Hoeveel kritiek er binnen Palestina zelf ook was op de ra’is, zelfs zijn tegenstanders erkenden dat Abu Amar de vader was van de Palestijnen, en de leider van de Palestijnse zaak. Hij was ook de leider van Fatah, de seculiere, nationalistische beweging, maar het is hem altijd gelukt om niet alleen gezien te worden als de aanvoerder van één factie. Meedere keren is het hem, bijvoorbeeld gelukt, om een wapenstilstand, een hudna te organiseren waar ook Hamas aan deelnam. Tot Israël meteen erna een paar Hamasleiders liet vermoorden waarna de wapenstilstand niet meer te houden was. Arafat lukte het als geen ander om ‘de boel bij elkaar te houden’, al werd hem de autocratische manier waarop hij dat deed wel verweten. Een van de kritiekpunten die dr. Haider Abdel Shafi op hem had, was dat hij na het losbarsten van de tweede intifada niet een raad heeft uitgeroepen waarin alle facties gezamenlijk zouden hebben besloten welke strategie ze hadden moeten volgen. Abdel Shafi was er voor geweest om het gewapende verzet zorgvuldig te beperken tot zelfverdediging en verdediging tegen de bezetting, en denkt dat daarvoor een meederheid te vinden was geweest. Nu was er te veel ruimte voor de kleine, zelfstandig opererende verzetsgroepjes waaronder ook de mensen die het gerechtvaardigd vonden om in Israël zelfmoordaanslagen op burgers uit te voeren. Niet alleen moreel niet te verdedigen, maar heel erg slecht voor de beeldvorming over de Palestijnen en zo makkelijk uit te buiten door Sharon.
Lees verder →