MOETEN VROUWEN MEER GAAN WERKEN?

MOETEN VROUWEN MEER GAAN WERKEN? Daar heb ik al vaker een antwoord op gegeven. Nee. Maar de redactie van Trouw vond het nodig om er nog eens op te hameren dat vrouwen niet voldoende werken, en dat zo de loonkloof tussen mannen en vrouwen blijft bestaan. En toen vond ik het nodig om toch maar weer eens uit te leggen dat het zo niet zit. De kop boven het artikel zou ik niet zelf hebben verzonnen.

Wij, Tweede Golf- feministes, hebben ons vergist in de man

Onbetaalde arbeid meegerekend, werken vrouwen even hard als mannen. Tussen arm en rijk gaapt wel een kloof, meent Anja Meulenbelt.

ANJA MEULENBELT

Langzamerhand wordt de economische kloof tussen vrouwen en mannen gedicht. Maar er is geen reden om achterover te leunen, aldus het hoofdredactioneel commentaar (Trouw Opinie, 31 mei). Vrouwen moeten een beetje meer gaan werken, want ze werken nog steeds te vaak in deeltijd, is de suggestie. Nog even dames, en de emancipatie is voltooid! Behalve dat daar geen bal van klopt. En echt, dit is niet de eerste keer dat we dat moeten zeggen.

In de eerste plaats is er het misverstand dat vrouwen met een parttimebaan minder hard ‘werken’ dan mannen. Dat lijkt maar zo. Ooit is namelijk besloten dat het werk dat voornamelijk door vrouwen wordt gedaan, de zorg voor de kinderen en het huishouden, geen werk is omdat het niet wordt betaald. Terwijl we, als we even nadenken, begrijpen dat dit werk noodzakelijk en belangrijk is voor de maatschappij waarin wij leven.

Wanneer we het onbetaalde werk meerekenen, werken mannen en vrouwen gemiddeld evenveel. Wie zorgt er voor de kinderen als alle vrouwen even hard buitenshuis gaan werken als mannen? Ooit over nagedacht hoe zoveel mannen een volle baan volhouden? Hoofdzakelijk doordat ze bijna altijd een vrouw hebben die het thuisfront verzorgt, en ervoor zorgt dat zijn overhemden gestreken in de kast hangen. En is dit echt het doel van emancipatie: dat vrouwen steeds meer op mannen moeten gaan lijken? Wordt dat een fijne samenleving?

Te simpel sommetje

Ten tweede is er veel mis met de simpele som waarin we slechts het gemiddelde inkomen van vrouwen vergelijken met het gemiddelde inkomen van mannen. Want met welke mannen vergelijken we het loon van vrouwen? Wacht even, de vergelijking gaat om soortgelijk werk. Wat betekent het dat het inkomen van een vrouwelijke hoogleraar vergeleken wordt met mannelijke hoogleraren, en niet met een mannelijke stratenmaker? Dan mist in deze vergelijking de factor ‘klasse’. En die factor zie je niet als je het alleen hebt over een gemiddelde loonsom per sekse.

Want er is nog een veel grotere kloof in inkomens als we kijken naar sociale klasse in plaats van alleen naar gender. Uit onderzoek blijkt dat hoogopgeleide vrouwen meer uren buitenshuis werken, en minder doen in het huishouden. Hoe zou dat komen? Zijn vrouwen die de universiteit hebben gedaan meestal slonzen? Of zou het komen omdat zij een hoger inkomen hebben (en vaak een echtgenoot met een hoger inkomen), waarmee ze met gemak hulp in kunnen huren om schoon te maken en op de kinderen te passen?

Die vrouwen die schoonmaken en oppassen, verdienen misschien evenveel als de mannen in hun sociale klasse, namelijk te weinig. In ieder geval ruimschoots te weinig om zelf ook eens hulp in te huren. En kijk naar de massa alleenstaande moeders die zoveel vaker in de armoede terecht komen. Wie heeft er aan hen gedacht?

Hier hebben we niet op gelet, toen wij, feministes van de Tweede Golf, aan de gang gingen om het kostwinnersprincipe op te heffen. Dat is gelukt. Terwijl in de generatie van mijn moeder 90 procent van de vrouwen ‘huisvrouw’ was, ‘zonder beroep’, werkt het merendeel tegenwoordig buitenshuis, ook al is dat vaak in deeltijd. Een revolutie, maar een gestagneerde.

Want in één zaak hebben we ons vergist: we dachten dat mannen meer binnenshuis zouden gaan doen naarmate vrouwen meer buitenshuis zouden gaan werken. Het idee van ‘gelijkwaardigheid’ is populair, maar een eerlijke verdeling van het huishouden vinden we onder de heterostellen maar bij 10 procent.

Noodzaak om rond te komen

Waar we ons ook op hebben verkeken, is dat het stelsel van sociale zekerheid tegelijkertijd werd afgebroken. Tegenwoordig kunnen lang niet alle mannen meer genoeg verdienen om een gezin van te onderhouden, mochten ze dat willen. Twee salarissen zijn meestal noodzakelijk om rond te komen.

In de tijd van mijn moeder sprak het nog vanzelf dat de overheid medeverantwoordelijk was voor het voortbestaan van het gezin, dus inclusief de kinderen. Ook de vakbonden vonden dat arbeiders genoeg moesten verdienen om het gezin van te onderhouden. Nu is het neoliberale verhaal er een van ‘iedereen zorgt maar voor zichzelf’, vrouwen zowel als mannen, en kinderen zijn je eigen verantwoordelijkheid.

Dat de kloof tussen mannen en vrouwen kleiner is geworden komt niet alleen doordat meer vrouwen buitenshuis werken, maar ook doordat lager geschoolde mannen in verhouding minder verdienen dan vroeger. Zo weinig, dat vaak zelfs een stel met twee inkomens er niet van rond kan komen.

Eerlijker verdelen

Dus nee, redactie van Trouw, er is meer nodig dan dat vrouwen op de arbeidsmarkt een ‘stapje extra’ gaan doen. En dat de mannen dan, vooruit maar, wat meer uren aan de kinderen gaan besteden.Wat nodig is, is niet alleen een eerlijker verdeling van werk en inkomen tussen mannen en vrouwen, maar ook een eerlijker verdeling tussen de rijken en de armen.Zonder dat blijft het hele idee van emancipatie alleen maar iets voor toch al bevoorrechte vrouwen die carrière kunnen maken dankzij de vrouwen die dat niet kunnen.

Dus als we het dan toch over emancipatie hebben: schaf ook het kapitalisme af.

Anja Meulenbelt schrijfster, onder andere van het boek ‘Alle moeders werken al’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *