De nieuwe asielprocedure: kritisch blijven volgen

pardon.jpg

Dinsdag werd in de Eerste Kamer de herziene vreemdelingenwet aangenomen, waarin de nieuwe asielprocedure wordt vastgelegd. Het was mijn dagje wel. Maar wat een ander verhaal dan over de behandeling van de kraakwet, waar ik me wild bij heb zitten ergeren. De wet die zonder tegenstemmen en zonder aantekening werd aanvaard – hoewel met behoorlijk wat twijfel van verschillende fracties – is in principe een verbetering vergeleken met de procedure nu.

Een asielzoeker krijgt in principe een paar dagen rust- en voorbereidingstijd voor het werkelijke onderzoek gaat beginnen. Een asielzoeker krijgt één vaste advocaat voor de rechtsbijstand. De procedure hoort voor iedereen transparant en duidelijk te zijn, en noch langzamer dan noodzakelijk, nog sneller dan de zorgvuldigheid vereist afgehandeld te worden. Of dat gaat lukken zullen we moeten zien. Maar dit was in ieder geval winst: de woordvoerders die aan de plenaire deelnamen, plus minister Hirsch Ballin, leken zich er wel erg van bewust dat we er voor moeten zorgen dat met name de kwetsbare groepen, jongeren, vrouwen met zware geweldservaringen, goed behandeld moeten worden, en dat dat tijd, zorgvuldigheid en expertise vereist. Het was erg bemoedigend om mee te maken dat ook de woordvoerder van het CDA, en voorzitter van de commissie justitie Rob van de Beeten, ook bij de minister aandrong op zorgvuldige behandeling.

Nanneke Quik, vroeger kinderrechter, stond me bij voor de juridische kanten, op de tribune zaten de vrouwen van Vrouwen tegen Uitzetting, Tineke Strik van Groen Links weet er ontzettend veel van en was onvervangbaar, en ook Pauline Meurs van de PvdA had zich er vergaand in verdiept. Ook al hebben we niet zoveel toezeggingen gekregen als we wilden, we hebben wel het gevoel dat er een basis is gelegd, dat de minister zijn intentie heeft uitgesproken om iets aan Schiphol te doen – zie daarover het verhaal dat volgt, dat hij zich er van bewust is dat het begeleiden van vrouwen (en mannen trouwens) met trauma’s extra expertise vereist, hij heeft van ons gehoord dat we onze twijfel hebben over de tijd die de advocaten krijgen, en dat we absoluut niet willen dat mensen die niet binnen de vier weken dat de rechter uitsprak moet doen een uitslag hebben absoluut niet op straat gezet mogen worden – en het is ondanks het feit dat er minder klachten zijn over het IND dan vroeger duidelijk dat we graag zouden willen dat er onafhankelijk toezicht komt op het IND en dat de minister ons dat niet wil toezeggen. Het komt er in de komende tijd dus op aan de vinger aan de pols te houden en er voor te zorgen dat er aan de bel wordt getrokken als het toch, weer, niet goed gaat. En we weten dat we over een jaar, en niet pas over drie jaar wanneer de evaluatie moet plaatsvinden, een tussentijdse voortgangsrapportage van de minister kunnen verwachten. Reken maar dat wij bij de les blijven, plus de asieladvocaten, de vrouwen van Vrouwen tegen Uitzetting, en andere betrokkenen die opkomen voor de asielzoekers.

Over Vrouwen tegen Uitzetting, hier ,hier en hier

Hieronder mijn ‘inbreng’.
Voorzitter,

Het is duidelijk dat mijn fractie een voorstander is van het herzien van de asielprocedure, nadat we tien jaar ervaring op hebben gedaan met de uitvoering van de wet van 2000. Ik denk dat we makkelijk overeenstemming kunnen vinden in deze kamer over de zaken die wij zouden willen vermijden: we willen dat het niet meer voorkomt dat mensen vele jarenlang in slopende onzekerheid worden gehouden. We willen niet dat mensen jaren van hun leven kwijt zijn – en tijd kunnen we niemand meer teruggeven, tijd waarin ze niet hebben kunnen studeren of werken. We willen niet dat mensen die hier al jaren wonen, kinderen hebben die hier zijn geboren en hier naar school gaan, toch dreigen uitgezet te worden. We willen niet dat mensen hier ‘illegaal’ moeten verblijven, en vaak na vele jaren ellende alsnog als schrijnend geval mogen blijven. We willen niet dat ze op straat terecht komen, en afhankelijk worden van de welwillendheid van burgers die het niet met hun geweten in overeenstemming kunnen brengen om ze te laten zwerven. En we willen niet dat gemeentes zich genoodzaakt voelen om afspraken en regels een beetje op te rekken omdat ook zij vinden dat iedereen, hoe dan ook, recht heeft op onderdak, al helemaal als er kinderen in het spel zijn.

