Huishouden (6). Goedemorgen

Ik reken mijn eigen onderhoud ook maar onder het huishouden. Een deel van dat onderhoud gaat vanzelf. Zoals Marx uitlegde over de ‘reproductie van de arbeidskracht’ hoef je een ezel niet uit te leggen dat hij eten moet. Nu zag Marx wel wat over het hoofd, dat het eten dat hij voor zich kreeg geen hooi was en dat er menselijke arbeid aan toegevoegd was – door de handen van een vrouw meestal. Jenny of Lenchen, want Marx had er twee. Maar eten, en ook koken dat ik met plezier doe, daar hoef ik het niet over te hebben, behalve dat ik eten zo lekker vind dat ik voor het onderhoud nu naar de sportschool moet want er mag wel een beetje minder van mij.

Waar ik een hekel aan heb zijn al die karweitjes die op gezette tijd moeten – kapper, tandarts, lenzen, en dan nog al die administratieve zaken als banken die opeens willen dat je komt bewijzen dat je bestaat enzo. En de belasting. En paspoorten. Vooral klusjes waarvoor je nummertjes moet trekken en langdurig op een plastic stoeltje moet zitten wachten vind ik erg. Elke keer opnieuw neem ik mij voor om een stichtend boek mee te nemen zodat mijn tijd niet helemaal verloren gaat, en elke keer heb ik door vergaande meligheid niet meer tot mij genomen dan het liefdesleven van de een of andere tvster die ik niet ken omdat ie jonger is dan ik, en dat zijn al gauw de meesten, en omdat mijn tv stuk is – opschrijven: tvman bellen.

Gisteren had ik een dag uitgetrokken voor het onderhoud. Naar de apotheek voor de pillen, naar het OLVG voor bloed prikken, plasje brengen, lenzen ophalen, stadhuis: een attestatie de vita en een uitreksel van het bevolkingsregister dat ik toch echt ben getrouwd, plus naar de bank met mijn paspoort. Ik ben tot halverwege gekomen en toen zat er een halve werkdag op. Stadhuis: nee mevrouw, wij gaan pas om twaalf uur open. Om twaalf uur zaten er al 27 mensen voor mij met een nummertje. Anderhalf uur later ging ik onverrichter zaken naar huis want ik had nog een andere afspraak, ik moet vanwege mijn lijfelijk onderhoud dringend eens aan het bewegen en ik moest op de sportschool naar de cardio.

Wel gelukt: pillen, lenzen, bloed en plasje. Moest ik eerst in de rij voor een patientenpasje, want dat was verlopen. Gelukkig hebben ze daar tegenwoordig fotocameraatjes aan de balie, zodat je niet eerst het bos in wordt gestuurd om pasfoto’s te laten maken. Daarna naar de poli voor de prik. Plastic stoeltjes, Privé en Weekeind. Aardige mevrouw die mijn plasje in ontvangst nam en me complimenteerde met het keurige potje waarin ik dat had gestopt. Van de dokter. Dat maak ik wel anders mee, zei ze, hele colaflessen en soms glazen Hak potten. Met een restje appelmoes er nog in. En dan moet je ze op suiker testen. Zeg ik er wat van, worden ze nog kwaad ook.

Ze werd openhartig. Ik kan ze soms na een dag wel wurgen, en ze maakte een beeldend gebaar hoe ze dat zou willen doen. Ik werk hier al achtentwintig jaar, en het wordt steeds erger, mensen die hier staan te schreeuwen. En weet u wat het is? Iedereen heeft het over de buitenlanders, maar daar heb ik nooit moeilijkheden mee. Het zijn die oude Amsterdammers die zo agressief zijn. Een buitenlander zegt nog wel eens goedemorgen. Moeilijk woord, toch? Goedemorgen. De meeste Nederlanders kennen dat niet meer.

