Les over gender (3)

De theorie van Chodorow is niet zo simpel. Ik had het in ieder geval nodig om haar boek drie keer te lezen voordat het een beetje pakte, voordat ik er mee kon spelen, voordat ik allerlei dingen begon te herkennen, en dacht, ja, zie je wel, daar heb je het.

Ik denk dat voor we verder gaan met Chodorow en wat je er mee kunt doen eerst nog even wat moeten verduidelijken wat ik in de inleiding van mijn boek wel had gedaan maar hier nog niet, en dat is een uitleg waar we het over hebben als we spreken over ‘de’ verschillen tussen vrouwen en mannen. Want ook in de reacties blijkt al dat we op verschillende niveaus reageren en elkaar daarom vaak niet verstaan.

Als ik het over gender heb, heb ik het over verschillende niveaus tegelijk. De eerste:

– de biologie. Het lichaam waarmee we geboren zijn, en waarmee we bij de ene of de andere sekse worden ‘ingeschreven’. Met als gevolg:
– de vorming van de genderidentiteit, of de ontwikkeling van een mannelijk of vrouwelijk ‘zelf’, gelijk op met een vroege persoonlijkheidsontwikkeling. We worden gesocialiseerd tot vrouwen en mannen, op allerlei manieren, door de eerste relaties die we aangaan, door de voorbeelden die we om ons heen zien, doordat we worden gestuurd, en bestraft of beloond voor het juiste of onjuiste gedrag, wat weer samenhangt met:
– de heersende beelden over mannelijkheid en vrouwelijkheid, de afspraken en de coderingen. Die kunnen per cultuur, tijdperk en sociaal milieu verschillen. En die beelden hangen weer samen met:
– de sociale context. De ‘kansen’, de verdeling van arbeid en zorg, geld, macht en status. En die hangen weer samen met de invloed van instituties als staat, recht, kerk en de markteconomie.

In het werkelijke leven ervaren we die lagen vaak als een eenheid. Maar in de theorievorming vindt je vaak maar een laag terug. Je komt theorie tegen die alleen maar uitgaat van de hormonen, of de bouw van de hersenen, of het hebben over ‘genen’. Je komt andere theorie tegen die alleen maar uitgaat van het aangeleerd krijgen van seksegedrag. In veel theorie worden bovendien de sekseverschillen geabsoluteerd, terwijl we tegelijk waar kunnen nemen dat er grote verschillen zijn tussen vrouwen onderling, of tussen mannen onderling, en dat er bovendien, ondanks alles, ook veel overeenkomsten zijn tussen vrouwen en mannen.

Om een klein voorbeeld te geven, er is een theorie die er van uitgaat dat mannen een biologische reden hebben om niet monogaam te zijn, omdat zij een drift hebben om hun genen aan zoveel mogelijk kroost door te geven. En de vrouwtjes zouden dan juist hechten aan monogamie, omdat ze het verwekte kroost willen beschermen en daarvoor een mannetje aan zich willen binden. Je hoeft maar even na te denken dat dit als een absoluut feit nooit kan kloppen, want met wie zijn al die mannetjes dan ontrouw als die vrouwtjes daar geen zin in hebben?

De theorie van Chodorow gaat vooral over de hele vroege persoonlijkheidsontwikkeling. Zo vroeg dat we er geen herinneringen aan hebben en wat we zijn geworden ervaren als ‘zo ben ik nou eenmaal’. Het punt is dat onze vroege persoonlijkheid al vanaf heel vroeg ‘gegenderd’ is, we leren het laatst met onze taal om onszelf in te delen bij jongetjes of meisjes, maar voor die tijd hebben we al een ‘zelfgevoel’ ontwikkeld.

Een voorbeeld. Stel je een cultuur voor waar de kinderen vanaf de geboorte tegen het lichaam van de moeder aan blijven, in een lap, ook als ze slapen. Ze zijn tot ze lopen nooit alleen. En stel je een cultuur voor waar een kind vanaf de geboorte in een apart wiegje wordt gelegd en er alleen uit wordt gehaald om gevoed te worden. Zou dat geen verschillend ‘zelfgevoel’ opleveren? Dat we ons in ons diepste zelf als ‘verbonden’ voelen of juist als ‘separaat, apart, alleen’? (Je komt hier al op de verschillen tussen een ‘ik’ en een ‘wij’ cultuur, die al vroeg verankert ligt in onze vroegste persoonlijkheidsontwikkeling.)

Het punt is, als we het weer hebben over ‘nature’ of ‘nurture’, aangeboren of aangeleerd, dat we het bij dat vroegste zelfgevoel hebben over een laag die we weliswaar hebben ‘aangeleerd’ maar die zo diep zit, en die we zo als ons ‘zelf’ ervaren, dat je die niet zomaar kunt veranderen. Dat is een gedachte die we overigens van Freud hebben, maar die slaan we nu even over.

Terug naar Chodorow. Wat zegt ze? Ze zegt dat het voor jongens en voor meisjes een verschil maakt dat de eerste, diepste, meest emotionele en nabije band voor beide seksen die met een vrouw is. En dat heeft gevolgen: voor jongetjes dat ze om een man te worden zich uit de identificatie met het eerste liefdesobject los moeten maken, ze ‘separeren’ dus meer dan meisjes. Maar de consequentie is ook dat het zelfgevoel als man meer labiel is, meer ‘gezocht’ moet worden, en later meer ‘bewezen’ moet worden. Terwijl meisjes, die zich om hun sekseidentiteit te ontwikkelen niet hoeven te separeren van hun eerste object, een stabieler zelfgevoel over zichzelf als vrouw ontwikkelen, maar daarbij meer moeite hebben om zich te ‘separeren’, zich als apart, als individu, als ‘ik’ te ervaren.

Dat is de theorie. Waarbij we vooral op moeten letten dat we die niet als de absolute waarheid toe gaan passen, dat we die niet als een mechanisch verklaringsmodel gaan gebruiken, maar zien als een onderstroom in onze sekseontwikkeling. Enige relativering is wel op zijn plaats, al was het maar omdat vrijwel niemand meer wordt opgevoed in een gezinssituatie waarin mannen geheel afwezig of emotioneel onbeschikbaar zijn, en vrouwen volledig in het moederen opgaan. Zie het dus als een theorie waarmee je kunt spelen, en waarmee – voor mij was dat in ieder geval zo – opeens een aantal verschijnselen die ik als ‘typisch mannelijk’ of ‘typisch vrouwelijk’ ervaarde transparant en begrijpelijk werden.
Bijvoorbeeld de vraag waarom mannen minder van vrouwen overnemen dan omgekeerd. Hebben we die nu? Ik kom er op terug.

Deel 4. Hier

8 gedachten over “Les over gender (3)

  1. Stel je bent de kostwinner van een gezin, man of vrouw maakt niet uit. Je hebt daardoor minder tijd om je bezig te houden met het dagelijkse wel en wee van je kinderen. Krijg je dan niet vanzelf het gedrag van iemand die minder betrokken is met het gezin en die daardoor verder af staat van het verzorgen en van dat niveau van het leven? Je raakt de band\feeling met het echte leven kwijt. Te vergelijken met bestuurders die niet precies weten hoe het in de praktijk toegaat, en dan vertoon je een bepaald, minder emotioneel gedrag. Ik hoop dat het overkomt wat ik bedoel. Namelijk dat het er ook toe doet waar je je mee bezig houdt. Is dat het verzorgen of is het werk om de kost te verdienen. Of een mix van allebei, wat mijn inziens het beste is. Zodat al je kwaliteiten een kans krijgen ten goede van de mensen om je heen.

  2. @Harmke (1): Ik merk dat het verschil maakt hoe een vader met zijn kinderen omgaat of hij wel of niet een dag in de week de volle verantwoordelijkheid heeft. Die ene dag maakt al het verschil tussen “hier, neem jij hem maar, hij huilt en ik weet niet hoe ik hem stil moet krijgen” en “kom maar jochie, jij krijgt een schone broek en dan lekker je bedje in”. Da’s een kwestie van gedwongen te worden om zelf een oplossing te zoeken.

    Het zou voor bestuurders ook erg goed zijn om een dag in de week op de werkvloer te verkeren.

  3. Besta Anne-Marie, het voorbeeld dat jij geeft is weer de stereotypering. De ene man zal inderdaad zo reageren, de ander zal, ook als hij vijf dagen van huis is, zelf wel een oplossing zoeken. Voor de eerste is het een gebrek aan ervaring/onbeholpenheid, voor de tweede een natuurlijke reactie op een zorgvraag, net zo natuurlijk als voor sommige moeders.

    Troosten, nachtenlang met huilende kinderen zeulen, verschonen, billen vegen: ik heb het allemaal als vanzelfsprekend gedaan en ik mag toch aannemen dat ik niet de enige vader ben die dat doet.

  4. Beste Hendrik Jan,

    Ik krijg de indruk dat je je nogal aangesproken voelt. Niemand had het over jou hoor. Misschien eerst gewoon eens nadenken voordat je in de verdediging springt.
    En wat wordt er nog meer gezegt nl. dat sommige mensen niet weten wat er speelt in een zorgsituatie, man of vrouw, omdat ze al hun energie aan hun werk buitenhuis geven. Dat is jammer, ook voor hun zelf, want je laat talenten van jezelf onbenut. En toevallig zijn het in onze samenleving toch nog veelal de mannen die het thuis af laten weten. Of wijzen de statistieken uit dat er net zoveel mannen als vrouwen part-time werken en de rest van hun tijd besteden aan hun gezin????

    Wat ik graag boven water wil hebben is het volgende: Ligt het aan mannen dat ze afstandelijk gedrag vertonen of komt het door de situatie waarin ze verkeren? Heeft een man het nodig zijn identiteit aan werk buitenshuis te verlenen?

  5. De lessen over gender nummers 2 en 3 heb ik nu pas gelezen, na mijn reacties op les 1 (15 augustus jl.). Ik ben nl. een “leesachterstand” aan het inhalen. Grappig om te zien dat ik bepaalde aspecten van Chodorows theorie zelf ook heb genoemd.

    Naast de “nurture”-aspecten blijven zeker ook de “nature”-aspecten bestaan. Zoals Hendrik Jan Bakker heeft gezegd: in andere culturen met meer aanwezige vaders zie je toch soortgelijke verschijnselen als hier wat betreft mannelijkheid en vrouwelijkheid.
    (Vroeger heb ik ook over Indianen-culturen heb gelezen, waarin homoseksualiteit al heel lang volledig als een “normale keuze” werd geaccepteerd. Homo-paren werden daarin gelijk behandeld als hetero-paren).

    Zelf ben ik altijd mede-opvoeder en -verzorger van mijn kinderen geweest, ook na echtscheiding in een co-ouderschapssituatie.(De kinderen waren gedurende vijf van de veertien en de helft van de schoolvakanties bij mij). Dat strookte geheel met mijn idee, dat het erg de moeite waard zou zijn, en trouwens ook met de opvatting: wie A zegt (kinderen verwekken) moet ook B zeggen (verantwoordelijkheid voor kinderen nemen). Ik kan het natuurlijk niet vergelijken met hoe het zou zijn geweest, als het anders zou zijn gegaan.

    Veel raadsels blijven. Bv.: hoe weet een transsexueel zo zeker, “eigenlijk” een persoon te zijn van het andere geslacht?

    Citaat: “….met wie zijn al die mannetjes dan ontrouw als die vrouwtjes daar geen zin in hebben?”
    Andere mannen, misschien? 🙂

  6. Hoi Harmke, ik ga in de verdediging, want als het over “mannen” gaat, gaat het ook over mij, en ik herken me helemaal niet in het geschetste beeld. Ik denk dat er een glijdende schaal is van “typisch” mannelijk naar “typisch” vrouwelijk, en de meeste mensen zullen er ergens tussenin zitten. Wel interessant is dan de vraag waarom onze maatschappij zo “mannelijk” is, en veel mannen hun “vrouwelijke” kanten zo weinig durven vertonen. Daarom zou ik graag weten hoe het in matriarchale samenlevingen zit.

    Het bindings/losmakingsverhaal draagt denk ik meer bij dan de rest van de opvoeding: wij geven onze zoon en dochter een gelijke opvoeding, stimuleren hem niet als jongetje en haar niet als meisje. Toch is hij een typisch jongetje, stoer, beetje agressief, broertje dood aan opruimen, en zij (deels) een typisch meisje, haren kammen, helpen met huishoudelijke taken (maar: heeft een hekel aan jurken en durft meer dan hij, bijv. klimmen). Ik weet zeker dat dit niet door (bewuste) verschillen in opvoeding komt.

Reacties zijn gesloten.