“Ons Nederlanders staat een grotere opdracht te wachten dan de Egyptenaren.”

Ramsey Nasr
(Ramsey Nasr, met een bloter gezicht dan nu)

Te gast: Ramsey Nasr.
Van zijn website afgepikt, hier. Het stond eerder in NRC.

De eigen cultuur wordt gebruikt als schild
Ik denk dat ik sinds de Tweede Golfoorlog niet meer zo lang televisie heb gekeken, elke avond, tot diep in de nacht. Met een bakje pinda’s op schoot staarde ik stomverbaasd naar de honderdduizenden jongeren, bejaarden, hele Egyptische gezinnen die achttien dagen lang scandeerden dat ze maar één ding wilden: te leven in vrijheid. Een gesluierd meisje voegde daar voor de camera aan toe: ‘Just like you’. Ze keek me aan, dwars door de lens.

Just like me…? Ik schonk mezelf nog wat wijn in.

Zo onverwacht brak deze opstand los, dat er zelfs vandaag nog mensen zijn die voorspellen dat er nooit een opstand zal komen: wegzappend van de horden in Egypte, Tunesië, Jordanië, Bahrein, Jemen en Libië zag ik Geert Wilders verklaren dat de islam onverenigbaar is met welk gevoel voor vrijheidszin dan ook.

Profeten in Holland zijn slechte verliezers. We laten hen begaan, omdat eenieder hier vrij is om te zeggen wat hij wil, ook in de Tweede Kamer, ook als het om leugens gaat, ook – voorál – als er verkiezingen voor de deur staan. Dan is zelfs de hele multiculturele samenleving mislukt, en niet alleen in Limburg. Doe zo voort, Verhagen. Baat het niet dan schaadt het niet: veel dieper kan het CDA toch niet zinken.

Wij Nederlanders zijn allemáál de vrijheid voorbij. Op de dag voor Mubaraks aftreden meldden de media dat de eerste Nederlandse toeristenvlucht naar Egypte alweer bijna vol zat: ‘Het is op dit moment zeer goed vertoeven aan de stranden van de Rode Zee,’ verzekerde SkyTours. ‘Mensen zijn blij dat ze toch in de krokusvakantie naar Egypte kunnen.’

Ik weet waarom ik stomverbaasd mijn pinda’s zat te eten. Niet omdat de opstand uit het niets leek te komen, maar omdat ikzelf, inwoner van het meest vrije land ter wereld, de taferelen niet herkende. Huilende, wanhopige, stralende mensen. Al die abstracte begrippen die ik nog kende van mijn geschiedenislessen – Soevereiniteit, Waardigheid, Gelijkheid – werden door hen in de mond genomen als iets tastbaars en op grote borden meegedragen. Het was of ze riepen om de
Oneindigheid, of om het getal pi.

Just like you… Was het maar waar. Deze mensen weten meer dan ik.

Wat betekent vrijheid nog voor ons, afgezien van vakantievieren in een dictatuur? Het begrip op zich is leeg geworden. Juist het feit dat dit woord de laatste jaren voortdurend wordt gebruikt in Nederlandse discussies, vormt een symptoom van die leegte. Als een mantra wordt het herhaald: onze vrijheid wordt bedreigd, we komen op voor onze vrijheid, ze hebben het gemunt op onze vrijheid… Onze vrijheid bestaat enkel nog wanneer we haar kunnen afzetten tegen een vijand. Het is een schild geworden. Een zwaktebod.

De meest vrije geesten die ik in mijn 37 jaar ben tegengekomen, waren geen Nederlanders maar Birmezen. In 2009 mocht ik mee op een humanitaire missie van Vlaamse medici. In het hermetisch afgesloten Deltagebied bezochten we dorpen die anderhalf jaar daarvoor waren weggevaagd door een cycloon. Hulp hadden de overlevenden niet gekregen, wij waren de eerste hulpverleners die ze zagen, en überhaupt de eerste westerlingen ooit. In dit vergeetputje van een der wreedste dictaturen ter wereld, waar men verstoken is van alles, waar dokters afwezig zijn en waar men sterft aan een simpele infectie, heb ik ervaren wat vrijheid is. Niet vanwege het contrast, maar omdat men het concept vrijheid wezenlijk anders benadert: van binnenuit. Voor een westerling is geluk het vervullen van verlangens, voor een Birmees is het: weten om te gaan met je gebreken.

Daarom ook zullen Nederlandse burgers almaar ontevredener worden. Met onze hang naar persoonlijke vrijheid hebben wij alle denkbare taboes doorbroken, elke wettelijke grens verkend. Big Brother, tuigdorpen, Oh Oh Cherso, kopvoddentaks, kinderstrings, burka’s of gewoon wat brullen op de Dam. Wij vieren onze vrijheid 24 uur per dag, op straat, op televisie én in de Tweede Kamer – die drie vallen tegenwoordig samen. Alle muren werden neergehaald, en ook boven ons dulden wij niet langer enige vorm van autoriteit: geen god, geen elite, geen kenner, geen koning en geen docent. Wij eisen absolute vrijheid.

Zó los en luchtledig zijn wij geworden in ons gedrag, ons onderwijs en de dwangmatige neiging aan ie-der-een onze mening te slijten, dat onze vrijheid een dictatuur vormt. In Nederland móét alles worden gezegd. Daarom heeft niets van wat wij zeggen nog waarde.

En dat zal zo blijven, zolang vrijheid voor ons bestaat uit het vervullen van alle mogelijkheden in plaats van het omgaan met beperkingen. Voor ons klinkt dit zweverig, maar met eenzelfde helderheid als de Birmezen heb ik Syriërs, Iraniërs, Zuid-Afrikanen, Palestijnen, Georgiërs, Indonesiërs en Egyptenaren over vrijheid horen spreken. Mensen als u en ik, afkomstig uit landen waar repressie aan de orde van de dag is, of tot voor kort was. Zij weten exact hoe het eruit ziet.

Wij beroemen ons op iets dat wij kwijt zijn. En hoe minder houvast, des te vatbaarder blijken wij voor slogans – ziedaar het succes van de Partij voor de Vrijheid. In Wilders’ handen lijkt vrijheid weer tastbaar en concreet: hij geeft ons een vijand. Daarom ook is zijn rechtszaak, aldus de beklaagde zelf, geen proces tegen hem maar tegen het hele Nederlandse volk. Met andere woorden: ook wij bestaan weer. Hoezee.

Op luchtpompen als Maxime Verhagen gedijt dit luchtkasteel. ‘Zoals Limburgers trots zijn op Limburg,’ zo sprak de minister in Limburg, ‘zou iedereen die in Nederland woont trots moeten zijn op Nederland.’ Twee zinnen later was de samenleving mislukt.

Gek, ik vond die multiculti-samenleving juist enorm geslaagd: al die minderheden die hun eigen onderwijs opeisen, het liefst thuis; al die kutmarokkaantjes, al die moslima’s die weigeren te gymmen en overal hun hoofddoek willen dragen, ze tergen hun omgeving en kijken hoever ze kunnen gaan. Het lijken wel Nederlanders. Zo, ja zo zijn onze manieren. Allochtonen leven langs ons heen, zoals ook wij al jaren langs elkaar heen leven. Ze hebben geen enkele binding met onze geschiedenis, met Focquenbroch, Sweelinck of Geertgen tot Sint Jans, en kijken naar dezelfde debiele programma’s die wij onszelf en onze kinderen voorschotelen, dus waar zeuren we over? Als we er nu ook nog in slagen – en dit kabinet biedt mooie perspectieven – de allochtonen voorgoed buiten onze theaters en operazalen te houden, is de Hollandse samenleving eindelijk helemaal top. Losgezongen van geschiedenis en toekomst: 100% vrij.