Wanneer we die bijverschijnselen van een nog haperende asielprocedure willen voorkomen of in ieder geval verder terug willen dringen, is het noodzakelijk om de asielprocedure bij te stellen. Die asielprocedure moet zo snel mogelijk afgewikkeld kunnen worden als redelijkerwijs mogelijk is, maar moet tegelijkertijd zorgvuldig plaats vinden. Want we willen ook voorkomen dat mensen ten onrechte met uitzetting worden bedreigd, en we zouden zeker willen dat mensen die uiteindelijk toch mogen blijven daar niet jarenlang samen met hulpverleners en advocaten voor in touw moeten zijn. Het is duidelijk dat er een categorie asielzoekers is voor wie een snelle procedure belangrijk is, de mensen van wie meteen duidelijk is dat ze niet kunnen blijven, zowel als de mensen van wie meteen duidelijk is dat ze wel in aanmerking komen. De problemen zijn er vooral met de grote middenmoot, voor wie de procedure helder en rechtvaardig moet zijn, niet te lang mag duren maar ook niet korter dan noodzakelijk is, willen we niet vervolgens met een sleep aan beroepszaken komen te zitten. Het probleem is dat de duur en de procedure niet voor elke asielzoeker standaard uit te voeren is.

Voor de juridische aspecten van dit wetsvoorstel kan ik me zonder meer aansluiten bij de opmerkingen van mevrouw Strik. Als niet-jurist wil ik het vooral hebben over een aantal vragen over de zorgvuldigheid van de uitvoeringspraktijk. Als toetssteen zal ik vooral uitgaan van een categorie van kwetsbare asielzoekers, met name vrouwen met geweldservaringen en andere trauma’s. Waarbij ik meteen wil aantekenen dat ik het daarbij ook heb over kinderen, en dat ook mannen die gevlucht zijn voor oorlog of totalitaire regimes in veel gevallen ervaring hebben met marteling en seksueel misbruik, waarover zij vaak nog moeilijker kunnen praten dan de vrouwen. De inzichten die daarbij op de achtergrond van mijn betoog meespelen haal ik uit mijn ervaringen als trainer in voormalig Joegoslavië, in Gaza en in Zuid-Afrika, over de gevolgen van geweld, meestal ook seksueel geweld. En zeker spelen ook mijn contacten mee met het veld van betrokken hulpverleners, de mensen die asielzoekers rechtsbijstand verlenen, en het alternatieve circuit van steun voor met name vrouwen die dreigen te worden uitgezet, zoals de Vrouwen tegen Uitzetting.

In de eerste plaats: is de asielprocedure zoals die nu wordt voorgesteld adequaat: krijgt een vrouw met geweldservaringen de kans om binnen de tijd die daarvoor staat gehoord te worden? Mijn eerste zorg: hoewel er geen onderzoeksrapport over ligt waar ik met harde cijfers mijn betoog kan ondersteunen, is mij wel bekend dat veel vrouwen die aanvankelijk waren afgewezen alsnog werden toegelaten toen in tweede instantie hun verhaal duidelijk werd. Het is te danken aan vrijwilligers die het geduld hadden en in staat waren om het vertrouwen van de vrouwen te winnen dat er dossiers naar het IND zijn gegaan die de doorslag hebben gegeven om een vrouw alsnog toe te laten. We weten dus niet hoeveel vrouwen die niet het geluk hadden die steun te vinden onterecht zijn uitgezet dan wel spoorloos zijn geraakt.

