Waar ben je thuis, bij wie hoor je?

Het DTST (Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving) vierde een feestje, en zouden geen Dominicanen zijn wanneer ze daar niet iets van gemaakt hadden waar mensen wat aan hebben, wat ze iets geeft om over na te denken. Want dit is hun opdracht: na te denken over de eigentijdse betekenis van religie in Nederland, en de resultaten van dat denken beschikbaar te maken voor een breed publiek. En nog iets: met religie bedoelen ze niet alleen hun eigen geloof.

Dus kregen we een mooie dag, met een waaier aan interessante sprekers: moslims, net zo goed als een ‘katholiserende Lutheraan’ (Manuela Kalsky), als een boeddhistische katholiek met een mooie band met Maria (André van der Braak). Met de vraag: wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat Mensen in Nederland zich er thuis voelen. Filmpje vooraf: mensen als Monique Samuels (Egyptisch Nederlandse christen), Ahmed Marcouch (Marokkaans Berberse Nederlandse moslim), mensen met meer dan één cultuur, die een verbinding zoeken voorbij de religies. En Omar Nahas die zei: “in Belgie ben ik een Hollander, in Nederland ben ik een allochtoon, wat is erger, denk je?”

Een kaars en een islamitisch gebed, uitgesproken door Nora Asrami, omdat we het op deze dag hebben over waar we thuis zijn, terwijl twee miljoen mensen uit Syrië vluchteling zijn geworden. Waar zijn we thuis? “Waar je jezelf kunt zijn en in vrijheid kunt leven”, zegt Nahas. Simpel lijkt het. Voor veel mensen niet.

Discussie over dat thuisgevoel onder leiding van Naima Azough. Thuis ben je bij jezelf, niet zozeer op een plek, is een antwoord. Voor sommigen ben je thuis in je geloof, dat je meeneemt waar je heen gaat. En ben je thuis als dat wordt gerespecteerd. Dat is nog niet zo vanzelfsprekend, zelfs niet in het vrijgevochten Nederland. We maakten net een serie Zomergasten mee waarin met dedain over geloof werd gesproken, en de enige uitgesproken gelovige gast vragen kreeg waar het onbegrip van af droop. Je hebt ook mensen met een seculiere geloofsovertuiging, zegt André van Braak. Je hebt ook benepen atheïsten. Manuela Kalsky zegt dat we mondig zijn geworden, we laten ons terecht niet meer zeggen dat we geloven moeten. Maar het Koninkrijk Gods is ook in seculiere taal te vertalen als: het goede leven voor allen, waar we ons voor in moeten zetten.

André Lascaris heeft het over de trend om te denken dat alles met wetenschap te verklaren is. Mensen hebben bezielde plekken nodig, bezielde plekken, dat is niet hetzelfde als veilige plekken, het zet je in beweging. Ga een tijdje in het buitenland wonen, zegt hij, probeer daar een eigen plek te vinden, en je weet wat dat voor mensen die hier komen betekent.

Dat “nieuwe wij”, streven we naar een groot wij waar iedereen in op kan gaan? Nee. Dat is eerder gevaarlijk dan goed. Het gaat om vele kleine bezielde verbanden, vele kleine wij’s, zegt Kalsky.

Hoogleraar Halleh Ghorashi, eens vluchtelinge uit Iran, krijgt het eerste exemplaar van het boek uitgereikt, Alsof ik thuis ben. Samenleven in ene land vol verschillen. (Ik ben het nog aan het lezen, ik kom er nog op terug). Ghorashi spreekt over wat ‘thuis’ betekent als je dat op twee manieren niet hebt gevonden, niet bij je moeder, niet bij je land dat je vluchteling heeft gemaakt. Dan is ‘thuis’ iets dat je moet maken.

We hebben het over de creatieve spanning tussen verandering en gebondenheid in. Alleen verandering, en mensen raken op drift, slaan los; alleen gebondenheid en alles staat stil. Er is prachtige Iraanse en joodse muziek. Désanne van Brederode heeft een dwarse column in plaats van de boekbespreking die van haar gevraagd was, en wijst erop dat er in het hele boek over liefde, over die relatie tussen ik en de mensheid, niet één artikel is gewijd aan die kleinste vorm van liefde, die tussen twee mensen. Kan dat misschien de volgende keer?

Tijdens de lunch zit ik geheel volgens opdracht maar met plezier te praten met twee mensen die ik nog niet ken. Het is niet zo moeilijk om een verbinding te vinden, en we zitten intensief te praten als de bel al weer gaat.

Mohammed Benzakour is uitgenodigd om iets te vertellen over het boek over zijn moeder, die in een revalidatieoord zat na een mislukte operatie waarbij ze afasie opliep, en ze haar spraak verloor. Yemma heet het boek, en het is prachtig en indrukwekkend. Benzakour ken ik vooral als een scherpe columnist, maar dit is een heel kwetsbaar boek. En ook een boek om woedend en verontrust over te worden, want het is duidelijk dat we in Nederland nog niet ingesteld zijn op de opvang voor mensen uit een andere cultuur. Benzakours moeder is analfabeet. Dus werkten de Nederlandse methoden om nog iets van haar spraak terug te veroveren niet, ze herkende de abstracte testjes en afbeeldingen niet. En niemand wilde luisteren naar zijn suggesties om het eens anders te proberen. Toen Benzakour een paar gereciteerde lievelingssoera’s van zijn moeder meenam op zijn i-Phone bleek zijn moeder wel degelijk te kunnen reageren – maar toen was het al te laat om nog veel goeds te kunnen doen.

Benzakour verwijt het de mensen die in zo’n verpleeghuis werken niet – die doen hun best wel. Maar er hangt wel een sfeer van alles moet volgens de regels, en van ‘als iedereen het zo deed, waar waren we dan’, als de kinderen Benzakour Marokkaans eten meenemen voor hun moeder die geen lof en spruitjes lust en ondervoed raakt, en hen dat verboden wordt. ‘Als iedereen zijn eigen eten meenam, waar waren we dan’.

In de discussie erna hebben we het over de zorg, Ab Klink is erbij, Ibrahim Yerden, Iris van der Reijden. Kan het niet beter? Is het echt zo moeilijk om beter voor onze kwetsbaarste mensen te zorgen, de ouderen, dementerenden, gehandicapten? Waar ligt het aan? Aan onderbezetting, te veel wisselende niet erg goed opgeleide mensen onder andere. Aan niet voldoende luisteren naar wat mensen echt nodig hebben. Anders dan iedereen denkt is dat niet een veel te grote opgave voor de overheid, tachtig procent van de zorg voor ouderen is mantelzorg, maar ook die kunnen wel wat meer steun gebruiken. Het is niet niks om de zorg te hebben voor een dementerende partner, ik heb dat van dichtbij ook meegemaakt.

Naima Azough sluit de dag af, en heeft het zelf even te kwaad. Het moet beter kunnen, het moet mogelijk zijn dat mensen hun leven af kunnen ronden in vrede. We moeten daar dringend nog eens op terug komen.

Een mooie dag.

(En hier is de column, een lezing was het meer, van Désanne van Brederode)