De laatste boer


(links Kees Slager, rechts Eric Smaling)

Goede gelegenheid om weer eens naar Den Haag te gaan, en mijn oude maten weer eens te zien: Eric Smaling, mijn voormalige fractiegenoot in de Eerste Kamer heeft samen met Floris Meslier en Jules Iding een boek geschreven onder de titel De laatste boer. De onstuitbare run op schaarse vierkante meters.


(links Jules Iding)


(Floris Meslier)

Het boek gaat dus over ruimtelijke ordening. Dat klinkt saai, maar is het niet, dat wil zeggen, niet in de vorm waarin Smaling en maten dat hebben gegoten: een reis door Nederland, ook naar de uithoeken waar stedelingen zelden komen, op zoek naar de geschiedenis van die vierkante meters waar gedoe over is. Intussen het verhaal vertellende over Vinexwijken, krimpgemeentes, de rust van de Zeeuwse eilanden, over duurzame energie, stilgelegde bouw en verpeste uitzichten.

De laatste boer is misschien een mooie titel, zegt Eric in een interview met schrijver Kees Slager, maar wel een beetje misleidend. Zoals de meeste mooie titels de lading niet echt dekken. Want er zijn nog boeren, zeker. Maar ook fikse problemen, deels doordat de beschikbare landbouwgrond wordt onttrokken voor andere doelen, deels door de schaalvergroting. Kleine boeren leggen het af en houden ermee op. De Friese koeien, ober de gehele wereld beroemd, staan in land van herkomst nauwelijks meer in de wei, want in de moordende concurrentie en de noodzaak om te voldoen aan de eisen van de melkindustrie is het niet rendabel om ze nog buiten gras te laten eten.


(Adri Duyvestein)

Ik herinner me dat ik met mijn Palestijnse man in de trein zat en hij voor het eerst uitkeek over al dat groen. Zoveel groen. Ik had hem verteld dat Nederland in Europa het dichtstbevolkte land was. Hij geloofde het niet. Hij zag alleen maar al die weilanden. Waar is dat voor, al dat gras, vroeg hij. Voor de koeien, zei ik. Ik zie geen koeien zei hij.

Er waren twee sprekers uitgenodigd, kamerlid voor de PvdA in de Eerste Kamer en voormalige wethouder van Den Haag en Almere Adri Duyvestein als eerste. Vol lof over het boek, ‘Het is een roadmovie in boekvorm’, maar ook met wat prikkelende kritiek. Een beetje te somber wel, meer aandacht voor wat er mis is dan dat wat er goed gaat. Hoewel hij het erg eens was met de beschrijving van wat er mis gaat: dat er te veel en onterecht wordt verdiend aan grond. En wat kunnen gemeentes toch veel meer doen als ze zeggenschap over die grond hebben. Ik daag de SP uit om duidelijker te maken wat jullie wel willen, zei hij. Emile Roemer, die het eerste exemplaar in ontvangst nam, wil die uitdaging wel oppakken. Het boek is ook voor de partij een manier om een bodem te leggen onder het nadenken over waar we heen moeten, hoe de verloren regie over hoe er met land wordt omgegaan weer terug gewonnen kan worden.


(Henk Aalderink)

De tweede spreker was een VVD’er, Henk Aalderink, de burgemeester van Bronckhorst, een kleine krimpgemeente in de Achterhoek. Vol enthousiasme vertelde hij over hoe ze te werk gaan om die krimp – scholen moeten verdwijnen, straks bestaat een derde van de gemeente uit ouderen, op te vatten als uitdaging om de zaken anders te doen. De burgers zelf veel meer betrekken, is een belangrijk punt.

Het was prettig om weer eens in Den Haag te zijn en bij te praten met mijn vrienden. Het boek ga ik nu lezen.