Joke Smit (4)

smit-2.jpg

Een ander punt waar we in verschillen, Joke Smit en ik, is de rol die we mannen toebedeelden in de vrouwenbeweging.

Ik weet niet hoeveel mensen beseffen dat Nederland in de internationale vrouwenbeweging een interessante afwijkende rol speelde: de eerste twee organisaties, MVM en Dolle Mina waren namelijk gemengd, er mochten ook mannen bij. Of die mannen daar gelukkiger van werden, er zijn er geloof ik nog steeds een paar om in therapie, en of het de vrouwen hielp is vers twee.

Het mannenvraagstuk speelde een grote rol in de breuk tussen de liefdesrelatie tussen Joke Smit and of all women Anneke van Baalen. Ik lees dat in de biografie. Wist ik toen niet. Ik wist dat Anneke meerdere minnaressen had, maar niet dat Joke Smit daar haar eerste lesbische ervaringen mee opdeed. Anneke was net als voor Joke Smit ook voor mij een fascinerende vrouw. Dat ging over, want ik heb later een pesthekel aan haar gekregen, die niet over is gegaan toen ook zij dood ging. Wat een dogmatisch mens, en wat was ze lelijk tegen elke vrouw die er anders over dacht dan zij. Over vrouwenhaat gesproken. En wat ging ze tegen me te keer omdat ik de euvele moed had om een boek te schrijven, daar mijn naam op te zetten, daar geld mee te verdienen en nog bekend mee te worden ook. Vanaf dat moment had ik voor haar afgedaan en wat mij betreft was dat dan maar wederzijds.

Joke Smit vond het vanaf het eerste moment belangrijk om mannen te betrekken bij de vrouwenbeweging. Anneke van Baalen vond dat mannen niets te zoeken hadden bij het feminisme. Wat positie betreft stond ik daar tussenin. Ik kon het me voorstellen dat een groep als MVM graag met mannen werkte, want het ging vooral om de beïnvloeding van het beleid. Tegelijk vond ik dat het heel belangrijk was dat vrouwen eerst maar eens het heft in eigen handen zouden nemen. De mannen binnen Dolle Mina misdroegen zich behoorlijk, weet ik nog, of in ieder geval een aantal van hen. Ze vonden het heel vanzelfsprekend dat zij de leiding namen, en de meisjes gingen vertellen wat die vinden moesten. Toen ik een keer was uitgenodigd om het over praatgroepen te hebben, alleen voor vrouwen dus, werd ik op komische wijze door een van de mannen geschaduwd, want dat de vrouwen het zonder hen gingen doen moest koste wat koste vermeden worden.

Wat mij betreft waren er twee redenen waarom vrouwen het om te beginnen maar eens even helemaal zonder mannen moesten doen. De eerste was dat veel mannen nog steeds de geheel onbespreekbare maar onstuitbare behoefte hadden om de leiding over te nemen, zoals opnieuw bleek in Dolle Mina.
De andere was het zwakke punt van vrouwen: we waren zo ontzettend gesocialiseerd om voor mannen te zorgen, ‘vrouwen hebben de taak het ego van mannen op twee keer de ware grootte te weerspiegelen’ was een van die fraaie oneliners van Anneke van Baalen, uit de tijd dat het nog goed tussen ons was. Ik dacht: daar heeft ze gelijk in. Zolang er mannen bij aanwezig zijn zitten wij ons maar zorgen te maken of we ze niet kwetsen, en dat is zeker in een praatgroep niet bevorderlijk om nu eens eerlijk te zijn.

Neem die keer op het eerste congres van vrouwengroepen, er werd toen een kleine enquete onder de aanwezigen gehouden, hoeveel vrouwen doen wel eens of ze klaar komen? Onder grote hilariteit bleek dat geloof ik driekwart van de vrouwen. De rest was nog nooit op ge gedachte gekomen om een orgasme te faken, maar vonden het een handig idee, op de aanwezige lesbiennes na dan. Was dat ooit boven tafel gekomen als er mannen bij waren geweest? No way.

Ik was in die eerste jaren helemaal niet zo bezig met de vraag wat we met mannen moesten, al verdwenen ze nooit uit mijn leven. Nu eerst wij eens, dacht ik. Later werd het wel steeds duidelijker dat we, als we echt wilden dat er iets zou veranderen, mannen als potentiële bondgenoten moesten zien, en daar ook werk van moesten maken. Met Marjo van Soest samen stelde ik een boek met interviews samen, Mannen, wat is er met jullie gebeurd? (1984). Het was ontzettend leuk om te doen, om mannen uit te kiezen – die zeiden bijna allemaal ja, en om ze te interviewen. Joop den Uyl was nog heel zenuwachtig, zei zijn vrouw Liesbeth, toen we kwamen, en opgelucht zei hij na afloop: ik verwachtte eigenlijk de verschrikkelijke sneeuwvrouw. Oudere en jongere mannen, mijn zoon onder andere, Geert Mak, Benno Premsela, bekende en onbekende, een jood, een Marokkaan, een een Surinamer, verschillende klassenachtergronden – trouw aan het idee dat ik ook over vrouwen had: dat vrouwen van elkaar verschillen, dus mannen ook. Toen het boek uit was wilde de vrouwenboekhandel het niet verkopen. In de etalage hingen ze een uitvergrote foto uit de krant, waarop ik Joop den Uyl zoende, die het eerste exemplaar aangeboden kreeg: ‘daarom verkopen wij het boek niet’. Marjo seinde dat meteen even door naar de krant, die daar weer een leuk berichtje van maakte, en zo werd het nog een aardige bestseller.

Ook daarna heb ik me bezig gehouden met mannen als bondgenoten, ik ging wel eens met Jan mee naar een mannengroep, als oefenvrouw, zoals ik hem uitnodigde in mijn vrouwengroepen. En voor de serie boeken over ‘gender, psychologie en hulpverlening’ die ik voor uitgeverij Van Gennep maakte, stelde ik een boek samen: De eerste sekse, meningen over mannelijkheid, waarvoor ik zelf ook een stuk schreef, waarin zowel instemming als kritiek op de mannenbeweging, die nogal eens de neiging had om een wedstrijdje slachtofferschap aan te gaan. En andere boeken over en van mannen verschenen in die reeks, vooral Vincent Duindam bleek een inspirerende bondgenoot waar ik graag mee werkte.

Zoals vrouwen onderling niet één groep bleken, en ook de vrouwenbeweging uiteenviel in stromingen, onder andere af te meten aan de instelling tegenover mannen, waren ook mannen niet één groep. Ik heb nog wel eens heftige discussies ontketend door het over mannen te hebben aan de hand van drie stellingen:
1. Mannen zijn problemen.
2. Mannen hebben problemen.
3. Je kunt geen uitspraak doen over mannen want ze zijn geen groep.
(Niet door mij bedacht, maar door een pro-feministische man, Meisner, misschien kom ik daar nog eens op terug)

Anneke van Baalen hoorde ik daar niet over de boeken die ik schreef en de discussies die ik aanging over mannen, maar ik kon wel ongeveer raden dat ze dat geheel af zou keuren. Mijn probleem met het radicaal-feminisme dat zij aanhing, de volledige uitsluiting van mannen, was behalve dat ik er geen zin in had om mannen uit te bannen ook dat er geen enkele realistisch toekomstbeeld aan verbonden was – de verbanning van alle mannen naar Rottummeroog, of wat? Een soort etnische zuivering? Gingen we oorlog voeren? Het was een ideologie die niet alleen alle mannen uitsloot, maar feitelijk ook de meeste van de vrouwen, die zoons hadden, en vaders, en partners, en ik herinner me nog een man die zei: maar jongetjes worden toch ook lief geboren?

Joke Smit kon aardig kritisch uit de hoek komen over mannen, vooral haar afscheidsrede van de Amsterdamse gemeenteraad, over het haantjesgedrag, de grootste pik opzetten, de apenrots, loog er niet om. Maar zij zag geen reden om mannen uit de beweging te weren, en toen zij een keer naar een bijeenkomst wilde met haar partner Jeroen de Wildt, en die er niet in mocht omdat de Heksenkelder alleen voor vrouwen was, ging zij ook niet.

Ik vond het meer een kwestie van stategie: ik had die fase van vrouwen onder elkaar niet willen missen, en ik denk dat die voor veel vrouwen essentieel is geweest, om te ontdekken wat we echt zelf willen, om elkaar meer te leren waarderen. Maar voor mij was dat een middel tot een doel, en niet een doel op zich. Uiteindelijk willen we toch niet vast blijven zitten in de gedachte dat onze positie in het leven geheel en al bepaald is door het lichaam waar we in geboren zijn. Ik dacht dat we daar juist van af wilden.

Wordt vervolgd: hier.

4 gedachten over “Joke Smit (4)

  1. Ik was destijds lid van diverse actiegroepen waaronder MVM. Als ‘ maatschappelijk-actief-homosexueel’ was dat in die tijd -naast een lidmaatschap van of bestuursfunctie binnen het COC- bijna verplicht immers mét MVM (en andere groeperingen) streden we tegen ‘de conservatieven’ die de homo-emancipatie onder het vloerkleed wensten te houden en van openlijk beleden homosexualiteit niet wilden weten.

    Het was meer een steunbetuiging aan hen (MVM’ers) dan dat we dat zagen als inmenging in hun -door ons met instemming begroet- ‘gedachtengoed’.

    Ik persoonlijk stemde in die tijd PPR. Alles en iedereen steunen die er een ‘sexueel-progressieve-politiek’ opnahield hielp om de homosexualiteit uit het verdomhoekje te helpen was gerechtvaardigd vond ik…

  2. Ik weet nog dat ik afhaakte bij Anneke van Baalen na een stuk over Kinderhuizen. Haar kinderen woonden daar al zeven jaar. Behalve in het weekend en in vakanties. Bij toerbeurt zorgden volwassenen voor die kinderen, dat kwam erop neer dat ze hun kinderen dan eens per week zagen.
    Haha……wat een tijd.

    En ja Paul Jan…..
    Een “maatschappelijk-actief-homosexueel”, met dat woord denken ze nu ook, spoort die wel?
    Maar zo was dat wel toen.

    Nou, toch iets veranderd!

    Nu hebben we creches, voor- en naschoolse opvang, bredeschoolactiviteiten, tussenschoolse opvang en ga zo maar door….je hoeft als je dat wil je kind alleen ’s nachts nog maar te zien.

    En over homo’s…die kunnen gewoon op een boot in een gracht hun standpunt duidelijk te maken.

    Dus het is allemaal wel wezenlijk veranderd.
    Dat is toch ooit door al die denkbeelden en het bewustworden in gang gezet.

    Kijk, dat we nu weer andere problemen hebben doet daar niks aan af.

    Els

  3. Vanwege enkele weken verblijf in het buitenland lees ik dit nu pas. Al is het laat, een korte reactie zou ik nog graag geven.

    Korte tijd ben ik lid geweest van Dolle Mina. Ik sympathiseerde met de vrouwenbeweging, maar had daarbij niet de neiging “meisjes te vertellen wat ze moesten vinden.” Omdat ik toen met van alles en nog wat bezig was, bleef het verder toch bij sympathiseren.

    Ik herinner mij nog een demonstratie in Utrecht voor het recht van de vrouw om zelf te beslissen over abortus. (“Baas in eigen buik”; de ontblote vrouwenbuiken met deze tekst staan me nog levendig voor de geest). Een groepje sympathiserende mannen dat meedeed (waaronder ik) mocht, na enig gebakkelei, uiteindelijk, bij de gratie Gods, meedoen, maar alleen als cohortje helemaal aan de staart. Een paar jaar geleden vertelde een SP-ster mij, dat ze daarover toentertijd flinke ruzie had gekregen met andere vrouwen die de demonstratie organiseerden. Vond ik wel bijzonder om te horen.

    Ook maar vrij korte tijd heb ik bijeenkomsten meegemaakt van de mannenbeweging in de jaren tachtig. Waarop ik toen afknapte was inderdaad het zich presenteren als slachtoffer, in mijn woorden: het “zielig doen”. Zo voelde ik mij helemaal niet. Ik vond het wel een goede zaak als mannen onderling meer open tegenover elkaar gingen staan, en gingen praten over hun (opgelegde maatschappelijke) rol als man, seksualiteit, e.d., maar ben nooit van mening geweest dat hun positie te vergelijken was met die van vrouwen. Daar zat het volgens mij scheef.
    Mannen -zij het vooral hetero’s en blanken- waren immers altijd bevoordeeld geweest wat betreft hun mogelijkheden, perspectieven, posities enz. in de samenleving.

    Hoe dan ook: veel van wat nu min of meer als “vanzelfspekend” wordt gezien wat betreft de keuzemogelijkheden van mannen en vrouwen, is zonder twijfel in belangrijke mate te danken aan de pioniers in de bewegingen van toen.

  4. Mooi verhaal, Olov.

    Ik kom er nog een keer op terug als ik het wat uitgebreider over ‘fem-soc’ heb. Aan de ene kant hadden de feministes van toen gelijk dat ze zagen dat mannen privileges hadden – en dit is een kenmerk van de dominante groep: die zijn zich daar uit zichzelf nooit bewust van. Aan de andere kant zagen de feministes vaak weer niet dat mannen ook niet een groep waren en er een grote onderlinge hierarchie was. De mannen van onderop hadden ook niet veel te zeggen – maar konden zich wel afreageren op hun vrouw. Zo gecompliceerd was het.

    Vandaar feminisme en socialisme, sekseongelijkheid niet ontkennen, maar klassenverschillen ook niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *