De angst voor de migrant (2)

In onze geschiedenis hebben veel etnische of religieuze minderheden manieren moeten vinden om zich onder een dominante cultuur die hen als buitenstaanders zag staande te houden. Daar waren altijd verschillende strategieën voor mogelijk: je aanpassen, je juist niet aanpassen. Aanpassen: zo onzichtbaar mogelijk opgaan in de dominante cultuur, assimileren dus, was er een. Een andere was de poging om bescherming en veiligheid te vinden binnen de eigen gemeenschap en de muren op te trekken tegen de vijandige buitenwereld en nu juist niet te assimileren. In verschillende variaties kunnen we die twee overlevingsstrategieën waarnemen bij veel etnische en religieuze minderheden die redenen hadden om zich niet welkom te voelen, joden destijds, moslims nu, maar er zijn ook veel voorbeelden in andere landen, zoals de chinezen in Indonesië.

In Europa kunnen we de twee strategieën zien in de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Er was een groep joden, vooral intellectuelen die al een seculariseringsproces hadden doorgemaakt, die vooraanstaande posities innamen in de niet-joodse wereld. Ook zien we veel joden in bevrijdingsbewegingen als het socialisme, met de hoop dat een betere, rechtvaardiger wereld ook voor joden een einde zou maken aan het antisemitisme. Dit is de groep joden die hun hoop hadden gevestigd op algemene humanitaire waarden en een grenzen overschrijdend wereldburgerdom. Daarnaast zagen we de joodse gemeenschappen die zorgvuldig de gewoonten koesterden die hen onderscheidden van de ‘goyim’, die niet gemengd trouwden en ‘binnendringen’ van niet-joden vrijwel onmogelijk maakten.

Het tragische is dat geen van beide overlevingsstrategieën de joden onder de naziterreur hebben kunnen redden, behalve dat de meer geassimileerde joden meer kontakten en mogelijkheden hadden om op tijd te kunnen vluchten. De zichtbaar joodse orthodoxe gemeenschappen waren machteloos. Maar ook de joden die zich nauwelijks meer als joden manifesteerden, voor wie het joods zijn soms niet meer dan één facet was van hun identiteit redden het niet. Naast de lijsten van de joden die bij de religieuze organisaties waren aangesloten waren er ook de lijsten van de joden die zich hadden uitgeschreven, en voor de nazi’s maakte assimilatie geen verschil: eens een jood, altijd een jood.

Dat de joden ervaarden dat niets hielp, dat er geen manier was om aan vervolging te ontkomen behalve onder te duiken of te vluchten, en dat er erg weinig niet-joden bereid waren om voor hen op te komen zal niet weinig hebben bijgedragen aan het collectieve trauma dat de oprichting van een joodse staat mogelijk heeft gemaakt, het gevoel dat het enige dat werkelijk kon helpen tegen de steeds weer terugkerende golven antisemitisme en jodenvervolging een eigen staat was, gebaseerd op een etnisch beginsel, met de muren hoog opgetrokken tegen de onbetrouwbare en bedreigende niet-joodse wereld.

De vergelijking met het proces rondom de moslims in Europa is niet zomaar te trekken. Er zijn grote historische verschillen. De moslims in Nederland zijn voor een groot deel ‘nieuwkomers’, migranten. Hun positie wordt niet alleen gekenmerkt doordat ze een andere religie hebben, maar doordat het vaak migranten zijn met een economische reden om naar Nederland te komen. De eerste generatie bestaat dus vaak dus mensen met weinig opleiding en niet veel aanknopingpunten met de welvarender Nederlandse bevolking. Een ander verschil: er is in Europa geen sprake van steeds weer terugkomende golven van vervolging van moslims, en we hebben er daarom ook niet eens een goede term voor. Nieuwe begrippen als ‘islamofobie’ en ‘moslimhaat’ slaan nog niet aan. Ze worden door veel mensen ook niet herkend als een variant op racisme, anders dan met het begrip antisemitisme dat ogenblikkelijk associaties oproept – we weten tenslotte maar al te goed waar het toe heeft geleid. Zo wordt veel islamofobie weggedeclareerd onder de term ‘religiekritiek’. Dat klinkt veel aardiger – want wie is er tegen om kritisch te mogen zijn op andere godsdiensten in deze vrije wereld? Er zijn nog niet zoveel mensen die de overeenkomsten tussen het antisemitisme van toen, van voor de shoah, en de stemming die ontstaat tegen moslims nu onderkennen, maar ze zijn er wel, en niet toevallig zijn de mensen die zich zorgen maken vaak oudere mensen die de periode zelf hebben meegemaakt en joden- die weten waar ze het over hebben.

Ondanks de verschillen zijn er ook paralellen te trekken. Ook voor moslims in Europa zien we de twee overlevingsstrategieën: de poging tot assimilatie, en de poging veiligheid en geborgenheid te vinden in het optrekken van de muren rond de eigen gemeenschap. En voor beide strategiën moeten we afvragen of het helpt. Wat de kosten en wat de baten zijn. Zo zie je dat de ‘assimileerders’ toch vaak het gevoel hebben iets van hun eigenheid te hebben verloren, wat soms in de volgende generatie terugkomt als een ‘back to the roots’ beweging. En je ziet dat de groep die zich afschermt vaak het gevoel heeft toch iets te missen van wat de buitenwereld te bieden heeft, en zo zie je een volgende generatie zich soms losmaken van de verstikking van de eigen gemeenschap en soms helemaal los slaan. Er kunnen zich juist binnen de groepen die zich terugtrekken en hun eigenheid cultiveren stevige generatieconflicten voordoen, wanneer leden ervan zich buiten de muren gaan begeven.

Er zijn in Nederland al veel tweede of derde generatie moslims. In Nederland geboren spreken ze soms beter Nederlands dan Arabisch, Berbers of een andere taal van hun ouders of grootouders. Ze hebben Nederlandse opleidingen gevolgd. Soms zijn ze niet meer religieus, of ze zijn moslim zoals veel christenen wel Kerstmis vieren met een onchristelijke kertboom maar niet meer naar de kerk gaan- niet meer naar de moskee, wel nog een beetje aan Ramadan doen. Die groep kan nu, soms tot hun verbijstering merken dat het er voor veel mensen niet toe doet: ze worden aangesproken, niet als Nederlander, maar als ‘allochtoon’ of als moslim, op grond van een tintje donkerder of een achternaam. Ze worden aangesproken op alle daden die moslims waar ook ter wereld plegen, het terrorisme van Bin Laden, de onderdrukking van gesluierde vrouwen in Saudie Arabië, alsof ze daar op grond van een achtergrond een collectieve schuld aan hebben. Het maakt niet uit waar het over gaat, een paar jongeren die bij een herdenking antisemitische leuzen roepen of in Antwerpen een jood aanvallen, de hele groep wordt er op aan gekeken, de gehele islam komt in het verdachtenbakje. Dat is bedreigend. Integratie en zelfs assimilatie helpt dus maar ten dele.

Ik ken veel joden die lang drie keer nadachten voordat ze in gezelschap vertelden dat ze joods waren. Soms zeiden ze: het doet er toch niet toe, maar bij een diepergaand gesprek bleek er vaak nog een oude angst onder te zitten. Onzichtbaar zijn, voor wie niet een evidente joodse achternaam had, leek veiliger. Veel joodse ouders hebben hun kinderen ook typische asimilanten voornamen meegegeven. Maar voor de meeste Marokkaanse en Turkse Nederlanders is die relatieve onzichtbaarheid niet mogelijk. Zo kan ik een Amsterdamse taxichauffeur met Marokkaanse ouders horen zeggen: ‘ik dacht dat ik Nederlander was. Maar voor de Nederlanders heb ik een tintje, dus blijf ik allochtoon, en mijn kinderen ook. We kunnen maar beter niet de illusie koesteren dat we er ooit echt bij zullen horen.’ Precies dat is het dus wat maakt dat mensen weer teruggrijpen op hun oude overlevingsstrategie, veiligheid en geborgenheid zoeken bij hun ‘eigen’ mensen.

Er is een kleine groep voormalige allochtonen die er in zijn geslaagd om opgenomen te worden in de dominante cultuur. Daar zijn mensen bij, en ik denk dat dat niet toevallig is,
die veel verder gaan dan te proberen ‘onzichtbaar’ te worden, dat wil zeggen, onzichtbaar als afkomstig uit een andere cultuur. Mensen die zich niet alleen hebben gedistantieerd van hun achtergrond, maar bezig zijn om die te vuur en te zwaard te bestrijden. Dat is het rijtje medestanders waar Cliteur zich op beroept, en het is niet voor niets dat hij zich het liefst bedient van de mensen met een allochtone achtergrond, geboren uit moslimouders. Naar de motieven die die mensen hebben moeten we soms gissen. Soms is er duidelijk sprake van een persoonlijke drijfveer. Ayaan Hirsi Ali is er eerlijk over, ze had akelige persoonlijke ervaringen als moslimmeisje, ze heeft zich van haar achtergrond ‘geëmancipeerd’ en heeft nu de neiging om haar ervaringen te veralgemeniseren alsof die gelden voor alle moslims. Begrijpelijk, al is het aantoonbaar dat die ervaringen hemelsbreed kunnen verschillen. Voor de mensen die zich openlijk afzetten tegen hun afkomst ligt de beloning klaar: het bekende rijtje mensen wordt met gejuich binnengehaald in de kringen van de moslimbestrijders, krijgen hun boeken meteen gepubliceerd, kunnen dagelijks in de media hun verhaal komen houden, maken binnen de kortste keren politiek carriére als ze dat ambiëren en hebben veel reden om zich erg belangrijk te voelen. Dat zal zelden de enige reden zijn om die positie te kiezen, ik neem aan dat het ook gaat om oprecht gekoesterde opvattingen, maar het maakt het wel extra verleidelijk om erg aan je eigen gelijk te gaan hangen, als dat zo wordt beloond. Anders dan voor de mensen met een migranten/moslim achtergrond die veel genuanceerder zijn. Die zijn veel minder geliefd zijn bij de media want de media houden van ferme zwart/wit uitspraken en veel polarisatie, en ze worden veel vaker in het defensief gedrongen wanneer zij zeggen dat het heel goed mogelijk is om te integreren en moslim te blijven, of dat het mogelijk is om zelf niet meer religieus te zijn zonder je afkomst, je cultuur of je familie te verloochenen.

Ik ken moslims die niet religieus zijn, die veel kritiek hebben op het fundamentalisme, vrouwen die geen hoofddoek dragen, die er toch absoluut geen zin in hebben om zich uit te laten spelen tegen degenen die wel religieus zijn, en liever hun mond houden dan misbruikt te worden. En hoe harder de antimoslimstemmen klinken, hoe meer gematigde, kritische moslims het gevoel zullen hebben dat ze daar in ieder geval niet aan mee willen doen. Zoals ik ook joden ken die binnenskamers flink te keer kunnen gaan tegen de orthodoxie, maar dat niet in het openbaar zullen doen om het antisemitisme niet aan te wakkeren.

Er vindt dus een steeds duidelijker polarisatie plaats tussen de mensen die de ene of de andere overlevingsstrategie aanhangen. Anders dan Cliteur denkt heeft zijn ‘religiekritiek’ geen grotere integratie tot gevolg, of je moet de voormalige moslims die zich schreeuwend tegen hun eigen achtergrond afzetten als enige model zien voor geslaagde integratie. Wat ik zie gebeuren is dat ook mensen die eigenlijk dachten al in de Nederlandse samenleving te zijn opgenomen nu de neiging krijgen om veiligheid te zoeken in de eigen kring. Om dat wat ze onderscheidt juist te cultiveren, daar trots op de zijn, te weigeren om zich dat af te laten nemen. Het dragen van een hoeofddoek hoeft niet uit traditie te gebeuren, het wordt langzamerhand subversief, een daad van verzet. Dit is dan tenminste het enige positieve effect: het brengt jonge mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst er weer toe om elkaar meer op te zoeken, het versterkt de onderlinge band en mogelijk zelfs het opnieuw onderzoeken van de waarden van de islam. En dat is nu juist wat de islamofoben zo bedreigend vinden.

