LGBT in Israël – vervolg

areis-60.jpg

(deel 1 van dit verslag hier)

Een eerste ronde over ieders persoonlijke motivatie om een platform voor LGBT mensen te willen, wat beweegt je, wat is je droom?

Een vrouw: ik wil dat mijn land onze kinderen welkom heet, in plaats van ze te willen vermoorden.
Een man: ik wil dat we niet alleen met LGBT-rechten bezig zijn – het is veel groter, ik weet niet eens of Israël over een paar jaar nog bestaat.
Een man: ik wil dat er ook voor mij een plaats is waar ik niet wordt uitgesloten, waar ik gezien en gehoord wordt.
Een man: Ik wil dat we meer bondgenoten krijgen onder de hetero’s.
Een vrouw: Ik wil dat onze verschillen ons niet verscheuren en versplinteren.

areis-103.jpg

areis-101.jpg

areis-100.jpg

areis-99.jpg

areis-98.jpg

areis-97.jpg

areis-68.jpg

areis-67.jpg

In een ‘markt’ waarbij de participanten van de ene naar de andere tafel lopen wordt gewerkt om van die individuele visies en dromen een gedeelde visie te maken. Dat gaat om te beginnen geweldig. Met het formuleren van waar ze heen willen komen ook een aantal dilemma’s op tafel. Bijvoorbeeld of je subsidies kunt accepteren als er voorwaarden aan worden gesteld: accepteer je een gift van een donor als je die alleen voor joden mag gebruiken en je Palestijnse gays dus uitsluit? Of als het alleen voor homo’s is en je anderen, de transgender mensen uitsluit? Hoe regel je wie wie vertegenwoordigt? Wie doet het woord namens wie en wie beslist dat? En vooral, hoe kun je wederzijds respect hebben voor verschil en diversiteit, en toch als het er op aankomt een eenheid vormen, krachten bundelen? Dat is een thema dat op verschillende niveau’s steeds terugkomt. Al die verschillende groepen en groepjes zijn de kracht van de beweging, want het betekent dat iedereen een groep kan vinden waar hij of zij zich thuis kan voelen, de orthodoxen die op eigen wijze hun sjabbat en feestdagen vieren, de oudere lesbiennes die zich tussen al die jeugdige mannen niet zo op hun plek voelen, de moeders die zich vooral richten op ondersteuning van andere ouders van gays, en scholen bezoeken, ouders op het hart drukken om hun kinderen te accepteren. Dat blijkt een probleem op zich, vooral onder orthodoxe ouders – het is wel gelukt om een steungroep te maken van moeders, maar de orthodoxe vaders komen niet opdagen. Van een orthodoxe homo hoor ik dat jonge homo’s een ‘therapie’ wordt aangeboden om ze van hun homoseksualiteit af te helpen, en dat geeft orthodoxe ouders weer het idee dat er nog wel wat aan te doen is, en ze daarom hun kinderen niet als homo willen accepteren.

areis-75.jpg

Maar de verschillen zijn niet alleen een kracht, ze maken het ook moeilijk om gezamenlijke doelen te vinden. Er zijn grote verschillen in politieke opvattingen, het ene kamp wil zich beperken tot LGBT rechten, en niemand uitsluiten vanwege politieke opvattingen, maar een ander kamp vindt het nodig om de strijd te verbreden, en wil een breed progressief front, waar homorechten maar een onderdeel van zijn. En wat ook zou betekenen dat je stelling neemt in de Palestijnse kwestie. En nog een verschil komt naar boven als er ene poging wordt gedaan om te formuleren wat de gedeelde waarden, de gedeelde principes zijn van waaruit de beweging opereert. “Gelijkheid” heeft een van de mannen die al lang in de beweging actief is gezet, “we willen uitgaan van gelijke rechten”. Lijkt simpel, maar daar openbaart zich al een kloof, want er zijn ook radicalere deelnemers die niets zien in gelijke rechten. “Ik wil geen gelijke rechten, ik wil bevrijding, liberation“, zegt een vrouw van een van de splintergroepen. Er ontstaat een verhit debat, dat zich toespitst op de vraag of je als beweging strijd voor het homohuwelijk, wat in Israël nog niet erkend wordt. Dat, en nog 700 zaken in de Israëlische wetgeving waarbij homo’s worden gediscrimineerd. “Jullie willen een plaats aan de tafel, wij willen ander meubilair”, is hoe een van de radikalinski’s het formuleert. “Maar als we het er niet eens over eens kunnen worden dat het een goed ding is dat we vechten voor gelijke rechten, wat moeten we dan samen”, zegt een van de orthodoxe homo’s voor wie het al volstrekt revolutionair is om voor het homohuwelijk te strijden.

