Avnery wil de Israëlische nationaliteit

scheich2.jpg
(Uri Avnery onlangs bij een demonstratie in Sheikh Jarrah)

Aanstaande woensdag zal het Israëlische Hooggerechtshof, het geweten van Israël, een uitspraak doen over de petitie die is ingediend door een groepje Israëli’s, onder wie Uri Avnery, de oude vredesveteraan. Die hebben namelijk het verzoek ingediend om voortaan door het Ministerie van Binnenlandse Zaken als Israëli’s geregistreerd te worden. Horend bij het Israëlische volk, dus.

Hoe nu, zullen veel mensen denken, er is toch een land, dat heet Israël, dan zijn de inwoners daarvan toch Israëli’s? Dan staat er in hun paspoort in het vakje nationaliteit toch gewoon Israëli? Nee, dat staat er niet. Het Ministerie van Binnenlandse zaken erkent wel 126 volken, of nationaliteiten, maar niet het Israëlische. Je kunt geregistreerd staan als Tataar, als Assyrier, als Circassier, als Samaritaan en ook als Arabier, Druze, christen of jood, maar als Israëli, sorry, die hebben ze niet. En waarom niet? Omdat de staat Israël niet toebehoort aan het Israëlische volk maar aan het joodse volk. Israël is het land van alle joden, ook die uit Brooklyn, Boedapest of Buenos Aires, ook al vinden die joden zelf misschien dat ze horen bij het Amerikaanse, Hongaarse of Argentijnse volk.

Beetje slordig, beetje ingewikkeld, niet? Inderdaad, vindt Uri Avnery, dat is nogal ingewikkeld. En achterhaald. Ik volg hier zijn betoog, ik kort het wat in en voeg nog het een en ander toe om het verhaal uit te leggen – het origineel is hier.

Deze verwarring begon 113 jaar geleden, toen de Weense journalist Theodor Herzl Der Judenstaat schreef, meestal verkeerd vertaald met de joodse staat, in plaats van de staat van de joden. Want voor de oorspronkelijke orthodoxe joden is de vraag wat er eigenlijk zo joods is aan Israël, behalve dat er joden wonen, gezien het feit dat de meesten van hen niets meer met het judaisme hebben. Dit is geen joodse staat, maar een zionistische staat, zeggen sommigen van hen. (In het boek van Yacov Rabkin bijvoorbeeld, In naam van de Thora.)

Om van Israël de staat van de joden te maken moest Herzl een beetje smokkelen en een beetje jokken, schrijft Avnery. Een ‘white lie’.

Het moderne zionisme ontstond als reactie op het moderne antisemitisme. Het is dus geen toeval dat de term ‘zionisme’ zo’n twintig jaar nadat de term ‘antisemitisme’ was bedacht in Duitsland ontstond. Die twee begrippen zijn tweelingen.

En in Europa en wat de Verenigde Staten van Amerika ging worden was nog een andere term gangbaar: het nationalisme. Volkeren die eeuwen onder de heerschappij van koning- en keizerrijken hadden geleefd wilden hun eigen nationale staat. In Argentinië, in Amerika, Frankrijk en andere landen vonden revoluties plaats. Die nationale gedachte was aanstekelijk, en in bijna alle volken, grote en kleine, van Peru tot Litouwen, van Colombia tot Servië, begonnen mensen te denken aan een eigen land, een plaats waar zij als volk thuis zouden horen, een land dat van de mensen zelf zou zijn.

Vrijwel al die nationale bewegingen waren antisemitisch, de een wat meer dan de andere, omdat de joden overal gezien werden als ‘anders’, als niet thuis horend bij een volk dat een eigen land wilde, schrijft Avnery. Joden waren verspreid over tientallen landen, in de Diaspora, zonder eigen vaderland, en geen al die nationale bewegingen probeerde de joden op te nemen in hun nationale eenheid.

Herzl begreep dat die nieuwe realiteit gevaarlijk was voor de joden. Om te beginnen overwoog hij een tactiek van drastische assimilatie, zoals sommige minderheden in de geschiedenis wel eerder hadden gedaan om hun huid te redden. Ze pasten zich zover aan aan hun omgeving dat hun eigenheid geheel verloren ging. Herzl fantaseerde over een massabekering van alle joden tot het christendom, en als schrijver van toneelstukken zag hij het al helemaal voor zich, hoe de joden van Wenen in een lange stoet naar de kathedraal van Sint Stefanus zouden lopen om zich daar met z’n allen te laten dopen.

Maar toen hij bedacht dat dat als oplossing misschien een beetje te vergezocht was, en Herzl verzon wat anders in plaats van groepsgewijze assimilatie: als er tussen die andere volken en in hun nieuwe landen geen plek zou zijn voor de joden, dan moesten de joden zich maar net als alle anderen als volk definiëren en een eigen staat oprichten. Een land alleen voor joden. Dat was de centrale gedachte van het zionisme.

Maar er was nog een probleem. Er bestond niet zoiets als een joods volk. De joden waren geen volk, maar een etnisch-religieuze gemeenschap, zegt Avnery. En iemand anders, Michael Neumann, schreef: er was niets dat alle joden bond, niet een gemeenschappelijk land, niet een gemeenschappelijke taal, niet een gemeenschappelijke cultuur – er waren alleen religieuze subculturen met een eigen taal zoals het Jiddish in de Oost-Europese shtetls, maar er waren, waaronder juist de zionisten, ook niet-religieuze joden. Er waren joden die niets zagen in separatisme omdat ze zich in de eerste plaats een burger van een land voelden. Een Duitser die toevallig jood was, zoals andere Duitsers katholiek waren. En zoals een jood of een katholiek zowel Duits als Frans kon zijn. Geloof en volk waren twee verschillende zaken.

Volken dan wel religieuze gemeenschappen hebben verschillende manieren om te overleven, net als de dieren, zegt Avnery. Wanneer een leeuw in gevaar is, vecht hij, hij valt aan. Wanneer een gazelle in gevaar is, vlucht hij. Beide methoden zijn in principe effectief, waren ze dat niet, dan zouden beide diersoorten niet meer bestaan. En dit is het verschil tussen een volk en een geloofsgemeenschap: als een volk in gevaar is dan blijft het op zijn plek en vecht. Maar wanneer een religieuze gemeenschap in gevaar is, dan trekt die weg en probeert zich elders te vestigen. De joden, meer dan welke andere gemeenschap ook, hadden de kunst van ontsnappen en zich elders weer aan passen tot grote kunst verheven, en daarom bestonden ze nog. Zelfs na de holocaust, waren de overlevenden in staat om verder te gaan, en nu, twee generaties later, bloeien ze weer.

Maar om het idee van een joodse staat te verwezenlijken, moest Herzl doen alsof er geen verschil was tussen een joods volk en een joodse gemeenschap. Dus deed hij alsof de joodse etnisch-religieuze gemeenschappen tegelijkertijd een joods volk waren. Met andere woorden, anders dan andere volken werd bij de zionisten religie en volk hetzelfde: het volk viel samen met de religie, de religie viel samen met het volk.

Dat was dus smokkelen met de werkelijkheid, er moest een volk bij elkaar bedacht worden, want zonder dat zou het zionisme nooit hebben kunnen slagen. De nieuwe beweging nam de Davidster over van de synagoge, de kandelaar van de tempel, de blauw en wit gestreepte vlag van de gebedssjaals. Het heilige land werd het vaderland. Het zionisme vulde dat land met religieuze symbolen die een nieuwe, seculiere, nationale inhoud kregen. (En de grap gaat dat Ben Goerion gezegd zou hebben: God bestaat niet, maar hij heeft ons wel Israël beloofd).

De eersten die vonden dat er vals werd gespeeld waren de orthodoxe rabbijnen. Bijna allemaal waren ze faliekant tegen die verdomde Herzl met zijn on-joodse ideeën. Het verst ging de Rabbijn van Lubavitch, die Herzl ervan beschuldigde het judaïsme te vernietigen. Volgens het judaïsme worden joden verenigd door hun gehoorzaamheid aan de geboden van God. En nu wilde dokter Herzl die door God gegeven band vervangen door een seculier nationalisme – ze moesten er niets van hebben, en sommigen van hen (schrijft Rabkin) zagen dat als pure afvalligheid, opnieuw de aanbidding van het Gouden Kalf, nu in de vorm van een zogenaamde joodse staat die niet joods was.

Toen Herzl zijn zionistische ideeën vorm gaf was hij nog niet van plan om zijn staat voor de joden te vestigen in Palestina – Argentinië leek hem ook heel geschikt. Zelfs toen hij zijn boek schreef besteedde hij maar een zinnetje of wat aan de vraag waar de staat zou moeten komen, onder de kop “Palestina of Argentinië?” Maar de beweging die hij zelf had opgezet dwong hem er toe om zijn aandacht te richten op het “Land Israël”, en daar kwam de staat.

Maar toen die staat er eenmaal was, was de noodzaak om te smokkelen eigenlijk voorbij, vindt Avnery. Toen het gebouw stond, hadden de zionistische steigers wel verwijderd kunnen worden. Er was een echte Israëlische staat ontstaan, waarom zou je daarna doorgaan met het vasthouden aan een denkbeeldig volk?

Waarom werd er in de Onafhankelijkheidsverklaring gesproken over een joodse staat? Daar was een reden voor: de VN had een verdelingsplan voorgesteld, waarbij het land verdeeld zou worden tussen een Arabische staat en een joodse staat. Dat was de wettige basis voor de nieuwe staat. De verklaring, die in haast was opgesteld, had het dus over een joodse staat, namelijk de staat Israël. Het gebouw stond. Maar de steigers werden niet weggehaald. In tegendeel: het bleef het belangrijkste deel van het gebouw, het bleef de facade.

Net als de meesten van de zionistische pioniers van het begin, geloofde Ben Goerion er in dat het zionisme de religie aan het vervangen was, zegt Avnery, de zionisten, zelf niet religieus, dachten dat de godsdienst spoedig vanzelf overbodig zou worden. Ben Goerion was er zeker van dat het geloof vanzelf zou vervagen en verdwijnen in de nieuwe seculiere staat. Dus dacht hij dat het geen kwaad kon om als overgangsmaatregel de orthodoxen die liever aan de yeshiva de Thora bleven studeren op hun wens vrij te stellen van dienstplicht, want weldra zou dat gaan om niet meer dan een paar honderd mensen, dacht hij. Ook had hij er geen bezwaar tegen dat de religieuze scholen bleven bestaan. Net als Herzl, die gezegd had ‘hou die rabbijnen in de synagogen, en onze officieren in de legerbarakken’, was Ben Goerion er van overtuigd dat het niet nodig was om ‘kerk’ en staat te scheiden, want de kerk zou vanzelf verdwijnen. Dat was een vergissing, de religieuze sector in Israël groeide, veroverde politieke macht, en zo heeft Israël tot op de dag van vandaag geen burgerlijk huwelijk, kunnen mensen van verschillende religies er niet trouwen, kunnen je niet geregistreerd staan als ‘ongelovig’ of atheïst, en bepalen de rabbijnen wie er ‘jood’ is. En wie dus automatisch staatsburger kan worden en wie niet.

En nog iets waar Herzl niet aan had gedacht: hij had niet verwacht dat de meeste joden in de Diaspora, dus buiten Israël, zouden willen blijven wonen. (En hij had niet verwacht, voeg ik toe, dat antisemitisme in landen als Amerika vrijwel zou verdwijnen, Herzl ging er van uit dat antisemitisme een soort onbestrijdbaar natuurlijk gegeven was, en dat joden en niet-joden van nature zo verschillend waren dat ze nooit echt samen zouden kunnen leven. Waarmee het zionisme in feite een spiegelbeeld vormde van het antisemitisme). Dus dacht hij, vrijwel alle joden zullen naar de joodse staat komen, en de joden die dat niet zouden doen, zouden als joden ophouden te bestaan, ze zouden assimileren tot ze onzichtbaar waren geworden als joden, de kinderen van de joden die gemengd zouden trouwen zouden geen joden meer zijn en daarna zou het logisch zijn om alleen de inwoners van de staat Israël joden te noemen.