Zo zien we als reactie op de polarisatie een derde weg ontstaan, juist bij de generatie die de weg in de Europese samenlevingen al kan vinden. Er is een militante variant bij, die van Dyab Abu Jahjah, die zich luid en duidelijk als moslim manifesteert precies binnen de grenzen van de westerse democratie en de rechten die daarbij horen. Abu Jahjah roept zulke enorme weerstanden op dat bijna niemand meer luistert naar wat hij nu precies te vertellen heeft. Maar er zijn ook minder militante varianten van de derde weg die dan ook nauwelijks doordringen tot de media en tot het bewustzijn van de doorsnee Nederlander, zoals die van Tariq Ramadan, een Zwitserse moslim met Egyptische ouders, met een grote aanhang onder jonge Europese moslims. Ik schreef al een keer over hem in dit weblog. Ik was bij een van zijn lezingen, en zag hoe de zaal vol zat met voornamelijk jonge Nederlandse moslims – ook niet gelovige moslims (die bestaan – zoals er ook niet gelovige joden zijn). Hij betoogt, en laat dat ook zien, dat moslim en democraat zijn absoluut niet tegenstrijdig hoeft te zijn. Er is, nog stil, een beweging gaande onder de generatie in Europa geboren moslims om een eigen invulling te geven aan moslim én Europeaan zijn. Daarbij wordt teruggezocht naar de wortels van de islam, maar dan geïnterpreteerd vanuit de huidige Europese situatie. Een verlichte islam dus, en geen fundamentalisme, dat zo vaak verkeerd wordt begrepen als een ‘teruggaan naar de Middeleeuwen’. Feitelijk is het fundamentalisme een moderne variant van de islam die zich afkeert van het Westen. Met al dat geschreeuw van ‘waar is de islamitische verlichting?’ wordt het antwoord over het hoofd gezien. Dat antw00rd is: nou, hier. Je hoeft er alleen maar naar te luisteren. Dat kan natuurlijk alleen als je luisteren wilt en even ophoudt met schreeuwen. Maar of die nieuwe stroming voldoende tegenweer gaat bieden?
Dat wordt de vraag.
Dat gaat ook niet alleen afhangen van de moslims, maar ook, om dat woord nog maar even te gebruiken, van ‘ons’.

Ga naar deel 3, hier

14 gedachten over “De angst voor de migrant (2)

  1. Beste Anja, jij kunt beter een boek gaan schrijven over je ervaringen.
    Ik heb Cliteur zijn boek gelezen en ben hem dankbaar dat hij op een heldere wijze heeft kunnen uitleggen hoe de Nederlandse wetten tot stand komen; hoe een democratie ontdaan is van toetsingsrecht, hoe de rechtsstaat en de inflatie aan wetten tot stand komen enz. Dat zie ik niet in jou betoog. Ik deel zijn bezorgdheid, maar ben niet in alles met hem eens.

    Wij zeggen dat Nederland een seculiere staat is, terwijl ik als ongelovige niet kan kiezen voor een andere vrije dag dan b.v.b de kerst, pasen, hemelvaartsdag enz. Dat men bij het CDA in het parlement voor het begin van een vergadering zich tot een gebed gaat richten. Dat terwijl men zegt in een seculiere staat te leven en deze te respecteren. Waar aan zie je dat?

    Dat Cliteur dat bespreekbaar wil maken en als feitenkennis naar voren brengt is een constatering van de werkelijkheid. Wie wil zijn kinderen in hun opvoeding terug werpen naar donkere middeleeuwen? Waarom is iedereen dan boos, als hij bewust onwaarheid zou spreken, dan zal men hem daarop kunnen aanspreken.

    Zoals je de Joden hebt beschreven in hun angsten en onzekerheden, dat heb ik zelf ook meegemaakt, maar ik haat niemand en durf vaak niet de waarheid te zeggen, om andere niet te kwetsen, dat terwijl het nooit wederzijds is. De Joden zijn al eeuwen lang bedreigd in hun bestaan; dat terwijl de geschiedenis laat zien dat ze in “alle” landen leefden, altijd betrokken waren in d.b. samenleving en participeerden.
    Wij hebben heel veel aan ze te danken (kijk naar wetenschap, kunst, cultuur enz.)
    Wel onderscheid maken tussen persoonlijke ervaring(en) en feitenkennins.

  2. PFF Mike, wat schrijft Anja dan wat jou dwars ligt? Ze zegt toch alleen maar dat iedere vervolging van een volk het resultaat is geweest van aanhoudende negatieve stigma’s. Dit resulteerde vervolgens in massahysterie en vervolgens tot de dood van vele onschuldigen. Wees niet zo kleinzielig door telkens maar te schreeuwen dat jouw seculiere staat bedreigd wordt. Er zijn ongeveer 1 miljoen islamitische Nederlanders van de totaal 16,5 miljoen Nederlanders. En van die ene miljoen zijn weer een kwart moslim Nederlanders orthodox, de rest is gelovig maar niet heel erg praktiserend en een gedeelte daarvan doet zoals Anja dat mooi beschreef, alleen nog maar een dagje mee met het vasten tijdens de Ramadan. Is dit nu echt zo eng? Nee dus. Maar door alle aandacht die moslims krijgen in Nederland gelooft inderdaad een Truusje uit Brabant en een Wimpie uit een volksbuurt in Rotterdam dat de moslims het willen overnemen in Nederland. Hahahaa ik moet al lachen bij de gedachte. Maar goed, kennelijk wint xenofobie het van mensenkennis.

