Filosofe Baukje Prins

Baukje Prins schreef een interessant boek, Voorbij de onschuld. Het debat over de multiculturele samenleving. In Contrast, het opinietijdschrift over de multiculturele samenleving van 24 september verscheen een interview met haar. Erg de moeite waard, vind ik.
Hierbij twee stukjes uit dat interview.

‘Als er iets is wat ik vermijd dan is het wle het spreken in “wij” en “jullie”. Daar had ik als kind al een hekel aan. Tussen de Molukkers die bij ons in de buurt woonden en de autochtonen uit het dorp werd met dat wij en jullie een scheiding anagebracht waartegen ik niet bestand was. Omdat ik bevriend was met een aantal Molukse meisjes trok ik het me enorm aan als gesuggereerd werd dat wij van totaal verschillende soorten waren. Zodra dat “jullie”valt, wordt iemand gereduceerd tot een wandelend exemplaar van een grote groep waarover dan meestal allerlei oppervlakkige inzichten of platvloerse vooroordelen worden opgehoest. Mij is dat ook wel eens overkomen. Een keer zat ik met iemand te praten over waar wij vandaan kwamen. Toen ze hoorde dat ik uit Friesland kwam, ging ze er eens goed voor zitten. Ze had een huisje in friesland. Daarom meende ze precies te weten hoe dé Friezen in elkaar zaten. Een stortvloed kreeg ik over me heen. Dat het zulke aardige mensen waren. Zo rustig, gemoedelijk en eenvoudig. In haar beleving waren alle Friezen laagopgeleide naïevelingen met het hart op de juiste plek. Terwijl ze haar monoloog afstak over wat in haar ogen “mijn volk” was begon ik langzaam maar zeker te koken van binnen. Het werkt buitengewoon vervreemdend wanneer er op die manier over je heen wordt gepraat. Sindsdien kan ik me iets beter voorstellen hoe het bijvoorbeel;d voor kinderen van Turkse en Marokkaanse migranten te zijn om alsmaar geconfronteerd te worden met mensen die het over “jullie” hebben en dan met een reeks gangbare uitspraken komen over de islamitische cultuur.’

‘Identiteit is niet gebonden aan een stukje grond, maar het is voor de meeste mensen wel belangrijk dat ze een coherent levensverhaal kunnen vertellen. Daarmee kunnen ze voor zichzelf duidelijk maken waar ze bij horen en thuis voelen. Bij thuis denken we meestal aan goede gevoelens. Het woord “thuis” staat voor warmte en harmonie, maar dat hoeft lang niet altijd zo te zijn. Wat vertrouwd is hoeft lang niet altijd fijn te zijn. Ambivalentie kennen we allemaal als het gaat om het milieu waaruit we zijn voortgekomen, maar je moet wel vreselijk mishandeld zijn om te zeggen: daar wil ik niks meer mee te maken hebben. Daarom vind ik het kortzichtig als iemand zoals Ayaan Hirsi Ali wanneer zij suggereert dat Turkse en Marokkaanse vrouwen en meisjes alle schepen achter zich moeten verbranden, en net zo moeten gaan leven als de meeste geëmancipeerde westerse vrouwen. Ze vergeet dat veel Turkse en Marokkaanse vrouwen zich wel degelijk losmaken van hun achtergrond. Ze weten hoe de westerse samenleving in elkaar zit en nemen voor zichzelf meer vrijheid dan hun moeders hebben gehad. Tegelijk willen ze hun ouders niet verraden.
Er is een enorme loyaliteit van de Turken en Marokkanen van de tweede generatie richting hun vaders en meoders. Dat geldt voor de vrouwen én voor de mannen. Die loyaliteit speelt ook een rol bij de mate waarin sommige islamitische jongeren zich aangetrokken voelen tot het fundamentalisme. Daarover maak ik me echt zorgen. Vanwege de polarisatie in het integratiedebat voelen veel hoger opgeleide jongeren van moslimhuize zich afgewezen en raken verbitterd. Ik hoop dat het bij een klein groepje blijft dat zich terugtrekt in het fundamentalisme, maar de waarschuwingen voor mogelijke aanslagen in Nederland neem ik wel serieus. Ik vind het niet ondenkbaar dat ook Nederlandse moslimjongeren verder zullen radicaliseren. Met zulke jongeren zou ik graag willen spreken. Ik vergelijk ze wel eens met de jongeren die zich dertig jaar geleden aangetrokken voelden tot de RAF, maar ik denk dat ze meer gemeen hebben met de Molukse treinkapers van vroeger. Die acties werden ook ingegeven door hun verbittering over hun eigen behandeling gecombineerd met een grote loyaliteit aan hun ouders die door Nederland systematisch in de kou waren gezet.
Door er op deze manier over te praten lijkt het alsof je in grote lijnen meegaat met het idee dat er een tijdbom ligt te tikken onder onze multuculturele samenleving.Alsof het terecht is dat zoveel autochtonen bang zijn geworden voor de moslims onder ons. Dat is vervelend, want in het dagelijkse leven is er maar weinig veranderd. De meeste allochtonen willen net zoals de meeste autochtonen zo goed mogelijk leven en hopen dat hun kinderen het beter krijgen. Al vind ik het wel pijnlijk om te zien hoe weinig contact er is tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Soms zie je daarvan hartverscheurende voorbeelden. Een tijd geleden zag ik een portret van een van de eerste Turkse gastarbeiders. een keurige heer in een net pak die altijd hard had gewerkt. “Ik ga me steeds minder thuis voelen in Nederland”, zei hij. Zoiets gaat bij mij door merg en been.’

Uit Contrast, 24 september 2004

5 gedachten over “Filosofe Baukje Prins

  1. Praten in “wij” en “jullie” is altijd fout.
    Mijn Amsterdamse opa had iets tegen het woord “jullie” en zei altijd: “jullie is jodenvolk”. Waarmee wordt bedoeld dat je “u” hoort te zeggen en niet “jullie”. Opa’s uitdrukking valt na te lezen in de Van Dale.
    Maar opa’s en J.P.’s waarden en normen zijn verwaterd. Niet alleen zeggen mensen “jullie”, ze zeggen ook “hullie” of “zullie” en jawel, zelfs “wullie”!
    “Wullie en jullie” klinkt al beter dan “wij en jullie”, want het rijmt en is gelijkwaardiger.
    Maar nu komen de wiskundige vergelijkingen:
    jullie + hullie = jullie
    wullie + jullie = wullie
    wullie + hullie = wullie
    wullie + jullie + hullie = wullie.
    Uiteindelijk zijn we dus allemaal wullie.
    Leve de wullie-culturele samenleving!
    Ruben

  2. Jullie is Jodenvolk.
    Is in feite denigrerend bedoeld.
    Een variant hierop is “Jij is een Jood”

    Oftewel tegen Joden hoefde je niet U te zeggen.

    groet,
    Rob

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *