Mastodont


(De vertrekkenden. foto Hans Kouwenhoven)

Ziezo. Het is gelukt. Ik ben mastodont. Dat wil zeggen: een voormalig politicus van zekere leeftijd. Toen ze vroeger aan me vroegen wat ik wilde worden als ik groot was: mastodont. Toen Hans Dijkstal voormalige politici zocht voor zijn groep Eén land, één samenleving, waarin zoveel mogelijk alle politieke partijen vertegenwoordigd moesten zijn (zie hier) was het probleem dat de SP als jonge partij geen geschikte voormalige politicus kon leveren. Dus of ik wilde. Speciaal voor mij stond er dus (voormalige) politici. Die haakjes kunnen nu weg. Ook ik ben sinds gisteren voormalig.

Ik ben niet dol op van die officiële dagen met veel speeches, en veel staan, en eigenlijk niks doen, maar het was gisteren een mooie dag. Ik had nog wel een klein werkje te doen, want ik was benoemd in de commissie geloofsbrieven, wat inhield dat we na moesten kijken of de papieren van alle nieuwe senatoren in orde waren, bewijs van Nederlanderschap, lijst met nevenbetrekkingen, geen functie die niet te verenigen zou zijn met het Kamerlidmaatschap, hadden ze wel ja gezegd. Ik zag er wel iemand tussen die op wel drie bestuurslagen werkzaam zou zijn, Provinciale Staten, gemeenteraad en Eerste Kamer, maar dat mag, al lijkt het me bepaald geen aanbeveling. Er werd nog even gerefereerd aan de rode potloodkwestie, maar niemand voelde zich geroepen daar een kwestie van te maken – je kunt de regels niet veranderen na de verkiezing, hoogstens een volgende keer van tevoren kijken of er nog wat veranderd moet worden.

En nog een verrassing, want ik moest ook de papieren van Nanneke Quik nakijken, die vorige week nog dacht dat ze er niet in zou zitten. Arda Gerkens van de SP heeft afgezegd, omdat ze net een nieuwe baan heeft die niet met de politiek te verenigen is, en zo schoof nummer negen erin. Het wordt een ijzersterke ploeg: acht mensen, allemaal al ervaren in de Eerste Kamer. Ook Bob Ruers die volgende week beëdigd wordt – de deskundige in de zaken van asbestslachtoffers en jurist – zat al eerder in de Kamer en kent het klappen van de zweep. Twee juristen en een econoom – belangrijke disciplines voor het Kamerwerk, de zorg vertegenwoordigd, politicologie, sociale zaken, vakbondswerk, ontwikkelingshulp, voedsel, milieu, de posten voor wonen en voor onderwijs zijn nu vacant, en ook de ‘watersenator’ Kees, de Zeeuw, zijn ze kwijt, maar het ziet er erg solide uit. En Tiny Kox gaat de ploeg weer leiden, en dat mag nog wel eens gezegd worden, dat doet hij fantastisch. Ik maakte nog een grapje dat hij het als voorzitter moeilijk had om orde te houden met ons stelletje ongeregeld, maar in feite zijn we het erover eens dat hij een sterke bindende factor is gebleken, hij heeft er echt voor gezorgd dat we een team vormden. En ze zullen Paul ook nog missen, want die was een nauwgezet secretaris die zelfs onze verjaardagen bijhield, en ik zei gisteren dat hij in die paar jaar meer koffie had ingeschonken dan ik in mijn hele leven.

We kregen een speech van onze voorzitter, en een cadeautje. Ik was te geëmotioneerd om precies te onthouden wat hij zei, maar in ieder geval ging het erover dat ik niet alleen altijd was opgekomen voor de werkende mensen onderaan de maatschappij, maar er ook altijd op wees dat een deel van hen migranten zijn. Dat deed me goed, want dat is altijd mijn grootste zorg geweest, en iedereen weet van mij dat ik vind dat links meer had moeten doen om de migranten, de moslims met name, bij te staan als ze weer eens werden aangevallen. Dus deed het me ook deugd dat Roemer wegliep toen Wilders zijn weerzinwekkende deuntje over ‘islamitisch stemvee’ weer eens deed, en dat deze keer in het partijfilmpje op de tv de moslims met name werden genoemd. Misschien toch een klein beetje invloed gehad, wie weet.

René van der Linden mocht negen en dertig kleine speeches houden voor al die senatoren die vertrokken. Meer dan ooit, dankzij de grote verschuivingen in de partijen, en tien nieuwkomers. Dit was de speech die hij voor mij hield:

Anja Meulenbelt
Uw literaire en politiek oeuvre staan geheel in dienst van het opkomen voor minderheden en de emancipatie van groepen die op achterstand staan. Meer dan 40 boektitels heeft u uitgegeven, met het feminisme en socialisme als rode draad.

Met dat oog was u ook actief in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Kort na uw aantreden gaf u al aan ‘niet in dat groene bankje te willen blijven zitten’. Dat hebben we gemerkt. Als u op een dinsdag niet in de Kamer was, dan was u vaak op missie in de Palestijnse gebieden of een andere regio waar u een etnische of politieke minderheid adviseerde over het gebruik van democratische rechten. De verslagen van uw interparlementaire bezoeken bereikten de Kamer het eerst via de fractiepagina van de SP.

Velen herkennen bij u de breder gedeelde passie voor het koesteren van onze grondrechten. Wanneer een wetsvoorstel u de indruk gaf dat daaraan werd getornd, dan zette u uw tanden als het ware in de microfoon. Uw passie voor het lot van gewone mensen herkennen we in de inzet voor invalide kinderen in Palestina. Indrukwekkend is ook in bredere zin uw inzet voor slachtoffers van oorlog en seksueel geweld.

Wij kunnen ervan uit gaan dat u uw eigen politieke missie ook na het vertrek uit deze Kamer zult voortzetten.

“Ik meende het hoor”, zei hij nog toen ik wegging. Een warme man.

Toen kregen er nog een paar vertrekkende Kamerleden een lintje, en Egbert Schuurman, die 28 jaar in de Kamer heeft gezeten (10.123 dagen), dat is nog eens een echte mastodont, hield namens ons allen een afscheidsspeech, waarin hij het niet kon nalaten wat steken onder water te geven over de rare toestanden die er waren ontstaan bij de laatste verkiezingen, en nog even had hij het over vele nieuwe uitdagingen van onze tijd.
“De problemen zijn niet alleen nationaal, maar Europees en wereldwijd van aard. Een narcistisch nationalisme en een oprukkend populisme kan daarvoor de ogen doen sluiten”.

Premier Rutte hoorde dat allemaal aan, maar even later, in de Ridderzaal waar iedereen echt afscheid kon nemen van iedereen, kon ook hij eindelijk het woord voeren. Emile Roemer kwam ons nog even uitzwaaien. Wij hadden ondertussen ook afscheid genomen van al die mensen die achter de schermen de zaken draaiende houden: de dames van de koffie, de mensen van de catering, de griffiers, de mensen van het informatiecentrum, de mannen van de postkamer, mijn ‘beschermheer’ die ook de bewaking doet – en nog meer mensen. We zijn altijd sjiek en vriendelijk verzorgd, nergens ben ik ooit zulke behulpzame mensen tegengekomen.

Mobieltje ingeleverd. Laatste dossiers weggekieperd. Niks meer in mijn postvakje.

Zo. Dat was het. Ik vermoed dat ik nog wel eens wakker word met de gedachte: het is dinsdag ik moet naar Den Haag. Afscheid van mijn fractieleden gaan we nog uitgebreid doen.

Een gedachte over “Mastodont

Reacties zijn gesloten.