  3. Citaat Meulenbelt

    “Nieuwe begrippen als ‘islamofobie’ en ‘moslimhaat’ slaan nog niet aan. Ze worden door veel mensen ook niet herkend als een variant op racisme, anders dan met het begrip antisemitisme dat ogenblikkelijk associaties oproept – we weten tenslotte maar al te goed waar het toe heeft geleid. Zo wordt veel islamofobie weggedeclareerd onder de term ‘religiekritiek’. Dat klinkt veel aardiger – want wie is er tegen om kritisch te mogen zijn op andere godsdiensten in deze vrije wereld?”

    Hiermee veronderstelt Anja Meulenbelt mijns inziens kwaadaardige intenties bij diegenen die kritisch staan tegenover de islam zoals die nu geworden is, ik vind dat men dergelijke intenties niet mag en kan veronderstellen. Anja Meulenbelt kan, evenmin als ik, geen gedachten lezen. Neem bijvoorbeeld iemand als Sylvian Ephimenco. Hij is eerlijk en open MET de moslims de discussie aangegaan in zijn boek “Open brief aan de moslims van Nederland” waarin hij zich ook volledig openstelt voor de kritiek van moslims op HEM.
    Neem Efshan Ellian, hij heeft moeten vluchten voor Khomeiny en consorten en weet derhalve exact de risico’s van de totalitaire variant van de islam. Hij is oprecht bezorgd over de democratie in Nederland en stelt met kennis van zaken een en ander aan de orde. Om hem “islamofobie” aan te wrijven vind ik onaanvaardbaar, zo maakt men er zich wel erg makkelijk van af. Je hoeft geen tegenargumenten meer aan te voeren tegen Ellian, want hij is “islamofoob”.

    Sinds de moord op Fortuyn is het iets heikeler geworden voor linkse personen om op alles wat afwijkt het etiket “fascisme”, of “racisme” op te plakken, of om anderszins mensen of fenomenen te verbinden met de tweede wereldoorlog. Deze taktiek heeft sinds eind jaren zestig prima gewerkt, maar is thans iets meer omstreden, alhoewel “linkse mastondonten” als Jan Blokker en Piet Grijs nog altijd dit sleets geworden intrument regelmatig blijven hanteren, maar die worden dan ook tegenwoordig veel minder serieus geworden. Derhalve moest er andere etiketten en/of middelen gevonden worden, en dat is gelukt. Thans verwijt men critici van de multiculturele samenleving dat ze “polariseren” (verbazingwekkend op zich zelf: links wou in de jaren zestig toch zo graag polariseren?), dat de toon die ze aanslaan niet deugt, dat ze “schreeuwen” (iets wat linkse personen nooit schijnen te doen). Of men hanteert de jij-bak dat het eigenlijk zelf fundamentalisten zijn: “verlichtingsfundamentalisten”. Alles wordt gebruikt om te vermijden dat men aan de ondankbare taak moet beginnen om de argumenten van de critici van de multiculturaliteit te proberen te weerleggen.

    Citaat Anja Meulenbelt

    “Er is een militante variant bij, die van Dyab Abu Jahjah, die zich luid en duidelijk als moslim manifesteert precies binnen de grenzen van de westerse democratie en de rechten die daarbij horen. Abu Jahjah roept zulke enorme weerstanden op dat bijna niemand meer luistert naar wat hij nu precies te vertellen heeft.”

    Dyab Abu JahJah roept terecht weerstanden op, aangezien hij zich bezondigt aan al dan niet verholen dreigementen, tegen de Belgische politie, tegen andersdenkende moslims (via internet, met zijn dreiging van zijn “Borgerhoutse legioen”) of tegen joden: een woordvoerder van de AEL dreigde de Antwerpse joden dat ze openlijk afstand moesten nemen van het beleid van Israel, omdat anders akelige dingen zouden gebeuren. Vorige week bleek dit dreigement ingelost te worden: een zestal aanvallen op joodse burgers in Antwerpen. Ook JahJah’s gejuich en gelach naar aanleiding van 11 september 2001 (zoals hij beschreef in zijn autobiografie) heeft terecht eveneens
    veel weerstanden gewekt.

    Citaat Meulenbelt

    “Maar er zijn ook minder militante varianten van de derde weg die dan ook nauwelijks doordringen tot de media en tot het bewustzijn van de doorsnee Nederlander, zoals die van Tariq Ramadan, een Zwitserse moslim met Egyptische ouders, met een grote aanhang onder jonge Europese moslims.”

    Deze gematigde variant heeft vooralsnog weinig aanhang vergeleken met de reactionaire variant van de islam. Derhalve is het niet onbegrijpelijk dat de reactionaire variant meer aandacht krijgt in de media. Ik geloof er niets van dat de media doelbewust de gematigde variant negeert, het zou juist nieuws zijn indien moslims zich duidelijk distantieren van de extremisten. Hoe kan het namelijk dan dat de uit Canada afkomstige en islamitisch gebleven Irshad Manji zoveel aandacht gekregen heeft? Hoe kan het dan dat haar boek “Het islam dilemma : een oproep tot verandering en tolerantie” al zoveel vertalingen gehad heeft (behalve in het Arabisch, helaas)?
    En waar komt dan al die aandacht vandaan voor de islamitische meiden uit Frankrijk die zich verenigd hebben in “ni putes ni soumises” (geen hoeren geen onderworpenen) en die tegen het moslimfundamentalisme durven op te trekken.

    Zwijgen over het moslimfundamentalisme, zoals gematigde moslims in Nederland vaak doen, bewerkstelligt in ieder geval dat het extremisme binnen de islam steeds sterker wordt.

  4. Ik wil er weinig woorden aan vuil maken Edwin, maar gematigde moslims spreken zich vaak wel uit tegen terreur of wat dan ook dat de mensheid schaadt. Maar het gebeurt niet altijd en public. Niet zo raar, als je je bedenkt dat nu eenmaal de overgrote meerderheid van de Nederlanders, moslim of niet, zich niet organiseert!! Dus ik kan wel op de Dam staan gillen dat ik tegen moslimterrorisme ben en dat ik een gematigde moslim ben, maar dat wil niet zeggen dat je binnen no time 10000 gematigde moslims naast me krijgt die meeschreeuwen. Trouwens speel dit filmpje even in gedachten af en je begrijpt dan hopelijk ook wat een belachelijke eis (dat gematigde moslims zich maar vaker moeten uitspreken) dit is van verkapte xenofoben!

  5. Imad el Kaka@ waar staat PFF voor, is dat je argument? Over het kleineren gesproken en kleinzieligheid.
    Geen antwoord op mijn vraag over de seculiere staat; ik wens geen religieuze dagen te vieren. Wie helpt mij?
    In de boek van P. Cliteur zie ik geen onderscheid naar verschillende godsdiensten, wel een algemeen beeld over de religie.
    Ik schreeuw niet en ben niet kleinzielig, ik zou niet durven. Ben een zwijgende meerdeerheid van ongelovige die zich in Nederland alles laat bepalen door de gelovige minderheid in de angst dat ik iemand zou kwetsen; dat kun je geen kleinzieligheid noemen. Om ruimdenkend te zijn loont geen moeite, het is nooit wederzijds, bewijst jou reactie.

    Imad, ik heb jou niet aangesproken, maar Anja, die weet veel over de wetgeving.
    Ik heb ook gezegd dat ik niet helemaal mee eens ben met Cliteur, maar dat ga ik hier niet uitleggen.

  6. Pim heeft in de Handelingen tijdens zijn leven wel degelijk aangegeven hoe dat moest met die integratie in de praktijk.

    Want was het niet juist deze voorvechter van het vrije woord die plompverloren ons druilerige Neerlandse medialandschap opvrolijkte met de mededeling dat hij het bed deelde met jongelieden uit andere culturen en met andere religies dan waar die stotterende bisschop tijdens zijn uitvaart zo hoog van opgaf?

    Ik vind het persoonlijk zeer teleurstellend – zij het niet helemaal onbegrijpelijk – dat met de komst van Matt Herben dit praktische aspect van Pim’s erfenis een beetje naar de achtergrond is verdwenen.

