te zeggen, over ‘ons’. Nog één aflevering dan.

5 gedachten over “Polderislam (3)

  1. Meneer de polderkolder, wat de gemiddelde islamofoob denkt over moslims wisten we al, daar heb ik in de eerste aflevering al een bloemlezinkje van gemaakt, en wie er nog niet genoeg van heeft kan zijn hart ophalen op de daarvoor bestemde sites. U hoeft dat niet nog eens dunnetjes over te doen.
    Hier gaat het er meer om hoe het komt dat al die rommel in uw kop terecht is gekomen en u dat niet alleen gelooft maar zich ook nog geroepen voelt om dat door te geven. Als u daar nog iets over te zeggen heeft, graag. Wie heeft u die troep wijsgemaakt en hoe komt het dat u zo goedgelovig bent? De rommel zelf hebben we al gehad, die hoeft u niet te herhalen.
    Verder is het prettig als u zich niet verschuilt achter een pseudoniempje. Doe ik ook niet.

  2. Sartre zei het: de hel dat is de ander. Dat kun je uitvergroten naar wij tegen zij: de hel dat zijn zij.
    Een psychiater heeft eens beschreven (titel vergeten) hoe duitse artsen onder Hitler er toe konden komen om vreselijke handelingen te verrichten in concentratiekampen. Selecties en experimenten. Het kwam er op neer dat joden, zigeuners en andere “asociale elementen” als gezwel als kanker van de samenleving werden beschouwd. Die dienden operatief te worden verwijderd. Ze waren naar hun idee de maatschappij aan het genezen.
    Ik zie die argumenten terug in jouw betoog. De moslims als Fremdkörper gezien door een grote groep autochtonen.
    Jouw analyse is wat betreft die grote groep autochtonen, die op die manier naar moslims kijken, juist.
    Maar het oude probleem van gelijk hebben en gelijk krijgen blijft bestaan. Die groep autochtonen is niet geïnteresserd in hun onderliggende drijfveren. De hel dat is de ander met zijn onderliggende drijfveren.

  3. Ben jij nou een excuus aan het maken waarom jij maar aan de rechtse, islamofobe kant blijft zitten, Evert, zo van Sartre zegt het ook?
    Ik ben ook een autochtoon. Ik ben wel geinteresseerd.
    Jij bent ook een autochtoon. Mag ik aannemen dat jij wel geinteresseerd bent en mogen we daar dan eens wat van merken aub?

  4. Als je in Somalie woont en in je omgeving meisjes besneden ziet worden en vermoord omdat ze zwanger geworden waren door een verkrachting, is je angst dan Islamofobie?

    Ik weet zeker dat er meer bewijs is voor de problemen met de Islam dan dat er bewijs is voor het broeikaseffect.

    De term Islamofobie is dus wat merkwaardig. Een ieder die het niet met mij eens is raad ik een vakantie in Noord Pakistan aan.

  5. Nee, als je tegen verminking van meisjes bent en tegen moord ben je geen islamofoob maar een normaal mens. Geen enkele moslim in Nederland, geen enkele moslim die ik ken, geen enkele moslim die jij kunt noemen is daar voor. Je bent wel een islamofoob als je denkt dat dat de islam is, want dat heeft er geen reet mee te maken, wat iedereen die er wel wat van weet je zo kan vertellen.
    Je bent ook een islamofoob als je ‘zeker weet dat er meer bewijs is voor de problemen met de islam’ terwijl je zelf niets weet te noemen dan de voorbeelden uit Somalie of Pakistan die je van het internet afplukt zonder er zelf ook maar iets van af te weten. Je koestert dus zonder kennis van zaken je vooroordelen.
    Dat is islamofobie, Peter, inderdaad, en dank je wel.

Reacties zijn gesloten.