Afscheid van de SP- de lange versie

Veel mensen begrepen waarom ik mijn lidmaatschap op de SP heb opgezegd, ook binnen de partij, en een paar mensen waren kwaad. Ook als ze het inhoudelijk wel met me eens waren dat de partij meer had moeten doen, bij de bloedige slachtpartij in Gaza. Ze voelden zich in de steek gelaten. Ik neem ze dat niet kwalijk: ik heb ze ook in de steek gelaten. Dat deed ik niet gemakkelijk, en daarom gaf ik mezelf na die eerste woede een week of twee om er nog even over na te denken. Je partijlidmaatschap opzeggen doe je maar één keer, en daar moet dus een goede reden voor zijn. En daarom wil ik hier nog wel uitleggen waarom dit geen opwelling is waar ik morgen weer spijt van krijg. Mijn beslissing heeft een geschiedenis die niet alleen gaat over Gaza. Al begon en eindigde mijn geschiedenis met de Socialistische Partij daarmee.

Goed volk

Het was in 2002 dat ik voor de Tribune (het partijblad van de SP) geïnterviewd werd (hier) Met de journalist sprak ik er over dat ik wel eens in gesprek wilde met de partij, of mijn visie op Palestina/Israël ongeveer klopte met die van hun. Want er was me er wel wat aan gelegen dat er tenminste één linkse partij zou zijn die met kennis van zaken stelling zou nemen en ook in het parlement actie zou ondernemen voor de rechten van Palestijnen, en ik wilde daar, met mijn lange staat van dienst in Gaza en de boeken die ik al had geschreven wel aan meewerken. Ik liet weten dat ik graag contact wilde. Ik werd uitgenodigd om een lezing te komen geven op een fractieweekeind. Ik herinner me dat we in een kring op het gras zaten. Het was een fijn gesprek, kritische vragen, en veel instemming. Goed volk, dacht ik, en de volgende ochtend meldde ik me als lid.

Een jaar later ging mijn mobieltje, net toen we de grens overstaken van Israël naar Gaza. Agnes Kant, of ik voor de SP in de Eerste Kamer wilde gaan zitten. Er kwamen net een stel bewapende soldaten aanrennen. Ik vroeg Agnes of ik de volgende dag terug kon bellen, dacht er een nachtje over na en zei ja. In 2003 werd ik beëdigd.

Natuurlijk ging ik niet alleen bij de SP vanwege Palestina. Ik was al socialist nog voor ik feminist werd, en ik ga er nog steeds van uit dat het kapitalisme (zeiden we vroeger) dan wel het neo-liberalisme (zeggen we nu) een ramp is voor de mensheid, dat de marktwerking ontzettend veel kapot heeft gemaakt, zie de zorg die wordt afgebroken, zie de huren die de pan uit rijzen. Werkloosheid, mensen die het volstrekt niet helpen kunnen die in de schulden zitten, een crisis die door onvoorstelbare graaiers en profiteurs is veroorzaakt. En dat het een schande is dat dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar is gegroeid. Tegenover het harteloze politieke en culturele klimaat waarin we nu leven, met een ver doorgevoerd individualisme waarbij iedereen het zelf maar uit moet zoeken, klinkt het beginselprogramma ‘heel de mens’ van de SP – ‘voor menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit’ als het best mogelijke alternatief.

