Afscheid Maaike Meijer

Meestal als je je in academische kringen begeeft zijn vrouwen in de minderheid. Maar niet bij het afscheid van professor Maaike Meijer. Zelden zoveel hooggeleerde feministes in één cortège bij elkaar gezien, en bij elk bekend gezicht dacht ik aan wat ze allemaal voor elkaar hebben gekregen.

Speciaal voor Maaike, om er bij te zijn wat zeker een fantastische reünie beloofde te worden en ook was, om te delen in het eerbetoon aan een prachtmens, en om me te laten inspireren door een heerlijke afscheidsrede, nam ik een dag vrij reizen voor bejaarde dames op en toog naar Maastricht, waar een van de geheime hoofdkwartieren van het hedendaagse feminisme is gevestigd met het Centrum voor Gender en Diversiteit, en de Opzijleerstoel die nu bezet wordt door Lies Wesseling.

Het was ook een mooie rede, gewijd aan de vraag hoe je een biografie schrijft over een kunstenaar. Meijer heeft al een prachtige biografie geschreven over Vasalis, en is begonnen aan een nieuwe: over F. Harmsen van Beek, onder de titel: ‘M’n hart stond van stocht bijna stil!’. De mevrouw naast me vroeg wat dat stocht betekende. Ik had er ook even over na moeten denken tot ik bedacht dat dat sloeg op hart-stocht. Het tegenovergestelde van hart-stilstand. Al kan het ene leiden tot het andere. En goede kunstenaars biografie doet wat anders dan de sappige feiten van een kunstenaarsleven oplepelen, waar Harmsen van Beek, graag door kenners familiair Fritzi genoemd met haar entourage van bohémiens een heerlijk object voor levert. Ik heb mij ook ontzettend vaak geërgerd aan interviewers die zich er op toe leggen ‘de mens achter de politicus, achter de schrijver of achter de feministe, of andere BNer’ te onthullen, knorrig zei ik wel eens tegen een interviewer: ‘er zit helemaal geen mens achter. What you see is what you get. Vraag me over mijn werk en je krijgt mij als persoon er vanzelf bij.’ Dat snapte hij niet en het werd dan ook een interview van niks.

Maaike Meijer gaat op zoek naar de persoon van de kunstenaar door haar werk heen, door het begrijpen wat iemand zegt, misschien nog beter dan de schrijvende persoon dat op het moment van schrijven heeft gezien. Als aandachtig en deskundig lezer zie je soms meer.

Een citaat:

Wat betekent de kunst voor de kunstenaar? Hoe kan zoiets gemaakt worden – die vragen horen centraal te staan in een biografie. Hoe kan de kunstenaar leven met haar/zijn talent, die radical otherness, dat koekoeksei in zijn/haar leven dat een vloek kan zijn maar ook een groot geluk? Dat partieel kan zijn maar ook allesomvattend? Dat een leven kan verlichten, het zin kan geven, dat therapeutisch werkt of – in geval van grote roem – een last wordt? Dat de kunstenaar kan help[en haar conflicten te ontkennen dan wel op te lossen? Op die manier kan een dichtersbiografie werkelijk gaan over kunstenaarschap en blijft het werk iets anders dan het gewone leven waaruit het zich op een raadselachtige manier heeft losgemaakt. Dat raadsel moet de biograaf vergroten. Dat kan leiden tot een geweldig verhaal. Ziedaar mijn voorlopige biografencredo.

We wachten tot de biografie er is. Intussen kregen we een prachtig voorproefje, een vrijwel onbekend gedicht van Harmsen van Beek over hartstocht en seks, een nieuw Hooglied.

kom
kom bij mij
kom in tot mijn
bekommering, kom in
mijn koele kale kamer,
de verlaten kamer waar de
valse vleugels van gazellen
gazig zijn aan glas en
lig
lig neer,
lig bij mij
neer in onzin, lig
witzinnig neer, spil
met mij om, onmachtig wacht
in woordloze verwildering totdat, o
ga nog niet, ga nog niet van mij weg,

…het gaat nog een tijd door. Ik dacht aan een heel erotisch lied van Charles Aznavour waar ik nooit naar kon luisteren waar iemand anders bij was: Viens, viens encore, en aan het smeken van Brel: ne me quitte pas.

Beeldschoon.

Er werd gesproken, en het woord ‘genereus’ viel opvallend vaak. Maaike Meijer heeft zich geliefd gemaakt niet alleen door de inhoud die ze ons schonk, ik was kort geleden nog bij haar heerlijke lezingencyclus over ‘beeldige mannen’ (hier en hier), maar ook omdat ze zich zo enorm heeft ingezet voor haar studenten, haar promovendi, haar collega’s. Veel voor vrouwen, maar genereus en ruimdenkend als ze is: ook voor mannen. Ik zag tranen, en er werd veel omhelsd. Maar ze is nog niet weg. Ze heeft nu meer tijd om te schrijven en we rekenen op haar.