Ik kwam Loe de Jong een of twee keer per jaar tegen bij gezamenlijke vrienden. Een beetje een onhandige man vond ik hem, die altijd wat apart op een bank zat te wachten tot – ja wat? Iemand naar hem toe kwam. Of dat hij weer naar huis mocht, dacht ik. Terug naar de schrijftafel. Maar dan wilde zijn vrouw Riel nog dansen, want die kwam niet zo vaak onder de mensen met een man die zo met zijn werk was getrouwd. En dan wachtte hij tot ze medelijden met hem kreeg en zei, okee, Loe, je mag naar huis.

Lees verder →