Ploeteren in de Eerste Kamer

Uiteraard was mij duidelijk, toen ik in de Eerste Kamer ging zitten, dat ik daar niet alleen mijn eigen dingen kon uitleven. Aangezien je in de Eerste Kamer vooral wetten moet behandelen, was het duidelijk dat Palestina niet gauw aan de orde zou komen. Het waren acht jaren waarin ik vooral in het begin erg hard aan moest poten om het vak in de vingers te krijgen – hoe behandel je een wet met een dossier van een meter – hoe zorg je dat je op het juiste moment met een onderbouwde mening komt ook over een onderwerp waar je nog weinig van af weet. Hoe leer je vragen te stellen aan de bewindspersoon die hij of zij wel moet beantwoorden. Hoe ga je om met interrupties van andere partijen. En vooral: hoe leer je verliezen. Want hoe ik ook mijn best deed op de wet tegen het kraken of de wet op de inburgering, en hoe verschrikkelijk gelijk ik ook had: je wist van te voren al dat je in een minderheid zat en er dus een wet aangenomen ging worden waar je niet achter kon staan. En dat toch je toch elke keer weer je best moest doen alsof er werkelijk wat van af hing. Dat had je tenslotte je kiezers beloofd. Frustrerend vaak, leerzaam altijd. Ik had het goed met mijn fractie, alweer: goed volk. Het was een plezier om ze dinsdagochtend weer te zien bij het fractieberaad, taken door te nemen, wetten te verdelen, samen te discussiëren over hoe je het beste kon scoren, en na afloop nog even een pilsje te gaan drinken en door te nemen wat we allemaal was gebeurd die dag, en Tiny Kox of een van de anderen een briljante samenvatting te horen geven over de laatste politieke ontwikkelingen. Ik ben nooit met tegenzin dinsdags in de trein naar Den Haag gestapt.


(2005. Harry en ik op bezoek bij Arafat)

In de Eerste Kamer kon ik niet veel doen voor Palestina, maar in 2005 ging ik met Harry van Bommel, tweedekamerlid en woordvoerder buitenland, en een paar partijgenoten naar de Westoever en Gaza, en in 2007 stelde ik voor om een nota te schrijven, samen met Harry, over het standpunt van de SP in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. De nota werd aangenomen door het partijbestuur, en gepubliceerd onder de titel: Het beloofde land, het beroofde land. Ik citeer er uit:

Het is duidelijk dat ook Hamas is gehouden aan het democratische proces, aan mensenrechten, aan transparant bestuur. Maar het is voor ons niet minder duidelijk dat ook Israël zich moet houden aan diezelfde voorwaarden: het erkennen van de rechten van de Palestijnen op een leefbare, onafhankelijke en veilige staat, het stopzetten van illegale liquidaties en van invasies in het Palestijnse gebied, en dat ook zij de al gesloten verdragen moeten volgen. Het wordt tijd voor ondubbelzinnige uitspraken en politieke en economische sancties tegen Israël. Nederland heeft een grondwet waarin staat dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert (artikel 90) Dus behoort de regering zich te weer te stellen tegen ernstige schending van de rechtsorde, die volgens ons wat betreft Israël zonder meer aantoonbaar is.

Het gaat om meer dan het voorbestaan van het Palestijnse volk. Het gaat ook om druk uitoefenen op Israël om een echte democratie te worden met gelijke rechten voor alle burgers, erkende grenzen, en genormaliseerde relaties met omringende Arabische landen.

De stellingname van de SP

In de nota was het volstrekt duidelijk waar de SP stond. Niet in dat Hollandse ‘waar er twee vechten hebben er twee schuld’. Palestina/Israël is geen kwestie van twee gelijke partijen, maar van een verhouding tussen bezetter en bezet volk, tussen kolonisator en de gekoloniseerden. (Zie hier, over de ‘paradigmastrijd’) En ook al vonden we dat ook de Palestijnen zich ook hoorden te houden aan het internationaal recht: geen aanslagen op burgers, raketten niet geoorloofd, toch was het duidelijk dat zij het recht hadden zich te verzetten tegen de bezetting, tegen de onteigening van hun land. Het was verzetsgeweld tegen onderdrukkend staatsgeweld. Ook vonden we het nodig om te benadrukken dat onze kritiek niet betekende dat we het bestaansrecht van Israël ontkenden.

Het was een mooie tijd van hard werken, veel leren, het plezier van samen de schouders er onder zetten, van kameraadschap. Ik zat in de EK en de partij voor vluchtelingen, krakers, buurtbewoners, ouderen, uitkeringsgerechtigden, mensen met een beperking, thuiszorgers, migranten, schoonmakers. Maar er waren ook onvermijdelijke teleurstellingen. Voor mij was het volstrekt duidelijk dat wij ons als socialisten in moesten zetten tegen de steeds sterker opkomende islamofobie, tegen Wilders, tegen de verrechtsing en het nieuwe racisme dat de kop op stak, en wel samen met de mensen die het het meeste betrof: de Marokkaanse en Turkse migranten en hun hier geboren en inmiddels volwassen kinderen zelf. Voor mij zijn zij een deel van de natuurlijke achterban van de SP, zoals arbeidsmigranten dat horen te zijn, ongeacht of ze gelovig zijn of niet. Trouw aan wat ik dacht dat het uitgangspunt van de SP was – ga naar de mensen toe – bezocht ik in die jaren een eindeloze reeks aan bijeenkomsten, manifestaties, iftars, bijeenkomsten over islam en feminisme, islam en democratie. Ik was steeds vaker niet alleen bezoeker maar ook spreker. Ik werd uitgenodigd om 4 mei uit te leggen in een moskee vlak voor er een moslimdelegatie een krans ging leggen en was ontroerd dat ik dit met hen samen kon doen.

Ik voelde me bij hen thuis, ik voelde me welkom. En ik begreep niet waarom er binnen de SP zo weinig actievelingen geïnteresseerd waren in deze Nederlandse moslims, en waarom ik er zo vaak als enige SPer bij zat. Wat was dat? Koudwatervrees tegen religie? Angst de sympathie te verliezen van de oude blanke SP aanhang in de oude wijken wanneer we ons te veel met die ‘allochtonen’ bezig zouden houden? Het was ook het begin met mijn warme band met de afdeling Rotterdam, want daar vonden ze, dwars en eigenwijs als altijd, dat de stad er niet omheen kon dat we nu eenmaal een multiculturele samenleving zijn, en tevreden stond ik met hen samen te flyeren bij de moskeeën. Maar het was diep teleurstellend dat ik verder van de partij zo weinig hoorde als moslims weer eens werden afgezeken. Toen er bij een bijeenkomst van migranten sprake was op welke partij iedereen zou stemmen zat ik met mijn mond vol tanden. Ik kon niet oprecht voorstellen dat ze maar op de SP moesten stemmen, want wat hadden wij hen te bieden? Niet dat de andere linkse partijen het beter deden. Ik herinner me een man die tegen me zei: ‘Anja, jou vertrouwen we wel, maar je bent als een etalage zonder winkel er achter’. Dat mocht ik opvatten als een compliment, maar het voelde meer als een knal voor mijn kop. Het was aanleiding voor een persoonlijke crisis. Ik vroeg me af of ik wel enig effect had binnen de partij, hoe kwam het dat ik zo weinig partijgenoten kon overtuigen dat het dringend noodzakelijk was om meer samen te werken met moslim migranten, meer naar ze te luisteren. Dat, en nog wat persoonlijke ontwikkelingen maakten dat ik doodmoe was, en me na acht jaar niet opnieuw aanbood als kandidaat voor de Eerste Kamer. Bij mijn afscheid werd ik door Emile Roemer met een bos bloemen bedankt voor mijn inzet voor migranten. Heel fijn.

Teleurstellingen

Ik heb er toen ernstig over nagedacht of het voor mij wel zin had om in de SP te blijven, wat had ik nu wezenlijk bij te dragen? Wat had ik nu eigenlijk bereikt? In gesprekken met een vriendin in de partij besloot ik om niet meteen weg te lopen, om geduld te hebben. Is niet elke verandering een kwestie van lange adem? Ik was toch niet de enige in de partij die vond dat er meer plaats moest zijn in de SP voor migranten? Dit was het mantra waar ik het lang op vol hield: ik zit in de SP om wat ze wel doen, ook al ben ik kwaad en teleurgesteld om wat ze niet doen. Want onmiskenbaar deed de SP veel waar ik van harte achter stond, ik herinner me de schoonmakersacties, en vooral ook de strijd om het behoud van de zorg.

Nieuwe teleurstelling, en deze recent, en niet meer zo schokkend want ik had niet anders meer verwacht. Toen twee miljoen Nederlanders vorig jaar in een hysterische kramp een mallotige Pietitie ondertekenden, en het racisme ons om de oren vloog deed de SP niets. Niets. Ik was diep onder de indruk op een van de eerste grote demonstraties op het Beursplein, en kon als enige andere aanwezige blanke politicus Pieter Hilhorst omarmen. Ik bleef de nieuwe initiatieven van Afro-Nederlanders volgen, maakte nieuwe vrienden, en was op het laatste Keti Koti festival diep onder de indruk van al het nieuwe jonge talent, de vitaliteit die er van af spatte. Wederom dacht ik: dit is onze natuurlijke achterban. Maar behalve mijn al bekende vrienden binnen de SP op wie ik altijd rekenen kon, dacht niemand dat. Moet ik niet langzamerhand maar eens mijn lidmaatschap op gaan zeggen, dacht ik, want ook dit vond ik een verschrikkelijke gemiste kans, en liet het nog maar even.

Maar nu, juli 2014, met een nieuwe massaslachting in Gaza was de maat vol. Hier was geduld niet meer aan de orde. Niet met elke dag doden. Wat hoorde ik daar godbetert Harry van Bommel in een interview zeggen? Dat Hamas gedwongen moest worden om de door Israël en Egypte bevolen staakt het vuren te accepteren en dat er anders maar economische sancties tegen Hamas moesten worden ingesteld. Ik kon mijn oren niet geloven en dacht: is dit dezelfde Harry met wie ik die nota heb geschreven? Hoe kwam hij er toe om het op zijn weblog te hebben over Israël dat recht heeft op veiligheid, dat terwijl er al honderden Palestijnen waren vermoord? Emile Roemer probeerde nog wat met een verzachtende brief die werd rondgestuurd, waarin hij de Palestijnse doden – 800 op dat moment – betreurde, maar er meteen achter aan voegde:

Ook aan de andere kant vallen slachtoffers, enkele burgers en tientallen soldaten die Gaza zijn binnengevallen. In 2011 was ik in Sderot, een plaatsje in Israël, waar vaak raketten uit Gaza neerkomen. Ook deze mensen leven in voortdurende angst dat eens op een dag zo’n raket hun huis zal raken. Als beide zijden hun geweld niet staken, zal ook voor hen een normaal leven er niet in zitten.

(zie hier)

Daar hebben we het weer: ‘beide zijden moeten hun geweld staken’, jawel. In de nota uit 2007 was het nog glashelder: hier is geen sprake van wederzijds geweld. Hier is sprake van een illegale bezetting. Een conflict dat niet weg te zetten valt als een ‘waar er twee vechten hebben er twee schuld’, maar dat terug te voeren is op de oorsprong: het feit dat de staat Israël gesticht werd als een joodse staat op land waar al een inheemse bevolking aanwezig was. De stichting van een staat die ten koste is gegaan van de daar al wonende Palestijnen die zijn verdreven. Israël neemt geen verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem. Israël is niet bereid om een zelfstandige en leefbare staat Palestina naast zich te dulden, en is uit op het annexeren van zoveel mogelijk land met zo min mogelijk Palestijnen er op.

Wat is er aan de hand met de SP?

Toen linkse vrienden mij vroegen wat er in godsnaam met de SP aan de hand was – was hier sprake van een stille koerswijziging? kon ik daar geen antwoord op geven. Ik weet het nog niet. Het is wel te zien dat de partij al een hele tijd bezig is om een andere positie in te nemen, niet meer alleen de partij van tegen, maar ook van ergens voor, en veel moeite doet om te laten zien dat er met de SP samen te werken valt, zelfs, zoals in Amsterdam met de VVD. Ik weet niet of er sprake is van een werkelijke koerswijziging, of dat er een neiging in is geslopen om maar een beetje voorzichtig te zijn, geen controverses aan te gaan, geen interne strijd te veroorzaken zoals die andere linkse partijen de das had omgedaan. En ja, ik kom met mijn verbondenheid met moslims, en met de zwarte beweging, en met de Palestijnen steeds weer aanzetten met potentiële splijtzwammen. Ik kreeg er geen ruzie over, de partij legde me geen strobreed in de weg, ik was altijd geheel vrij wat ik op mijn weblog zou zetten, maar ik had steeds meer het gevoel een getolereerde minderheid te zijn waar niet naar werd geluisterd. Ik zag op een paar partijgenoten die zich eveneens vreselijk ergerden geen aanwijzing dat de top en de tweede kamer fractie zich nu eindelijk eens serieus bezig zou houden met racisme en uitsluiting en wat daartegen te doen valt. En in juli bleek de partij ook ernstige koudwatervrees te hebben tegen deelname aan demonstraties voor Gaza. Met uitzondering, uiteraard, voor die enclave binnen de partij: de afdeling Rotterdam. Plus nog wel tien losse SPers tussen duizenden demonstranten. Geen vlag, geen ballon, geen rode jasjes, geen flyers, geen borden of spandoeken. Niks.