Meneer Verhagen, meneer Wilders, welke cultuur staat u nu eigenlijk voor ogen? Zeg het eens. U spreekt de laatste jaren regelmatig over ‘de joods-christelijke cultuur in Nederland’. Gezien uw ziekelijke obsessie met Israël is die slogan even logisch als schaamteloos. Want als de Europese beschaving nu één ding heeft geprobeerd de laatste millennia, dan is het wel de joden te verdrijven uit ‘ons’ midden en hen totaal uit te roeien. Over een mislukte multiculturele samenleving gesproken. Dus zullen we die geschiedvervalsing voortaan achterwege laten?

Slogans, slogans… dat is al wat u te bieden heeft. Laten we weer trots zijn op onze cultuur, ze moeten zich aanpassen aan onze cultuur – aan welke? Uitgerekend dit kabinet is erin geslaagd om in mum van tijd het woord cultuur van elke betekenis te ontdoen. Het klinkt nu even hol als onze vrijheid, omdat ook dit begrip louter selectief wordt toegepast. Voor de rest kan cultuur namelijk de pot op. Vondel, Van Gogh, Reve, Mondriaan: ze worden louter misbruikt om ons af te zetten tegen de islam. Als het ons uitkomt, zijn we plots allemaal nazaten van Spinoza, dan schuilt er een Vondel in ieder van ons. Het is makkelijk trots zijn op iets waar je zelf niets voor hebt gedaan.

Maar het is vooral hypocriet. Zo vrijdenkend zijn we niet. We omarmen Van Gogh nu hij succes heeft, maar hij stierf wel in armoe en volstrekt onbegrepen. Over de beroemdste schilder van Nederland merkte onze staatssecretaris voor cultuur op: ‘Die kreeg ook geen subsidie’. En dat is de kern van onze cultuur: dit land wil geen enkele kunstenaar, van welk niveau dan ook, ondersteunen. Onze grote Gerard Reve, door Wilders pragmatisch gebruikt als symbool van de westerse cultuur, zal over vijftig jaar door niemand meer worden gelezen indien wij zo met ons erfgoed blijven omgaan. De slechtste manier om cultuur te beschermen is haar te gebruiken als een schild.

Laten we eerlijk zijn. Al onze verworvenheden – vrijheid van meningsuiting, vrouwenrechten, homoliefde – blijken vandaag niets dan een handvol handige jokers om routineus in te zetten, volkomen gratis en selectief. In werkelijkheid gedogen wij slechts. Zolang wij zelf geen wezen bezitten, zal al het vreemde ons als ontaard en wezensvreemd voor blijven komen: homo’s, moslims en Mondriaan.

‘Overal gaan de lichten uit. Overal wordt onze vrijheid beknot.’

Je kunt er alleen maar op hopen. Minder licht!

Ons Nederlanders staat een grotere opdracht te wachten dan de Egyptenaren.

13 gedachten over ““Ons Nederlanders staat een grotere opdracht te wachten dan de Egyptenaren.”

  1. Een scherp verhaal van Ramsey Nasr.
    Vooral deze zin treft me: “In Nederland móét alles worden gezegd”. Helemaal raak. Compassie, solidariteit, moraal en fatsoen lijken voor veel mensen er niet meer toe te doen.

    De multiculturele samenleving is inderdaad niet “mislukt”, hoe hard ook mensen als Verhagen, La Merkel en Sarrazin dat roepen. Het is een typische kreet van PVV-ers en soortgenoten. Zoals Sladjana Labovic terecht in de Volkskrant van 17 februari j.l. heeft geschreven: “…die multiculturele samenleving is niet mislukt en ook niet gelukt. Zij is er gewoon…mede als gevolg van wervingsverdragen die Nederlands sinds de jaren zestig sloot…”
    Het gaat er maar om, hoe mensen met dit gegeven omgaan. In b.v. de VS veel ontspannener dan in Nederland. Labovic: “…burgemeester Ahmed Aboutaleb van onze multicultureelste stad, Rotterdam, zal in Nederland altijd gezien worden als een Marokkaan.”
    De Wilderianen en hun meelopers willen niet zien wat allemaal wél is bereikt door volgende generaties “allochtonen”, b.v. ook in de politiek, literatuur, universiteit, enz. Onderhevig als ze zijn aan hun eigen anti-islamideologie en blind als ze zijn voor de realiteit.

  2. “Zolang wij zelf geen wezen bezitten, zal al het vreemde ons als ontaard en wezensvreemd voor blijven komen”. Voor mij is dit de kern van Nasr’s betoog. Als je je eigen wezenskern (wellicht slechts een beetje) kent, dan kun je het wezen van de ander (misschien maar een beetje) waarnemen en respecteren. Ik heb wensen en ambities en de ander heeft die ook. Tijdens de protesten in Egypte was dat waarneembaar: kopten en moslims die elkaar in hun behoeften respecteerden, mensen die op internet als (partijloos) individu anderen stimuleerden.
    We moeten de vrijheid van de ander leren liefhebben. Misschien kan Egypte ons tot voorbeeld dienen.

    Groet,

  3. De eerste reactie (Arjan) op het boeiende artikel van Nasr bestond uit een vraag op de stelling ‘Ons Nederlanders staat een grotere opdracht te wachten dan de Egyptenaren’, namelijk: “hoezo, welke opdracht dan”. Een gedurfde uitspraak in tijden waarin mensen hun leven geven op het Tahrirplein, in Yemen, Bahrein en Tripoli, maar dat terzijde.
    Ik heb het artikel nu 3x gelezen. Het artikel zet aan tot denken over onze eigen situatie; ik denk dat ik bedoelingen van dat artikel een beetje snap. Het laat in elk geval zien, dat de betekenis van het begrip ‘vrijheid’ sterk afhankelijk kan zijn van de omstandigheden waarin een mens verkeert niettemin gaat het ook dan steeds om ‘vrijheid’: de vrijheidsbeleving van die mens. Daarin zitten duidelijk grote gradatieverschillen. Dat je een heel ander gewicht kunt toekennen aan het vrijheidsconcept van ‘de Verwende Nederlandse Alleskoper’(daar vallen wij natuurlijk niet onder) behoeft geen betoog. En ja: als – zoals bij velen van ons – alles kán en alles mág, dan héb je een enorme vrijheid. Dan stéken de wensjes-in-de-overvloed die we dan nog over hebben tamelijk schril af tegenover de wensen-in-de-beperkingen van de Birmees. Zegt Nasr dat we daarover maar eens goed moeten nadenken? Doe ik, ook al valt het mij heel moeilijk om door de bomen van zijn verschillende redeneringen het bos van ‘de opdracht’ te zien. Hoe kan ik dat ook, wanneer hij eerst de Birmezen als de echte ‘kenners’ van vrijheid kent, daarna diezelfde Birmezen samen voegt met o.a. Syriërs, Iraniërs, Georgiërs en Egyptenaren, om vervolgens te eindigen met zijn ‘ons Nederlanders staat een grotere opdracht te wachten dan de Egyptenaren’. Kortom: hoe vaker ik zijn artikel lees, des te meer moet ik zoeken naar zijn opdracht, onze opdracht als Nederlanders dus. ‘Hoe zo, welke opdracht dan?’ vraagt Arjan terecht. Waarop Anja Meulenbelt niets beter weet te zeggen dan ‘lezen Arjan, gewoon lezen wat er staat.’ Pover, vooral omdat het meest opvallende element in het artikel van Nasr gewoon een oor is. Als iemand een vraag stelt, gooi je de vragensteller niet met je antwoord in de prullenbak, lijkt me. Volgens mij is dat immers precies de kern van Nasr’s pleidooi. Of lees ik het Nasr compleet verkeerd? Ben benieuwd, Anja, wat jij als opdracht uit dit stuk distilleert…?