Er blijkt niet alleen een wereld aan verschil in denken onder te schuilen, maar ook veel wederzijds oud zeer. Aan de kant van wat we als trainers onder elkaar maar ‘de rebellen’ noemen is veel gekwetstheid en boosheid dat ze niet mochten spreken op een grote demonstratie na de moorden. Een van de vrouwen had geprobeerd het podium op te stormen en was nogal hardhandig door de veiligheidsdienst verwijderd. Veel begrip voor wat de organisatoren bewoog om maar een paar sprekers op te laten treden, en dat de situatie na de moorden uiterst gespannen was, iedereen als de dood voor een nieuwe aanval van ultra-rechts, en dat dat misschien niet de tijd is om een actie te gaan voeren – het wil er bij de vrouw niet in. Jullie hebben geweld gebruikt, is haar verwijt. En was wat jij deed dan geen geweld, was het antwoord.

areis-95.jpg

areis-94.jpg

areis-92.jpg

areis-91.jpg

areis-88.jpg

areis-86.jpg

areis-82.jpg

areis-80.jpg

Ik heb ondertussen gehoord dat de rebellen van plan zijn om niet deel te nemen aan de grote jaarlijkse Gay Pride, maar hun eigen pride te organiseren, met andere splintergroepen van anarchistische biseksuelen en transgender mensen, maar ook zij hebben inmiddels alweer een probleem, want de Palestijnse gays doen alleen mee wanneer ze een spandoek tegen de bezetting mee mogen voeren en daar zijn andere groepen weer tegen. Denken ze er over na dat het misschien een beetje tegenstrijdig is om tegelijkertijd te eisen dat je mee mag doen en actie te voeren tegen de groep waar je dat van vraagt?

En er zit ook oud zeer aan de kant van de veteranen. Mannen, voornamelijk, die al jaren geleden uit de kast zijn gekomen en hun nek hebben uitgestoken. Sommigen van hen hebben inmiddels erkenning, werken samen met de gemeente, hebben hun connecties tot in ministeries en parlement. Ze hebben een deel van de macht veroverd, en uitgerekend dat wordt ze kwalijk genomen door de radicalen: “als jullie wat zeggen komt het in de krant, maar mij vragen ze nooit”, zegt een jonge transgender. “En als jullie straks je rechten hebt, wie zegt mij dat jullie ons transgenders dan niet laten vallen?” Een van de bobo’s bijt terug: “ja ik heb macht en daar ben ik blij om. Ik laat me niet vertellen dat het verkeerd is als ik doorvecht voor gelijke rechten en voor het homohuwelijk.” Maar een andere veteraan is er echt gekwetst door. Dan hoor je bij de eersten die hun nek hebben uitgestoken, en dan wordt je door de jongeren verweten dat je te veel macht hebt en al hoort bij het establishment.