Tussen kamer en straat

Een partij als de SP balanceert altijd tussen kamer en straat. Tussen buitenparlementair, naar de mensen toe, werken in de buurt, en het werk binnen het parlement. Geen fractie zonder actie was altijd een mooie slogan. Op sommige thema’s blijkt dat nog geldig: bij de thuiszorgers, bij de schoonmakers, Sharon Gesthuizen liep zich het vuur uit de sloffen voor de vluchtelingen. Maar toen het ging om de acties van de nazaten van onze koloniën bleef het ijzig bleek en stil. Het lijkt er op alsof de SP te veel is doorgeschoten naar de gevestigde kant, in een poging om acceptabel te zijn. En ik denk dat daarbij een ernstige vergissing wordt gemaakt. Leer de les van die andere partij die teveel van zijn ideologische veren heeft afgelegd en te geil was op meeregeren. Leer de les van die partij die te veel richting liberalisme begon te schuiven.

Ik heb aan de manier waarop ik welkom was bij wat we ‘minderheden’ noemen gemerkt dat er een grote behoefte is aan verbondenheid, aan samen optrekken, over de scheidslijnen van etniciteit, kleur of geloof heen. Dit zou zich elke linkse partij ernstig aan moeten trekken, dat die grote kritische massa die op de straat te vinden is, niet meer gelooft dat ze welkom zijn bij links, ook niet bij de partij die ‘menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit’ als politiek beginsel koestert.

Ik zie dat de SP zich richt op de krater die de PvdA heeft achtergelaten, dat ze die plek in willen nemen en de grootste linkse partij wil worden. Ik ben het er mee eens dat de SP niet langer alleen maar in de oppositie wil blijven. Tegelijk denk ik dat we er altijd van bewust moeten zijn wat we daarbij verliezen. In hoever kun je water bij de wijn doen, zonder dat het geen wijn meer is? Is de prijs dat de partij zich niet meer aan durft te sluiten bij de grote Gaza demonstraties? Zijn ze bang geassocieerd te worden met allahu akbar roepende jongeren, zijn ze bang voor hommeles? Dan is voor mij de prijs te hoog. Dan wens ik ze het beste, maar dan is het dus mijn partij niet meer.

Het gaat voor mij om twee samenhangende zaken. De inhoud. Ik vind dat een socialistische partij die zegt te staan voor menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit het opkomend racisme en de gegroeide islamofobie niet kan negeren, en ik vind dat internationale solidariteit betekent dat we achter de Palestijnse strijd om vrijheid moeten staan. Ik begrijp dat het niet eenvoudig is wat er van de SP wordt gevraagd. En dan de mensen. Ja je begeeft je in een wespennest als je je bezig houdt met zwarte piet, je begeeft je in zaken die de partij kunnen verdelen als je mee demonstreert met jongeren die zwaaien met islamitische vlaggen. Er zitten in die massa’s mensen ook heethoofden, en de politieke analyse is ook niet altijd even doordacht. Zeker krijg je ruzie met een deel van je vaste achterban als je het gaat hebben over racisme en dat achterlijke gescheld op alles wat met islam te maken heeft. Als zichzelf respecterende socialistische partij ga je dat aan, ga je daar tussen staan, school je je eigen achterban bij, leg je uit dat de belangen van de witte bewoners van oude wijken in wezen dezelfde zijn als die van de gekleurde bewoners. Toon je in je leiderschap dat je er bent voor wit ên gekleurd, voor gelovig ên ongelovig, voor inheems ên migrant en vluchteling. Dat is lastig, absoluut. Maar dat is de taak van links leiderschap. En niet de weg van de minste weerstand en waar zitten de meeste stemmen.