Op het stadhuis kon ik het nog even in werking zien. Een meneer voor mij, iets kreeg hij niet voor elkaar bij de Surinaamse mevrouw achter het loket en hij begon te schreeuwen, dat hij straks nog college moest geven en dat hij nú – weet ik veel – nú iets wilde. En die mevrouw maar uitleggen dat hij iets niet bij zich had dat hij wel bij zich moest hebben. In Haarlem hoeft dat niet, schreeuwde hij, en dan zei de mevrouw weer dat we hier niet in Haarlem waren maar in Amsterdam. Het liep zo op dat de mevrouw duidelijk verhit wegliep en de schreeuwlelijk aan een mannelijke collega overliet, om achter de schermen in huilen uit te barsten of een deuk in de WCdeur te slaan.

Affijn, ik heb weer een verhaaltje, en mijn pillen en mijn lenzen, en mijn bloed laten prikken en geen attestatie de vita dus vandaag besta ik niet al zou je dat niet denken als ik op de weegschaal ga staan, want dan besta ik ontzettend. Tsjonge wat besta ik. Beetje overdreven wel. Nu moet ik die meneer van de tv nog bellen.

Men need a wife, zei mijn echtgenoot nog eens tegen me. Women too, zei ik. Moest hij erg om lachen. Aan een Palestijn heb je ook niks.

6 gedachten over “Huishouden (6). Goedemorgen

  1. Anja: voor op de sportschool, voor bij de Cardio: Donna Summer op je koptelefoon! Dat helpt enorm, of iets anders snels

  2. Ik vind het altijd wel lief, al die ongevraagde adviezen over waar ik de poezenklittenharkjes moet laten enzo, en hoe ik de cardio te lijf moet gaan, het probleem is meestal dat ik het toch nog allemaal zelf moet doen, en dat ook jij Peter niet voor me kunt gaan bewijzen dat ik besta – ja mevrouw, ze bestaat echt want vanochtend blogde ze nog ik heb het zelf gezien .
    Ik zit op zo’n moderne sportschool met alle gemakken bij het ongemak – ik heb dus tv op mijn machines. Alleen nog geen internet zodat ik onder het trappen effe mijn weblog bij kan werken helaas.

  3. Gezondheid mevrouw Meulenbelt, tot voor kort kon ik mij tenenkrommend ergeren aan de klanten-files bij Vomar, Axtion of waar dan ook in ons consumenten paradijs.Bezuinigen op pesoneel, de klanten wachten wel, overvolle boodschappenkarretjes met vet en suikerwaar, vergeten de bananen af te wegen en maar wachten wachten wachten. Wat een ergenis.
    Ik doe het niet meer, ik ga gewoon een beetje staan “zennen”Dat bevalt heel goed!
    Het halfuur dat ik op mijn dochter wacht als zij piano les heeft is de draagbare Nietsche van R.J Hollingdale vaste prik en ook dat bevalt heel goed.

  4. Oei, Clara. Misschien moet ik dan op mijn Macje als ik aan mijn weblog zit net zo’n ding dat HARTSLAG! HARTSLAG! waarschuwt als op die machines van de sportschool, als ik te fanatiek doortrap. Want ik moet zeggen dat de adrenaline nogal eens door mijn gestel schiet – jullie kunnen ook alleen maar raden wat voor een rotzooi ik hier soms langs krijg. Dat gaat dan drie en twintig keer goed en opeens denk ik @±§%%&?@± en wie kan ik nu de schedel inslaan. Ik ben duidelijk nog niet zen genoeg om al die domme agressie van mijn rug af te laten glijden.

  5. Zit ik op een gloedjenieuwe sportschool van onze fysiotherapie hier, zit er toch geen TV op, hoor. Ze hebben een draagbaar radiootje met muziek… Da’s alles. Maar zweten doe ik nu twee keer week voor mijn cardio: fietsen = spinnen zeggen ze ?? en daarna de crosstrainer. Blazend kom ik er vanaf met een hoog rooie kop. Bekertje water en hop, de loopband…. Resultaat na mijn eerste week? Een pond eraf. 😀

    Sterkte Anja… maar voel jij je na afloop ook zo plezierig? 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *