Als mensen zeggen: religie prima, als je dat maar thuis doet (en je er mij niet mee lastig valt) vind ik dat wel geestig. Alsof iemand tegen me zegt: je mag best socialist zijn hoor, als ik er maar niks van merk – socialist ben je maar thuis. Dat kan natuurlijk niet. Wat ik geloof werkt natuurlijk door in alles wat ik doe. Een wezenskenmerk van de grote godsdiensten is nu juist dat die niet alleen gaan over de relatie van mens tot God, maar ook wat te zeggen hebben over de relaties tussen mensen onderling – al zijn er ook mensen die religie alleen maar zien als hun allerindividueelste relatie met het hogere. Een vraag als: ben ik mijn broeders hoeder, of een uitspraak als: heb je naaste lief die is als jij, of heb de vreemdeling lief, want ook gij zijt een vreemdeling geweest in Egypte, zijn wezenlijk sociale, om niet te zeggen politieke uitspraken, die dwars staan op het neoliberalisme, het verlichtingsfundamentalisme en het vrijemarktgeloof, en we vinden equivalenten daarvan ook in de islam. Voor gelovigen die ook de sociale kant van hun religie ervaren is die mededeling, dat doe je maar thuis, nogal absurd. Hang je hoofd maar aan de kapstok, laat je hart thuis. Kijk niet om je heen. Zie niets.
Lees verder →