    Pim zelve liet het niet alleen bij woorden, hij was – op zijn manier – ook daadwerkelijk bezig met integratie.
    Ik denk dat we uit zijn liefdevolle manier van omgaan met De Ander veel kunnen leren waarmee we ons persoonlijke leven kunnen verrijken en waarmee we tegelijk onze tolerantie jegens onze medemensen kunnen toetsen en uitbreiden.

    Cliteur, doe er je voordeel mee!

  7. Ik zou me opgeven voor het volgende congres:

    Conferentie

    De Moslimburger bestaat!
    Vijf jaar burgerschapsinitiatieven van moslims in Nederland

    vrijdag 24 september 2004

    Sociëteit De Witte, Den Haag

    Lees verder…

    De conferentie
    Op vrijdag 24 september vindt in Sociëteit ‘De Witte’ aan het Plein in Den Haag de nationale conferentie ‘De Moslimburger bestaat! Vijf jaar burgerschapsinitiatieven van moslims in Nederland’ plaats. Het doel van de conferentie is tweeledig. Enerzijds gaan we de balans opmaken van vijf jaar burgerschapsinitiatieven van moslims in Nederland. Zowel door de trends die op dit terrein zichtbaar zijn te bespreken, en in te gaan op de inspiratie die moslims vinden in de waarden en normen van hun geloof, alsook door concrete voorbeelden van ‘good practices’ te laten zien middels workshops en presentaties.

    Anderzijds zal er gesproken worden over kwesties die tot nu toe niet voldoende aangepakt zijn: botsende waarden en normen, aspecten van de diverse islamitische culturen die minder goed verenigbaar zijn met goed burgerschap in Nederland. Hoe moeten moslims hiermee omgaan? En welke vaardigheden zijn daarvoor nodig?

    De doelgroep
    De conferentie is bedoeld voor moslimkader en sleutelfiguren actief in de Nederlandse samenleving, betrokkenen bij onder meer jongeren- en studentenverenigingen, moskeeverenigingen, vrouwenorganisaties, welzijnsinstellingen en vrijwilligersorganisaties, beleidsmakers en politici.

    Het programma
    09.30 uur: registratie, ontvangst met koffie en thee
    10.00 uur: videofilm ‘good practices’
    10.10 uur: welkomstwoord door de voorzitter van de Stichting Islam en Burgerschap, dhr. Mohamed Sini
    10.15 uur: inleiding door de Haagse burgemeester drs. Wim J. Deetman (ovb)
    10.30 uur: gesproken column door Dr Mona Siddiqui (Universiteit van Glasgow, Schotland), gevolgd door een openbaar interview met journaliste Rachida Azough (de Volkskrant). Vragen kunnen van tevoren ook door het publiek aangeleverd worden.
    11.00 uur: koffiepauze
    11.20 uur: start eerste ronde workshops
    12.15 uur: lunch, gelegenheid voor een bezoek aan de informatiemarkt
    13.15 uur: tweede ronde workshops
    14.15 uur: talkshow, geleid door dagvoorzitter Sandra Rottenberg, met als thema ‘Weg met de obstakels! Strategieën voor actief burgerschap’. Gasten:
    – Mohamed Ajouaou (theoloog, consulent bij Prisma Brabant)
    – Driss Boujoufi (voorzitter van de Marokkaanse moskeekoepelorganisatie UMMON)
    – Leyla Cakir (voorzitster van de Turkse moskee in Geleen)
    15.30 uur: einde programma in de Grote Zaal
    vanaf 15.30: informele afsluiting met een hapje en een drankje in de Pleinzaal

    Workshops en presentaties
    De workshops beogen de discussie op gang te brengen over actuele thema’s die samenhangen met burgerschap, en tegelijkertijd de deelnemers te informeren over relevante initiatieven en projecten die de laatste jaren ontstaan zijn vanuit de moslimgemeenschap. Hierdoor worden deelnemers geïnspireerd zelf activiteiten op te zetten, en kunnen ideeën voor nieuwe projecten ontstaan.