Voordat er het een en ander is opgeruimd aan oud zeer en wederzijdse verwijten kunnen ze niet verder, want het is de vraag of we wel voldoende gezamenlijke waarden en doelen zijn om werkelijk samen te kunnen werken. Jan doet een oefening met ze, waarbij ze in stellen van twee uiten wat ze in hun werk in de beweging het meeste heeft gekwetst, en tegelijk worden ze uitgenodigd om na te denken of ze ergens hun excuses voor aan moeten bieden. We maken daar al grappen over: sorry zeggen lijkt niet erg in de Israëlische cultuur te zitten. Het werkt, het lucht op, ondanks het feit dat een deelnemer zei dat veel te soft te vinden. Nou, zegt een van de rebelse jongeren, die hard mee heeft gewerkt, ik vond dat helemaal niet soft, ik vond het hartstikke moeilijk.

areis-79.jpg

areis-78.jpg

areis-76.jpg

areis-72.jpg

areis-71.jpg

We moeten de tweedaagse training afsluiten, zonder dat ze het programma af hebben kunnen maken. De vraag wat de gezamenlijke doelen zijn, en wat de belemmeringen om die te bereiken is nog lang niet beantwoord. In principe volgen er nog drie trainingen van twee dagen. De groepen zullen zich moeten beraden of ze ondanks hun verschillen werkelijk willen werken aan gezamenlijke doelen, het vormen van een platform. Ik merk dat het juist de rebellen zijn die tevreden zijn over de training: “ik had voor het eerst het gevoel dat er echt naar me werd geluisterd”, maar ik merk ook dat de veteranen hun twijfels hebben. Heeft het wel zin zo lang door te gaan over de vraag of je gelijke rechten dan wel revolutie wilt, en moet er zoveel aandacht besteed worden aan de splintergroepjes? Het steering committee zal zich in de komende tijd moeten buigen over de vraag of de poging om zoveel mogelijk leiders van de verschillende groepen uit te nodigen wel functioneel was. En als trainers moeten we ons over de vraag buigen of er wel sprake was van voldoende basis aan gezamenlijkheid om verder te kunnen. De poging was om een ‘holding space’ te maken, een plek die veilig genoeg was om aan onderlinge verschillen te werken – zo’n holding space zou de beweging moeten zijn voor de LGBT mensen. Mag de training dan genoeg veiligheid hebben kunnen bieden om de onderlinge verschillen, de echte problemen, en veel belemmerend oud zeer boven tafel en bespreekbaar te krijgen – ze zijn er nog lang niet.

areis-24.jpg

We praten na, wij trainers, over wat we gezien hebben. Geen van de problemen zijn ons, als veteranen in diverse sociale bewegingen onbekend. Ik ken diezelfde discussies ook uit de vrouwenbeweging, de ‘gelijke rechten’ feministes versus de radicalen die ene geheel andere samenleving wilden, de separatisten van nooit meer met mannen versus de feministes die vrouwengroepen zagen als een nuttige fase maar niet als einddoel – ook daar ging het er heftig aan toe. Wat het verschil is, in Israël, denk ik, is de heftigheid, alsof het om leven en dood gaat. Deels heeft dat te maken met de realiteit dat de homo’s zich terecht bedreigd voelen door de verrechtsing – die moorden zijn geen toevallig incident. En deels heb ik zo het idee dat een jonge maatschappij als de Israëlische geen idee heeft hoe je met diversiteit om moet gaan. Conflicten, en er zijn fundamentele conflicten in de Israëlische samenleving, worden het liefst ontkend. In Tel Aviv kun je in het uitgaansleven en aan het strand het gevoel hebben dat er niks aan de hand is, maar onder de oppervlakte is het is wel een land in een permanente noodtoestand, met oorlog na oorlog en geen vrede in zicht, permanent overspannen. Israël heeft geen geschiedenis van polderen, van weten dat je op elkaar bent aangewezen dus water in de wijn moet doen. Het lijkt alsof niemand weet hoe je conflicten op kunt lossen, hoe je compromissen kan sluiten, en hoe je van verschil ook een kracht kunt maken, in plaats van een reden om elkaar de schedels in te slaan. “Moeten we ze niet een cursusje pappen en nathouden geven”, grap ik.

Is er geen hoop? Jawel hoor. Op het grasveld, ’s avonds, met meegebrachte flessen en pinda’s zie ik mensen met elkaar lachen en praten die vlak daarvoor nog frontaal tegenover elkaar stonden. De wil is er wel, al zie ik de een na de andere vechten tegen moedeloosheid en cynisme.

areis-44.jpg

areis-22.jpg

areis-2.jpg

14 gedachten over “LGBT in Israël – vervolg

  1. Mijn persoonlijke ervaring is dat Israëliërs het ene moment elkaar uitmaken voor rotte vis en het volgende weer heel normaal met elkaar om gaan. In situaties waarin ik een paar maand niet meer met iemand zou praten, blijkt het bij hen na een uurtje weer over gewaaid te zijn. Werkt aanstekelijk trouwens…

  2. Net als Limburgers en Brabanders, Joppe?
    Beetje kort door de bocht, wel. Het ging hier werkelijk om dieper liggende problemen, en weinig strategie om die op te lossen, anders hadden ze ons als trainers niet uit hoeven nodigen.
    Toch wel een tikje meer dan “heeft aangebrand ook pootjes, moeder Aagt?” (Dit voor de ouderen onder ons.)

  3. “Een vrouw: ik wil dat mijn land onze kinderen welkom heet, in plaats van ze te willen vermoorden.”

    Ik heb gisteren de film Walk on water gezien, een film van Eytan Fox.

    He was trained to hate, until he met the enemy: luidt de ondertitel. Official selection Berlin 2004; Film Festival Toronto 2004.

    “Synopsis:

    Eyal (Lior Ashkenazi) is een topagent van de Mossad. Voor zijn nieuwe opdracht – het lokaliseren – van Alfred Himmelman, een bejaard nazi-kopstuk – moet hij vriendschap sluiten met Pia (Caroline Peters) en Axel (Knut Berger) de 2 Duiste kleinkinderen van de oorlogsmisdadiger. Eyals dekmantel is even eenvoudig als ingenieus. Als reisgids zal hij Axel begeleiden op een trip naar Pia die in Israël in een commune leeft. Zo wil hij achter de verblijfplaats van Himmelman komen. Maar de undercoveropdracht blijkt voor Eyal, die net zijn vrouw verloor, moeilijker dan verwacht”.

    Gewoon huren deze film bij de dichtsbijzijnde ‘videotheek’. Misschien hebben jullie hem al gezien? Kan nog wel een tweede keer. Is indrukwekkend genoeg! Misschien iets voor de ministers van Buiten- en Binnenlandse zaken? Ik ga er trouwens niet vanuit dat de verantwoordelijken voor deze in en in trieste situatie in de Gazastrook te kwader trouw zijn. Nee, dat kan je niet bedenken toch? Het is machteloosheid en een inmiddels ingesleten patroon van hier tot aan de andere kant van de wereld en weer terug en dat dan in het grootste kwadraat van alle kwadraten, zeg maar.

  4. Je vertrouwen in de mensheid is mooi, Tess. Maar ik zal in mijn boek betogen, en dat ook met veel voorbeelden onderbouwen, dat wat er met Gaza gebeurt alleen te begrijpen wanneer je zonder meer uitgaat van de kwade trouw van de opeenvolgende regeringen en het leger en de geheime diensten van Israël. We moeten absoluut eens ophouden het te zien als een Griekse tragedie waar niemand echt verantwoordelijk voor is, of als ‘ingesleten patronen’. Ik durf te beweren dat het gaat om een opzettelijke, moedwillige poging om de Palestijnse samenleving te verwoesten en te versplinteren, en dat Israel steeds als er ‘vrede dreigt’ weer oorlog zal voeren. Zo erg is het. En ook Judt ziet dat Israel niet alleen bezig is om Palestijnen hun rechten en hun toekomst te ontnemen, maar ook zichzelf aan het verwoesten is – op zijn minst moreel.
    Kwade trouw bestaat helaas, Tess, al wil jij dat misschien niet geloven, en heb ik er ook zo’n tien jaar over gedaan om deze conclusie te durven trekken.

  5. Uiteraard bestaat kwader trouw. Ik vraag mij echter af of dat ook zo bij de bevolking is dan alleen bij de regering?

    Ingesleten patronen zijn wel een realiteit en maar moeizaam weer weg te krijgen.

    Ooit heb ik een keer een intensieve communicatietraining gedaan waarin mijn ‘harde schijf’ voor zover dat kan werd schoongemaakt. Aansluitend was het voor mij mogeljk om mijn ‘vijand’ te bellen en het uit te praten dan wel bij te leggen, zonder dat je aansluitend dikke vrienden hoeft te worden/zijn.

    Ik weet dat er in Israël ook dergelijke communicatietraingen plaatsvinden.

    Ik ben het wel met je eens dat de politiek verantwoordelijkheid dient te nemen voor wat daar gebeurt en politieke daden moet verbinden aan het oorlogsgeweld aldaar.

    Maar wat had je dan in gedachten? Jij bent senator … wat kun je doen zodat het Nederlandse politieke denken over de situatie aldaar realistischer van aard wordt? En snel een beetje, de tijd raakt op.
    Niet iedereen kan mooie en intelligente boeken schrijven en zichzelf daarmee in zekere zin ‘reinigen’ van de ‘erfzonde’. Niet iedereen kan ook deze boeken begrijpen en de mainstreammedia laat het geheel afweten op één kritisch programmaatje laat op de avond na.

    Ik verbaas mij ook heel erg over hoe de algemene opinie is ten aanzien van moslims. Zelfs van mensen die nog nooit een moslim een hand gegeven hebben.

    Israël zal inderdaad zichzelf steeds meer verwoesten tijdens het verwoesten van zijn geschapen vijand. Dat alles is toch wel als tragisch te kwalificeren.

    Vertrouwen, daar doe ik niet meer aan. Dit begrip is voor mij onduidelijk en niet hanteerbaar gebleken in mijn dagelijkse omgang met ‘de wereld’.

    Groet,

    Tess

  6. Israel is een democratie, geen dictatuur. Er zijn vrije verkiezingen. Dat houdt in dat ik de bevolking daar op zijn minst medeplichtig acht aan wat er gebeurt. Wie een oorlogsmisdadiger kiest, wie iemand kiest die zegt dat alle Arabieren weg moeten, is niet onschuldig. Je kunt hoogstens zeggen dat de mensen zich laten misleiden.

    Wat er volgens het handjevol kritische Israeli’s moet gebeuren: druk van buiten af. Vanuit de bevolking zelf gaat het voorlopig nog niet komen of hoe dan ook te weinig.

    Wat ik doe om het politieke denken van Nederland realistischer te maken: weblog, lezingen, boek, politiek. Ik hoef mij daarmee niet te reinigen want het is mijn erfzonde niet
    Is dat genoeg en gaat het snel genoeg? Nee.

  7. Nee niet als Limburgers en Brabanders. Ik ben niet zo van het generaliseren, maar je kunt soms verschillen zien. Dit is een langdurige observatie van dichtbij. Ik woon er nu drie jaar (Israël) en ik heb talloze discussies mogen, meestal helemaal niet leuk en zeker over ‘dieper liggende dingen’. Niet kort door de bocht, ik weeg iets af voordat ik reageer, zeker vanwege de moderatie.

  8. Pas dan maar op Joppe (3 jaar al!!) Blijf wakker, scherp en bovenal eerlijk!!
    Ga, voor de verandering ook eens 3 jaar in Palestina wonen en doe ervaring op met alles wat je dan niet meer doen mag/kan.
    Doe ook ervaring op met alles wat je MOET doen zonder dat je daarom gevraagd hebt.
    Veel sterkte!!!

    Groet,
    Gerrie (Meer dan 40 jaar ervaring.)

  9. Best Gerrie,

    Ik kan er verder niet veel aan doen dat ik geen 40 jaar evaring heb. Ik ben niet bezig met een wedstrijd en ik ben er heilig van overtuigd dat het niet leuk is om in Palestijns bezet gebied te wonen. Ik geloof dat je over het woordje ‘moet’ struikelt…sorry hoor, ik ben niet aan het klagen, ik probeer duidelijk te maken waarom ik in mijn eerste reactie dacht iets te weten over Israelische omgangsvormen.

    Ik blijf wakker, scherp en eerlijk, bedankt voor je bezorgtheid. Moet ik hier als bliksem afleider functioneren omdat ik in Israel woon? Eerst Anja nu jij, lees mijn eerste reactie nog eens, waarom zo’n neerbuigende toon, zo’n gekke reactie was het toch niet?.

  10. Ik had deze reacties gemist en ben oprecht benieuwd naar meer ervaringen en verhalen van Joppe. Hoe is het om in Israël te wonen? Vertel eens als je wilt over die discussies?

  11. Ik heb je reactie nog eens gelezen en zou opnieuw dezelfde reactie hebben, Joppe. Ik vond dat je erg makkelijk over de werkelijke problemen heenpraatte met iets van ‘ach zo zijn ze nu eenmaal’.
    En als je mijn weblog een beetje gevolgd hebt dan weet je ook dat ik tamelijk veel redenen heb om nogal kritisch te staan tegenover Israeli’s – overigens was uit je eerste bijdrage nog niet duidelijk dat je er bent gaan wonen.

  12. Joppe, Met mijn hoofd nog helemaal bij het, voorgaande, artikel : “Palestijnse leiders in de gevangenis” las ik jouw reactie en ging er van uit dat de discussies die je had gevolgd, over Israel/Palestina gingen.
    Vandaar dat ik mijn reactie,aan jouw, begon met : Pas dan maar op Joppe!
    Dit omdat ik uit ervaring weet dat discussies van Israeli’s onderling meestal gaan OVER Palestijnen zonder dat zij ooit een Palestijn gesproken hebben dan alleen met een piefpaf in hun hand bij een doorgangspost.
    Vandaar mijn advies om eens 3 jaar bij de Palestijnen te gaan wonen en MET hen te praten en te ervaren hoe zij hun vernederingen zien en beleven.
    Zou trouwens nog geen slecht idee zijn, nu je toch in hun nabijheid leeft.
    En mijn toon is niet neerbuigend bedoelt. Voor mij zijn alle mensen gelijk en niemand, maar dan ook niemand, heeft juist vanuit zijn mens zijn, het recht om een ander mens neerbuigend te bejegenen. Vandaar dat mijn haren ten berge rijzen als ik weer eens ervaren moet hoe Palestijnen door Israeli’s gekleineerd worden.
    Sorrie Joppe, want daar ging het in dit artikel dus niet over.

    Groet en Shaloom/Shalaam,
    Gerrie

  13. Anja,
    Ik bedoel niet dat alle problemen zich van zelf wel op zullen lossen ‘omdat ze nu eenmaal zo zijn’. Het was enkel een reactie op de laatste alinea waarin ik iets meende te herkennen.

    Gerrie,
    Ik praat zo min mogelijk over Palestijnen, omdat ik daar meestal heel erge ruizie over krijg. Ik spreek veel met Palestijnen met Israelisch staatburgerschap. Ik ben niet een van die Israelisch waar jij het over hebt, ik ben zelfs helemaal geen Israelier. Er zijn hier ook mensen die niet zo zijn, niet veel maar ze zijn er.

  14. Nou Joppe,Wat let je? Ik zou zeggen : Grijp je kans! Ga eens voor een poosje naar de West Bank.
    Met Palestijnen kun je gewoon over Israeli’s praten zonder ruzie te krijgen. En geloof me,hun gastvrijheid zal je je hele verdere leven als een aangename ervaring bijblijven.
    ’t Is waar, hun leefsituatie is moeilijk maar daar draaien we als Hollanders onze hand niet voor om, toch?
    En wie weet kun je elkaar tot een zegen zijn.
    Voor Palestijnen is hartelijkheid ervaren als een frisse wind tijdens een gamsiem.

    Denk er eens over na!!
    Groet,
    Gerrie

Reacties zijn gesloten.