  4. Jasper@

    Ik heb het stuk van Nasr meerdere malen gelezen, en deel je mening. In feite spreekt hij zichzelf tegen. Want als die vrijheidsvraag in Egypte, Libie, Iran of waar dan ook elders zoveel fundamenteler is, kan het onmogelijk waar zijn dat ons een grotere opdracht wacht dan de mensen in die landen. Met die naar mijn mening volkomen scheve vergelijking komt het hele betoog meteen op losse schroeven te staan.

    Ik zou zeggen dat men hier zijn fundamentele vrijheden eens wat meer zou moeten waarderen, een heel ander soort opdracht dus. Maar ja, je realiseert je pas wat je had als je het kwijt bent. Als je net over de slachtpartijen in Libie gelezen hebt, kijk je toch weer met andere ogen naar die foto van de razzia’s op het Jonas Daniel Meyerplein. Dat was dus hier, niet zo heel lang geleden in feite.

  5. (8) Als je met Nasr van mening wilt verschillen, je kunt hem vinden op facebook. Ik vind het een uitstekend stuk, en heb geen behoefte aan ‘distillatie’.

  6. @ Anja: tja.
    @ Peter: dank. Eigenlijk verwoordt jij heel compact waar ik veel woorden voor nodig had: dat is altijd sterker vind ik. Dus dank. Waarschijnlijk bedoelde Nasr precies ook dat wat jij zegt. Het is in elk geval voor mij nog weer eens een prikkel om bij mijn eigen ‘belevingswereld’ (wat een takke-woord)stil te staan: hoe ‘waardeer’ ik mijn/onze vrijheid. Ik kom al jarenlang in landen (w.o. Birma, Iran, e.a.) waar het leven van alledag me aanscherpt. Het artikel van Nasr deed dat ook. Dank voor je reactie Peter.

  7. Ik had het met een paar collega’s over het artikel. Wat tot me doordrong was dat zij zonder uitzondering vertrokken vanuit de vanzelfsprekende stabiliteit van ‘onze’ vrijheid. En ik niet (meer).

    Als je het artikel leest in het besef dat die beschaving en egalitaire vrijheid van ons schaatsen op heel dun ijs is, dan lees je de zorg van Nasr ook anders. En de opdracht ook.

    Ten minste, zo ervaar ik het.

  8. Nasr schrijft: “Wij Nederlanders zijn allemáál de vrijheid voorbij.”
    Rob Riemen schrijft in het tweede hoofdstuk van zijn boekje “De eeuwige terugkeer van het fascisme” hier eigenlijk ook over. Riemen zegt dat in de tradities van het jodendom en het christendom en in het oorspronkelijke humanisme “de idee centraal [stond] dat de mens een wezen is dat zich moet verheffen, dat moet uitstijgen boven zijn instincten en behoeften.” Die mens die zich verheft, zal volgens die tradities, betoogt Riemen, echt vrij zijn. De moderne westerse mens, zegt Riemen verder, is een “van de geest ontdane mens”, geregeerd door angst en begeerte.
    Op Joop.nl schreef jij, Clara, over de revolutie in Egypte als de revolutie van de geest, een mooie typering. Na de Wende in Midden- en Oost-Europa zag je dat, met name in Oost-Duitsland en Tsjechië ook gebeuren, ik ben de details vergeten. Door inlijving bij het Westen, waar het primaat van de begeerte heerst, is die revolutie ondergesneeuwd.
    En onze opdracht? De barricades op tegen het primaat van de angst en de begeerte? Of, zoals ik al een keer eerder in een reactie op deze weblog schreef: gewoon doen waar we goed in zijn? (Met dat laatste wil ik overigens niet zeggen dat ik daar zo goed in ben.)

    Groet,

Reacties zijn gesloten.