    De thema’s zijn:

    Ontmoeting en dialoog.
    In de afgelopen jaren zijn moslims op meerdere gebieden de dialoog aangegaan met andersdenkenden en andersgelovigen. Een positieve ontwikkeling, die vaak voortkwam uit negatieve incidenten, zoals de uitspraken over homo’s van imam el-Moumni, en de relletjes rondom Marokkaanse jongens tijdens de dodenherdenking in 2003.
    Centraal tijdens de workshop staan de volgende vragen:
    – in welke mate staan moslims open voor ontmoeting en dialoog?
    – wat is het belang ervan?
    – welke initiatieven zijn er de afgelopen jaren ontstaan?
    Hierbij onder meer aandacht voor:
    – MO 40/45, een initiatief van hot-DNA om de betrokkenheid van Marokkaanse soldaten bij de bevrijding van Europa in de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht te brengen, en daarmee de betrokkenheid van met name Marokkaanse jongeren bij de Nationale Herdenking op 4 mei en Bevrijdingsdag op 5 mei te vergroten.
    – De Dialoog, een project van de Stichting Yoesuf, de Stichting Islam en Burgerschap, het Humanistisch Verbond en het COC, gericht op het bespreekbaar maken van onder meer homoseksualiteit en islam.
    Workshopleiding: Imad el-Kaka (journalist, zelf betrokken bij ‘Meeting the Enemy’, een initiatief waarbij joden en Palestijnen elkaar informeel ontmoeten)

  8. Bedankt Anja, uit het hart gegrepen. Als tot de islam bekeerde Nederlander voel ik het web om me heen steeds dichter worden. Mijn collega’s gelukkig nog niet, maar wel buurtbewoners en vooral media. Zelfs aan collega’s moet ik uitleggen hoe ik tegenover allerlei zg. islamitische excessen sta. Het valt je ineens meer op hoe er over ‘anderen’ gedacht en gesproken wordt, nu ik zelf tot die groep behoor. En het wordt steeds erger. De toon wordt steeds grover en beledigender. Veel allochtonen spreken te slecht Nederlands om dat te merken, maar de derde generatie kan zich er niet voor afsluiten. Velen – ook bekeerde Nederlanders – houden er al rekening mee dat we over een jaar of wat beter de wijk kunnen nemen. Wij gaan binnenkort als protest een moslim-halvemaan op onze kleren naaien, geel met zwart, met in een bekend lettertype het woord MOSLIM. En, Edwin: Ephimenco, Ellian, Pim en anderen zijn wel degelijk spijkerharde islamhaters die liters olie op het vuur gooien. Natuurlijk mag je van hen moslim zijn, als het maar niet opvalt. Het liefst hebben ze dat je assimileert. Maar dat betekent geloofsprincipes opgeven, bijvoorbeeld m.b.t sociale rechtvaardigheid. Nee, genoemde drie heren en mevrouw Hirsi Ali zijn voor een groot deel de aanstichters van het kwaad.

  9. Waarmee meneer Henk, hierboven, dus precies illustreert wat Abubakker heeft gezegd. Het valt me wel vaker op, in de commentaren in dit weblog, dat de mensen die het meest hun best doen om te ontkennen dat er sprake is van moslimhaat, in feite precies de voorbeelden geven van hoe dat er uit ziet.

  10. Haat ?, zoals ene mevrouw Anja, hierboven, mij toedicht. Welnee, zeer zeker niet. Maar wèl verbijstering en onbegrip.
    Heb ik trouwens met alle gelovigen. Vroeg of laat willen ze hun geloofsregels aan anderen gaan opleggen. Ik snap er echt niks van, kun je alles kiezen of doen in het leven en wat doet men ? Zich bekeren tot moslim, of christen, of boedhist of wat dan ook. Vaak zijn dat van die onzekere “zwevers” die zonder een “set of rules” het leven niet aankunnen.

    Trouwens, mevrouw Anja, hierboven, de hijgerige zelfgenoegzaamheid waarmee u mij moslimhaat in de schoenen wilt schuiven doet mij vermoeden dat u in uw boosaardige wantrouwen ieder signaal van afkeuring, hoe onbeduidend ook, direct wilt vertalen in haat. Nog even en WO-2 komt weer om de hoek kijken.

    Ik las op Teletekst dat een groep Noordafrikaanse jongeren een, volgens hun vermoeden, joodse vrouw hebben mishandeld, de kleren van het lijf gesneden en een hakenkruis op haar buik gezet. Voor alle duidelijkheid, dìe gasten haat ik.

  11. Overigens, mijn excuses in de richting van Abubakker. Als je ’s avonds laat thuiskomt wil je, beneveld door de drank, wel eens je hart laten spreken. Had ik niet moeten doen, want dat komt lomp over.

Reacties zijn gesloten.