Het geweten van Nederland

Ik heb de laatste tijd twee keer een speech gehouden, een keer bij Keti Koti voor een voornamelijk zwart publiek (hier), een keer voor een voor een groot deel uit jonge Nederlandse moslims bestaand publiek bij een demo in Amsterdam (hier). Daar staat onze toekomst, dacht ik, dit is de volgende generatie, bevlogen, terecht woedend, bereid om tot actie over te gaan. Daar op het Museumplein bij de demo voor Gaza stond het geweten van Nederland. Al die jonge mensen hebben het al gehad met de gevestigde politiek. Ze vertrouwen ook links niet meer, en geef ze eens ongelijk. Alleen de nieuwe lokale moslimpartij Nida kon nog rekenen op instemming. Maar Nourdin el Ouali steekt dan ook als enige politicus zijn nek uit, hij spreekt de taal van de mensen die daar met duizenden aan hun terechte verontwaardiging uiting geven. Hij wel.

Ik zeg het als waarschuwing: Socialistische Partij, je mist de boot. Schrap dan het woord solidariteit maar uit het beginselprogramma, en laat de gelijkwaardigheid ook maar schieten als je deze mensen laat zitten, hier en in Gaza.

Een paar opmerkingen tot slot.

Ik heb veel reacties gekregen op mijn beslissing op mijn lidmaatschap van de SP op te zeggen. Vooral enorm veel instemming. Maar ook teleurstelling dat ik het schip heb verlaten. Dit wil ik nog zeggen:

1. Het is niet mijn bedoeling om mensen op te roepen om de SP te verlaten. Ik heb er nog steeds vrienden waarvan ik vind dat ze goede redenen hebben om te blijven. Juist nu kan het heel goed zijn dat er wat gaat kenteren binnen de partij, het gebeurt al binnen de afdelingen, waardoor de koers opnieuw wordt geijkt en bijgesteld. Misschien is het tij nog te keren. Als dat zo is dan ben ik daar blij om.

2. Ik kreeg als verwijt dat ik de strijd binnen de partij opgaf. Daar zit wat in. Maar dit is mijn idee daarover: dat er een redelijke verhouding moet zijn tussen de strijd binnen een partij of organisatie en dat waar je het uiteindelijk voor doet. Als ik in een actieve afdeling had gezeten waar ik mijn ei kwijt had gekund had ik misschien een andere beslissing genomen. Maar ik werd niet langer geïnspireerd door de partij, mijn energie liep weg aan ergernis. Ik was niet langer effectief, en ik wilde ook niet langer fungeren als schaamlap. Dat merkte ik vooral toen een voormalige fractiegenote me een mailtje stuurde waarin ze als antwoord op een kritische vraag wat de SP eigenlijk deed voor Palestina terug had geschreven: de SP doet heel veel voor Palestina, kijk maar naar het weblog van Anja Meulenbelt. Ik werd, inderdaad, een etalage zonder winkel er achter.

3. Ik ben niet blij met reacties van mensen die roepen zie je wel de politiek is toch rot, prima dat jij dat nu ook inziet. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat wezenlijke verandering zowel via parlementaire als buitenparlementaire actie moet gaan. Ik heb het vaak aan de stok gehad met de linkse activisten die principieel buiten de politieke partijen wilden werken, en die niet zien dat je uiteindelijk niet om de politiek heen kunt. Het is heel eenvoudig om een prachtige ideologische opvatting te hebben, als je het nooit met iemand anders eens hoeft te worden, en je opvattingen nooit aan de realiteit hoeven te worden getoetst. In de politiek maak je vuile handen. Per definitie sluit je compromissen. Per definitie heb je als partij meerdere groepen mensen tevreden te stellen. Het is de eeuwige en nooit definitief te beantwoorden vraag hoe vuil die handen mogen worden en hoeveel water er bij de wijn kan zonder dat het ophoudt wijn te zijn.

Op dit moment ligt een groot deel van het politieke bewustzijn op straat, als het om racisme gaat, als het gaat om solidariteit met Gaza, als het gaat om de stem van de moslim Nederlanders die nog steeds te weinig wordt gehoord. Het is goed dat we ons organiseren, en luid en duidelijk zijn over wat we willen, maar het moet ook weer terug de politiek in, de politiek die het nu zo af laat weten.

We gaan door. Ook de SP is nog niet van me af.