Herzl had zich dus vergist, en Ben Goerion ook. De meerderheid van de joden ging liever naar het beloofde land Amerika, en de religie verdween niet uit Israël. Integendeel, die groeide en nam ook nog een flink deel van de heerschappij over de staat over. Ondertussen blijft de regering van Israël spreken over een staat van alle joden, in plaats van over een Israëlische staat, en het land is dus nog steeds ook van de joden die onderdanen zijn van een ander land en dat willen blijven. De religieuze scholen eten ondertussen een fiks deel van het staatsbudget op en zullen spoedig de rest van het onderwijssysteem overvleugelen, want de orhtodoxen krijgen ook nog aanzienlijk meer kinderen dan de seculiere joden. Het moet dus spoedig anders, zegt Avnery, en dat moet beginnen met een beslissing over wat het betekent om een Israëli te zijn: en dat betekent volgens hem dat niet mag worden toegestaan dat joden elders in de wereld stemrecht krijgen in Israël. En wat nog erger is dan de toename van de religeuze mact, is dat er in de nationalistisch-religieuze hoek een soort onkruid is opgeschoten – de kolonisten – die de staat in een richting duwen die als het zo doorgaat haar ondergang gaat worden.

Om de toekomst van Israël veilig te stellen is het nodig om de zionistische steigers te verwijderen van het gebouw. Met andere woorden: korte metten te maken met die leugens over religie-staat-gelijk-aan-volk. Het is nodig dat het Israëlische volk word erkend, als basis voor de staat. Dus niet langer: Israël is de staat van alle joden, maar Israël is de staat van alle Israëli’s. Zoals Nederland de staat is van alle Nederlanders, en niet alleen van, zeg, alle blanke christenen.

Punt van de orde. Ik ga een heel eind met Avnery mee, in zijn gedachte dat het tijd wordt om van Israël een normale democratische staat te maken, met gelijke rechten voor alle burgers. Lijkt mij een geweldig goed idee en hoog tijd. Maar ook Avnery hoort bij de generatie van nostalgische zionisten die blijft geloven dat het zionisme in het begin wel in orde was. Okee, er zijn een paar inschattingsfouten gemaakt, Ben Goerion onderschatte de kracht van de religie, en met de in het jodendom nog nooit eerder voorgekomen combinatie van zionistisch-nationalisme en fanatieke en fundamentalistische religie ontstond een buitengewoon agressieve stroming in Israël, die geen centimeter land terug wil geven aan de ‘Arabieren’. En dat rechtvaardigt met een racistische en bloeddorstige ideologie: Arabieren mag je doden, want die zijn ‘Amalek’, het kwaad. Maar Avnery koestert nog steeds de illusie, zoals wel meer pioniers, dat er eens een mooi en goed zionisme was. Dat pas verpest werd met de bezetting in 1967, en met de komst van de kolonisten. Ook Avnery wil niet echt onder ogen zien dat het zionisme vanaf het allereerste begin een separatistische en koloniale onderneming was, die een joodse staat wilde stichten ten koste van de er wonende bevolking, en die nooit, op geen enkel moment, heeft geprobeerd om met de Palestijnse Arabieren in het reine te komen. Kijk naar de kibbutzim, de ‘socialistische’ drom van toen, daar mochten Arabieren niet aan deel nemen. Kijk naar de Histadruth, de zionistische vakbeweging. Die kwam alleen voor joden op. Arabische arbeiders, waar er toen nog heel veel meer van waren dan joodse arbeiders, mochten geen lid worden. Het ging om de voorrang voor ‘Hebreeuwse arbeid’, en uitsluiting van de niet-joden. Daar, is volgens mij al de basis gelegd voor wat er later steeds verder mis ging. Het zionisme is de ideologie die de expansionistische kolonisten voortbracht, ze zijn er alleen consequenter en fanatieker in dan de zionistische pioniers als Avnery die vinden dat het zionisme goed was, maar nu zijn tijd heeft gehad. Affijn, daar ga ik het uitgebreider over hebben in mijn boek, “Oorlog als er vrede dreigt”. Terug naar Avnery.

Israël moet een normale staat worden tussen de grenzen van de Groene Lijn (dus zonder de Westoever en de Gazastrook – Avnery blijft geloven in twee staten) en dat Israël kan kiezen tussen twee modellen met een scala van variaties daartussen in:

Model A: multi-nationalisme. Bijna alle burgers van Israel behoren tot twee volken, het ‘Hebreeuwse’ volk (als je het etnisch uitdrukt in plaats van religieus) en het Palestijns-Arabische volk. Elk volk krijgt autonomie over bepaalde zaken, zoals cultuur, onderwijs en religie. Autonomie dus niet territoriaal, elk een eigen gebied, maar cultureel. Allen zullen verenigd zijn in het Israelische staatsburgerschap en loyaliteit aan de staat. En daarmee zal er een einde komen aan de discriminatie van de Arabische minderheid. (Het zou een slok op een borrel schelen als er geen sprake meer was van structurele, in de wet verankerde discriminatie zoals nu, maar dat daarmee de discriminatie zou zijn verdwenen lijkt mij een illusie, gezien het diep zittende anti-Arabische racisme bij een fiks deel van de joodse bevolking).

Model B: het Amerikaanse voorbeeld. Amerika bestaat uit alle Amerikaanse burgers, en elke immigrant uit Jamaica die eenmaal zijn papieren heeft is daarmee Amerikaan. Alle burgers krijgen op school hetzelfde onderwijs, en dezelfde geschiedenislessen. (En dat zou nog een interessante interne strijd opleveren over de vraag wie beslist wat ‘de’ geschiedenis van Israel is, dat nu volledig vanuit het standpunt van de dominante groep is geschreven, en waarbij het ministerie van Onderwijs bepaalt dat er op de scholen geen les gegeven mag worden over de ‘nakba’, zoals de Palestijnen de grote ramp noemen van de etnische zuivering.)

Avnery heeft liever het Amerikaanse model. Maar dat kan alleen ontstaan wanneer er een werkelijke dialoog ontstaat tussen de Hebreeuwse (joodse) en de Arabische burgers, en de Palestijnse Arabieren moeten zelf kunnen zeggen wat ze willen: gelijkwaardige partners worden, of de status aanhouden van een erkende minderheid in een staat die hun cultuur erkent.

Wordt nu een beetje duidelijk waarom Avnery, met die andere mensen samen, naar de rechtbank is gestapt om de Israëlische nationaliteit op te eisen? Over drie dagen wordt duidelijk of het Hooggerechtshof die eerste stap in de richting van een normale democratische staat Israël mogelijk gaat maken, dan wel blijft dwarsbomen.
Wordt nog spannend.

10 gedachten over “Avnery wil de Israëlische nationaliteit

  1. In “The Invention of the Jewish people” vertelt Shlomo Sand een hilarische anecdote over zijn uit Spanje afkomstige, niet-joodse en communistische schoonvader – die niet als atheist geregistreerd kon worden (je moet een geloof hebben), als Catalaan niet als Spanjaard geregistreerd wilde worden en dus “Catalaan” in zijn identiteitsbewijs kreeg. Waarmee Israel de eerste en enige staat werd die de Catalaanse nationaliteit erkende.

  2. In het stuk hierboven staat de link naar het originele artikel van Uri Avnery aangegeven. Avnery geeft bij zijn wekelijkse stukken nooit voetnoten. Dat hij bij dit stuk ook niet verwijst naar literatuur is ook wel logisch: hij was zelf nauw betrokken en direct aanwezig bij de ontstaansgeschiedenis van Israel, en weet veel uit eerste hand.

    De literatuur die ik aangeef: Michael Neumann, The case against Israel, verder heb ik elders al eens aangegeven: Benjamin Beit-Hallahmi, Original Sins, met name over de ontstaansgeschiedenis van het zionisme en Schlomo Sand, The invention of the Jewish people, over de vraag in welke mate de joden een volk waren of een religie. Daarover vermeldde ik ook Yakov Rabkin, A threat from within, A century of Jewish opposition to zionism. I in het Nederlands vertaald onder de titel In naam van de Thora, maar alleen nog antiquarisch of in de ramsj te verkrijgen.

    En verder zal ik het er uitgebreider over hebben in mijn boek.

  3. “Dan staat er in hun paspoort in het vakje nationaliteit toch gewoon Israëli? Nee, dat staat er niet.”

    Er zijn wel Israëlische paspoorten waar bij het vakje nationaliteit gewoon Israëli staat.

  4. Dat is niet waar, Bart. Was dat wel zo, dan zouden Avnery en die andere mensen niet tot op het Hooggerechtshof uit hoeven te vechten dat ze “Israëli” als nationaliteit in hun paspoort willen hebben.
    Ik denk dat jij niet beseft dat er in Israël een onderscheid is tussen staatsburgerschap en nationaliteit. Je kunt het Israëlische staatsburgerschap hebben, maar niet de Israëlische nationaliteit.

  5. En toch heb ik hier een Israëlisch paspoort voor me liggen waar bij het vakje ‘Nationality’ Israeli staat, (zowel in het engels als in het hebreeuws). Plaats me nu niet meteen in een hokje… Maar zeg nou niet direct dat wat ik zeg niet waar is, ik stuur je graag een kopie van het betreffende paspoort. Voorzover ik me kan herinneren waren het de orthodoxen die niet meer wilden dat het ministerie van binnenlandse zaken bepaalde wie joods of niet was door ‘joods’ in te vullen bij het vakje nationaliteit. Enfin, zoek zelf even verder, i.p.v. een simpel: “Dat is niet waar, Bart.

  6. Dat is heel merkwaardig, Bart, aangezien het toch echt duidelijk vast staat dat er in Israël geen ‘Israëlische nationaliteit’ bestaat. Dus misschien wil je zo vriendelijk zijn om een kopie van dat paspoort te sturen naar mij, via de Eerste Kamer, Binnenhof 22, PO Box 20017, 2500 EA Den Haag. Het zal Uri Avnery ook wel interesseren welke ambtenaar eens deze fout heeft gemaakt.

    En waarom ik zeg dat het niet waar is: omdat het niet waar is. Israël erkent geen Israëlische nationaliteit. Zie hierboven. Plus alle documentatie daarover. Interessant is vervolgens alleen hoe het kan dat iemand een paspoort heeft waarbij als nationaliteit toch Israëlisch ingevuld zou zijn, maar dat is een andere kwestie.

  7. Beste Anja,

    Het is een feit dat ik hier ook een Israëlisch paspoort heb waar in het vakje ‘nationality’ staat: Israeli. Het zelfde staat er ook in het Hebreeuws. Het paspoort is van mijn vader die Israëlisch en volledig joods is, maar wel uitgegeven in Den Haag. Vermoedelijk heeft u toch niet alles uit betrouwbare bron.

    Groeten,
    S.

  8. Het is niet omstreden dat Israël de Israëlische nationaliteit niet erkend, S.B. Zoals hierboven al gesteld, Uri Avnery zou natuurlijk nooit jarenlang actie hoeven te voeren tot en met een zaak voor het Hooggerechtshof als de kwestie niet duidelijk was.

    Dat er eens in Den Haag een paspoort is uitgegeven waarin wel de Israëlische nationaliteit staat is interessant: je kunt je afvragen of dat een fout was, of dat het een aanpassing was aan Nederland: uiteraard vermelden wij niet iemands godsdienst of etniciteit als ‘nationaliteit’ in iemands paspoort, en hier gaan we er wel van uit dat Israëli’s gewoon Israëli’s zijn.
    Maar als je wilt dat ik dat voorleg aan Avnery, stuur mij dan een kopietje van dat paspoort, kijk onder 7. Want Bart hierboven beweert ook zoiets maar heeft nooit meer gereageerd. En dan wordt het zinloos om heen en weer te blijven argumenteren.

  9. Goed, ik heb toestemming gekregen een kopie op te sturen – het is namelijk niet mijn paspoort – en zal het zo snel mogelijk posten!

Reacties zijn gesloten.