In de memorie van antwoord van 26 april zegt de minister dat de asielzoeker wel een signaal moet afgeven. Daar ben ik het zeker mee eens. Het punt is dat we vele voorbeelden kennen van vrouwen die wel degelijk een signaal hebben afgegeven, dat niet is opgepikt door degene die het gesprek voerde. Dit is niet de plek om een college te geven over cultuurverschillen en gevolgen van trauma, maar kort samengevat weten we dat veel vrouwen hun geweldservaringen hebben overleefd door er niet over te spreken. Soms, in een bedreigende omgeving, is verdringing een betere zaak dan spreken en verwerken, en in vele gevallen zijn de gevolgen van openbaarheid nog veel erger: ook in mijn werk in de Balkan werd ik geconfronteerd met vrouwen die door gemeenschap, familie of echtgenoot werden verstoten als bekend werd dat zij waren verkracht. Het is volstrekt begrijpelijk dat niet elke asielzoeker meteen begrijpt dat ze zo snel mogelijk en zo helder mogelijk over haar vernederende ervaringen vertelt aan iemand die ze niet kent, en waarvan het moeilijk te doorgronden is wat die met het verhaal zal doen. Ook het feit dat aanwezige tolken vaak dezelfde nationaliteit hebben kan het onveiliger maken om het verhaal te vertellen. Uit de praktijk ken ik voorbeelden waarbij een vrouw wel degelijk een signaal afgaf, klaagde over pijn, vertelde dat ze door soldaten was lastig gevallen, terwijl degene die het gesprek afnam niet begreep waar het over ging.

Uit de memorie van antwoord begrijp ik dat de minister in principe deze zorg deelt, en begrijpt dat het noodzakelijk is dat de sociaal-verpleegkundige die bij het eerste onderzoek wordt ingezet opgeleid is om om te gaan met trauma en cultuurverschillen. Maar dan lees ik dat er één middag in de masterclass wordt besteed aan medische aspecten – en ik houdt mijn hart vast. In mijn ervaring is er meer expertise noodzakelijk, hebben sociaal-verpleegkundigen die moeten beoordelen of iemand wordt doorverwezen voor een vervolgonderzoek meer begeleiding, ervaring en supervisie nodig, juist als we er van uitgaan dat het niet te vaak moet gebeuren dat achteraf, later, alsnog blijkt dat de signalen niet zijn opgepikt. Ook zou ik er vanuit mijn ervaring zeer op willen aandringen dat de gender-richtlijnen worden opgenomen in de bijscholing en begeleiding. Het gaat daarbij om richtlijnen voor de beoordeling van de situaties van slachtoffers van gendergerelateerd geweld, dus over vluchtgronden, het interpreteren van informatie, de bewijslast, en begrip voor de situatie waar de vrouwen eventueel naar zouden moeten terugkeren. Gender-richtlijnen, die in de loop van vele jaren internationale ervaring zijn geformuleerd, kunnen helpen bij een rechtvaardige en heldere procedure, een adequate bejegening, een antwoord op de vraag of een gesprek moet plaatsvinden in aanwezigheid van familie of juist niet bijvoorbeeld, over het belang van de sekse van tolken, en de bejegening door zowel artsen en verpleegkundigen, tolken, advocaten als IND functionarissen.

We zijn het er over eens dat de nieuwe procedure waarin wat eufemistisch sprake is van een rust- en voorbereidingstermijn een verbetering is bij de huidige 48uurs procedure, we moeten het dan nog wel over Schiphol hebben waar de situatie aanzienlijk ongunstiger is. Maar het gaat er ook in de nieuwe procedure op aan komen of snel duidelijk is dat er meer tijd nodig is. We moeten daarbij ook bedenken dat het voor een asielzoeker buitengewoon verwarrend is dat de ene functionaris vooral gericht is op het aantonen van inconsistentie in het verhaal, en de degene die rechtsbijstand levert nu juist gericht zal zijn op het scheppen van een vertrouwensband waarin het in de eerste instantie niet gaat om de betrouwbaarheid van het complete vluchtverhaal, maar om de rust om ook tegenstrijdige verhalen op tafel te krijgen. En dit geldt zeker voor Schiphol, waarbij IND functionarissen en advocaten naast elkaar moeten werken en voor de net gearriveerde asielzoekers nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.

Mijn zorg over de vraag of dit wel goed gaat zou ik graag willen vertalen in een dringende vraag aan de minister: om niet te lang te wachten met de evaluatie van de nieuwe procedure, en om nauwlettend te monitoren van hoeveel van de asielzoekers aanvankelijk de signalen niet zijn opgevangen. De minister zou mijn fractie gelukkig maken met een ferme toezegging op dit punt.

Schiphol heb ik al genoemd. De minister kan niet beamen of het werkelijk maar gaat om 12% van de daar arriverende asielzoekers die uiteindelijk terecht zijn vastgehouden om uitgezet te worden, maar geeft toe dat het maar een beperkt aantal is. In wat ‘grensbewakingsbelang’ heet wordt dus een fiks aantal asielzoekers vastgehouden, krijgt géén rust- en voorbereidingsperiode, en het is duidelijk dat zeker de categorie kwetsbare asielzoekers waaronder dus de vrouwen waar ik het over heb, aanzienlijk minder kans krijgen op een adequate procedure dan diegenen die op een andere manier het land binnenkomen. Mijn fractie lijkt dat een kwestie van rechtsongelijkheid, en vraagt de minister wat hij van plan is om daar aan te doen.

Uit wat experimenten die zijn uitgevoerd om te zien of de periode die er voor staat dat het eigenlijke onderzoek wordt gedaan voldoende is, blijkt dat het zeer twijfelachtig is. Het is een winstpunt dat een asielzoeker een eigen advocaat krijgt, tegelijkertijd maakt dat het organiseren van de logistiek niet per se eenvoudiger. Nu al ken ik advocaten die in vele gevallen ver over de toegekende tijd heen moeten gaan om het dossier rond te krijgen, en moeilijkheden hebben met het adequaat regelen van de juiste tolken op de juiste tijd. De standaard van drie gevallen per advocaat per dag kan alleen gehaald worden wanneer er niet veel informatie opgevraagd hoeft te worden, wanneer het verhaal in één keer helder is, wanneer het lukt om de juiste tolken op tijd op de juiste plaats te krijgen, wanneer er niet te veel tijd op gaat aan reizen. En juist wanneer het gaat om complexe gevallen, bij de kwetsbare groepen vaak het geval zal zijn, is de standaardprocedure onvoldoende, zegt ook de Vereniging van Asieladvocaten. Ook op dit punt vraag ik de minister om dit nauwlettend te volgen, en niet te lang te doen over een adequate evaluatie.

Over een ander belangrijk punt heeft mevrouw Strik al gesproken, en dat is de periode van vier weken waarin de rechter uitspraak moet doen. De minister is er nogal optimistisch over dat het de rechters wel zal lukken, zeker als zij weten dat het van spoedeisend belang is omdat de asielzoeker anders dreigt op straat terecht te komen. Wij hebben er behalve praktische ook ethische bezwaren tegen dat het dreigende geklinkerd worden ingezet wordt om rechters aan hun tijdsschema te houden. Alsof de rechterlijke macht er anders de kantjes van af zou lopen, alsof het niet altijd al een kwestie is van afweging – er zijn nog meer spoedeisende gevallen, en alsof er niet ook gekeken kan worden naar de vraag of de rechterlijke macht voldoende is uitgerust – ik heb in ieder geval niet vernomen dat er met hen overleg is gepleegd, en er worden ook geen extra middelen vrijgemaakt. Hoe dan ook wil ik bij de minister aandringen dat bij het overschrijden van de vier weeks grens de asielzoekers niet geheel buiten hun schuld op straat gezet worden.

Een volgend punt is een eveneens kwetsbare groep, de Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen. Wij zijn er mee bekend dat het de bedoeling was om het beleid hen betreffende te herijken, en dat dat nog niet is gebeurd. Wij vragen de minister of het nu de bedoeling is dat met de invoering van de wet op 1 juli de minderjarigen de procedure in moeten stromen alsof het volwassenen betreft, en of er geen overgangsregeling voor de groep minderjarigen te maken valt die hen wat meer bescherming biedt tot de herijking heeft plaatsgevonden.

Voorts is mijn fractie van mening dat onafhankelijk toezicht op het IND geen overbodige luxe is. Volgens de minister is het aantal klachten over de IND sterk gedaald, en is er veel verbeterd in de registratie en analyse van de klachten. Maar dat wil nog niet zeggen dat wij vinden dat een slager zijn eigen vlees mag keuren. Juist omdat het vaak gaat over schrijnende gevallen, juist omdat wij uit het alternatieve opvangcircuit nog te veel moeten horen over zaken waarbij het echt mis is gegaan, juist omdat we willen voorkomen dat mensen toch in beroepskwesties terecht komen, is het van belang dat er transparantie is over mogelijke verbeteringen die binnen het IND aan de orde zijn. Zelfs de regering moet verantwoording afleggen, waarom dan niet het IND?

Voorzitter, ik hoop dat met mijn betoog duidelijk is dat we er gezamenlijk alles aan moeten doen om de asielprocedure ook voor kwetsbare groepen rechtvaardig en humaan te maken, en de mensen die we in principe in ons land onderdak willen bieden ook een goede kans te bieden. Ik kijk met belangstelling uit naar de antwoorden van de minister.

Eén gedachte over “De nieuwe asielprocedure: kritisch blijven volgen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *